We hebben 241 gasten online

Een geschiedenis van Brandenburg - Pruisen Deel 10

Gepost in Midden en Oost-Europa

Duitsland 1914-1918 De Eerste Wereldoorlog

De Eerste Wereldoorlog zou verwoestender zijn dan menigeen zich kon voorstellen. En deze oorlog zou zijn stempel drukken op heel het verdere verloop van de twintigste eeuw.

Hoe was deze ramp mogelijk?

Nationalisme in Europa

Aan het eind van de negentiende eeuw groeiden er spanningen tussen de grote landen. Frankrijk en Engeland waren rijke landen die al veel koloniën bezaten. Het keizerrijk Duitsland, dat pas gesticht was in 1871, streefde naar meer macht. Maar ook in kleinere landen speelde nationalisme een belangrijke rol. Nationalisme betekent: liefde voor je eigen volk. In de negentiende eeuw waren veel Europese volkeren de waarde van hun eigen taal en cultuur gaan ontdekken. Daar was op zich niets mis mee. Liefde tot het vaderland kon een oprecht gevoel zijn. Maar nationalisme kon ook gevaarlijke vormen aannemen. Bijvoorbeeld wanneer een bepaald volk zich superieur ging voelen tegenover andere volkeren of wanneer extreem nationalistische groepen geweld gebruikten om hun doelstellingen te bereiken.

Rond 1900 speelde het nationalisme op twee manieren een grote rol.

In de eerste plaats waren er de grote landen die graag nog groter en sterker wilden worden. Zij probeerden – alleen al uit trots op eigen volk en cultuur – koloniën te verwerven en een groot leger en een nieuwe vloot op te bouwen. Dit gold speciaal voor Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland.

oostenrijk hongarije

Oostenrijk-Hongarije in 1914

In de tweede plaats waren er landen die door de kracht van het nationalisme juist uit elkaar dreigden te vallen. Een voorbeeld was Oostenrijk-Hongarije, dat ook wel de Dubbelmonarchie werd genoemd. Dit was een reusachtig land, waar wel ongeveer twaalf verschillende volkeren in woonden. De Oostenrijkers en de Hongaren hadden er het meest te vertellen. Langzaam maar zeker kreeg het virus van het nationalisme ook de andere volkeren in zijn greep. Dit gold vooral voor de Slavische volkeren binnen Oostenrijk-Hongarije, zoals Tsjechen, Slowaken, Kroaten en Serviërs. Het liefst zouden zij zich afscheiden en een eigen staatje vormen.

Kruitvat de Balkan

Net ten zuiden van Oostenrijk-Hongarije lag een onafhankelijk staatje met een Slavische bevolking: Servië. De regering van dit Balkanland wilde graag de Oostenrijks-Hongaarse provincie Bosnië -Herzegovina, waar ook veel Serviërs woonden, losweken van Oostenrijk-Hongarije en die provincie zelf in bezit nemen. De regering van Oostenrijk-Hongarije was hier niet van gediend. Zij zag Servië als een lastige luis in haar pels.

De zaak werd nog ingewikkelder, doordat Rusland zich ermee bemoeide. Rusland beschouwde de Slavische volkeren op de Balkan – zoals de Serviërs – als broedervolkeren. Russen waren zelf immers ook Slaven. In de negentiende eeuw hadden die volkeren zich vrijgevochten van de overheersing door het Turkse Rijk. Volgens Rusland gedroeg Oostenrijk-Hongarije zich nu als een nieuwe overheerser van Slavische volkeren. Daarom steunde Rusland de politiek van Servië om de provincie Bosnië-Herzegovina in handen te krijgen. Rusland had nog meer belang bij het Balkangebied. De Bosporus en de Dardanellen geven namelijk toegang tot de Russische havens aan de Zwarte Zee. Dat zijn warme havens, die bevriezen in de winter niet. Oostenrijk-Hongarije wilde het nationalisme van de Slavische onderdanen juist de kop indrukken. Want wanneer één deel van het rijk onafhankelijk zou worden, zou het hele rijk wel eens uiteen kunnen vallen. Veel waarnemers beschouwden in die tijd de Balkan als het kruitvat van Europa.

Concurrentie om koloniën

spotprent duitse keizer

Helaas waren er nog meer kruitvaten. De spanningen om het bezit van koloniën zouden ook gemakkelijk tot uitbarsting kunnen komen. Engeland en Frankrijk bezaten al veel koloniën. Een kolonie kon belangrijk zijn, omdat die grondstoffen voor de industrie (rubber, olie, koper, katoen) kon leveren. Ook kon het moederland er zijn industrie­producten aan verkopen. Bovendien gaven koloniën de Europese landen aanzien: het kon je een gevoel van trots geven als je zag dat een groot deel van de wereldkaart met de kleur van jouw land was ingekleurd. Grote delen van Afrika en Azië waren al verdeeld tussen Frankrijk en Groot-Brittannië. Duitsland probeerde nog wat tussenliggende gebieden in te nemen. Het leek wel een wedstrijd om het bezit van zoveel mogelijk grondgebied! Hierdoor groeiden de tegenstellingen tussen de landen. Vooral die tussen Engeland en Duitsland.

Duitsland was bezig een sterke vloot te bouwen. Daardoor voelden de Britten zich regelrecht bedreigd. Als gevolg van allerlei uitvindingen en de industrialisatie konden meer en dodelijkere wapens worden gemaakt dan ooit tevoren. Er ontstond tussen Engeland en Duitsland een echte wapenwedloop, die de sfeer grondig bedierf, en die maakte dat ze bang voor elkaar werden. Je eigen militaire macht voorop stellen en het streven naar een zo sterk mogelijke militaire macht noemen we Militarisme.

Elzas-Lotharingen

kaart

Het derde kruitvat was de tegenstelling tussen Frankrijk en Duitsland. Deze landen stonden al heel lang vijandig tegenover elkaar. In 1870 hadden de Duitsers een oorlog met Frankrijk uitgelokt. Frankrijk had die in 1871 verloren, en had vervolgens een heel vernederende vrede moeten ondertekenen. De Fransen moesten toen de provincies Elzas en Lotharingen aan Duitsland afstaan. De Fransen voelden zich bedreigd door de Duitsers. Dit gevoel werd nog sterker, toen de Duitse industrieproducten in rap tempo de wereldmarkten veroverden. Hier had Engeland trouwens ook veel last van. Bovendien groeide de bevolking van Duitsland veel sneller dan die van Frankrijk.

Twee bondgenootschappen

De landen vertrouwden elkaar voor geen cent. Ieder land breidde zijn legers uit. Frankrijk voerde een dienstplicht van drie jaar in. Rusland gaf veel geld uit aan de verbetering van de spoorlijnen om de legers snel te verplaatsen. Engeland verstrekte zijn marine tegenover die van Duitsland. Deze wapenwedloop maakte de landen nog nerveuzer en wantrouwender dan ze toch al waren. De legers stonden gereed, tot de tanden gewapend. Het groeiend nationalisme maakte dat veel jonge mannen voor hun vaderland wilden vechten. Om nog sterker te staan, zocht haast elk land naar bondgenoten. Landen beloofden elkaar te helpen als het op oorlog zou uitdraaien. Begin twintigste eeuw was Europa verdeeld in twee blokken:

Triple Alliantie (Centralen) 1882

Triple Entente (Geallieerden) 1907

Duitsland,Oostenrijk-Hongarije, Italië (tot 1914) en Turkije

Frankrijk, Rusland(ook verbonden met Servië) Groot-Brittannië

triple alliantie triple entente

Eigenlijk zouden bondgenootschappen een veilig gevoel moeten geven. Jammer genoeg gebeurde precies het tegenovergestelde: door het systeem van bondgenootschappen werden er als het ware onzichtbare lonten aangebracht, die het ene kruitvat (de Balkan) met het andere (vlootbouw; Elzas-­Lotharingen) verbonden. Dus door het militarisme, nationalisme, imperialisme en de bondgenootschappen was het in Europa slechts wachten op een gebeurtenis die de oorlog zou laten beginnen. Eén vonkje in een uithoek van Europa en heel het werelddeel zou exploderen!

De moord in Sarajevo...

sarajewo aanslag kroonprins

Dit vonkje kwam er. Op 28 juni 1914 bracht de Oostenrijkse troonopvolger, Franz-Ferdinand, samen met zijn vrouw Sophie een bezoek aan Sarajevo, de hoofdstad van de roerige provincie Bosnië-Herzegovina. Tijdens de rondrit in een open auto sprong er een man uit de menigte naar voren, die zijn pistool richtte en het echtpaar in koelen bloede doodschoot. De moordenaar werd gepakt. Het was de jonge Bosnisch-Servische nationalist Gavrilo Princip.

De regering van Oostenrijk-Hongarije was ervan overtuigd dat de regering van Servië achter de moord zat. Zij wilde nu de kans grijpen om dat land een lesje te leren. Eerst vroeg zij raad aan de Duitse keizer. Die drong er bij de Oostenrijks-Hongaarse regering op aan om snel toe te slaan. Pas daarna stelde Oostenrijk-Hongarije Servië een ultimatum, een lijst met eisen waaraan Servië moest voldoen. Als Servië deze eisen niet inwilligde dan zou Oostenrijk-Hongarije het de oorlog verklaren.

Het kleine landje maakte natuurlijk weinig kans tegen het enorme Oostenrijk-Hongarije. Maar Rusland beloofde Servië te steunen. Servië durfde daarom het ultimatum van Oostenrijk-Hongarije te trotseren. Op 28 juli, een maand na de moord in Sarajevo, verklaarde Oostenrijk-Hongarije dan ook de oorlog aan Servië. Deze moord was dus een directe oorzaak, een aanleiding, voor het begin van de eerste wereldoorlog.

... en de kettingreactie

Toen bleek hoe het systeem van bond­genootschappen werkte. Rusland mobiliseerde zijn troepen langs de grens met Oostenrijk-Hongarije en Duitsland. Duitsland voelde zich bedreigd. Op 1 augustus verklaarde Duitsland daarom de oorlog aan Rusland. Twee dagen later verklaarde Duitsland ook de oorlog aan Ruslands bondgenoot Frankrijk. Toen het Duitse leger door het neutrale België trok, omdat het Parijs vanuit het noorden wilde omsingelen, was dat voor Groot-Brittannië aanleiding om Duitsland de oorlog te verklaren. Zo veroorzaakte de vonk in het kruitvat van de Balkan binnen een week een Europese vuurstorm, die vier volle jaren zou woeden.

De bondgenootschappen kregen nieuwe namen. Duitsland en Oostenrijk­-Hongarije heetten nu: de Centralen. Hierbij sloten zich het Ottomaanse (=Turkse) rijk en Bulgarije aan. Hun tegenstanders, de Entente-landen Frankrijk, Rusland en Engeland met hun bondgenoten, werden nu de Geallieerden genoemd. Italië koos in 1915 de kant van de Geallieerden. Het hoopte de Italiaanssprekende gebieden van Oostenrijk-Hongarije op die manier in handen te krijgen. Bij de Geallieerden kwam nog een hele rij landen, waaronder Japan en de Verenigde Staten. Nederland bleef neutraal.

Von Schliefenplan 

von schieffen plan

Het Duitse opperbevel, Hindenburg en Ludendorff, hanteerde de strategie van de eerste klap uitdelen. Keizer Wilhelm liet het Von Schlieffenplan ontwerpen: eerste afrekenen met Frankrijk en dan alle troepen naar het oosten om Rusland aan te pakken.

De Franse legercommandant Joffre bedacht Plan XVII. De les van 1870 was: val meteen aan en verleg de oorlog naar Duits grondgebied door een snelle en grootschalige aanval via Elzas en Lotharingen. De zwakte van Plan XVII was dat het Franse leger daardoor alleen maar kon aanvallen en dat de bewapening licht was vanwege de snelheid die moest worden aangehouden.

Internationale solidariteit?

Ook de sociaal-democratische partijen in Duitsland, Frankrijk en Engeland stemden voor de oorlogsbegroting en voor oorlogsvoering. Alleen de vrouwenbeweging sprak zich tegen de oorlog uit en hield vast aan haar pacifisme.

Verloop van de oorlog

Iedereen verwachtte een korte oorlog. Enthousiast meldden duizenden jonge kerels zich als vrijwilliger met als enige angst dat ze te laat op het slagveld zouden arriveren. De geallieerden dachten dacht dat de oorlog zo gewonnen zou zijn, het zou ‘ein frischer, fröhlicher Krieg’ worden. Een snelle korte oorlog en het zou afgelopen zijn. In de nacht van 3 op 4 augustus 1914 vielen de Duitsers België aan, op weg naar Frankrijk. Omdat Duitsland België aanviel, verklaarde Engeland nu ook de oorlog aan Duitsland.

Van Grote Oorlog tot Wereldoorlog

Doordat er ook troepen uit de koloniën in Europa aan de strijd gingen deelnemen ontstond er een echte Wereldoorlog. Maar er werd ook buiten Europa gevochten, zoals de strijd van de Engelsen in het Midden-Oosten tegen de Turken om Mesopotamië en Bagdad. De duikbotenoorlog verspreidde zich over bijna alle wereldzeeën. Ten slotte namen de Amerikanen in 1917 ook deel aan de strijd en mengden Japanse troepen zich in het Verre Oosten in de oorlog.

Tweefrontenoorlog

Binnen Europa waren er twee fronten ontstaan Het Oostfront en het Westfront. Daardoor waren de Centralen in een lastige situatie terechtgekomen. Terwijl de Duitsers door België trachten te trekken richting Frankrijk, om Parijs te omsingelen, vochten opperbevelhebber Von Hindenburg en generaal Ludendorff in het oosten met de Russen. Met hun snelle cavalerie verrasten zij de Russen in het moerasgebied bij de Oost-Pruisische Tannenberg. Bij deze slag (27 tot 30 augustus 1914) werden 700.000 Russen gedood en werden er 700.000 gevangen genomen. Ook bij de Masurische Meren, ten oosten van Tannenberg, verloren de Russen. Door de deelname aan de oorlog van de Turken werd het er niet eenvoudiger op.

oostfront 1914 1918

De inzet van troepen aan het Oostfront verzwakte de Duitse legers in het Westen. Omdat België stand hield kon generaal Joffre aan een tegenoffensief beginnen. Dat gebeurde aan de Noord-Franse rivier de Marne en aan de rivier de IJzer in België (vlak bij de Noordzeekust). Joffre bracht de Duitsers tot staan en de legers waaierden uit over een breed front, dat liep van de Elzas tot in Zuid-Vlaanderen. In 1915 kwam de oorlog tot stilstand aan het Oost- en Westfront.

In 1916 probeerde de Duitsers een doorgang te forceren door de vestingstad Verdun aan te vallen. Kort daarna volgde de slag bij de Somme, die in vier maanden tijd 1.100.0000 mensen het leven kostte. (Alleen de Engelsen verloren aan de Somme 420.000 soldaten, van wie er 60.000 op de eerste dag al waren uitgeschakeld). Maar dit niet leidde tot een doorbraak.

westfront 1914 1918

Oorlog en Revolutie

Italië werd in 1915 overgehaald om mee te doen aan de kant van de Geallieerden en viel Oostenrijk-Hongarije aan.

Een van de keerpunten ontstond toen Lenin, een van de communistische ballingen in Zwitserland, van de Duitsers naar Sint Petersburg mocht reizen. Hij kwam de revolutie tegen de tsaar leiden. In de eerste revolutie van februari/maart 1917 werd de tsaar afgezet en vervangen door de 'voorlopige regering van Kerenski' (naam gegeven door de communisten); in de oktober/november revolutie van 1917 slaagden Lenin c.s. er in om de macht over te nemen. Lenin besloot daarop in maart 1918, bij de vrede van Brest-Litowsk, een groot deel van Rusland aan de Duitsers af te staan en de deelname aan de oorlog te beëindigen. De Duitsers hadden de oorlog dus in het oosten gewonnen. Frankrijk en Engeland namen het Rusland zeer kwalijk waardoor Rusland ook niet uitgenodigd zou worden voor de Vredesbesprekingen in Versailles.

Een ander keerpunt, maar nu aan het Westfront, was de deelname van de VS aan de oorlog. Tegen deze overmacht konden de Duitsers niet op. Keizer Wilhelm II vluchtte naar het neutrale Nederland en op 11-11-1918 sloot de nieuwe democratische regering van Duitsland een wapenstilstand. Uiteindelijk sloot het Verdrag van Versailles (1919) de Eerste Wereldoorlog af.

Oorlogsvoering

Totale oorlog

De slag bij de Marne (1914) vond zo dicht bij Parijs plaats dat versterkingen met stadtaxi's konden worden aangevoerd. Oorlog was niet meer een zaak van militairen alleen, maar van iedereen. Dat kwam door de volgende redenen:

  • Vrijwel elk Europees land kende nu een dienstplicht van twee of drie jaar;
  • Ook werd de afstand tussen het corps officieren, die zich altijd wat adellijk en elitair gedroegen, en de maatschappij kleiner;
  • Vrijwel elke Franse familie zou worden getroffen door de oorlog( Op een bevolking van 40 miljoen waren er 8 miljoen onder de wapenen);
  • Behalve dienstplichtigen trokken er ook vrijwilligers ten strijde, zoals bijvoorbeeld de Britten die beroepssoldaten waren;
  • Na de slag bij Ieper was het Britse beroepsleger gehalveerd en traden veel vrijwilligers toe.

come into the ranks 

Engelse propagandaposter uit de Eerste Wereldoorlog

Spoorwegen waren belangrijk in de moderne oorlogsvoering en werden dan ook het belangrijkste transportmiddel van de Eerste Wereldoorlog. Een goede logistiek was dan ook een grote voorwaarde voor een succesvolle strijd. Dankzij de industriële revolutie was de vuurkracht van de kanonnen steeds verder opgevoerd. De Duitse Dikke Bertha lanceerde een granaat van 800 kilo met een snelheid van 1000km per uur. Geen wonder dat de Franse lichte kanonnen er niet tegen waren opgewassen.

Loopgraven

loopgraven

De Geallieerden en Centralen lagen al gauw tegenover elkaar in loopgraven, van de Kanaalkust tot aan de Zwitserse grens. (Zie kaart Westfront hierboven). Dat zou zo'n vier jaar duren. De Eerste Wereldoorlog was een loopgravenoorlog. Vlaamse loopgraven waren dijkjes gemaakt van 'vaderlandekes', zandzakken. Vijfhonderd meter achter de eerste linie lag een tweede en soms een derde. Tussen de loopgraven lag het niemandsland. De loopgravenoorlog liep vast omdat mitrailleurs en kanonnen het aanvallen vrijwel onmogelijk maakten. Toch lieten de officieren hun mannen aanvallen en joegen zo hun soldaten met duizenden tegelijk de dood in. Generaals zoals de Engelsman Haig werden daarom gewetenloze slachters genoemd van de eigen soldaten.

Vliegtuig en tank

In eerste instantie werden vliegtuigen, net als luchtballonnen, gebruikt voor verkenningsvluchten. Later namen piloten stenen, mijnen of granaten mee: de eerste luchtbombardementen. Vliegeniers werden bekende oorlogshelden, zoals de Duitse baron Von Richthofen. Later in de oorlog kwam het zelfs tot geregelde luchtbombardementen op steden, niet alleen met vliegtuigen, maar ook met zeppelins.

Geïnspireerd door landbouwmachines werd de Holt Caterpillar Tractor ontwikkeld. Hij liep op rupsbanden, kon dwars door prikkeldraadversperringen, had geen last van mitrailleurvuur en kon zelfs over loopgraven heen rijden. De eerste vijftig van deze geheime wapens werden per krat - in het Engels tank - aangevoerd en heten voortaan tanks.

Vlammenwerper en gifgas

Er werden ook vlammenwerpers ingezet, die een verschroeiend vuur, konden uitbraken. Op 22 april 1915, in het gebied rond Ieper maakten de Duitsers voor het eerst gebruik van gifgas. In dit geval was het een groengele wolk van 180.000 kilogram chloor. Gifgas leek een doorbraak in de loopgravenoorlog te forceren. Al snel bleek dit wapen erg afhankelijk van de windrichting.

De nieuwe uitvindingen hielpen de aanvallers om meer overwicht te krijgen op de verdedigers.

Zeeblokkade

De Engelse vloot hield vanaf het begin van de oorlog de Duitse vloot in de eigen havens. Hielden een echte zeeblokkade van de Duitse havens. Duitse marine-eenheden maakten wel de oceanen onveilig. Zij bestookte geallieerden schepen en maakten met hun onderzeeboten de zeeën onveilig.

Economie en oorlog

De zeeblokkade stelde Duitsland voor grote problemen. Omdat Duitsland dacht dat de oorlog maar kort zou zijn, waren er weinig voorraden. Vrijwel direct ontstonden er tekorten. Daarom werd de hele economie in dienst gesteld van de oorlog, een oorlogseconomie. Nu werkten ministeries, grote bedrijven en vakbonden samen onder supervisie van de militairen. Prijzen, lonen en productie werden gecontroleerd. De Kriegsrohstoffabteilung (KRA), regelde de aanvoer en productie van grondstoffen. De bezette gebieden werden economisch gezien ondergeschikt gemaakt.

Duitsland kreeg zo een geleide economie in plaats van de vrije kapitalistische economie. Ook in andere landen gingen raden en commissies de economie regelen.

Om aan extra geld te komen:

  • leenden regeringen geld. Bijvoorbeeld bij de VS;
  • men drukte gewoon bankbiljetten bij waardoor de inflatie toenam;
  • de belastingen moesten omhoog om de inkomsten te verhogen waardoor de koopkracht werd uitgehold.

Het grote aantal dienstplichtigen en vrijwilligers aan het front veroorzaakte een groot gebrek aan arbeidskrachten. Arbeiders en technici die voor de oorlogsproductie noodzakelijk waren, kregen vrijstelling van dienst in Frankrijk en Duitsland of mochten zoals in Engeland niet als vrijwilliger meevechten. Natuurlijk stimuleerde de oorlog de ontwikkeling van de zware industrie.

David Lloyd George opende fabriek na fabriek als minister van Munitie. In december 1916 werd hij premier van Groot Brittannië. Hij voerde de politiek van de 'knock out'.

Deze wapenwedloop werd alleen volgehouden door reeds geïndustrialiseerde landen, in tegenstelling tot minder ontwikkelde landen als Servië, Rusland en Turkije. En dat had natuurlijk invloed op hun succes in de oorlog.

Vrouwen

Bij gebrek aan mannen werden steeds meer vrouwen ingezet bij de productie van wapens. Het aantal Britse vrouwen dat werkte, steeg gedurende de oorlog van 3,25 miljoen tot 5 miljoen. Er vond ook een verschuiving plaats van traditionele vrouwenarbeid naar productiewerk. Vrouwen werkten ook aan het front bijvoorbeeld als verpleegkundigen.

Het zelfvertrouwen van de vrouwen nam daardoor toe en steeds meer vrouwen vonden het vreemd dat ze altijd zo afgesloten waren geweest van die mannenwereld in economie en bestuur. En waarom kregen vrouwen geen kiesrecht? Net als de Krimoorlog bevorderde de Eerste Wereldoorlog de vrouwenemancipatie en de versnelde invoering van het vrouwenkiesrecht.

Duikboten en schaarste

De door de Duitsers afgekondigde onbeperkte duikbotenoorlog deed, gecombineerd met de zeeblokkade, in 1916-1917 de tekorten aan grondstoffen en voedsel flink oplopen. Regeringen voerden een systeem van bonkaarten in.

De geallieerde landen profiteerden van de deelname van de Verenigde Staten in 1917 aan de oorlog. De export van de VS van wapens en voedsel steeg enorm. Ook in de VS moesten overheidsinstellingen ingrijpen in de economie, vanwege de overschakeling op producten die in Europa schaars waren. Maar alles moest wel betaald worden en aan het einde van de oorlog hadden veel Europese regeringen schulden in de Verenigde Staten.

Soldaten in de oorlog

De oorlog in het westen werd een afmattende loopgravenoorlog. De Duitsers belegerden om een doorbraak te forceren zes maanden lang Verdun(1916). Later in het jaar, bij de slag aan de Somme, ondernamen de Engelsen eerst een hevig bombardement met artillerie over de eigen infanterie heen. Dat ging niet goed zodat de eigen infanterie in het schootsveld kwam te liggen. Het werd een rampdag voor de Engelsen, temeer omdat de Duitsers sterken bleken dan verwacht. Op die vreselijke dag aan de Somme verloren de Engelsen 20.000 man van de 100.000 die de aanval ondernamen.

Dankzij een sinds de Krimoorlog sterk verbeterde zorg en een uitgebreid vaccinatieprogramma vielen de meeste soldaten door vijandelijk vuur.

Het leven in de loopgraven had veel risico's:

  • Van de nattigheid in de loopgraven rotten je voeten weg;
  • De Gangreen maakte aangetaste lichaamsdelen zwart, waarna ze gewoon afvielen;
  • Longontsteking, dysenterie en buikloop putten de soldaten uit en sommige plaagden zelfmoord omdat ze het niet meer uithielden;
  • Soldaten waren geestelijk soms zo kapot van de granaatinslagen - de zogenaamde shellshock, oftewel granaatschok - dat ze compleet in de war raakten. Na de oorlog verbleven duizenden veteranen in afgesloten tehuizen, vanwege hun gruwelijke verminkingen.

Gemotiveerd

Waarom gingen de soldaten toch naar het front?

  • Door het nationalisme;
  • Men paste de biologische theorie van Darwin toe op de maatschappij en de mens zelf. Het recht van de sterkste werd vertaald in het recht van het sterkste volk, om zwakkere volkeren te onderdrukken of zelfs uit te roeien. Dit noemt men sociaal darwinisme;
  • De propaganda zweepte ook iedereen op. Twijfel aan de oorlog betekende verraad;
  • Door het militarisme ontstond er een ware oorlogscultuur: de vijand was zwart en het eigen vaderland wit; alleen oorlog kon een oplossing bieden.

Dit alles komt mooi tot uitdrukking in de propagandaposter van de Verenigde Staten die het optrekken tegen de Centralen zelfs zien als een kruistocht.

pershings crusaders

  • De Fransen waren extra gemotiveerd vanwege de langdurige bezetting van Elzas en Lotharingen;
  • De Russen waren vernederd door de snelle bezetting van het westelijk deel van hun land;
  • De Engelsen voelden zich bedreigd in hun belangen op zee en in de kolonies.

Er was wel kritiek, zoals in de vrouwenbeweging, maar het overgrote deel van de bevolking stemde in met de oorlog. Zelfs de socialisten vergaten hun internationale solidariteit. Soms was er sprake van verbroedering tussen de vijanden. Duitsers en Engelsen speelden voetbal in het 'niemandsland' en tijdens Kerst zongen soldaten samen kerstliederen.

Muiterij en revolutie

De muiterijen werden heviger naarmate de oorlog vorderde en de ellende aan het thuisfront toenam. In 1917 staakten de Franse soldaten. Tijdens de oorlog zijn er duizenden soldaten geëxecuteerd wegens muiterij en desertie. In het revolutiejaar 1917 riepen de aanhangers van Lenin de soldaten op te stoppen met de oorlog. Toen de bolsjewisten onder leiding van Lenin en Trotzki in oktober aan de macht kwamen, streefde Lenin meteen naar wapenstilstand met Duitsland. De internationale revolutie kwam toch, dus wat maakte het uit. Zo was ook de revolutie van invloed op de oorlog.

Burgers en oorlog

Aan het Westfront was de strijd al snel beperkt tot de lange, smalle corridor van loopgraven. In dat gebied ontstond veel schade aan het landschap, de gebouwen, de wegen en de spoorwegen. Om te voorkomen dat burgers weer als Francs-tireurs, de Franse scherpschutters in de Frans-Duitse oorlog van 1870, zouden optreden voerden de Duitsers vanaf het begin executies uit onder de burgerbevolking en branden zij hele dorpen plat. Maar volgens de Geneefse conventie (1864) en de Haagse vredesconferenties (1899 en 1907) waren dit oorlogsmisdaden. Er vielen ook burgerslachtoffers door bombardementen, door mijnen, verdwaalde kogels en door gifgaswolken die de verkeerde kant opdreven. Een miljoen Belgische vluchtelingen vluchtten naar Nederland, waaronder 40.000 militairen

Gedwongen arbeid en schaarste

Alle burgers uit bezette landen werden als goedkope arbeidskrachten ingezet voor de oorlogsvoering en gevangen genomen soldaten werden in krijgsgevangenkampen opgesloten. In wezen werden burgers en soldaten als slaven beschouwd. Honger betekende een verhoogde vatbaarheid voor ziekten. Ook aan medicijnen was gebrek. Bijna 30 miljoen Europese burgers stierven dankzij de Eerste Wereldoorlog. Precies toen de bevolking er het meest vatbaar voor was, kwam de Spaanse griep. Op een Amerikaanse basis sloeg het griepvirus H1N1 toe. Het Amerikaanse leger nam het virus ongewild mee naar Europa en verspreide zich daar. Men noemt het de Spaanse griep omdat Spaanse journalisten er het eerste over schreven. De Spaanse griep koste 20 miljoen mensen het leven.

Pers en Propaganda

who s absent

De geallieerde landen hielden de pers onder controle. In 1914 werd aan geallieerde kant de vrijheid voor kranten en bioscoopjournaals ingeperkt. Intellectuelen en kunstkenners in Duitsland meenden dat de oorlog tegen de Duitse cultuur gericht was. De Duitse legerleiding zag het gevaar van een vrije pers in oorlogstijd. Die was er al nauwelijks in Duitsland, maar kritiek was voortaan onmogelijk. Dat was jammer want kranten konden de publieke opinie sterk beïnvloeden. Journalisten pasten uit vaderlandsliefde zelfcensuur toe.

Voor de thuisblijvers werden brieven van soldaten een belangrijke bron van informatie. Vanwege het effect hiervan op de publieke opinie besloten regeringen om brieven onder censuur te plaatsen.

In Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië stond de bevolking massaal achter de oorlog. Alleen had Groot-Brittannië te maken met opstandige Ieren (Ierland was toen nog niet onafhankelijk), die soms openlijk de kant van de Duitsers kozen. Moeilijker was het in Oostenrijk-Hongarije, waar de minderheden als de Serven, voor de tegenstander kozen, in dit geval het onafhankelijke Servië. Dat gold ook voor Rusland, waar de revolutie de Russen voor de keuze stelde: voor of tegen de tsaar, maar dan wel een tsaar die de oorlog tegen Duitsland leidde.

Juist in democratische landen, waar parlementen een oorlogsbegroting konden afkeuren, was de publieke opinie van groot belang. Volgens sommige historici waren de agressieve oorlogscultuur en de propaganda een oorzaak van de oorlog, of hebben zij deze in ieder geval veel langer laten duren.

europa 1913

De landen in Europa in 1913

De Centralen verliezen

In 1917 kondigde Duitsland de onbeperkte duikbotenoorlog af. Duitsland zou alle schepen op weg naar Engeland torpederen. Al twee jaar eerder hadden de Duitsers een passagiersschip tot zinken gebracht, de Lusitania, waarbij veel Amerikaanse burgers om het leven kwamen. Nu, in 1917, werden alle Amerikaanse schepen het doelwit. Dit was de aanleiding voor Amerika om de oorlog aan Duitsland te verklaren. Zo werd de oorlog uiteindelijk een wereldoorlog.

Maar Amerika had meer redenen om mee te doen. Het had aan Engeland en Frankrijk veel geld geleend. Als Duitsland de oorlog zou winnen, zou Amerika van dat geld natuurlijk niets terugzien. Bovendien was de Amerikaanse president Woodrow Wilson een man van idealen. Hij wilde zorgen dat er na de oorlog een vrije, democratische wereld kwam.

Van het oorspronkelijke enthousiasme voor de oorlog was in 1917 niet veel over. In het Franse leger brak een grote opstand uit. De arbeiders in de Duitse wapenfabrieken gingen staken. In Oostenrijk-Hongarije braken rellen uit omdat de mensen honger hadden. Toen het Amerikaanse leger eenmaal was opgebouwd, bleek het in 1918 aan het Westfront de doorslag te geven. Met overmacht drongen de Amerikanen de Duitsers terug. Voor het eerst in vier jaar zat er weer beweging in het front. In Duitsland begon onder matrozen en arbeiders een opstandige stemming te heersen. Verder vechten leek zinloos. In Berlijn werd op 9 november 1918 de republiek uitgeroepen. De Duitse keizer Wilhelm II vluchtte naar Nederland. Vertegenwoordigers van de burgerregering sloten op 11 november 1918 een wapenstilstand met de Geallieerden. De bondgenoten van Duitsland waren inmiddels ook uitgeschakeld. 

Gevolgen van de oorlog

In de Eerste Wereldoorlog sneuvelden meer dan tien miljoen soldaten. Minstens evenveel burgers verloren het leven als gevolg van oorlogshandelingen. Men sprak van het verlies van een hele generatie jonge mannen. In alle oorlogvoerende landen kregen de regeringen veel macht. Zij grepen in in de economie, controleerden wat de kranten schreven en bedreven propaganda. Steeds riepen ze de burgers op om zuinig te zijn. De Eerste Wereldoorlog maakte veel mensen pessimistisch. Tot 1914 had men de welvaart en de techniek geprezen. Maar het bleek dat de techniek in staat was de moorddadigste machines voort te brengen. Velen zagen de toekomst somber in. En somber werd ie!

Zie verder deel 11 Een geschiedenis van Brandenburg - Pruisen Deel 11