We hebben 231 gasten online

Een geschiedenis van Brandenburg - Pruisen Deel 12

Gepost in Midden en Oost-Europa

Nazi-Duitsland 1933-1945

Velen verwachtten dat de regering van Hitler, net als alle eer­dere regeringen, snel zou vallen. Maar het tegenovergestelde gebeurde. Tot ieders verrassing schakelde Hitler binnen zeven weken zijn tegenstanders uit en trok alle macht naar zich toe.

De eerste klap deelde hij eind februari uit. Op 27 februari vloog het Rijksdaggebouw in brand. Een Nederlandse jongen, Marinus van der Lubbe, had het gebouw aangestoken. Maar Hitler beweerde dat de brand het begin was van een commu­nistische staatsgreep. Zogenaamd om het gevaar te bestrijden, liet hij Hindenburg een noodverordening tekenen, waarmee de belangrijkste burgerrechten werden opgeschort. Binnen enkele dagen pakte de politie met behulp van de SA duizen­den communisten op, die naar door de SA bewaakte concen­tratiekampen werden gebracht. De SA ontketende overal rel­len en ranselde vergaderingen van politieke vijanden uiteen. De nazi's dikten via de radio, die zij nu in handen hadden, het revolutiegevaar aan en prezen Hitler als de redder van het vaderland.

hitler fascisme

In deze sfeer van terreur en propaganda vonden op 5 maart nieuwe parlementsverkiezingen plaats. Die waren nodig omdat Hitler Hindenburg al meteen het parlement had laten ontbinden. De NSDAP kreeg 43 procent van de stemmen. Twee weken later keurde de Rijksdag met tweede meerderheid een grondwetswijziging goed die Hitler bevoegdheid gaf zonder het parlement te regeren. Hitler kon vanaf toen onbeperkt zijn gang gaan. Hij had artikel 48, dus handtekening van Hindenburg, niet meer nodig.

Hitler had bij de verkiezingen niet eens een gewone meerderheid gehaald. Waarom kreeg hij in het parlement toch de steun van een tweederde meerderheid die nodig voor een wijziging van de grondwet? Dat was het gevolg van  de nazi-terreur. Hitler had gedreigd dat als het parlement hem niet de macht gaf, hij die wel op minder zachtaardige manier zou grijpen. Bovendien stonden er bij de stemming duizenden SA'ers in en om het parlementsgebouw, die een enorm kabaal maakten en dreigden met moord en doodslag als Hitler niet zijn zin kreeg. En tenslotte waren de communisten niet aanwezig. Zij zaten in concentratiekampen of waren ondergedoken of gevlucht. Alleen de SPD stemde daarom tegen.

Korte tijd daarna werden de SPD en de KPD verboden, de andere partijen hieven zichzelf op. Dat gebeurde zogenaamd vrijwillig, maar in feite hadden ze geen keus. Op 14 juli 1933 werd een wet afgekondigd die van Duitsland een éénpartijstaat maakte, met de NSDAP als enig toegestane partij.

Gelijkschakeling

Niet alleen de politiek, de hele maatschappij werd aan het nationaal-socialisme onderworpen. Duitsland werd in enkele maanden een totalitaire staat. Alle maatschappelijke organisaties werden gelijkgeschakeld. Zij verloren hun zelfstandigheid, namen de nationaal-socialistische ideeën over en gingen meewerken met de nazi's. Zij werden als ware radertjes in de grote nationaal-socialistische machine. De eerste organisaties die dit lot ten deel viel, waren de vakbonden. Op 2 mei 1933 bestormde de SA hun kantoren. Ze werden opgeheven en in hun plaats werd het Deutsche ( Arbeitsfront (DAF) opgericht, waarvan alle werknemers verplicht lid werden. Volgens de wet was het DAF alleen afhankelijk van de leiding der NSDAP'. Het DAF had niet tot doel voor de belangen van de werknemers op te komen. Dat kon alleen al niet doordat ook de werkgevers lid waren. Het doel was 'de soldaten van de arbeid' te controleren en tot goede nazi's op te voeden. Het DAF organiseerde concerten, filmvertoningen, dansavonden, cursussen en groepsreizen om arbeiders ook buiten werktijd in de gaten te houden. Andere maatschappelijke organisaties konden wel voort staan, maar alleen als ze zich bij het nationaal-socialisme aansloten.

Aan het eind van het jaar was het leger nog een van de weinge legale organisaties die niet ondergeschikt aan Hitler waren. Het leger waakte angstvallig over zijn zelfstandigheid die het vreesde te verliezen aan de SA. De deftige, adellijke officieren gruwden van de rauwe, plebejische SA'ers. Die hoopten op hun beurt de macht in het leger te krijgen. In deze machtsstrijd gooide Hitler het uiteindelijk op een akkoordje met de legertop. In juni 1934 liet hij de leiding van de SA vermoorden. In ruil daarvoor mocht hij Hindenburg opvol­gen. Toen de hoogbejaarde president vijf weken later over­leed, werd Hitler president en dus opperbevelhebber van het leger. Alle officieren en soldaten legden een eed van trouw op hem af. Hitler kreeg het absolute gezag en liet zich `Fuhrer und Reichskanzler' van Duitsland noemen.

De hele Duitse samenleving werd vervolgens gebaseerd op het leidersprincipe, het`Fuhrer-prinzip'. Overal werden lei­ders aangesteld die blinde gehoorzaamheid van hun onderge­schikten mochten verlangen. Op hun beurt moesten die lei­ders weer hun meerderen gehoorzamen, en allen waren gehoorzaamheid verschuldigd aan de Fuhrer, Adolf Hitler. `Fuhrer befehl — wir folgen': dat was de leidraad waarlangs nazi-Duitsland georganiseerd werd.

Terreur en propaganda

Hitlers machtsgreep kwam schijnbaar langs legale weg tot stand. Alle belangrijke stappen op de weg naar de totale macht waren door de grondwet van de Republiek van Weimar gewettigd. De president benoemde hem tot kanselier, het democratisch gekozen parlement gaf hem onbeperkte macht en het leger onderwierp zich aan hem omdat hij presi­dent werd. Dankzij deze legaliteit kreeg Hitler de steun van veel ambtenaren en andere oppassende burgers. Die konden met een rein geweten achter de Fuhrer staan: die had zich immers keurig aan de wet gehouden. De legaliteit was echter schijn. De legale machtsovername gebeurde namelijk tegen een achtergrond van terreur en dreiging met terreur.

De terreur ging vanaf 1933 het dagelijks leven beheersen. Men kon op willekeurige gronden opgepakt en in een concentratiekamp gestopt worden. Overal waren verraders en spionnen. Arbeiders moesten op hun tellen passen omdat er onder hun collega's altijd een verklikker of een agent van de Geheime Staatspolizei (Gestapo) kon zitten, ouders moesten uitkijken voor hun kinderen, omdat die 'foute' opmerkingen op school of bij de Hitler Jugend door konden vertellen.

himmler Heinrich Himmler

Het terreursysteem werd na 1934 geleid door de Schutzstaffel, de SS,(onder leiding van Himmler) waarvan de leden zwarte uniformen met een doodskop als symbool droegen. Deze organisatie was begonnen als onderafdeling van de SA, maar voerde in juni 1934 de moord op de SA-top uit en kreeg daarna het politieapparaat en de concentratiekampen in handen. De SS werd de`elite-organi­satie' van het Derde Rijk; geen ongeregelde troep rabauwen, zoals de SA, maar een perfect georganiseerd korps van 'ras­zuivere Ariërs'. Er zat ook bij de SS veel tuig van de straat, maar daarnaast bevatte de SS jongeren uit de betere milieus. Voor het beulswerk werden bij voorkeur goed opgeleide knechten geselecteerd, die hun taak systematisch konden uit­voeren.

goebbels Joseph Goebbels

Naast de terreur ging de propaganda meer en meer het leven beheersen. Hiervoor werd een speciaal ministerie ingesteld onder leiding van Joseph Goebbels. Goebbels maakte handiggebruik van de moderne massamedia, de radio, de film en de pers, om het regime aan te prijzen. Uiteraard waren de media gelijkgeschakeld. Het propagandaministerie controleerde de totale nieuwsvoorziening en alle kunstuitingen. De kranten kregen elke dag te horen wat ze moesten schrijven, de kunste­naars moesten zich aansluiten bij de 'Kulturkammer', die voorschreef hoe ze moesten werken. Zo kreeg het Duitse volk een zonnig beeld voorgespiegeld van Hitlers regime, dat de akelige werkelijkheid verhulde.

Een ander propagandamiddel waren de massabijeenkom­sten. Het hele jaar door waren er optochten en demonstraties ter ere van het regime. Het jaarlijkse hoogtepunt vormde de Rijkspartijdag in Neurenberg. In deze stad had Hitler een reusachtig stadion laten bouwen waarin de organisaties van `het duizendjarige Rijk' zich zes dagen achtereen aan de Fuhrer en de 300 000 toeschouwers presenteerden. Op het 400 meter lange veld marcheerden de SS, de SA, het leger en de Hitler Jugend, en stonden strak in het gelid als de Fuhrer ze toesprak. De belangrijkste activiteiten vonden 's avonds plaats, wanneer 130 zoeklichten als zuilen van licht de duis­ternis doorkliefden. Als Hitler sprak, was het ijzingwekkend donker en stil, en schalde zijn door luidsprekers versterkte stem over het terrein: `We zijn sterk en we worden nog ster­ker.' Op commando vielen de honderdduizenden in: `Heil

Hitler! Sieg Heil! Sieg Heil!' Deze perfect geregisseerde shows gaven de aanwezigen een besef van eigen kleinheid en gezamenlijke kracht. Ze brachten een gevoel van diepe ver­bondenheid met de nazi-staat. In de bioscoop kon men het later nog eens beleven in films zoals 'Triumph des Willens' van Leni Riefenstahl.

partijdag neurenburg Partijdag in Neurenberg

Ook het onderwijs en de jeugdbeweging waren instrumenten voor propaganda en indoctrinatie. Vanaf 1936 werden alle jongens van 14 tot en met 18 jaar verplicht lid van de Hitler Jugend, en alle meisjes van de Bund Deutscher Madel; voor de kleintjes was er het Jungvolk. De jongens kregen een militaristische vorming. Ze kregen een bruin hemd en een dolk met als opschrift `Bloed en Eer', en leerden vechten en marcheren. De meisjes werden voorbereid op de dienst aan het vaderland via het moederschap.

De jeugdbeweging en de school waren bij uitstek de plaat­sen waar de waarden van het regime overgedragen werden.

Voor een deel waren dit de waarden die ook in het keizerrijk al hoog in aanzien hadden gestaan: autoriteitsdenken, nationalisme en militarisme. Maar daar kwam nu de rassenleer bij. Volgens de nazi's was de wereldgeschiedenis een onverzoen­lijke strijd tussen de rassen. De belangrijkste was de strijd op leven en dood tussen het joodse en het `Arische' og Germaanse ras. De nazi's zagen achter alles wat hen niet zinde — het kapitalisme, het communisme, de democratie, abstracte kunst — de hand van de joden. Al het goede kwam van de Germanen. Deze waanvoorstellingen gingen op school vakken als biologie, aardrijkskunde, geschiedenis en Duits beheersen. Ook onder het keizerrijk was, onder invloed van het nationalisme, antisemitisme ontstaan. Maar dit was kinderspel vergeleken bij de jodenhaat van de nazi's. Ook autoriteitsdenken, nationalisme en militarisme gingen in nazi -Duitsland veel verder dan in het keizerrijk. Hitler werd alseen afgod vereerd. 

De economie

De steun die Hitler kreeg, was niet alleen gebaseerd op terreur en propaganda. Zijn regime boekte ook werkelijk successen. Na 1933 beleefde de economie een opzienbarende opleving, waardoor de werkloosheid verdween als sneeuw voor de zon. In 1937 was er al volledige werkgelegenheid, in 1939 was er een tekort aan arbeiders.

De opleving was grotendeels het gevolg van de herbewaning en de oorlogsindustrie. Hitler lapte het Verdrag Versailles aan zijn laars en bouwde een miljoenenleger op voorzien werd van de modernste wapens.' Hierdoor kwam de industrie tot grote bloei. De bedrijven bleven particulier eigendom, maar toch kwam de economie onder strakke lei­ding van de staat. De overheid bepaalde via subsidies, grond­stoffentoewijzingen en staatsopdrachten wat en hoeveel er geproduceerd werd. De staat zette ook grote werkver­schaffingsprojecten op. Het bekendste betrof de bouw van Autobahnen, snelwegen die nodig waren om het leger snel te kunnen verplaatsen. De economie was bijna volledig gericht op de oorlogsvoorbereiding, maar had ook propagandistische waarde. Speciaal voor de propaganda werd gestart met de bouw van goedkope auto's, de zogenoemde Volkswagens. Het regime beloofde het hele Duitse volk een auto. De nazi-economie werd door de bevolking dan ook toegejuicht, geac­cepteerd of ten minste gelaten aanvaard.

Aanpassing en omarming

Voordat ze aan de macht kwamen, hadden de nazi's weinig aanhang onder de hogere standen. De adel en de hoge burgers voelden zich ver boven hen verheven. Ze zagen Hitler op zijn best als nuttige hulpkracht in de strijd tegen de democratie en het `rode gevaar'. Nadat de nazi's aan de macht gekomen waren, veranderde dat. De kracht van het Hitler en de zijnen dwong respect af. Ook deelden de hogere standen grotendeels de autoritaire, militaristische en nationalistische waarden van de nazi's. Toch bleef een zeker standsverschil voelbaar. Bovendien vonden velen uit de hogere standen de nazi's te radicaal. Zo moesten delen van de oude elites weinig hebben van het fanatieke antisemitisme. Zij schaamden zich voor de maatregelen tegen de joden, die na 1933 uit het maatschappe­lijk leven verwijderd werden. Maar deze maatregelen werden slechts gezien als uitwassen van een in wezen goed systeem. Vanaf 1942 werden de joden systematisch uitgemoord. De moord op zes miljoen joden gebeurde echter min of meer in het geheim, ver in Polen en de Sovjetunie. Veel Duitsers had­den dat wel kunnen weten, maar hebben het voor 1945 toch niet tot zich door laten dringen.

De oude elites meenden vooral voordeel te hebben bij het regime. Dat gold zeker voor de Junkers. Onder Hitler kreeg het leger namelijk zijn oude aanzien en omvang terug. Officieren konden rekenen op respect en status en de carrière­kansen groeiden enorm. De grote ondernemers hadden ook baat bij het nazi-regime. Zij maakten hoge winsten bij de oorlogsvoorbereiding en profiteerden van de afschaffing van de vakbonden, het verbod op stakingen en de invoering van het Fuhrerprinzip: zij wer­den weer volledig baas in eigen bedrijf. Het gevolg was dat de werkomstandigheden voor arbeiders verslechterden en de inkomensverschillen groter werden. Ook grote delen van de geleerde burgerij, artsen, juristen en onderwijzers, verwelkomden de autoritaire aanpak van de nazi's. Ook zij hoopten op een verhoging van hun status. Als zij zich aanpasten, konden zij het ver schoppen, want de nazi's ontsloegen alle intellectuelen die zij maar enigszins wantrouwden. Alleen al in het eerste jaar van hun dictatuur werd 15 procent van het Duitse lerarenkorps ontslagen.

Onder de middenklasse hadden de nazi's voor 1933 al veel aanhang. Veel radeloze middenstanders hoopten dat de nazi's hen van de ondergang zouden redden. De NSDAP richtte zich namelijk tegen alles waardoor de middenstand zich bedreigd zag: het communisme, het arbeiderssocialisme en het grootkapitaal. Ook stond de NSDAP opdeling van de grote warenhuizen en bescherming van de kleine winkeliers en ambachtslieden voor. Maar eenmaal aan de macht kwam hier weinig van terecht. De oorlogsvoorbereiding leidde tot een nog snellere industrialisatie en rationalisering, zodat de positie van de oude middenstand verder verslechterde.

Ook boeren stemden voor 1933 al in groten getale op de nazi's. De nazi's prezen de landbouw als 'oerbron' van het Duitse volk. `Blut und Boden' waren volgens hen onlosmake­lijk verbonden: ter bescherming van het raszuivere bloed had Duitsland een gezonde boerenstand nodig. De landbouw moest dan ook geholpen worden. De nazi's beloofden de boe­ren bovendien `Lebensraum' in Oost-Europa. Na 1933 bleef de nazi-propaganda de boeren ophemelen. Zo werd een 'ere­dag voor de boerenstand' ingesteld. De boeren kregen hier­door hun zelfrespect terug, maar economisch werden ze niet geholpen. Hun economische positie ging alleen maar verder achteruit. Zij moesten tegen door de staat vastgestelde lage pijzen voedsel aan de steden en het leger leveren. Langzaam veranderde hun aanvankelijke enthousiasme in verbittering. De groep die de nazi's het fanatiekst steunde, waren de jon­geren. Het nationaal-socialisme was minder populair bij de arbeidersjeugd en de katholieke jeugd. Maar veel jongeren van burgerlijke huize waren blinde aanhangers van de bewe­ging. Dit deel van de jeugd had voor 1933 het gevoel dat de oude samenleving vervangen moest worden door een geheel nieuwe. In de Weimar-republiek kwamen jongeren er bijna niet aan te pas. De schaarse banen en de hoge posten werden bezet door ouderen, jongeren voelden zich buitengesloten en aan hun lot overgelaten. Velen hadden scherpe kritiek op het materialisme en groepsegoïsme in de Weimar-republiek, dat zich in hun ogen ook uitte in de verdeeldheid van de politieke partijen. De jonge `idealisten' wilden het groepsegoïsme en individualisme vervangen door gemeenschapszin en vriend­schap, wilden de chaos laten plaatsmaken voor orde en von­den dat de crisis aangepakt moest worden door een krachtige leider. Dat alles vonden de nazi's ook. Zij wilden het individu volledig ondergeschikt maken aan de gemeenschap en richten op een `hoger' doel: het sterk maken van het Germaanse ras. Zij hadden bovendien in Hitler een charismatische leider die alle problemen leek te kunnen oplossen, en boden in de SA en de Hitler Jugend vriendschap en avontuur. In de nazi-staat werden de beloften aan de jeugd ingelost. Veel jongeren ruk­ten op naar hoge posities en in de Hitler Jugend en op de scholen groeide een hele nieuwe generatie jonge nationaal­socialisten op.

Over dat laatste maakten vooral de kerken zich zorgen. Zij hadden altijd veel invloed op het onderwijs en het jeugdwerk gehad. Nu raakten ze die kwijt en werd de jeugd opgevoed met heel andere waarden dan die van het christendom. Toch legden de kerken zich over het algemeen bij de nazi-staat neer. Maakte het gezamenlijke anticommunisme geen toenadering mogelijk? De katholieke kerk sloot in 1933 een concordaat met Hitler. De kerk stemde in met de opheffing van de Zentrumpartei, op voorwaarde dat het katholieke onderwijs en de katholieke jeugdbeweging bleven bestaan. Toen Hitler zich niet aan zijn afspraken hield, protesteerde de kerk maar zwak. Zij ging een hard conflict uit de weg om aan gelijkschakeling te ontkomen. Dat lukte. De nazi's kregen in de katholieke kerk nauwelijks invloed. Hitler meende zich geen openlijke strijd tegen haar te kunnen veroorloven, zolang hij de oorlog met zijn buitenlandse vijanden nog niet gewonnen had. Hij zag de katholieke kerk als de grootste vij­and voor na de oorlog.

De nazi's probeerden wel de protestantse kerken gelijk te schakelen. Dat leek mogelijk omdat er veel meer protestantse nazi's waren dan katholieke. De protestanten deelden met de nazi's niet alleen de afkeer van het goddeloze communisme, maar ook het nationalisme. Toch stuitte de gelijkschakeling van de grote protestantse staatskerk op veel weerstand. Uit protest tegen de gelijkschakeling richtte een groot aantal pro­testanten de Belijdende Kerk op. De leden hiervan wezen de totalitaire staat af. De gehoorzaamheid aan Gods Woord stel­den zij boven de gehoorzaamheid aan de staat. Ook keurden zij de uitstoting van de joodse kerkleden af. Het regime beantwoordde deze tegenvaller enigszins aarzelend. Dominees en andere kerkleden kregen huisarrest, verdwenenin concentratiekampen of werden vermoord. Maar Hitler vond de Belijdende Kerk, net als de katholieke, te groot om frontaal te bestrijden. Bovendien verzetten de meeste gelovi­gen zich alleen tegen de gelijkschakeling van de kerk. Slechts een minderheid verzette zich ook tegen de nazi-dictatuur als zodanig.

Verzet

Het politieke verzet bleef aanvankelijk goeddeels beperkt tot de communisten en de socialisten. Deze groeperingen ope­reerden los van elkaar. De onderlinge haat was soms nog gro­ter dan de afkeer van de nazi's. Pas in 1935 zochten de communisten op bevel van Moskou toenadering tot de socia­listen.

De KPD probeerde tussen 1933 en 1935 grootschalig verzet te organiseren. Direct nadat Hitler tot rijkskanselier benoemd was, riep de partij op tot stakingen en demonstraties. Op veel plaatsen kwam het tot acties, maar politie en SA grepen hard in. Na de brand in de Rijksdag werd meer dan de helft van de partijfunctionarissen gearresteerd of vermoord.

Bij de SPD kwam het verzet moeizamer op gang. In februari 1933 deden nog honderdduizenden socialisten mee aan demonstraties tegen Hitler. Maar toen diens regime goed en wel gevestigd was, bleef de SPD stil. De socialisten hadden nauwelijks ervaring met ondergronds verzet. Zij waren eraan gewend in de legaliteit en met parlementaire middelen te ope­reren. De partijleiding zag bovendien af van grote acties, uit vrees dat die geweld van de nazi's zouden uitlokken en zo de partijorganisatie in gevaar zouden brengen. De SPD hoopte dat Hitlers regime snel zou vallen, en dan moest de partij intact zijn om weer mee te kunnen regeren. De tactiek van de partijleiding baatte de SPD niet. Nadat het parlement in maart uitgeschakeld was, trof de partij hetzelfde lot als de KPD. Haar leiders werden vermoord of gevangen gezet. Degenen die ontkwamen, moesten onderduiken of naar het buitenland vluchten.

Ook na maart 1933 bleven de nazi's hun linkse vijanden fanatiek vervolgen. Honderdduizenden communisten en so­cialisten zaten voor korte of lange tijd gevangen. De Gestapo had in 1935 alle grotere verzetsorganisaties opgerold. De ille­gale KPD en SPD trokken hieruit de conclusie dat grootscha­lig verzet niet meer mogelijk was. Voortaan opereerden ze nog slechts kleinschalig. Gewoonlijk ging het om groepjes van drie tot vijf, van wie er slechts één een lid van een ander groepje kende. Toch bleef de kans op ontdekking groot. Ook na 1935 werden telkens weer linkse activisten opgepakt en vermoord.

Verzet was in Duitsland buitengewoon moeilijk. Verzets­mensen konden niet rekenen op instemming van de bevol­king. De meeste Duitsers steunden Hitler of waren onver­schillig. Degenen die niets van het nationaal-socialisme moesten hebben, hielden zich vaak afzijdig en trokken zich terug in de privé-sfeer. Zij emigreerden als het ware uit het openbare leven. Behalve door deze 'innere Emigration' werd het verzet ook verzwakt door de echte emigratie. Veel joden en intellectuelen verhuisden naar het buitenland, omdat zij bedreigd werden of niet onder de nazi-dictatuur wilden leven.

Toch werd op veel manieren passief verzet gepleegd. Er werden illegale blaadjes gemaakt en verspreid en er werden leuzen gekalkt op gebouwen. bruggen en viaducten. Vervolg­den werden geholpen. Kerkelijke en wereldlijke leiders lieten officiële openbare protesten horen. dienstplichtigen weiger­den dienst, militairen deserteerden en arbeiders deden het langzaam aan of pleegden sabotage. Gewapend verzet was echter onmogelijk. De verzetsgroepen beschikten na 1935 niet meer over knokploegen. en de overmacht van de SS en de SA was overweldigend.

Het leger was de enige organisatie die nog tot actief verzet in staat was. Het leger bleef tot 1944 een betrekkelijk zelf­standige organisatie. Het aantal nazi-officieren nam wel toe, maar de oude kern van het leger bleef toch grotendeels intact. Zo kon zich een groep dissidenten vormen, die elkaar konden vertrouwen en plannen met elkaar konden bespreken. Aanvankelijk waren verreweg de meeste officieren tevreden met het nazi-regime, maar in 1938 nam de kritiek toe. De cri­tici zagen toen dat Hitler op een kansloze oorlog aanstuurde. Een aantal officieren had overigens niet alleen militaire bezwaren. Het ging hen ook om de onmense­lijkheid van de nazi-regime.

Historisch overzicht  Duitsland na machtsaanvaarding Hitler op 30 januari 1933

Gepost in Historische overzichten

Duitsland 1933-1938

30 januari 1933 Hitler wordt Rijkskanselier.
27 februari 1933 Brand in het gebouw van de Rijksdag.
23 maart 1933 Aanname Machtigingswet.
Juli 1933 Concordaat met het Vaticaan.
Oktober 1933 Duitsland stapt uit de Volkenbond. Verdrag van Versailles niet langer uitgevoerd.
30 juni tot en met 2 juli 1934

‘Nacht van de lange Messen’ waarbij de top van de SA door de SS wordt uitgemoord. Ondanks het woord 'nacht' duurden de arrestaties en de liquidaties bij elkaar een lang weekend, van 30 juni tot en met de dood van Röhm op 2 juli.

2 augustus1934 Hitler wordt naast Minister President ook Rijkspresident, na de dood van Von Hindenburg. Noemt zich voortaan Führer. Troepen leggen nu de eed op Hitler af.
Januari 1935 Volksstemming Saarland en herinlijving bij het Rijk
Maart 1935 Herinvoering van de algemene dienstplicht.
15 september 1935 Invoering Neurenberger Wetten. Hierbij werden de Joden van hun burgerrechten beroofd.
Maart 1936 Troepen Duitsland trekken het gedemilitariseerde Rijnland binnen. Engeland en Frankrijk laten dit toe.
Augustus 1936 Olympische Spelen in Berlijn.
November 1936 Nazi-Duitsland sluit Anti-Komintern-Pact met Japan.
September 1938 Overeenkomst van Munchen. Frankrijk (Daladier) en Engeland (Chamberlain) gaan op voorstel van Italië (Mussolini) akkoord dat Sudetenland aan Duitsland (Hitler) wordt gegeven. Dit werd besloten zonder Tsjecho-Slowakije ook maar iets te vragen. Wordt later ook wel ‘Het verraad van Munchen’genoemd. Chamberlain spreekt over ‘Peace in our Time’. Binnen een jaar zou de oorlog toch uitbreken.
9-10 november 1938 Reichskristalnacht. Georganiseerde progroms in Duitsland tegen de Joden, door Goebbels georganiseerd na moordaanslag op Duitse gezant te Parijs.
15 en 16 Maart 1939 Nazi-Duitsland bezet toch Tsjechië en Slowakije. Tjsechië wordt het protectoraat Bohemen en Moravië.
22 mei 1939 Militair verdrag Duitsland-Italië, wordt ook wel ‘Staalpact’ genoemd, of ‘de As’.
23 augustus 1939 Niet-aanvalsverdrag ( ook wel genoemd non-agressiepact, ook wel Ribbentrop-Molotov-pact genoemd, naar de respectievelijke minsters van buitenlandse zaken van Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie) Duitsland en Sovjet-Unie. In een geheime clausule verdelen Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie Polen onder elkaar.
1 september 1939

Duitsland 1940

Nazi-Duitsland valt Polen binnen (‘Fall Weiss’). Het begin van de Tweede Wereldoorlog. Engeland en Frankrijk nu in oorlog met Nazi-Duitsland. Voorlopig ‘Phony War’.

17 september 1939 Sovjet-Unie valt Polen binnen als uitkomst van Non-Agressiepact.
9 april 1940 Nazi-Duitsland valt Denemarken en Noorwegen binnen
10 mei 1940 Nazi-Duitsland valt Nederland, België en Luxemburg binnen. (Fall Gelb’). Nederland capituleert na bombardement op Rotterdam op 15 mei. België capituleert op 28 mei.
5 juni 1940 Nazi-Duitsland begint de slag om Frankrijk. Op 22 juni wapenstilstand in Compiègne. Verdeling van Frankrijk in bezet en onbezet (Vichy bewind onder leiding van Pétain) gebied.
   

Het non-agressiepact tussen Hitler en Stalin

memo hfst 7 afb 12

Geheime clausule waarin Nazi –Duitsland en Sovjet – Rusland Polen onder elkaar verdelen

Hitler moest eerst iets regelen met de Sovjet-Unie om een twee frontenoorlog te voorkomen. Tot verbijstering van de wereld sloot fascistisch Duitsland een Non-agressiepact met de communistische Sovjet-Unie, ook wel von Ribbentrop-Molotov pact genoemd. Daarbij kwam dat de beide landen in het geheim afspraken maakten over de deling van Polen. Zowel Duitsland als de Sovjet-Unie hadden zo hun eigen redenen om dit verdrag te sluiten.

De oorzaken van de Tweede Wereldoorlog

Daar bestaan verschillende opvattingen over. Over de directe oorzaak is er geen discussie. Op1 september 1939 viel Duitsland Polen binnen en Engeland en Frankrijk verklaarden daarop Duitsland de oorlog.

Kaart van Europa in 1937

europa 1937

Omdat Hitler zocht naar 'leefruimte' in Oost Europa was een oorlog onvermijdelijk en Hitler bereidde zich daar ook op voor, maar Frankrijk, Engeland en de Sovjet Unie hebben ook schuld aan het uitbreken van de oorlog:

  • Door aan bepaalde eisen van Hitler toe te geven (alle Duitstalige in één rijk) dachten Engeland en Frankrijk de vrede te bewaren.
  • Stalin maakte door het verdrag met Hitler voor Duitsland de weg vrij om Polen aan te vallen.

Frankrijk en Engeland vooral?

Volgens onderzoekers moet de schuld van de oorlog echter ook worden gezocht bij Frankrijk en Engeland omdat:

  • In het Verdrag van Versailles werden aan Duitsland allerlei beperkingen opgelegd en Hitler probeerde terug te winnen wat Duitsland verloren had.
  • Frankrijk en Engeland lieten Hitler zijn gang gaan en Hitler ging ervan uit dat ze dat ook zouden doen als hij Polen zou aanvechten.
  • Frankrijk en Engeland waren bang voor het rode gevaar(communisme) en zolang Hitler richting Oosten trok voelde men zich veilig.

Hitler en zijn NSDAP de oorzaak?

Op de voorgaande visie werd door anderen gereageerd. Zij namen het op voor Engeland en Frankrijk en wezen op:

  • Engeland en Frankrijk hadden terecht een schuldgevoel over het Verdrag van Versailles. Daarom lieten ze toe dat Hitler de onrechtvaardigheden van het verdrag wilde herstellen.
  • Op de conferentie van München gaven ze toe aan Hitlers eisen, omdat zij het terecht vonden dat het zelfbeschikkingsrecht ook voor Duitsers moest gelden.
  • Hard optreden tegen Hitler zou ongetwijfeld tot oorlog hebben geleid. de herinneringen aan de eerste Wereldoorlog waren nog zeer levendig.
  • Het wantrouwen tegen Rusland van Engeland en Frankrijk was zeker gerechtvaardigd, gezien de dictatuur van Stalin.

In de ogen dus van deze onderzoekers moet de schuld dus gezocht worden bij Hitler en zijn politieke ideeën.

Slag om Engeland

In Engeland werd Chamberlain tot aftreden gedwongen en Churchill volgde hem op. Deze beloofde de Engelsen ; 'Bloed, zweet en tranen’. Maar ook de uiteindelijke overwinning. In juni 1940 besloot Hitler tot de slag om Engeland. Maar de Engelse luchtmacht (RAF) sloeg de aanvallen van de Duitse Luftwaffe af. Engeland gebruikte daarvoor een nieuwe uitvinding: radar. Het lukte Hitler niet Engeland op de knieën te krijgen.

Operatie Barbarossa.

Hitler richtte zich toen op het oostfront. Hij wilde het in zijn ogen minderwaardige Slavische ras onderwerpen. Operatie Barbarossa, de aanval op de Sovjet-Unie begon op 22 juni 1941. Hitler dacht voor de winter Rusland op de knieën te krijgen. Maar dat mislukte. Honderdduizenden Duitse soldaten kwamen om in de vrieskou. De Russen deden de krijgskansen keren.

hitler

De kritiek van het Duitse leger nam toe toen het Duitse leger, bij zijn aanval op de Sovjetunie in het najaar van 1941,  vastliep in de Russische modder. Een aantal officieren had overigens niet alleen militaire bezwaren. Het ging hen ook om de onmense­lijkheid van de nazi-regime. Ze werden in hun kritiek gesterkt doordat het leger in het Oosten medeplichtig werd aan oor­logsmisdaden. Zo moest het alle Sovjet-functionarissen die het gevangen nam, direct doden.- De Duitse officieren waren verre van zachtzinnig, maar dit ging een aantal van hen toch te ver. De dissidente officieren — zij bleven een minderheid - kregen in toenemende mate contact met protestantse kerklei­ders en andere notabelen. Samen beraamden ze plannen voor een nieuwe maatschappij. Hun stond overigens beslist geen democratie voor ogen. Integendeel, de nazi-dictatuur was vol­gens hen juist het gevolg van de democratie. De Republiek van Weimar had volgens hen bewezen dat in een democratie een stabiele regering onmogelijk was. Bovendien gaf de democratie figuren als Hitler de kans in te spelen op de lagere instincten van het volk. Daarom moest, zo vonden ze, het Duitse volk voortaan strak geleid worden door een be­schaafde elite. Met dit doel voor ogen werd een aantal pogin­gen tot een staatsgreep ondernomen, die allemaal mislukten. 

europa 1942

 Vanaf 1942 leed Duitsland de eerste grote nederlagen:

· Generaal Rommel verloor in de zomer van 1942 de slag van El Alamein in Egypte.

· De slag bij Stalingrad leidde begin 1943 tot een nederlaag van het 6e Duitse leger onder Von Paulus en vanaf dat moment trokken de Sovjet troepen richting Duitsland

D-day (dicision day)

Op 6 juni 1944 werd het Tweede Front geopend in Normandië door de westelijke geallieerden . De grootste militaire operatie uit de geschiedenis. De Russen trokken vanuit het oosten naar Berlijn op. Uiteindelijk werden de Duitsers gedwongen tot overgave en op 8 mei 1945 capituleerden ze.

aanslag op hitler

Ondertussen werd in 1944 een groot plan voor een coup voorbe­reid. De samenzweerders regelden tot in details hoe ze de macht zouden overnemen. Het plan zou in werking treden na een moordaanslag op Hitler. Luitenant-kolonel Von Stauf­fenberg zou tijdens een militaire stafvergadering een zware bom het hoofdkwartier van Hitler binnensmokkelen. Von Stauffenberg slaagde er inderdaad in dicht bij Hitler te komen, zijn tas met de bom neer te zetten en die te laten ont­ploffen. Als door een wonder overleefde Hitler de aanslag. Zijn broek werd aan flarden gescheurd, vier van zijn mede­werkers kwamen om, maar de Fuhrer zelf liep nauwelijks een schrammetje op. Zijn wraak was vreselijk. Duizenden officie­ren en andere vertegenwoordigers van de oude elites werden opgepakt, gefolterd en ter dood veroordeeld.

Uiteindelijk werden de Duitsers tot onvoorwaarelijke overgave gedwongen en op 8 mei 1945 capituleerde Duitsland en werd door de geallieerden bezet. 

Zie verder deel 13 Een geschiedenis van Brandenburg - Pruisen Deel 13