We hebben 302 gasten online

Een geschiedenis van Zweden Deel 6

Gepost in Noord-Europa

Zweden vanaf 1914 tot 2012

Koningen in de 20e eeuw

Koning Gustaaf V

Koning Gustaaf VOscar Gustaaf Adolf (Slot Drottningholm, 16 juni 1858 - Stockholm, 29 oktober 1950) was van 8 december 1907 tot 29 oktober 1950 koning van Zweden. Hij was de oudste zoon van koning Oscar II en diens vrouw koningin Sophia van Nassau-Weilburg. Sophia van Nassau-Weilburg was een halfzuster van de latere groothertog Adolf van Luxemburg.

Koning Gustaaf V was de laatste Zweedse koning die zich direct bemoeide met de politiek van zijn land. Dit deed Gustaaf in 1914 over de geschillen van de defensiebegroting. Hij was een zeer conservatieve man, en hij keurde de democratische beweging en de eisen voor de rechten van werknemers niet goed. Hij was ook de laatste Zweedse koning die bevelhebber was van de Zweedse Strijdkrachten in de periode tussen 1907 en 1939.

Er werd van Gustaaf gedacht dat hij Duitse sympathieën had tijdens de Eerste Wereldoorlog. Zijn politieke houding tijdens de Eerste Wereldoorlog werd sterk beïnvloed door zijn dominante vrouw, koningin Victoria, die een sterke band had met haar Duitse geboorteland. Op 18 december 1914 had Gustaaf een ontmoeting met de twee andere koningen van Scandinavië, koning Haakon VII van Noorwegen en koning Christiaan X van Denemarken, om eenheid aan te tonen binnen en tussen de Scandinavische landen. Eén van Gustaafs andere doelstellingen van deze drie-koningenconferentie was om de vermoedens dat hij aan de Duitse kant van de oorlog stond, te ontkennen.

Zowel de koning als zijn kleinzoon, prins Gustaaf Adolf, hadden sympathie getoond tegenover bepaalde nazileiders vóór de Tweede Wereldoorlog, hoewel duidelijk aantoonbaar enkel voor diplomatieke doeleinden. Gustaaf bezocht tijdens de Tweede Wereldoorlog Berlijn en ook de Duitse leider Adolf Hitler. Volgens historicus Jörgen Weibull probeerde Gustaaf V Hitler ervan te overtuigen om de vervolging van de Joden te verminderen. Hij deed ook een beroep op de leider van Hongarije, om "in de naam van de mensheid" op te staan voor zijn Joden. Op verzoek van de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt, deed Gustaaf V een beroep op Hitler voor vredesonderhandelingen in 1938, "in het belang van de vrede".

Toen nazi-Duitsland de Sovjet-Unie binnenviel in oktober 1941, probeerde koning Gustaaf een privé-brief naar Hitler te sturen, om hem te bedanken voor het onderdrukken van de "Bolsjewieken pest" en om hem te feliciteren hem met zijn "reeds bereikte overwinningen". Maar hij werd door eerste-minister Per Albin Hansson gestopt om dit te doen. Desondanks stuurde Gustaaf V in het geheim en achter de rug om van het parlement, via de Duitse ambassade in Stockholm, een telegram naar Hitler.

Koning Gustaaf VI

Gustaaf VI koning van ZwedenOscar Frederik Willem Olaf Gustaaf Adolf (Stockholm, 11 november 1882 - Helsingborg, 15 september 1973) was van 1950 tot 1973 als Gustaaf VI Adolf koning van Zweden. Hij was de oudste zoon van koning Gustaaf V en koningin Victoria van Baden.

In 1950 na de dood van koning Gustaaf V werd Gustaaf Adolf koning van Zweden. Zijn vader was overleden op 92-jarige leeftijd en Gustaaf VI Adolf werd koning op de leeftijd van 67 jaar. Gustaaf VI Adolf was gedurende 23 jaar koning der Zweden. Tijdens het bewind van Gustaaf VI Adolf werd er gewerkt aan een nieuwe constitutie van Zweden. Deze nieuwe constitutie werd uiteindelijk van kracht in 1975 na de dood van de koning. De nieuwe constitutie was ter vervanging van de grondwet daterende uit 1809 en was vooral gericht op hervormingen in overeenstemming met de moderne tijd. De persoonlijke kwaliteiten van koning Gustaaf Adolf maakten hem populair onder het Zweedse volk en, op zijn beurt heeft deze populariteit geleid tot een sterke publieke opinie ten gunste van het behoud van de monarchie. Gustaaf Adolfs expertise en interesse in een breed scala van terreinen (waaronder o.a. architectuur en plantkunde) maakte van hem een gerespecteerd man, net als zijn informele en bescheiden karakter en zijn doelgericht vermijden van pracht en praal. De monarchie werd echter ondergeschikt gemaakt aan een democratische staat. Aanvullende bevoegdheden van de vorst werden verwijderd toen in Zweden de constitutionele hervorming werd voltooid in 1975.

Gustaaf VI Adolf was een toegewijd archeoloog en werd toegelaten tot de British Academy voor zijn werk in de botanie in 1958. Gustaaf VI Adolf had deelgenomen aan de archeologische expedities inChina, Griekenland en Italië en hij was de oprichter van het Zweedse Instituut te Rome. Hij werd in 1910 de 1126e Ridder in de Orde van het Gulden Vlies in Spanje en hij werd in 1954 de 915e Ridder in de Orde van de Kousenband.

Koning Gustaaf VI Adolf overleed op 15 september 1973 op de leeftijd van 90 jaar na een verslechtering van zijn gezondheid, dat eindigde in longontsteking in het ziekenhuis van Helsingborg. Hij werd opgevolgd door zijn kleinzoon, de 27-jarige kroonprins Karel Gustaaf, zoon van de in 1947 overleden prins Gustaaf Adolf. Koning Gustaaf VI Adolf werd niet zoals bijna al zijn voorgangers bijgezet in deRiddarholmskyrkan te Stockholm maar op de Koninklijke begraafplaats van het Hagapaleis. Hij werd begraven naast zijn twee overleden vrouwen. Koning Gustaaf Adolf is de grootvader van de huidige Zweedse koning, Karel XVI Gustaaf en van de huidige Deense koningin Margaretha II.

Karel XVI Gustaaf van Zweden

Karel XVI gustaafCarl Gustaf (Karel Gustaaf) Folke Hubertus (Solna, 30 april 1946) is sinds 15 september 1973 koning van Zweden. Karel Gustaaf heeft een ceremoniële rol, maar moet bijvoorbeeld wel staatsbezoeken afleggen. De koning is erg geïnteresseerd in technologie, agrarische cultuur, milieu, handel en industrie. Op internationaal gebied is de koning vooral bekend omdat hij elk jaar de Nobelprijzen uitreikt. In zijn eigen land is hij beschermheer van diverse organisaties.

Zweden nam niet deel aan de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog

Zweden heeft zowel aan de Eerste en ook aan de Tweede Wereldoorlog niet deelgenomen. Daardoor was Zweden in staat om actief deel te nemen in de wederopbouw van een door oorlog verscheurde Europa. De eerste helft van de 20e eeuw werd Zweden geconfronteerd met politieke problemen, hoge inflatie, werkloosheid en economische herstel. Maar dit was ook de tijd waarin een nieuw model voor de Zweedse economie werd ingevoerd, het Zweedse model.

Zweden kon profiteren van de toename van de buitenlandse vraag als gevolg van de Eerste Wereldoorlog. Na de oorlog groeide de economie snel, maar het was niet gebaseerd op nieuwe en betere productiemethoden. In plaats daarvan hing af van pure speculatie. Het tekort aan verschillende noodzakelijke goederen, zoals brandstof en tekort aan arbeidskrachten die de inflatie dramatisch stijgen.

De eerste sociaal-democratische regering ontstond in 1917. Algemeen kiesrecht werd ingevoerd voor mannen in 1909 en voor vrouwen in 1921. De plannen voor een verzorgingsstaat werden opgesteld tijdens de jaren 1930 nadat de sociaal-democraten aan de macht kwamen, en traden in werking na de Tweede Wereldoorlog.

Een economische crisis

Het einde van de oorlog bracht ingrijpende veranderingen voor de Zweedse economie. Met het wegnemen van de handelsbarrières als gevolg van de oorlog, konden goederen meer vrij worden verhandeld danvoor de oorlog. Dit betekende dat tekorten werden omgezet in overschotten die weer leiden  tot een snelle daling van de prijzen en dus de bedrijstwinsten Met het wegnemen van de handelsbarrières, konden goederen meer vrij worden verhandeld dan voor de oorlog.

Een groot aantal bedrijven ging failliet, de totale productie daalde 25 procent en de werkloosheid steeg tot ongeveer 30 procent. De economische crisis van 1921-1922 werd de grootste uitdaging voor de Zweedse industrie tot dan toe, en het duurde enkele jaren voordat de economie weer begon te groeien.

De jaren van depressie

De Grote Depressie begon in de VS in oktober 1929 en beïnvloedde de Zweedse economie in 1930-1931. In 1932 steeg  de werkloosheid  tot ongeveer 25 procent en de Zweedse export daalde drastisch, als gevolg van  het feit, dat men protectionisme en valuta verordeningen  als de middelen zag om de economische problemen te overwinnen.

Zweden kwam iets beter uit de depressie dan landen als Duitsland en de VS. Dit was deels een gevolg van een het stimuleren van de export en de devaluatie met 30% van de Zweedse kroon ten opzichte van de dollar in 1931. De op de export gerichte bosbouw en mijnbouw hebben optimaal gebruik daarvan gemaakt en groeide snel.

Door de crisis in de jaren 20, had de Zweedse industriële sector nieuwe en verfijnde productie-en distributiemethoden ontwikkeld. Als gevolg van deze technische verbeteringe nam de productie  snel toe, en  ook de kwaliteit van de geproduceerde goederen. Een van de meest succesvolle industriële producten van deze tijd waren textiel, pulp en staal.

Een herstellende economie

Het jaar van 1932 was ook een breekpunt in de Zweedse economische en politieke geschiedenis. De nieuwe regeringen wilden dat de staat een ​​grotere maatschappelijke verantwoordelijkheid op zich zou nemen. Het bestrijden van werkloosheid was de eerste prioriteit. De overheid zou van nu af aan de economie controleren en de conjunctuur bewegingen eventueel beïnvloeden.

De eerste stap in de richting van "het Zweedse model" en het keynesianisme was genomen. De wederopbouw van het door oorlog verscheurde Europa begunstigde de  Zweedse industrie, omdat het arbeidskrachten had en onbeschadigde productiefaciliteiten.

 De Tweede Wereldoorlog werd gevolgd door een economische boom. Zweden, was er wederom in geslaagd om neutraal  te blijven, en had een betere uitgangspositie dan de meeste van zijn concurrenten. Een combinatie van bovengenoemde maatregelen,  aan het eind van het decennium, droegen zelfs bij tot het feit, dat de economie van Zweden zelfs enige groei liet zien, in een tijd van wereldwijde economische stagnatie. Tijdens de twee wereldoorlogen en het  interbellum nam Zweden een ​​belangrijke stap waardoor het van een een arm land tot een van 's werelds rijkste werd.

 Het Zweedse Parlement

Het Zweedse Model

Het centrale kenmerk van de zogenaamde "Zweedse model" was het historische compromis tussen een sociaal-democratische geregeerde staat en een brede particuliere industriële sector. Het compromis was een soort van middenweg tussen onbeperkt prive kapitalisme en een socialistische planeconomie. Het eigendom van het merendeel van de grote bedrijven, met uitzondering van het staatsbedrijf monopolies, bleven  privé en breiden  op hetzelfde moment uit als de publieke sector.

Het  "Zweedse model" kan als volgt worden samengevat

# een grote, particuliere industriële sector

# een grote publieke sector gefinancierd door belastingen

# een grote vakbeweging

# de staat speelt een actieve rol in het arbeidsmarktbeleid

# de  ambitie om een ​​gelijkmatige verdeling van inkomen en welvaart te bereiken

De termen "The Middle Way" en "Het Zweedse model" werd bekend handelsmerken voor de Zweedse economie voor de komende drie decennia.

Vanaf het begin leek het  "Zweedse model"  erg goed te werken. Vanaf de vroege jaren '50 tot eind jaren '60, groeide de hele wereldeconomie met 4 tot 5 procent per jaar, waarbij  Zweden een van de meest succesvolle westerse landen van deze tijd was. Tussen 1960 en 1965 bereikte de economie zijn hoogtepunt met een jaarlijkse GPD groei van gemiddeld 5,3 % en een groei van gemiddeld 5,6 % per jaar.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, vormde een coalitie van vier Zweedse 'democratische' partijen (met uitzondering van de communisten) de overheid. Na de oorlog, ontstond een puur sociaal-democratische regering onder Per Albin Hansson. Onder sociaal-democratische leiding, maar in nauwe samenwerking met de andere democratische partijen, werden een aantal hervormingen uitgevoerd in de jaren 1940 en 1950, die  samen de basis legden van de Zweedse welvaartsstaat. Tegelijkertijd waren er oproepen voor een modernisering van de grondwet van 1809. Een nieuwe grondwet werd goedgekeurd in 1974, waarin staat dat alle openbare macht is afgeleid van de mensen, die de leden van het parlement kunnen kiezen in vrije verkiezingen. De vorst is nog steeds het staatshoofd, maar alleen in naam. In 1979, kwam er een wijziging van de volgorde van opvolging en gaf mannelijke en vrouwelijke erfgenamen gelijke aanspraak op de troon. Dienovereenkomstig is Kroonprinses Victoria de volgende in lijn voor de troon, niet haar jongere broer, Carl Philip.

Buitenlandse politiek

Sinds de korte oorlog tegen Noorwegen in 1814, is Zweden niet betrokken geweest bij een oorlog. Sinds de Eerste Wereldoorlog, heeft Zweden een beleid van niet-gebondenheid in vredestijd en neutraliteit in oorlogstijd, en baseert haar beveiliging op een sterke nationale defensie.  Zweden werd lid van de Volkenbond in 1920 en de Verenigde Naties in 1946. De eerste VN-operatie waarbij de Zweedse troepen deelnamen vond plaats in Suez in 1956. Sinds 1994 heeft Zweden ook samengewerkt met de NAVO onder het Partnerschap voor de Vrede. Door middel van deze organisaties, is Zweden betrokken geweest bij een groot aantal internationale vredesmissies.

Structurele verandering in de arbeidsmarkt

Hoewel de inheemse textielindustrie zwaar leed  onder de toegenomen internationale concurrentie, breidde de engineering-en rubberindustrie sterk uit als gevolg van een toegenomen vraag naar motorvoertuigen. De werkloosheid daalde vlak na de 2e WO-oorlog en was buitengewoon laag, rond de 2 %, tijdens de jaren '50 en '60 van de twintigste eeuw. De Zweedse arbeidsmarkt zag een grote verandering in de jaren 1960.Terwijl het aantal werknemers in de dienstensector toenam, was er een daling van het aantal industriële werknemers, met name in de sectoren textiel en leder. De sociale zekerheidsstelsels werden aanzienlijk uitgebreid, en het aantal werknemers in de publieke sector steeg gedurende de jaren '60 en '70. De keerzijde van ambitieuze overheids politiek ten aanzien van het maatschappelijk welzijn en het  herverdelings  beleid, was de zeer hoge belastingdruk. Zelfs vandaag de dag Zweden heeft de hoogste belastingen ter wereld, met een belastingdruk gelijk aan 50 procent van het BBP.

Structurele problemen en hervormingen

Ondanks de gouden jaren 50 en 60 van de twintigste eeuw,had Zweden te maken met economische problemen. Deze problemen ontstonden in het midden van de jaren 70 door de oliecrisis. Tijdens de tweede helft van de 20e eeuw kreeg Zweden te maken  met financiële  crisis, daalde het concurrentievermogen, was er sprake van deregulering en een zware economische crisis, maar ook herstel. De jaren 1970 bracht vele veranderingen in de internationale handel omstandigheden die een een negatief effect hadden op Zweden.  De binnenlandse markt is relatief klein, waardoor een groot aantal industrieën sterk afhankelijk zijn van de export. De oliecrises van 1973-74 en de daaropvolgende daling van de internationale zakelijke activiteiten werkten dan ook  drastischer door in Zweden dan in veel andere landen. In het binnenland was er ook nog sprake van een disfunctionele loonvorming die had geleid tot een hoge inflatie en een moeilijk  ondernemingsklimaat als gevolg van hoge belastingen.

Regeringen sinds 1976

De economische crisis van de vroege jaren 1970 brak de lange hegemonie van de sociaal-democraten. Sinds 1976, heeft de macht in andere handen vaker.

  • 1976 Niet-socialistische coalitie onder leiding van Centrumpartij voorzitter Thorbjörn Fälldin.
  • 1982 Sociaal-Democratische Partij, met Olof Palme als premier. De moord op Olof Palme op 28 februari 1986, kwam als een schok voor het Zweedse volk, die al dit soort politiek geweld gespaard voor bijna 200 jaar. Palme opvolger als premier was Ingvar Carlsson.
  • 1991 Niet-socialistische coalitie, met Gematigde Partij leider Carl Bildt als premier.
  • 1994 Een minderheid regering werd gevormd met sociaal-democraat Ingvar Carlsson als premier. In 1996, Carlsson afgetreden en werd vervangen door zijn minister van Financiën, Göran Persson, die de positie als premier 10 jaar bewaard.
  • 2006 De Gematigde Partij kwam naar voren als de grote winnaar. Samen met de Centrumpartij, de Liberale Partij en de christen-democraten, vormde een coalitieregering onder leiding van premier Fredrik Reinfeldt.
  • 2010 Hoewel de Gematigde Partij  zijn beste verkiezingsuitslag behaalde, Reinfeldt bleven zijn coalitie bestaan. Voor het eerst in de geschiedenis, waren er acht partijen in de Rijksdag, met inbegrip van een extreem-rechtse partij voor de eerste keer.

Subsidies en devaluaties

Het politieke antwoord op de problemen werd gevonden door uitbreiding van overheidssubsidies aan de in moeilijkheden verkerdende industriële sectoren, zoals staal en scheepsbouw. Deze maatregelen waren nietafdoende , omdat ze maar tijdelijk waren. Bovendien  losten  het de structurele problemen in de economie niet op, die geleid hadden tot inflatie en de werkloosheid.

Sterke kostenstijgingen en steeds moeilijker wordende concurrentievermogen, dwongen tot verschillende devaluaties van de Zweedse kroon in de jaren 1970 en '80. De devaluaties herstelden tijdelijk, op de korte termijn, het concurrentievermogen binnen bijvoorbeeld de chemische, kunststoffen, elektronica-en auto-industrie, maar op lange termijn vergerde de inflatie de problemen in de Zweedse economie.

Dereguleringen

Tijdens de jaren 1980 werd door Zweedse beleidsmakers gestart met deregulering in vele sectoren, met de bedoeling het functioneren van de economie te verbeteren. Dereguleringen werden gelanceerd tegen de monopolies binnen de transport-markten en elektriciteitsmarkten.

Tussen 1983 en 1990 werden  ook een aantal strategische maatregelen genomen voor deregulering van de financiële markten, in het bijzonder de liberalisering om geld te kunnen lenen. Deze deregulering heeft bijgedragen aan een zeer snelle toename van de kredietverlening, vooral gericht op de vastgoedsector. Achteraf waren deze voorschriften van de financiële markt de belangrijkste reden voor een uitgebreide en risicovolle kredietexpansie.

Als gevolg van de devaluaties, had de exportsector heen groot monetaire overschot aan het einde van de jaren 1980. Dit liquiditeits  probleem werd opgelost door te investeren in de aandelenmarkt en onroerend goed, hetgeen heeft bijgedragen tot een snelle groei van de totale activa prijzen.

 Barsten in de financiële zeepbel

De bovengenoemde gang van zaken leidde tot een volledig ontwikkelde bancaire en financiële dienstverlening bel die barstte in de vroege jaren 1990. Deze crisis, het ontploffen van de zeepbel, had grote gevolgen voor  de fundamenten van de Zweedse financiële systeem, als gevolg van massale kredietverliezen. De bank-en financiële dienstensector stortte bijna in en kon alleen door maatregelen van de overheid gered worden.

Deze crisis, gecombineerd met een internationaal economische vertraging, de  financiële overheids crisis, leidde  tot een volgende monetaire crisis die uiteindelijk leidde tot de stopzetting van de vaste wisselkoers en de wederopbouw van het Zweedse belastingstelsel.

Overheidsfinanciën onder druk

Het loslaten van de vaste wisselkoers betekende  een aanzienlijke daling van  de Zweedse kroon. Maar het positieve effect voor de export-industrie was niet groot genoeg om de verliezen van de binnenlandse vraag op te vangen, die op zijn beurt leidde tot versnellende werkloosheid. Tussen 1990 en 1993, steeg de geregistreerde werkloosheid  van ongeveer  1,5%  tot 8,2 % en daalde het BBP met ongeveer 5 %.

Het dalende BBP en daardoor  lagere werkgelegenheid resulteerde al snel in een sterke verslechtering van de overheidsfinanciën. De stijgende gouvernementele uitgaven, op hetzelfde tijdstip dat de belastinginkomsten terugvielen, creëerde een grote druk op de overheidsfinanciën. Voor de centrale overheid liep het begrotingstekort op met meer dan 15 % van het BBP in 1994 en de nationale schuld klom, met een piek tot 80 % van het BBP in 1998.

Door de combinatie van twee decennia van lage groei en de ernstige economische crisis, gleed Zweden gleed, gemeten als bbp per hoofd van de bevolking gecorrigeerd voor koopkracht, van de vierde plaats  in 1970 tot 16e plaats, de laagste tot nu toe, in 1998.

Hervormingen en de dot-com bubble

In de nasleep van de buitengewone economische problemen in de vroege jaren van 1990, kwam er een batterij van structurele hervormingen en bezuinigingsmaatregelen. Belangrijke structurele gouvernementele hervormingen waren bijvoorbeeld de onafhankelijkheid van de Zweedse centrale bank, de Riksbank, een inflatiedoelstelling en uitgavenplafond voor de publieke sector. De toetreding tot de Europese Economische Ruimte, EER, en vanaf 1995 het lidmaatschap van de Europese Unie. De industrie en bedrijfsleven in het algemeen ïmplementeerde ingrijpende efficiencymaatregelen.

 Sw real gdp growth

Na 1993 groeide de Zweedse economie in lijn met het gemiddelde van de andere landen binnen de OESO. Na de ernstige economische crisis in de vroege jaren 1990 had de economie zich gestabiliseerd. De verbeterde efficiëntie samen met  de daling  van de Zweedse kroon legde de basis voor het snelle herstel van van de export-industrie tijdens de rest van de jaren 1990.

De snelle groei van de IT-sector echter, samen met onrealistische speculatie van de IT-aandelen op de beurs, maakten dat nog een andere zeepbel  barstte in de vroege 21e eeuw. Dit resulteerde in een vertraging van de economie en de dalende werkgelegenheid in de financiële, telecom-en IT-sector. In vergelijking met de crisis in de vroege jaren 1990, was deze neergang niet zo heftig.

De crisis werd echter gevolgd door een economische boom. De wereldhandel steeg sterk, wat resulteerde in snelle exportgroei voor Zweden. De Zweedse BBP-groei tot 4% in 2004 en 2006. In 2007 werd de economische groei weer vertraagd, en eind 2008 door de financiële crisis  in een diepe recessie. De bbp-groei viel tijdens 2009, echter  hersteld zich tijdens 2010 en 2011.

Dit was het laatste deel van de geschiedenis van Zweden