We hebben 197 gasten online

Oostenrijk: Van wereldrijk tot castraat

Gepost in Oostenrijk

Oorspronkelijk verschenen in Volkskrant 19 oktober 1985

Auteur Willem Wansink

images/stories/occupied germany and austria 1945-1948.gif

Oostenrijk, essentiële schakel tussen Oost en West, werd na de oorlog door de geallieerden opgesplitst. Evenals Wenen, waterhoofd van een rijk dat zich ooit uitstrekte tot de Zwarte Zee. Een beeld dat onsterfelijk is vastgelegd in de film The Third Man. Tien jaar na de bezetting wisten de Oostenrijkers, tijdens een periode van 'dooi' in de Koude Oorlog, hun onafhankelijkheid terug te krijgen. Voor het eerst en voor het laatst in de geschiedenis trokken Sovjettroepen zich op 26 oktober 1955 vrijwillig terug uit een stukje Europa dat zij tijdens hun opmars naar Berlijn hadden veroverd. NOS Panoramiek-redacteur Willem Wansink over een unicum, dat volgens oud-bondskanselier Kreisky vooral te danken is geweest aan een handreiking van Chroesjtsjov.

Bezettingszones van Oostenrijk

Bestand:Austria 1945-55.png

Bezettingszones van Wenen

Bestand:Wien Besatzungszonen.png

ZES UUR 's middags in de Karntnerstrasse, de winkelpromenade van welvarend Wenen. Ook hierheeft de overgang naar wintertijd de klok verrast. De eerste duisternis is wennen. Het handjevol straatmuzikanten en artiesten, dat tot zonsondergang de toon zet, klampt zich weemoedig vast aan deze laatste herfstillusie.

Okergeel en roestbruin sterft de zon in steeds doffer weerspiegelende etalageruiten, waarachter eindeloze rijen bonbons en Mozartkugeln gelaten de volgende dag afwachten. Wenen anno 1985. Requiem voor de geconserveerde stad.

Dromerig Oostenrijk: schone slaapster gevangen in de kerkers van vergane glorie. Hier wordt het verleden gekoesterd, de uiterlijke schijn bewaard. Hier leeft de nostalgie. Met een stad als Wenen, waar de burgerlijke beschaving wordt gesymboliseerd door reeksen pompeuze laat-negentiende-eeuwse bouwwerken langs de Ring, de stratengordel die zich rond het centrum slingert.

Wenen is traditie. Nog steeds ademt de stad de behoudzucht van een Metternich, die ruim honderdvijftig jaar geleden als Habsburgse minister van buitenlandse zaken het Europese machtsevenwicht dicteerde en zo zijn stempel op de geschiedenis drukte. Hier bestaat de smalle marge van de diplomatie, de scheidslijn tussen realiteit en illusie, tussen wereldpolitiek en aanhoudende aanpassing aan de eigen illusie. De Ballhausplatz, waar het buitenlandse beleid gemaakt wordt, kent zijn geschiedenis.

In Wenen worden de laatste resten imperium gecultiveerd. Het is het waterhoofd van een rijk dat ooit, onder de laatste Habsburgers tot aan de Zwarte Zee reikte. Nu is het de hoofdstad van een republiek met nog geen acht miljoen inwoners, die een kenmerkend streven naar geborgenheid en ordelijke rust gemeen schijnen te hebben. Een cosmopolitisch centrum tussen Oost en West. Leven in Wenen betekent flaneren langs de boulevard, die eens Centraal-Europa heette. Een bruggehoofd, waar de deling van het continent de schijn van draaglijkheid krijgt, een knooppunt op het breukvlak van verleden en heden. Hier worden de eerste sporen Bálkan zichtbaar. En niet alleen in de dikke telefoonboeken, waar de vele Liska's en Svoboda's bladzijde na bladzijde vullen.

Een romp

De 'Donau-monarchie' uit de vorige eeuw is de illustere voorganger van het huidige vlekje Oostenrijk. Een land, gedegradeerd van grote mogendheid tot 'kleintje', in het hart van Europa. Tóen was het nog wat, deze Volkerkerker. Tot aan de Eerste Wereldoorlog verzamelde het zo'n beetje de helft van wat nu Oost-Europa heet binnen zijn grenzen: het zuiden van Polen, Tsjechoslowakije, Hongarije, Roemenië, grote delen Joegoslavië en ook nog een noordelijk stuk Italië.

Sinds 1918 is het een romp, ontdaan van al zijn ledematen. De Nachfolgestaaten werden zelfstandig. Wat over bleef, werd Oostenrijk. Of, zoals de Franse premier Clemenceau het destijds uitdrukte: „Le reste c'est l'Autriche".

Midden-Europa bestaat niet meer. En langzaam maar zeker is de Balkan ook in Wenen naar de achtergrond verdrongen. Vooral wat het zichtbare gedeelte betreft. Nog steeds sieren oude vrouwtjes - kromme rug, stok in de hand en steevast in het zwart gekleed — het straatbeeld. Maar op vrijwel iedere hoek venten nu Palestijnen en Arabieren met de Weense ochtend- en avondbladen: Kurier, Neue Kronen Zeitung, Die Presse. En voor de Stephansdom wordt gedemonstreerd tegen het onmenselijke regime van ayatollah Khomeiny.

Het tijdperk-Kreisky, waarin onder deze socialistische premier een gewaagde opening werd gemaakt naar PLO en Arabische wereld, heeft Wenen nieuw aanzien gegeven. Als ballingsoord en, vooral als centrum van internationale diplomatie. De Organisatie van Olie-Exporterende Landen (OPEC) heeft er haar hoofdkwartier. De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie houden nu al sinds jaren in de Weense Hofburg - ooit zetel van de Habsburgse keizers — hun niet aflatende gesprekken over wederzijdse troepenvermindering. En aan de andere kant van de Donau hebben de Verenigde naties hun 'UNO-City' gebouwd, een derde permanente standplaats na New York en Genève. Bovendien hebben zowel de Sovjet-leider Chroesjtsjov en de Amerikaanse president Kennedy als hun opvolgers Brezjnev en Carter elkaar in Wenen vriendschappelijk de hand geschud. Carter was zelfs zo enthousiast over het wapenbeheersingsakkoord SALT II, dat hij de Sovjetpartijleider omhelsde en hem, verrassend, een ferme zoen op de wang drukte. Een historisch moment. Oostenrijk aan de vergetelheid ontrukt. Waar een klein land toch maar weer groot in kan zijn.

Vrijhaven

Intussen is Oostenrijk een traditionele vrijhaven geworden. Al sinds de Tweede Wereldoorlog stromen duizenden vluchtelingen per jaar het land binnen, vooral uit Oost-Europa. In 1956, tijdens de Hongaarse opstand, waren het zo'n 200.000 Hongaren, op de vlucht voor de harde hand van Moskou. Hun experiment met ongebondenheid en neutraliteit bedreigde het voortbestaan van het Sovjetimperium. Dat was voor Moskou onaanvaardbaar. Sovjet-troepen beëindigden de opstand met geweld. En Oostenrijk werd de ontsnappingsclausule op weg naar de vrijheid De enige, op de grens van welvaart en afhankelijkheid.

Nog dagelijks komen tientallen gevluchte Oosteuropeanen in Oostenrijk aan. De laatste hausse —`30,000 vluchtelingen — dateert van de Poolse crisis van 1981. Nog in juli van dit jaar staken meer dan 1100 vluchtelingen de grens over. De meesten van ben komen uit Tsjechoslowakije en Hongarije, Roemenië en Polen. Bijna allemaal willen ze doorreizen naar de VS, Canada en Australië. De Chopin- Express, die 's ochtends vroeg, via Tsjechoslowakije uit Warschau aankomt, brengt telkens weer de hooggespannen verwachtingen van vooruitgang en ontwikkeling met zich mee. Wenen werkt als een magneet op de landen die vroeger tot het Habsburgse Rijk behoorden.

Oostenrijk is een essentiële schakel, die het 'IJzeren Gordijn' met het Westen verbindt. Het heeft landsgrenzen van in totaal 2700 kilometer lengte; waarvan de helft met Oost-Europa. Bovenal, en dat is cruciaal, is het onafhankelijk én militair ongebonden. Oostenrijk is neutraal. En die neutraliteit staat buiten kijf. Net als Zwitserland, Zweden en Finland is het niet aangesloten bij één van de beide militaire bondgenootschappen die Europa in hun wurggreep houden.

Oostenrijk is dus geen onderpand voor schijnbaar onophoudelijke plaatsing van nieuwe SS 20's kruisvluchtwapens of Per- shings-II. Het mag zelf geen atoomwapens fabriceren of bezitten. Het heeft een eigen bescheiden leger van nog geen 300.000 man, dat is opgezet volgens het principe van de snel oproepbare militie. Dienstplicht: zes maanden. Enige taak; de verdediging van het land tegen een aanval 'waar die ook vandaan komt', zoals de generaals dat zo mooi weten te zeggen.

Oefenen doet dit leger regelmatig, maar meestal loopt het in het honderd. De officieren weten van wanten; de manschappen zijn ongemotiveerd. Er wordt openlijk getwijfeld aan het nut van dit leger. Een echte aanval kan het toch maar enkele uren ophouden, is de mening.

Illustratief is de opmerking van de voormalige opperbevelhebber van het Oostenrijkse leger, generaal Spanocchi, die erop wees, dat de militaire verdediging van de Oostenrijkse neutraliteit 'vijftig meter boven de grond ophoudt'. Waar Zweden zo'n dikke 350 straaljagers heeft en Zwitserland rond de 300, gaat de voornaamste discussie op het terrein van de defensiepolitiek in Oostenrijk over de aanschaf van tweedehands straaljagers: moeten het er nu 18 of 24 zijn?

Lesje geleerd

Politiek kent Oostenrijk inmiddels zijn beperkingen. Dat komt niet alleen door de geografische ligging. Het komt vooral door het eigen verleden. „De geschiedenis onderwijst, maar heeft weinig leerlingen die er iets mee doen", schreef de in 1973 overleden Oostenrijkse dichteres Ingeborg Bachmann, doelend op haar vaderland. Anno 1985 lijkt Oostenrijk zijn lesje wel geleerd te hebben.

Op de ineenstorting van de monarchie in 1918 volgde de roemloze ondergang van de zogeheten Eerste Republiek. Een republiek, die niemand wilde en die door niemand levensvatbaar werd geacht. Het einde kwam na een gewelddadige burgeroorlog tussen rechts en links, begin jaren dertig, toen de overgrote meerderheid van het Oostenrijkse volk in 1938 voor de Anschluss bij Hitler-Duitsland koos, Onder de naam Ostmark werd het ingelijfd. Veel Oostenrijkers ontpopten zich als vurige pleitbezorgers van het nationaal-socialisme. Het Duitse leger kreeg de beschikking over 34 divisies Oostenrijkse soldaten, die voor het merendeel in de Sovjet-Unie werden ingezet.

Het werd de zwartste bladzijde in de geschiedenis. Pas begin 1945 kon aan deze periode een einde worden gemaakt. Maar toen stonden de Sovjet-troepen, na hun opmars door Polen, Tsjechoslowakije, Hongarije en Roemenië al in Wenen en was het met de onafhankelijkheid – leek het -- definitief afgelopen.

Oostenrijk werd opgedeeld onder de geallieerden, die Duitsland op de knieën hadden gekregen. Het oostelijk gedeelte kwam onder Sovjet-bestuur te staan en werd vervolgens systematisch leeggeroofd. Hele fabrieken werden ontmanteld en naar de Sovjet-Unie getransporteerd. De rest van Oostenrijk stond onder Amerikaans, Brits en Frans bevel.

Wenen werd in verschillende districten opgesplitst; de vier geallieerden beheersten gezamenlijk het centrum. Het was de tijd van de Vier in Jeep, onsterfelijk verfilmd naar het scenario van Graham Greene in The Third Man, met een meesterlijke rol van Orson Welles als Harry Linie. De Koude Oorlog zette in, maar de patrouilles gingen door. Wenen was in de greep van vreemde meesters; bestraft door zijn eigen verleden.

Tien jaar duurde deze bezetting. Pas in 1955 kwam de ommekeer. In taaie onderhandelingen met de Sovjets - die de Oostenrijk- se positie keer op keer koppelden aan de Duitse deling -- slaagden de Oostenrijkers er begin april 1955 in hun onafhankelijkheid veilig te stellen. Bondskanselier Raab, vice-kanselier Scharf, minister van buitenlandse zaken Figl en diens staatssecretaris Kreisky kwamen met het zogeheten Memorandumvan Moskou uit de Sovjet-Unie terug. De Sovjets hadden besloten de aftocht te blazen. En op 15 mei van dat jaar werd het 'staatsverdrag' getekend, waarbij alle geallieerden plechtig beloofden zich te zullen terugtrekken.

Eeuwig neutraal

„Oostenrijk is vrij", schreven de kranten. Het was op tijd ontsnapt. Voor het eerst en het laatst in de geschiedenis hadden Sovjettroepen zich vrijwillig teruggetrokken uit een stukje Europa, dat ze tijdens hun opmars richting Berlijn hadden veroverd. Een unicum. Maar de prijs, die Oostenrijk voor zijn herwonnen vrijheid moest betalen, was hoog. In de eerste plaats moest het de Sovjets herstelbetalingen leveren ter waarde van 150 miljoen dollar en 10 miljoen ton aardolie richting Moskou sturen. Een hoeveelheid die later werd gehalveerd. Maar belangrijker was dat Oostenrijk zich moest verplichten eeuwig neutraal te blijven. Blokvrij en ongebonden Het mocht niet tot militaire bondgenoten toetreden of bases van andere mogendheden op zijn grondgebied toestaan.

Een neutraliteit naar Zwitsers model. Dat was wat de Sovjets wilden. Volgens de Amerikanen, bij monde van minister Dulles van buitenlandse zaken, moest dat wel vrijwillig gebeuren. Vandaar dat op 26 oktober 1955 de vrijwillige neutraliteit in een aparte wet werd vastgelegd, die zonder moeite door het Oostenrijkse parlement werd aangenomen. Oostenrijk had zijn onafhankelijkheid herwonnen. Maar militair én politiek was het voorlopig uitgespeeld. Van wereldmacht tot politieke castraat. Dat was de werkelijkheid.

Nu, dertig jaar later, zijn de meeste deskundigen het er wel over eens dat Oostenrijk destijds geluk heeft gehad. Het is door de mazen van het net geglipt door handig gebruik te maken van een periode van dooi tijdens de Koude Oorlog. In 1953 was Stalin overleden. De politieke machthebbers die hem opvolgden — met Chroesjtsjov als 'coming man' - sloegen binnenslands een nieuwe koers in. Ook op buitenlands politiek gebied wilden ze een nieuw beleid voeren. De Korea-oorlog werd beëindigd, er kwam een opening naar Joegoslavië. Sovjet-troepen werden teruggetrokken uit Finland en met Turkije werden de relaties verbeterd. Oostenrgk paste in dit model, omdat de Sovjet-Unie een gebaar wilde maken.

De nu 74-jarige eminence grise van de Oostenrijkse politiek, oud-bondskanselier Bruno Kreisky — de enige landelijke politicus van formaat sinds de jaren vijftig— erkent dat Oostenrijk op tijd heeft gehandeld. Kreisky was in 1955 lid van de delegatie die naar Moskou reisde om met de Sovjets te onderhandelen: „We stonden onder een enorme druk uit zowel binnen- als buiten-" land. Er waren stemmen die meenden dat we helemaal niet naar Moskou moesten gaan. Maar we gingen om meteen ja te kunnen zeggen, als de Sovjets met een behoorlijk voorstel voor de dag zouden komen. En om nee te zeggen als dat niet zou gebeuren. Er kwam een constructief voorstel en kort daarop hebben wij ja gezegd."

Volgens Kreisky is het vooral Chroesjtsjov geweest, die Oostenrijk de helpende hand heeft geboden: „Chroesjtsjov wilde de situatie veranderen. Hij wist dat het Westen wan- trouwend was en concrete stappen wenste. En Chroesjtsjov stelde voor alle Sovjet-troepen — bijna 50.000 man — uit het oostelijke deel van Oostenrijk terug te trekken. In de verwachting, dat Amerikanen, Britten en Fransen hun deel zouden ontruimen.-

„Dat vind ik een heel knappe prestatie voor een Sovjet-leider. Er is moed voor nodig tegen je politieke vrienden te zeggen: , moeten tienduizenden soldaten terugtrekken om betere verhoudingen met het Westen, te krijgen. Ik ben er absoluut van overtuigd, dat het staatsverdrag, dat ons de vrijheid teruggaf, het resultaat is van Chroesjtsjows politieke opstelling," aldus Kreisky.

Cadeau doen

Voor de Sovjet-Unie betekende een neutraal Oostenrijk in de eerste plaats dat het land, in tegenstelling tot wat West-Duitsland net had gedaan, niet tot de NATO zou kunnen toetreden. Verder werden NATO-Duitsland en NATO-Italië door een ongebonden Oostenrijk van elkaar gescheiden, waardoor de militaire communicatie tussen noord- en zuidflank ernstig werd verstoord. Oostenrijk was voor de Sovjets niet echt interessant. De Communistische Partij was er al tijdens eerste vrije verkiezingen na de oorlog verpletterend verslagen en uit de regering verdwenen. Een staatsgreeppoging in 1950 was jammerlijk mislukt. Daarnaast kreeg Oostenrijk al enkele jaren Marshall-hulp en was het politiek sterk op het Westen georiënteerd. Er viel gewoon niet zoveel eer aan te behalen

Ten slotte, en dat was mogelijk doorslagevend, ging het de Sovjets helemaal niet zozeer om dat kleine, onbetekenende Oostenrijk. Dat was hun 'kaart achter de hand Duitsland, daar was het hen om te doe. Duitsland had schuld aan de oorlog en zog eenmaal herenigd, wel eens een derde keer de Sovjet-Unie kunnen binnenvallen. Politieke en militaire overheersing van Oost-Duitsland (wat toen nog Midden-Duitsland heette was voor Moskou interessanter. De posite van de Russen aan de Elbe was van groter belang dan die in Wenen aan de Donau. Dus konden ze Oostenrijk gemakkelijk cadeau doen.

De Amerikanen en de Britten stonden aanvankelijk niet te juichen bij de gedachte dat Oostenrijk neutraal zou worden. Niet dat dat land voor hen nou zo'n gewicht had. Maar de angst bestond, dat Oostenrijk, eenmaal neu- traal, wel eens een neutralistische koers zo kunnen gaan varen. En die sentimenten zouden kunnen overslaan naar Duitsland. Kreisky: „Dulles vreesde dat wij in een militair vacuum terecht zouden komen. Mijn argument was dat toetreding tot een militair bondgenootschap inderdaad de stabiliteit in Europa zou vergroten, maar dat dit slechts voor de helft van Oostenrijk zou kunnen gelden. Voor het westelijke deel. Op hun beurt zouden de Sovjets dan het door hen bezette oostelijke deel hebben ingelijfd. Daar ben ik nog steeds van overtuigd. Ik heb Dulles geadviseerd een dergelijke stap achterwege te laten. En hij heeft deze raad gelukkig, opgevolgd."

Rimpelingen

De feestelijke ondertekening van het staatsverdrag vond ironisch genoeg plaats daags na de oprichting van het Warschaupact, dat de Oost- Europese satellietstaten militair aaneensloot. Het remde de vreugde van de Oostenrijkers geenszins af. Tien jaar na afloop van de Tweede Wereldoorlog kwam er een einde aan de bezetting.

Vol trots kon de Oostenrijkse minister van buitenlandse zaken, Figl, vanaf het balkon van het historische slot Belvedère de toegestroomde Oostenrijkers het verdrag met de handtekeningen laten zien. Oostenrijk kon weer in zichzelf geloven. Een tijdperk was afgesloten, een trauma afgeschud. De toekomst lag weer open.

Nog steeds is Oostenrijk neutraal. En het heeft de grote crises die zich aan zijn grenzen afspeelden meesterlijk weten te doorstaan: Hongarije 1956, Tsjecho-Slowakije 1968. Het heeft bewezen zelfstandig te kunnen zijn.

Militair ongebonden en politiek westers gericht.

Oostenrijk tussen Oost en West. Een delicate positie. Daarom zijn goede relaties met Washington en Moskou van groot belang. Kreisky: „Een neutrale staat moet per definitie goede betrekkingen met zijn buurlanden hebben. Voor ons, op de grens van het Oostblok, geldt dat nog sterker. Daarom moeten we proberen`zoveel mogelijk vertrouwen in het Westen op te bouwen en zo min mogelijk wantrouwen te creëren in het Oosten. Ik geloof, dat we daar aardig in zijn geslaagd.''

Oostenrijk anno 1985 kent zijn eigen problemen. Af en toe komt het in aanvaring met de supermachten, zoals onlangs gebeurde toen de Verenigde Staten Wenen op de vingers tikte vanwege zogenaamde ontoelaatbare technologie-exporten naar het Oosten. Volgens Kreisky zijn dit kleine rimpelingen aan de oppervlakte- Het incident is nu afgedaan, zegt hij. Oostenrijk zal geen geïmporteerde technologie naar het Oostblok vervoeren. De betrekkingen met de VS zijn verder redelijk, aldus de oud-premier. De verhoudingen met Moskou noemt hij 'zeer goed' en 'zonder enig probleem'. De Sovjet-Unie is nog steeds een belangrijke handelspartner van Oostenrijk. Het staat op de vierde plaats, na de Bondsrepubliek, Italië en Zwitserland. Drie maanden geleden werden bestaande samenwerkingsovereenkomsten op het gebied van handel, betalingsverkeer en technologie voor de duur van tien jaar verlengd. Deze maand worden ze officieel in Moskou ondertekend,

Oostenrijk is een verrassend stabiel land. Met een parlementaire democratie, een eigen model van de verzorgingsstaat en een heel behoorlijk welvaartspeil. Het werkloosheidspercentage bedraagt nog geen vijf percent. Weliswaar is de samenleving door de twee grootste partijen — de socialistische SPÖ en de christelijke OVP -- dermate gepolariseerd dat partijlidmaatschap, vriendjespolitiek en baantjesjagerei de overhand hebben gekregen, zodat zelfs voor het betrekken van een simpele huurwoning het partijboekje doorslaggevend is geworden. Bovendien is de staat als ondernemer overal aanwezig. Nergens in Europa zijn zoveel genationaliseerde bedrijven te vinden als in Oostenrijk.

Hoewel het land ook regelmatig wordt opgeschrikt door kleinere of grotere schandalen, variërend van overmatig geknoei met witte wijnen tot omkoping op het hoogste rechterlijke of ministeriële niveau, is Oostenrijk in elk geval zijn verleden de baas.

Kreisky over de les van Oostenrijk: „Die schandalen waarmee wij nu geassocieerd worden heb je in meer of mindere mate overal. In de Verenigde Staten, in Zweden, in Zwitserland. Het zijn incidenten. En wij onthullen de schandalen tenminste, waar ze in andere landen in de doofpot worden gestopt."

„Wat ik veel belangrijker vind is het feit, dat we vandaag de- dag niet meer in een situatie van constante burgeroorlog verkeren, zoals in mijn jeugd het geval was. Met elkaar bestrijdende volkslegertjes, die er uitsluitend op uit zijn het politieke evenwicht: te verstoren. En dat we, op een paar idioten na, geen nazi's met spijkers onder de laarzen door de straten zien marcheren. Dat vind ik geruststellend. De enige demonstraties die we meemaken, zijn vredesdemonstraties."

WILLEM WANSINK

In De Volkskrant van ZATERDAG 19 OKTOBER 1985