We hebben 244 gasten online

Staatsverdrag gaf Oostenrijk kans op ontwikkeling van democratie

Gepost in Oostenrijk

Door An Salomonson Redacteur NRC Handelsblad

14 mei 1985

"Oostenrijk is vrij!" Zo kondigde de Oostenrijkse minister van buitenlandse zaken Figl op die lauwwarme meidag, morgen 30 jaar geleden, vanaf het balkon van paleis Belvédère zijn volk de herwonnen onafhankelijkheid aan.

Even tevoren hadden de vijf ministers van buitenlandse zaken - Dulles (Verenigde Staten), Molotov (Sovjet-Unie), Macmillan (Groot-Brittannié), Pinay, (Frankrijk) en-Figl - in de witgouden balzaal van prins Eugène van Savoyen het Staatsverdrag ondertekend. Wenen jubelde. Zeventien jaren bezetting waren ten einde. Dagen- en nachtenlang dansten de mensen op straat. In de kerken werden dankdiensten opgedragen.

Drie maanden eerder zou geen Oostenrijker hebben geloofd dat het ooit nog zo ver zou komen. Over dit verdrag werd met de vier bezettingsmachten immers al onderhandeld sinds januari 1947. Groeiende spanningen tussen Oost en West en het uitbreken van de oorlog in Korea hadden tot een totale impasse geleid. Na Stalins dood begin 1953 kwamen weliswaar signalen dat de Sovjet-Unie bereid zou kunnen worden gevonden haar troepen uit Oostenrijk terug te trekken. Maar pas op 8 februari 1955 liet Molotov, de toenmalige Sovjet-minister van buitenlandse zaken,, blijken dat hij zaken wilde doen.

Prijs

In een serie bilaterale contacten werd men het toen verrassend snel eens over de voorwaarden, die hun neerslag vonden in het Memorandum van Moskou van I5 april 1955. Het heeft de Oostenrijkse onderhandelaars - bondskanselier Raab, vice-kanselier Schitrf, minister van buitenlandse zaken Figl en diens staatssecretaris Kreisky - niet alleen een uiterste aan diplomatieke behendigheid maar ook aan wodkabestendigheid gekost. Nadat ook de andere grote mogendheden hun fiat hadden gegeven, kon op die gedenkwaardige 15e mei het verdrag worden getekend.

Oostenrijk was vrij, maar de prijs die het daarvoor moest betalen was oog. Ten eerste moesten aan de Sovjet-Unie goederen ter waarde van 150 miljoen dollar en 10 miljoen ton olie worden geleverd (dit laatste is later gehalveerd). Ten tweede moest Oostenrijk zich tot eeuwigdurende neutraliteit verplichten; het zou dus nooit tot een militair bondgenootschap mogen toetreden noch militaire steunpunten op zijn grondgebied mogen toelaten.

Garanties

Molotov had duidelijk laten weten dat de kwestie van de Oostenrijkse neutraliteit in de onderhandelingen centraal zou staan. Hij wilde naadlozegaranties tegen een nieuwe "An-

schluss" aan Duitsland of aan het Westen. "Wij willen absolute zekerheid hebben dat andere staten niet in de toekomst door Oostenrijk kunnen oprukken" zei hij aan het begin van de besprekingen in Moskou op 12 april 1955. Daarachter zat zonder twijfel de angst van de Russen dat Oostenrijk, of althans de drie Westelijke bezettingszones, zouden kunnen

toetreden tot de Navo, zoals de Bondsrepubliek juist bezig was te doen. In oktober 1954 waren namelijk dc desbetreffende verdragen in Parijs getekend. Op 5 mei 1955 zou de Duitse toetreding een feit zijn.

De Oostenrijkse neutraliteit moest er een zijn naar "Zwitsers model', was de wens van de Russen. De vier grote mogendheden zouden voor die eeuwigdurende neutraliteit en de onschendbaarheid van het Oostenrijkse grondgebied garant staan zoals dat 130 jaar eerder, op 20 november 1815 ook voor Zwitserland was gedaan.

Oostenrijk zou zich evenwel zelf - op wens van Dulles, eigenlijk advocaat van beroep - vrijwillig tot die neutraliteit moeten verplichten en deze niet van bovenaf opgelegd mogen krijgen.

Van "neutralisering" zou dus geen sprake zijn. Die vrijwillige neutraliteitsverklaring is dan ook neergelegd in een aparte wet en wel op 26 oktober 1955, nadat de laatste geallieerde troepen het land hadden verlaten. Op die datum viert Oostenrijk sindsdien zijn nationale feestdag.

Unicum

Het is de enige keer in de geschiedenis geweest dat de Sovjet-Unie willig een stuk grondgebied heet prijsgegeven. Het doorslaggevende argument daarvoor is vermoedelijk' geweest de Russische wens om tussen de beide blokken in Europa een bufferzone van neutrale landen te creëren. In het noorden vormden Zweden en Finland al een stevige aanzet. Zwitserland en Oostenrijk zouden in Midden Europa het zwaartepunt zijn zodat het hele Alpengebied buiten het militaire spanningsveld zou worden gehouden.

Door als het ware een neutrale wig' in het hart van het continent te drijven 'zouden de 15 NAVO-lidstaten Duitsland en Italië (via de Brenner nog geen 50 km. van elkaar verwijderd) voorgoed gescheiden zijn. Ook zou dit in crisistijd een extra belemmering betekenen voor een eventuele militaire brug van het Navogebied naar Joegoslavië, dat in de jaren vijftig onder Tito immers heftig tegen Moskou rebelleerde.

Een tweede motief voor 'het Kremlin was de hoop om de West-Duitse publieke opinie met, het Oostenrijkse voorbeeld de voordelen van 'een neutrale status onder ogen te wrijven. Er was in de Bondsrepubliek nogal wat verzet tegen Adenauers beleid zijn land in het Westelijke bondgenootschap te integreren. Weliswaar was het Duitse lidmaatschap begin 1955 zo goed als beklonken, maar de Sovjetleiders, hierdoor blijkbaar overrompeld, meenden deze ontwikkeling op het laatste nippertje te kunnen keren. Met een geneutraliseerd Duitsland zou hun concept van een blokvrije gordel dwars door Europa werkelijkheid zijn geworden. Maar hier is de Russische beer toch te traag in beweging gekomen.

Een bijkomend argument voor het Staatsverdrag is 'ten slotte geweest de hoop op een topconferentie (die inderdaad in. juli 1955 in Genève is gehouden). Algemeen is in het Westen de Russische houding inzake Oostenrijk` opgevat als een bewijs van goede wil. Moskou was in die periode kennelijk uit op deescalatie van de spanningen tussen Oost en West. Het lanceerde de idee van vreedzame coëxistentie en Chroesjtsjov en Boelganin begonnen met een reeks bezoeken in de rest van de wereld.

Geen hoop

Intussen was trouwens ook duidelijk geworden dat de Sovjetbezetters de partij in Oostenrijk wel uit hun hoofd konden zetten. De manier waarop de communisten in 1947 in Hongarije en in 1948 in Tsjechoslowakije aan de macht waren gekomen, had onder de Oostenrijkse bevolking in de Russische 'bezettingszone panische angst veroorzaakt. Al sinds de lente van 1945 was het Rode Leger gevreesd en gehaat door het spoor van plunderingen en verkrachtingen dat het in de "bevrijde" gebieden achter zich trok.

Talloze Oostenrijkse burgers en Oost- Europese vluchtelingen zijn tussen 1945 en 1955 in Wenen en de omringende Russische zone door de Sovjet bezetter gekidnapt zonder dat er nog ooit iets van hen is vernomen. Toen in de herfst van 1950 de Oostenrijkse communisten dan ook probeerden met een algemene staking het leven lam te leggen en met een opgeklopt legertje arbeiders vanuit het Zuiden Wenen binnenmarcheerden kregen,ze de kous op de kop. De bevolking reageerde totaal afwijzend. Als die staking ooit bedoeld is geweest als het begin van een coup, dan was nu in ieder geval duidelijk waar Oostenrijk Ideologisch voor stond: aan de kant van de parlementaire democratie, van het Westen dus. Sindsdien is de communistische partij weggezonken in volstrekte onbetekenendheid.

Er zitten al 26 jaar geen communisten meer in het parlement. Nu, 30 jaar later, is Oostenrijk een welvarend land met een verbluffend stabiel politiek klimaat. Het heeft zijn levenskracht bewezen en daarmee zijn burgers voor 'teerst sinds de ineen- storting van de Dubbelmonarchie in 1918 een solide identiteitsgevoel gegeven. Er is geenmens die er nu nog aan twijfelt of Raab 30 jaar geleden de juiste beslissing heeft genomen door voor de vrijheidte betalen met de belofte van eeuwige neutraliteit. Die belofte kost wel de nodige pijn. Niet alleen mag Oostenrijk geen lid worden van de Navo, maar ook niet Gemeenschap hoewel die door Oostenrijks geografische ligging zijn natuurlijke handelspartner zou zijn. De Sovjet heeft herhaaldelijk te verstaan gegeven dat zij zo’n EG-lidmaatschap in strijd zou achten met de neutrale status omdat het einddoel niet alleen economische maar ook politieke integratie is. Een associatieverdrag heeft weliswaar douanebarrières voor Oostenrijks industrieproducten neergehaald, maar niet die voor landbouw producten. Dat betekent een zware handicap voor de betreffende export naar het Westen

Het ontbreekt Oostenrijk daardoor ook aan een hecht gestructureerd forum voor politieke samenwerking met Westen waarmee het zich ideologisch gezien toch volledig identificeert. De Raad van Europa kan daarvoor door zijn heterogene en lossere karakter nauwelijks compensatie bieden. Kreisky heeft daarom, toen hij bondskanselier was, het concept van “actieve neutraliteit" bedacht (in stilzwijgende tegenstelling tot de passieve Zwitserse). Daarmee moet het land voor isolationisme worden behoed .

Inderdaad , is Oostenrijk op 14 december 1955, meteen na de neutraliteitsverklaring, lid geworden van de Verenigde Naties. Waar ze kunnen, komen de Oostenrijkers aan met voorstellen of bemiddelingspogingen, zoals o.a. bij de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa is gebleken. Ze hebben van Wenen een draaischijf tussen Oost en West gemaakt. Sinds jaar en dag vinden er de MBFR-onderhandelingen over vermindering van troepen in Midden-Europa plaats. Aan de Donau is een VN-stad verrezen dienaast enige VN -organisaties als Atoombureau en Unido ook een gigantisch conferentiecentrum bevat.

De levensstandaard van de Oostenrijkers, die 30 jaar geleden straatarm en uitgehongerd waren, heeft inmiddels het niveau van het Westen bereikt. Werkloosheid en inflatie zijn laag. Het arbeidsklimaat is harmonisch: stakingen zijn niet in minuten maar in seconden per jaar per hoofd van de bevolking te tellen. Vier van de vijf wetsontwerpen worden door het parlement eenstemmig, aangenomen. Radicalisme ter uiterst linkse of. uiterst rechtse zijde van het politieke`, spectrum is praktisch non-existent.

Zo reageerde de overgrote meerderheid van de Oostenrijkse bevolking eind januari met diepe verontwaardiging, op de begroeting van de oor logsmisdadiger Reder door minister Frischenschlager van defensie (in wezen niet meer dan de blunder van een nieuwbakken politicus, zij het een onvergefelijke).

Het Oostenrijkse volk is politiek rijper geworden en fascistoïde tendensen maken geen kans meer. De levens. angst en het defaitisme die zolang," eigenlijk al sinds het fin de siècle, kenmerkend waren voor het volkskarakter hebben plaatsgemaakt voor nieuwe vitaliteit.

Oostenrijkers zijn gaan geloven in de levensvatbaarheid van wat eens een gemutileerde rompstaat met een waterhoofd was. Ze voelen zich baas in eigen huis. De Westerse vrijheden worden des te zorgvuldiger behoed

omdat men de Russen zelf over de vloer heeft gehad en omdat men elke dag met eigen ogen ziet hoe het 50 km. verderop, aan de andere kant van het IJzeren Gordijn, toegaat.

Daarvóór heeft Oostenrijk dan ook„ een eeuw lang onderdrukking, politieke verscheurdheid en armoe moeten doormaken: de autocratische heerschappij van keizer Franz Joseph, de Eerste Wereldoorlog en de ondergang van het rijk, de revolutie, de standenstaat, de Anschluss, de nazi-terreur de Tweede Wereldoorlog met een tweede ondergang en tenslotte tien jaar geallieerde bezetting.

Realistisch

Het Oostenrijkse volk is realistisch geworden. En de realiteit is: een hachelijke positie als ministaat tussen; twee tot de tanden bewapende blokken. Bij internationale crisis — de opstand in Hongarije van 1956, de

Praagse Lente van 1968, de opkomst van Solidariteit in Polen in 1980 — is evenwichtig en beheerst manoeuvreren geboden wil zo'n land overleven. Innerlijke onrust en fanatisme zijn in die situatie levensgevaarlijk.

Die krachtproeven zijn glansrijk doorstaan. Oostenrijk heeft zich tot een gezonde en leefbare democratie ontwikkeld. Een geluk, niet alleen voor de Oostenrijkers zelf maar voor het hele Westen. Als het ginds was misgegaan zou het politieke krachtenveld in Europa ervoor ons nu heel wat slechter uittzien.