We hebben 287 gasten online

Bruno Kreisky, dertien jaar bondskanselier van Oostenrijk

Gepost in Oostenrijk

 

Oorspronkelijk verschenen in Volkskrant 20 mei 1983

José van der Sman

 

Het Wenen waar Bruno Kreisky wordt geboren, is in 1911 nog de luisterrijke hoofdstad van de grote Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie Kaiser Franz Jozef, een autoritaire vorst, probeert tevergeefs het nationalisme van de diverse volkeren in zijn rijk de kop in te drukken.

De vijandigheid tussen de Oostenrijkers Tsjechen, Slowaken, Hongaren, Roetenen enzovoorts blijkt sterker dan welke politieke hervorming of ideologie ook. Zelfs de Sociaal Democratische Partij, eind negentiende eeuw in Wenen opgericht door Victor Adler en Karl Renner, is niet in staat de kleine man van het grotere belang van klassensolidariteit te overtuigen. De partij vervalt al snel tot een soort federatie van nationale afdelingen, waaruit de Tsjechen zich in 1887 losmaken.

 

Ook internationaal is de positie van het keizerrijk zienderogen verzwakt nadat de Fransen en Russen in 1894 een samenwerkingsverdrag hebben ondertekend. Het imperium wordt steeds verder in de armen van het sterkere Duitsland gedreven, terwijl op de Balkan de belangentegenstellingen met de Pissen verscherpen. De moord in 1914 op troonopvolger aartshertog Ferdinand door een Servische nationalist wordt in Wenen aangegrepen om een oorlog te ontketenen die uiteindelijk heel Europa in brand zet, en het einde betekende van het imperium.

 

Verdeling

 

Bruno Kreisky is drie jaar als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, vijf als de Kaiser sterft, en zeven als de Poolse, Tsjechoslowaakse, Hongaarse en Joegoslavische volkeren zich onafhankelijk verklaren. Op 12 november 1918 wordt ook de Oostenrijkse Republiek uitgeroepen: een klein stuk land met een plotseling veel te grote hoofdstad. De ineenstorting van het Habsburgse rijk maakt diepe indruk op Bruno Kreisky. Zijn familie, een oud Bohemisch geslacht van joodse artsen, zakenlieden en liberale politici, raakt verdeeld tussen Moravië en Wenen.

De jonge republiek Oostenrijk lijdt na de Eerste Wereldoorlog aan gebrek aan zelfvertrouwen. De grenzen zijn verlegd, de Weense industrie heeft haar enorme Slavische afzetgebieden verteren. De communisten, overmoedig geraakt door het succes van de Russische revolutie, moeten door een gewapende socialistische „Volkswehr" weerhouden worden van een greep naar de macht. Wat moet men met dit kleine land aan?. De politiek heeft geen antwoord, behalve een in 1919 - met instemming van de socialisten — in Wenen aangenomen grondwet waarin voorzien is dat „ Deutsch Osterreich" in Duitsland moet opgaan. De zogenaamde „Anschluss". Maar de geallieerden zien hier niets in en Oostenrijk wordt een Bondsrepubliek met socialisten, die in Wenen een absolute meerderheid hebben, en christendemocraten die steunen op de katholieken in de rest van het land.

 

Dansles

 

 

De jonge Bruno moet in 1927 op dansles. Maar liever dan de dames naar de dansvloer te begeleiden en onder de kristallen kroonluchters het hof te maken, bemoeit hij zich met politiek. In weerwil van zijn rijke burgerlijke afkomst sluit hij zich aan bij de Socialistische Arbeidersjeugd, naar eigen zeggen „padvinders met lange haren, korte broeken en gitaren, die protesteren tegen de kroegcultuur". Hij droomt van een klasseloze maatschappij. Zijn bekakte tongval, zwarte kostuum met wit zijden sjaal, zijn socialistisch vuur en populariteit in de beweging neemt hij mee naar de universiteit, waar hij rechten gaat studeren.

Het politieke klimaat verslechtert. In 1930 sluit Oostenrijk een vriendschapsverdrag met het Italië van Mussolini. De conservatieve premier Dollfuss laat zich onder druk zetten door de Heimwehr en dwingt de socialisten ondergronds te gaan, na op bloedige wijze hun politieke autonomie in Wenen gebroken te hebben. De dictatuur van de bruine kleinburgerlijkheid begint zich ook in Oosten- rijk af te tekenen.

Kreisky, niet radicaal en dogmatisch' zoals veel intellectuele partijgenoten, blijft geheime jongerenbijeenkomsten in het Wienerwald organiseren. In 1935 wordt hij gearresteerd op beschuldiging van hoogverraad. Hij vertelt de rechter eerlijk weleens contact te hebben met socialisten: „Dat is niet verwonderlijk, aangezien er in Wenen 700.000 leden van de verboden socialistische partij wonen". Maar de rechter kan dit argument niet waarderen en veroordeelt hem tot zestien maanden gevangenisstraf. Buiten de muren zet de christen- democratische kanselier Schuschnigg de fascistische politiek van de inmiddels vermoorde Dollfuss voort, maar iedere illusie van onafhankelijkheid gaat verloren als Mussolini toenadering tot Hitler zoekt. Oostenrijk zit klem.' De socialisten hebben, oog in oog met het Duitse fascisme, iedere neiging tot ,,Anschluss" natuurlijk allang opgegeven. Maar de overige Oostenrijkers, ooit een Duitse minderheid in een zee van Slavische volkeren, zien het nog steeds als de beste oplossing. Op 11 maart ontmoeten de Duitse troepen in Oostenrijk daarom weinig tegenstand. Enkele dagen later is de Anschluss, eindelijk, een feit.

 

Gestapo

 

 

Kreisky, jood en socialist, wordt natuurlijk onmiddellijk door de Gestapo opgepakt en gevangen gezet. Zijn zekere deportatie naar Dachau wordt verijdeld door een (rode) politie -agent die ontkent ene Kreisky onder zijn gevangenen te hebben. Dankzij deze administratieve ontkenning kan hij eind 1938 naar Zweden vluchten. Waarom Zweden? „ Omdat ik weleens een échte democratie wilde meemaken".

In het noorderlicht van Zweeds realisme verbleekt het laatste restje Weens dogmatisme in Kreisky. Hij leert snel in deze „Scandinavische School" voor sociaaldemocratie, net als zijn levenslange vriend Willy Brandt, die hij in ballingschap leert kennen. Hij leert er onder andere dat geduld en begrip meer lonen dan haat en rancune. Is het toeval dat beide vrienden in de jaren zeventig kanselier worden in landen waar verzoening met de geschiedenis noodzakelijk is?

Na de Tweede Wereldoorlog keert Kreisky terug naar een land dat door Russische, Amerikaanse, Britse en Franse troepen is bezet, en geregeerd wordt door een „ Grote Coalitie" van christendemocraten en socialisten. De oude socialist Karl Renner wordt president. Net als voor de oorlog is de overgrote meerderheid van Oostenrijkers de twee traditionele partijen trouw gebleven: Wenen links, het katholieke platteland rechts. In 1949 wordt het politieke spectrum verbreed met een liberale partij. Voorgoed genezen van de drang tot Anschluss bij wie dan ook willen de Oostenrijkers zo snel mogelijk de buitenlandse troepen zien kwijt te raken. Maar de Russen liggen dwars.

 

Vriendschap

 

In de jaren van impasse woont Kreisky opnieuw in Stockholm, ditmaal als diplomaat die zoveel mogelijk voedsel voor het hongerende Wenen moet zien loste krijgen. In 1953 wordt hij staatssecretaris van buitenlandse zaken, in welke functie hij deel uitmaakt van de onderhandelingsdelegatie die in 1955 naar Moskou afreist voor een wanhopige poging om tot een „Staatsverdrag" te komen die de soevereiniteit van Oostenrijk zal herstellen. Kreisky is nogal pessimistisch over de kansen van deze missie:,, De mensen zeiden, ze zullen je met de rug tegen de muur zetten. Ze zullen eisen dat er communisten in de regering worden opgenomen en zo niet, dan zal er middenin Oostenrijk een ijzeren gordijn neergelaten worden". De werkelijkheid op 5 april is anders: „ Iedereen was zeer nerveus bij onze aankomst in Moskou. Het hele Politbureau had ditmaal de uitnodiging voor het diner aangenomen: Bulganin, Molotov, Malenkov, iedereen. Alleen Krutschev kon niet komen... Daar zaten we dan. De Russen brachten schitterende toasts uit bij iedere schnapps, ieder glas cognac. Op vriendschap, en vriendschap, en vriendschap wij begrepen er niets meer van. Eindelijk, omstreeks middernacht, staat Bulganin op en zegt dat men tot de conclusie is gekomen dat er voor een zeer lange tijd geen kans is op vrede met Duitsland, en men daarom besloten heeft een staatsverdrag met Oostenrijk uit te werken. „Wij willen jullie tenslotte niet laten wachten", zei hij. „Het was, en is nog steeds, de grootste gebeurtenis in mijn leven", aldus Kreisky in een vraaggesprek met de Britse Guardian.

 

Vertrek

Op 15 mei 1955 tekenen de ministers van buitenlandse zaken van de Grote Vier het vredesverdrag met Oostenrijk. Op 25 oktober vertrekt de laatste buitenlandse soldaat. Een dag later wordt het neutraliteitsbeginsel in de grondwet opgenomen. Als staatssecretaris en later minister van buitenlandse zaken in de opeenvolgende coalitieregeringen tot 1966 is Kreisky de belangrijkste architect van de politiek van „actieve neutraliteit".

Zich bewust van de noodzaak de Oostenrijkers een eigen zelfstandige politieke identiteit te geven, besluit hij om neutraliteit vooral als een staatkundig principe, en niet als een geestesgesteldheid op te vatten. In tegenstelling tot Zwitserland, waar de neutraliteit de vorm van absolute afzijdigheid van het wereldgebeuren heeft aangenomen. Om te voorkomen dat de Oostenrijkers geïsoleerd raken op hun eiland tussen Oost en West worden wel degelijk (Westerse) ideologische voorkeuren en principes aangehangen. Praktisch betekent dit volgens Kreisky een politiek van „zo groot mogelijk vertrouwen in het Westen, en zo klein mogelijk wantrouwen in het Oosten". Als 200.000 Hongaren in 1956 de grens over vluchten, besluit Wenen hen toe te laten. De Russen zwijgen; hen gaat het vooral om een alliantievrij Oostenrijk aan de grenzen van Hongarije, Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië.

De speciale positie heeft het Oostenrijk bij uitstek mogelijk gemaakt een onafhankelijke koers te varen. Los van het Oosten, maar ook van het Westen, hetgeen Kreisky in de West-Europese landen het imago van een bizar, wat afwijkend regeringsleider heeft gegeven. Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog onderhoudt hij goede betrekkingen met de Oostbloklanden. Tegelijkertijd worden honderdduizenden Oost-Europese vluchtelingen toegelaten. Bij de dood van Brezjnjev is Kreisky een van de weinige staatshoofden die de gevolgen van de Brezjnjev -doctrine in herinnering roept: bloedige onderdrukking van de Praagse lente en de invasie in Afghanistan. Over de strijd van Solidariteit in Polen zegt bij: „Vrije vakbonden kunnen slechts bestaan bij de gratie van vrije ondernemingen. In een communistische dictatuur is de staat de ondernemer. Als werknemers daar gaan onderhandelen, dan is dat met de staat. Zij treden op tegen de staat....of omgekeerd. Bedenk echter dat op den duur het communisme zich niet kan permitteren met alle arbeiders oorlog te voeren".

 

 

Ontwapening

 

In kwesties van bewapening en ontwapening is Kreisky voorzichtiger in zijn uitlatingen. Oostenrijk heeft in de Verenigde Naties resoluties gesteund voor bevriezing van alle kernwapenarsenalen en een internationaal verbod op kernproeven. Over de eventuele plaatsing van middellange afstandsraketten in West-Europa zegt hij subtiel: „De plaatsing van SS-20 raketten heeft destabiliserend gewerkt". Maar als er een ding is waarover Kreisky graag zwijgt, dan is het bewapening.

Beroemd en berucht is Bruno Kreisky echter vooral om zijn bemoeienissen met het Midden-Oosten. Hij erkent de PLO als wettige vertegenwoordiger van de Palestijnen en raakt diep onder de indruk van hun lot tijdens een reis door het Midden-Oosten als hoofd van een VN -onderzoekscommissie in de jaren zestig. Hij dringt aan op wederzijdse erkenning van de PLO en Israël, maar is, vooral na de invasie in Libanon genadeloos in zijn kritiek op de Israëli's en Menachem Begin: „De staat Israël heeft zijn reputatie definitief verloren. Door een oorlogspolitiek te voeren is de morele basis van het bestaansrecht van de staat Israël vernietigd".

Waarom is Kreisky zo betrokken bij de Midden-Oostenproblematiek? Boze tongen beweren dat dit zijn manier is om een latent antisemitisme onder de Oostenrijkers de kop in te drukken. Zolang hij partij kiest voor de Palestijnen ( maar bijvoorbeeld ook tegen de activiteiten van de onvermoeibare Weense naziespeurder Simon Wiesenthal) kunnen ze hem niet aanrekenen dat hij joods is, zo gaat deze redenering. Kreisky zelf geeft een tegenovergestelde verklaring: „ Ik ben een jood, en daarom kan ik dit doen. Een man als Mitterrand zal onmiddellijk beschuldigd worden van antisemitisme. De joden vinden al- tijd en overal antisemieten. Bovendien zijnde Palestijnen belangrijk. Zij bekleden cruciale posten in de hele Arabische wereld. De Palestijnse diaspora is machtig, invloedrijker dan de Palestijnen in Israël zelf'.

 

Schoonmaak

 

In Oostenrijk zelf is Kreisky om andere redenen beroemd of berucht. In 1966 moet hij tot zijn verdriet de ministerspost opgeven omdat de christendemocraten een absolute meerderheid weten te behalen. Hij keert zijn blik naar binnen en zet zich aan de grote schoonmaak van de socialistische partij, die nog altijd beheerst wordt door een oud kader dat wel met rode vlaggen de straat op wil, maar geen vertrouwen kan schenken aan jonge technocraten met progressief realistische denkbeelden. Opnieuw helpen de jongeren Kreisky naar de top: in 1967 voorzitter van de SP(, en van 1970 tot 1983 Bondskanselier van Socialistische regeringen met een absolute meerderheid in liet parlement.

Dertien jaar kan hij teren op het Grote Socialistische Alternatief, een plan tot maatschappijverandering dat hij in de jaren zestig door 1400 Oostenrijkers laat uitwerken. Dan heeft het plan zijn glans verloren en kiest de kiezer weer voor een coalitie. Bruno Kreisky, inmiddels 72 geworden, trekt daaruit de consequentie die de ,,Kaiser" van de Oostenrijkse democratie betaamt: hij treedt af.