We hebben 248 gasten online

Bruno Kreisky: joodse afkomst was kracht en zwakte tegelijk

Gepost in Oostenrijk

Eerder veschenen in NRC Handelsblad 2 juni 1983

Redacteur An Salomonson

Adolf Hitler zou zelfs in zijn somberste uren niet hebben geloofd dat een kwart eeuw na zijn dood een jood bondskanselier van zijn vaderland Oostenrijk zou worden, laat staan dat die zich 13 jaar zou kunnen handhaven. En ook Bruno Kreisky heeft, toen hij allang in de politiek zat, meer dan eens tegenover intimi als zijn overtuiging uitgesproken dat een dergelijke topfunctie voor hem als jood niet was weggelegd: "niet voor mijn generatie".

De handicap van die afkomst en de compensatie ervan zijn de sleutel tot de kwaliteiten van de politicus die nu afscheid heeft genomen, maar tevens tot zijn manco's.

Hij groeide op in een rijke, liberale bourgeoisfamilie, maar toch moest hij van kind af aan "beter" zijn dan de anderen, knapper, sterker, handiger. En in het ook verder zo verscheurde Oostenrijk van de jaren twintig en dertig moeten de heilloze gevolgen van het racisme een dubbel diepe indruk hebben gemaakt.

Kreiskys carrière heeft dan ook in het teken gestaan van verzoening, bemiddeling en het overbruggen van tegenstellingen. Dat gebeurde niet uit onzekerheid of uit angst kleur te bekennen. Over waar hij stond in principiële kwesties heeft hij als mens en als politicus nooit onduidelijkheid laten bestaan.

Hij heeft zijn levenlang het communisme afgewezen, ook al schouwt hij zich als erfgenaam van het austro-marxzisme en - heeft hij als jong revolutionair onder Schuschnigg voor de rechtbank de klassenstrijd verdedigd. Hij heeft ook altijd het militarisme en de expansionistische politiek van Israel veroordeeld omdat hij vreest dat daarmee een vreedzame oplossing voorgoed wordt geblokkeerd.

Kreisky gelooft evenwel in openheid, in gesprek, in het afbreken van autoritaire structuren. Toen hij in 1949 terugkwam uit Zweden, waarheen hij in 38 voor de klauwen van de Gestapo was gevlucht, vond hij heel wat te doen. De Oostenrijkse bevolking was geteisterd door honger en wraakgevoelens. Het enige dat haar samenbond was haat tegen de bezetters en de angst voor de Russen. De socialistische partij was een monolithisch blok met verkalkte kaders. Dat hier op de puinhopen van keizerrijk, revolutie, standenstaat en wereldoorlog een democratie is opgebloeid, is een bijna even groot wonder als de stichting van Israel. Het is het werk van een kleine groep mensen die ongebroken uit concentratiekamp en krijgsgevangen- schap was teruggekomen en van een handvol jonge idealisten.

Aansluiting

Kreisky was een van hen. Hij zorgde voor de aansluiting van de partij op de naoorlogse werkelijkheid. Hij ruimde een plaats in voor de intellectuelen, de jongeren, de liberalen, de uit Amerika terugkerende joden en de uit hun schuilhoeken te voorschijn komende nazi's. Ideologische schuttingen werden neergehaald. Zonder dat nieuwe, pluriforme gezicht had de SPO nooit de electorale successen geboekt waarmee haar in de jaren zeventig de doorbraak naar de macht is gelukt.

Naar buiten toe kwam dank zij Kreiskys matigende invloed het gesprek met de christen -democratische Volkspartij en de Vrijheidspartij, toen nog een vergaarbak van oude nazi's en nieuwe nationalisten, van de grond.

Voor het eerst sloegen "roden", "blauwen" en "zwarten" niet meer op elkaar in, maar hielden elkaar door middel van een fijnmazig net van "Proporz"-regels in bedwang. De wapenstilstand was tenminste getekend.

Als staatssecretaris buitenlandse zaken was Kreisky een van de architecten van het Staatsverdrag van 1955. Daarmee kwam een eind aan de geallieerde bezetting die de Oostenrijkers als een loden last hebben ervaren. De prijs was de eeuwigdurende neutraliteit, waartoe ze zich bij die gelegenheid moesten verplichten.

Zou Oostenrijk zich als een tweede Zwitserland in isolationisme inkapselen en afzakken naar volledige onbeduidendheid? Kreisky stond het concept van de "actieve neutraliteit" voor ogen. Als minister van buitenlandse zaken en later als bondskanselier heeft hij dat stap voor stap gerealiseerd.

Geen toetreding tot een militair bondgenootschap of lidmaatschap van de EG. Maar wel een democratie naar westers model waarop de Russen niets zouden kunnen aanmerken. En in het spanningsveld tussen die twee polen begon Oostenrijk in de internationale politiek zijn eigen kleine, maar herkenbare rol te spelen. Van Wenen werd een congresstad gemaakt, waar Oost en West elkaar bij Salt en MBFR ontmoetten. Aan de Donau werd een VN-stad gebouwd voor Atoombureau en Unido. En Kreisky zorgde voor de nodige initiatieven bij de CVSE en de toetsingsconferenties, maar ook in het Midden-Oostenconflict.

Mantel der liefde

Verzoening en niet opportunisme was ook het motief om de vroegere nazi's weer in het maatschappelijke leven te absorberen en de wonden uit het verleden met de mantel der liefde te bedekken.

De morele rechtvaardiging daarvoor ontleende Bruno Kreisky aan de wonden, in zijn eigen naaste familie door Hitlers rassenwaan geslagen: de meeste ooms en tantes zijn met hun kinderen in Auschwitz vergast. Het was Kreiskys diepe overtuiging dat Oostenrijk, als het een toekomst tegemoet wilde gaan, zich niet opnieuw aan tweespalt en haat zou mogen uitleveren. Een radicale afrekening met het verleden was in zijn ogen een luxe, die alleen landen met meer innerlijke stabiliteit dan Oostenrijk zich konden permitteren. Het oprakelen van zo diep zeer zou dit getraumatiseerde volk sociaalpsychologisch niet overleven,

Het lakonisme, waarmee in de jaren zestig en zeventig de opsporing, vervolging en berechting van een aantal notoire oorlogsmisdadigers ter hand is genomen, is en blijft een vlek op de naoorlogse Oostenrijkse geschiedenis. Er is geen twijfel aan dat dit een bewust beleid is geweest van een aantal toppolitici, niet alleen socialisten trouwens, met Kreisky voorop. Simon Wiesenthal, de onvermoeibare nazi-jager, is daartegen bijna te pletter gelopen en dat heeft het leefklimaat in Oostenrijk er niet behaaglijker op gemaakt.

Maar met deze politiek van verzoening is Kreisky er wel in geslaagd de bevolking een gevoel van zelfrespect en identiteit te geven — voor het eerst in haar geschiedenis. De na-oorlogse generaties denken niet meer in groot-duitse of racistische categorieën. Oostenrijk is niet langer "de rest" zoals Clemenceau het placht uit te drukken en hoeft zich niet achter een sluier van nostalgie en narcisme terug te trekken om zijn bestaan te rechtvaardigen. Het land is levensvatbaar gebleken, ook dat voor het eerst. Het heeft zijn vroegere rol als draaischijf tussen Oost en West weer opgenomen en het geniet dankzij de actieve neutraliteit internationaal een zeker aanzien.

Onpartijdigheid

Om een geloofwaardig bemiddelaar te zijn heeft Bruno Kreisky iedere schijn van partijdigheid en van loyaliteit aan zijn joodse afkomst moeten vermijden. Dat viel hem des te makkelijker omdat hij al niet meer in de strenge joodse tradities is opgevoerd. Zelf betitelt hij zich altijd als een agnosticus. Hoe groot evenwel het wantrouwen is, waartegen hij heeft moeten optornen, illustreert de verkiezingsleus waarmee de lijsttrekker van de Volkspartij Josef' Klaus in 1970 tegen hem ten strijde trok: "Josef Klaus, der echte Osterreicher".

Een handicap vraagt om compensatie. Waar loopt de grens tussen compensatie en overcompensatie? Toen Kreisky als kersverse bondskanselier zijn opwachting in de Verenigde Staten kwam maken, kreeg hij in zijn hotel bezoek van een delegatie van het Joodse Wereldcongres.

Ze hadden heel wat op hun lijstje. Kreisky ter inleiding van het gesprek: "Mijne heren, u hebt van mij niets te verwachten". Die onpartijdigheid hebben veel joden hem niet in dank afgenomen.

De overcompensatie is pas zichtbaar geworden in de verziekte relatie met Israel. Met een verbitterdheid die men verder niet van hem kent is de bondskanselier jaar in jaar uit te

keer gegaan tegen Israel en de politiek van haar leiders. Terwijl hij met het grootste gemak mensen als Gaddafi van Libië en PLO-leider Arafat ontving heeft hij zelfs Golda Meïr, een oude geestesverwant, meer dan eens gebruuskeerd. Toen de oude dame in 1973 op doorreis van Straatsburg kwam smeken om het opvangkamp voor Russische joden in Schiinau niet te sluiten, bood hij haar tijdens het urenlange en vergeefse gesprek zelfs geen kop thee aan. "Uns trennen Welten' zei hij. Kreisky, anders een tacticus tot in alle vezels, is wat Israel betreft duidelijk geblokkeerd.

Het zou van simplisme getuigen om deze deficiëntie aan de "Jüdische Selbsthass" toe te schrijven. Kreisky was geen zelfhater in die zin dat zijn gevoelens jegens het joodse verleden sterk ambivalent waren gekleurd. Integendeel, hij heeft altijd met veel plezier en ook met trots over zijn jeugd gesproken'. Zijn broer Paul,-die als polio-invalide al vroeg naar Israel is geëmigreerd, heeft hij zijn leven lang financieel royaal ondersteund.

Maar zijn identiteitsgevoel betrekt Kreisky uit de socialistische en intellectuele ' tradities van de oude Habsburgmonarchie en dat is heel wat meer dan alleen joods erfgoed. De buitenwacht evenwel pint hem al te vaak op dat laatste vast. Daarmee voelt hij zich miskend en zo is het motief voor overcompensatie gegeven.

Deze schoonheidsfout, hoe ernstig ook, doet evenwel niets af aan het feit dat de era-Kreisky voor Oostenrijk van heilzame invloed is geweest. De breuk met het verleden is genezen. Kreisky heeft de Oostenrijkers weer zelfvertrouwen gegeven. Ook al volgt nu de middelmatigheid hem op, er is daarginds een leefbare democratie gegroeid. En dat is geen geringe prestatie in die uithoek van Europa.

Door An Salomonson

Redacteur NRC Handelsblad