We hebben 232 gasten online

De moord op Dollfuss

Gepost in Oostenrijk

Uit de serie: Macht aan het mes: Politieke aanslagen G.J. van Setten

Nogal wat aanslagen; staatsgrepen en paleisrevoluties worden omsluierd door een ondoorzichtige mikt van raadsels en 'verdichtsels. 'Dat geldt. ook voor de mislukte natioinaal -socialistische Putsch van 25 juli;1934 in Wenen, die behalve aan 268 andere Oostenrijkers ook het leven kostte aan bondskanselier Engelbert Dollfuss.

Nu bood Oostenrijk in die tijd wel een bij uitstek geschikt decor voor zo'n luguber schim- menspel. Het kleine land met het Weense waterhoofd stak na 1918 toch al ongelukkig in zijn vel, en de economische malaise maakte het er niet beter op: de heftige politieke tegenstellingen werden er nog door verscherpt. Rechts en links, beide voorzien van paramilitaire "formaties, stonden elkaar naar het leven.

Burgerkrijg dreigde, vooral toen na 1930 een nieuwe en wel zeer luidruchtige politieke groepering begon mee te tamboeren: de nationaal-socialisten, gesterkt door 'het spectaculaire succes van hun bekende geestverwant en landgenoot in Duitsland. Hun doel: aansluiting bij een nazistisch Duitsland. Hun methode: stormloop op de macht, met alle middelen. Weldra knalden de explosies van springladingen en de schoten van veemmoordenaars.

Maar net als elders leek ook in dit bewogen land een sterke man greep op de zaak te krijgen. In mei 1932 werd de christelijk-sociale minister van landbouw Dr. Dollfuss bondskanselier. Tot dusver was hij een niet zeer opvallende, zij het welbespraakte Agrar-technokraat geweest, maar spoedig ontpopte de kleine man zich als een uiterst gewiekst politiek dier. In de zomer van '33 schoof hij het machteloos verdeelde parlement opzij; in februari '34 werd handig afgerekend met de weerspannige socialisten, en in mei van dat jaar voerde hij eigenmachtig een nieuwe, op de Italiaansfascistische leest geschoeide grondwet in. De NSDAP was inmiddels verboden, en voor de Oostenrijkse Nazi's (wier leiders zich in ballingschap naar Munchen begaven) werd Dollfuss nu de grote vijand: het symbool voor het Oostenrijkse verzet tegen de Duitse agressie. Vanaf het voorjaar van 1933 werden plannen gesmeed voor een Putsch om aan zijn bewind een einde te maken.

Handelsreiziger

Met dat doel komen op 25 juni 1934 in Zurich een Nazi-bonze en een paar politieke avonturiers bijeen:een beginnende advocaat, een onbetrouwbare handelsreiziger:in politiek geweid' en een zekere Fridolin Glass. In het leger heeft hij het zelfs niet tot Gefreiter gebracht, maar sinds kort magg hij zich Untersturmführer noemen en commandant van de:ondergrondse Weense SS-Standarte 84 een rommelig verband van een kleine 400 ongeregelde

vechtjassen; voor het merendeel wegens naziactiviteiten uit het Bondsleger ontslagen militairen.

Die eenheid krijgt de hoofdrol in het Putschplan waar men het in Zürich over eens wordt: De

Standarte zal oprukken naar de Bondskanselarij, de'. Regering Dollfuss gevangen nemen, en zo het sein geven tot algemene opstand. Op grote delen van Bundesheer en politie kan worden gerekend, en natuurlijk op de strijdvaardige kameraden van de legale SA. Een Kalte Putsch -en fluitje van een cent, dus aan de voorbereidingen wordt niet te waar getild. De partijleidingen in München en Berlijn worden op de hoogte gesteld; met welke beweegredenen men in die kringen deze dilettanten liet doorhannesen is niet duidelijk.

Een maand later is het al zo ver. Tegen het midaguur van woensdag 25 juli 1934 verschijnen acht vrachtauto's en een kleine 50 jonge nazi's bij een Turnhalle aan de Siebensterngasse.

In het lokaal krijgen de putschisten wapens, munitie en uniformen van het Bundesheer. Het verkleden neemt wat meer tijd dan voorzien was; pas na drie kwartier kan de colonne uitrukken richting Ballhausplatz, naar de bondskanselarij, waar kanseier Dollfuss en zijn kabinet aan het vergaderen zijn.

Het heeft allemaal veel, weg van een wedloop in klunzigheid: politie en politici waren al een dag tevoren van de voorgenomen aanslag op de hoogte, maar, om onduidelijke redenen —..opzet moet niet helemaal worden uitgesloten — werden alle waarschuwingen in de wind geslagen. Zelfs op dit moment, nu alarmsignalen over vreemde troepen.: bewegingen niet meer te negeren zijn, vertonen de politie- en veiligheidsautoriteiten opmerkelijk weinig daadkracht.

Nefaste lading

Het is 10 over 12 wanneer Dollfuss wordt gealarmeerd; onmiddellijk ,verdaagt hij de vergadering en stuurt de ministers naar hun departementen. Drie kwartier later rijden de vrachtwagens met hun nefaste lading ongestoord de binnenplaats van de kanselarij op. (De commandant van de erewacht had nog even overwogen om een machinegeweer op te stellen, maar voor alle zekerheid besteedde hij zijn aandacht toch maar liever aan de formaliteiten van het wisselen van de wacht.) Nadat de kanselarijbewakers moeiteloos zijn ontwapend, dringen de nazi's, pistolen in de aanslag, het paleis binnen.

Een adjudant probeert Dollfuss nog in een garderobe te verbergen, maar een conciërge die het gebouw goed kent, grijpt hem bij de hand en voert de kleine kanselier naar een ijzeren wenteltrap die toegang geeft tot het Staatsarchief; vandaar is het mogelijk de Minoritenplatz te bereiken. Te laat! In een hoekkamer stuiten ze op de putschisten. Een schot treft Dollfuss in de hals. Do kogel doorboort een nekwervel en verlamd stort hij neer: Eén schot, of twee schoten? De ware toedracht is nooit onthuld, evenmin als de kwestie is opgehelderd of de bondskanselier met opzet werd neergeschoten of per ongeluk, tijdens een handgemeen, Vast staat alleen, dat er gesjoemeld is bij het gerechtelijk onderzoek en dat bewijsmateriaal is verdwenen. De getuigenverklaringen spreken elkaar tegen.

Vooralsnog bekommert niemand zich om de stervende man. Hij vraagt om een arts en een priester; die worden hem geweigerd. Wel komen twee politieagenten een noodverband aanbrengen.

Onderwijl praten de moordenaars op hun slachtoffer in: ze overstelpen hem met verwijten over zijn politiek. De kanselier verweert zich. Als men hem een aftredingsverklaring wil, laten tekenen, weigert hij: 'Ich will Österreich nicht deren geben, die Österreich nicht wollen'. Om kwart voor vier in de middag is hij dood.

De Putsch is dan ook al feitelijk mislukt. Alle hulp is uitgebleven, de leiders zijn zoek: op het beslissende moment ontbrak hun waarschijnlijk de moed. Het drama eindigt net zo schimmig als het begonnen is. De kanselarij is al geruime tijd omsingeld door een grote gezagsgetrouwe overmacht, maar door toedoen van allerlei bemiddelaars met zeer onduidelijke dubbelrollen gebeurt er urenlang niets. Pas in de vroege avond gooien de putschisten hun wapens weg en

trekken ordetroepen het gebouw binnen. In de chaos weten sommige rebellen ongehinderd weg te komen; de rest wordt afgevoerd naar de Marokkanerkazerne en korte tijd later berecht. Na krap een week bungelen de aanvoerders al aan de strop en zijn hun handlangers tot zware kerkerstraffen veroordeeld.

Die hele middag heeft Adolf Hitler in Bayreuth zitten genieten van een ander drama: Wagners Rheingold. Een prachtig alibi.