We hebben 326 gasten online

Deel 6a De geschiedenis van Rusland en de Sovjet-Unie

Gepost in Rusland

kaart rusland

Deel 6a en 6b Ontwikkelingen van 1953/1989

Deel 6a De geschiedenis van Rusland en de Sovjet-Unie

De destalinisatie

Aan de top van de partij en het staatsapparaat begint na Stalins dood onmiddellijk een machtsstrijd. De belangrijkste deelnemers aan de strijd zijn partijsecretaris Nikita Chroesjtsov (Zie foto links), premier Georgi Malenkov, minister van defensie Nikolaj Boelganin er van buitenlandse zaken Vjatsjeslav Molotov en het hoofd van de geheime politie Lavrentia Beria. Ondanks de onderlinge verschillen, zijn ze het er toch over eens dat de afschuwelijke Stalin-praktijken gematigd dienen te worden. Dit zonder de bereikte machtspositie van de Sovjetunie in gevaar te brengen. De dood van Stalin leidt direct tot onlusten in binnen- en buitenland. Zo breekt er in de werkkampen van Vorkut een opstand uit. In juni 1953 roepen Berlijnse arbeiders in de Oostzone een algemene staking uit. Andere Oost Duitse steden volgen het voorbeeld. De bezette Oostduitsers eisen vrije verkiezingen en meer welstand. Het Sovjet-leger verplettert de opstanden met tanks. Amerika en West-Europa steunen wel met woorden maar niet met daden. De nieuwe Sovjet-leiders zijn waarschijnlijk opgelucht dat de na-oorlogse terreinwinst definitief door het Westen wordt geaccepteerd. Onmiddellijk daarna wordt Lavrentia Beria, het hoofd van de geheime politie, gefusilleerd, onder meer omdat hij heeft gefaald in het voorkomen van de opstand.

Beria is de laatste vooraanstaande Sovjet-leider die een gewelddadige dood sterft. Met zijn dood wordt de geheime politie weer ondergeschikt aan de partij inplaats van omgekeerd, zoals onder Stalin. De nieuwe leiders hebben wat meer vertrouwen en ze durven heel voorzichtig de teugels wat te laten vieren. Ze maken hun Koreaanse en Chinese bondgenoten duidelijk dat er gepraat moet worden om een eind te maken aan de Koreaanse oorlog. Dit leidt in de zomer van 1953 tot een definitief bestand.

De Sovjetleiders geven ook te kennen dat wat hun betreft enige ontspanning in Midden-Europa is gewenst. Ze verklaren zich bereid de bezettingstroepen terug te trekken indien de bezette landen bereid zijn zich tussen Oost en West neutraal op te stellen. Begin 1955 verlaten de Sovjet-legers Oostenrijk dat net zoals Duitsland in verschillende bezettingszones was opgedeeld. De Sovjetleiders verklaren dat een herenigd maar neutraal Duitsland ook mogelijk is. Als teken van goede wil laten zij de laatste Duitse krijgsgevangenen naar huis gaan. De historici zijn het er nog steeds niet over eens of dit initiatief een propagandastunt is of een serieus gebaar.

De Westduitse regeringsleider Konrad Adenauer en zijn CDU weigeren het Sovjet-voorstel serieus te bespreken. Zij verkiezen de definitieve alliantie met het Westen en ze willen geen neutrale, in hun ogen gevaarlijke status. Ze verkiezen ook een West-Duitsland waar zij de politieke meerderheid bezitten boven een verenigd Duitsland waar eventueel de socialisten de dienst zouden uitmaken.

'Adenauer wilde geen hereniging van Duitsland' HAMBURG (DPA) -.De vroegere Westduitse bondskanselier Konrad Adenauer heeft voorkomen dat vrije verkiezingen in heel Duitsland zouden worden gehouden, met het risico dat dit op den duur tot hereniging zou leiden. Dit blijkt uit een Brits document dat nu pas is gepubliceerd(maart 1986) en waarvan het in Hamburg verschijnende weekblad Deutsche Allgemeine Sonntagsblatt een afschrift kreeg. Volgens citaten uit het document weerhield de eerste Duitse bondskanselier de Britse regering ervan positief te reageren op een Russisch aanbod in heel Duitsland verkiezingen te houden. Adenauer gaf de Westduitse ambassadeur in Londen, Herwarth von Bittenfeld, opdracht een zeer geheime boodschap over te brengen aan de minister van staat in het ministerie van buitenlandse zaken, Sir Ivon Kirkpatrick. In de notities van Sir Ivon van 16 december 1955 staat volgens bet Deutsche Allgemeine Sonntagsblatt: "Dr. Adenauer stelt geen vertrouwen in het Duitse volk. Hij wordt gedreven door de vrees dat, wanneer bij eenmaal van het toneel is verdwenen, een toekomstige Duitse regering het met de Russen op een akkoordje zou kunnen gooien, ten koste van Duitsland. Dientengevolge is bij van mening, dat aansluiting van West-Duitsland bij bet Westen(NATO), belangrijker is dan hereniging".Over de strikte geheimhouding van Adenauers stap, staat in het document: "...dat het uiteraard zeer fnuikend zou zijn voor zijn (Adenauers) politieke opstelling, als de opvattingen die bij (de Westduitse ambassadeur) hier met zoveel openhartigheid kenbaar beeft gemaakt, ooit in Duitsland bekend zouden worden". DPA 1986

Opgenomen in Historie uit het archief www.blikopdewereld.nl

Ze laten daarom Duitsland met Amerikaanse steun herbewapenen. In mei 1955, precies tien jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, wordt de Bondsrepubliek lid van de NATO.

De nieuwe Sovjet-leiders werpen ook het Stalinistische juk af. Zij zetten de poorten van de concentratiekampen op een kier en geleidelijk mag het grootste deel van de slachtoffers van tientallen jaren Stalinistische terreur huiswaarts keren. De afkeer van de gruwelijke Stalin-methodes bereikt zijn hoogtepunt op het partijcongres van februari 1956. Tijdens een besloten zitting neemt partijleider Chroesjtsjov het woord en tot grote verbazing van alle deelnemers neemt hij geen blad voor de mond. Hij schildert Stalin af als een bloeddorstige tiran, een moordenaar die door zijn zuiveringen onnoemelijk veel schade heeft toegebracht aan partij en leger en die de hem toegewijde, bijna goddelijke cultus aanmoedigde. Chroesjtsjov spreekt alleen over de periode na 1934 en hij beperkt zich tot de slachtoffers binnen de hogere partijkaders. Alles wat vóór dat jaar plaatsvond, blijft onbesproken en ontbekritiseerd. Over de miljoenen onschuldige slachtoffers van de gedwongen collectivisering en zuivering zwijgt hij. De hele communistische wereld is geschrokken want de partijleider beschuldigt ook indirect zichzelf en al zijn medestanders en hun methodes. Chroesjtsjov houdt waarschijnlijk zijn geruchtmakende speech, omdat hij in de strijd om de macht zichzelf als een kandidaat van de interne partij vrede wil voorstellen en zijn tegenstanders als voorstanders van de Stalinistische terreur.

De toespraak dringt ook langzaam door tot de satellietstaten waar men de Stalin-terreur in haar ergste vorm nooit heeft gekend. In Polen breken onlusten uit die men nog onder controle kan houden door een populaire communist, Vladislaw Gomulka, uit de gevangenis te ontslaan. Gomulka stelt aanvankelijk de Poolse aspiraties voorop, maar al vanaf 1957 vaart hij steeds meer in Moskous kielzog.

In Hongarije laat men zich door zoiets niet tevreden stellen. Nadat er in oktober 1956 door de veiligheidspolitie op demonstranten wordt geschoten, komt heel Hongarije in opstand.

inval hongarije

Boedapest 1956 Marxisten......

Een groot deel van het leger steunt de revolutie en een democratisch regime. De communistische premier Nagy stelt zich aan het hoofd van de opstand en verklaart Hongarije neutraal. De Sovjet-leiders beloven eerst hun troepen terug te trekken, nodigen de Hongaarse legerleiding uit, zogenaamd voor een bespreking en nemen hen prompt gevangen. Vervolgens rukken de Sovjetlegers op naar Boedapest dat ze na een belegering van vier dagen innemen. Premier Nagy en de voornaamste legerleider worden afgevoerd en later opgehangen. Overal worden Hongaren opgepakt en naar Sovjet-kampen overgebracht. Zolang de grenzen met Oostenrijk niet definitief zijn vergrendeld, stromen Hongaarse vluchtelingen naar het Westen. Zo'n 200.000 Hongaren verlaten voor altijd hun land. De Hongaarse opstand maakt de hele wereld en vooral de inwoners van de Oost Europese satellieten duidelijk dat de Sovjetunie niet van plan is nog een onderdeel van haar imperium af te staan. Niemand moet op Westerse militaire steun rekenen.

Op het moment van de Hongaarse opstand proberen Frankrijk en Groot-Brittanië het onafhankelijke Egypte weer aan de koloniale leiband te laten lopen. Ze bezetten een tijd het door de Egyptenaren gekanaliseerde Suez-kanaal. Die interventie ontkracht veel van het Westerse protest over het neerslaan van de Hongaarse opstand.

Chroesjtsjovs destalinisatie en de ernstige problemen in Oost-Europa zorgen een jaar lang voor hevige spanningen tussen de Sovjet-leiders. Chroesjtsjov kan tenslotte zijn slag slaan en zijn rivalen Malenkov, Molotov en later Boelganin vallen uit de boot. Ze krijgen her en der onbelangrijke baantjes zonder dat er een executiepeloton aan te pas komt zoals in Stalins tijd.

Chroesjtsjov laat zich tevens tot eerste minister benoemen en kan nu ongestoord zijn eigen politiek voeren, zonder dat hij echter ooit over Stalins almacht zal beschikken.

Chroesjtsjovs economische politiek

chroestjovChroesjtsjov is ondanks zijn goedlachse, boerse voorkomen, een sluwe apparatsjik, die tien jaar lang zijn bewind kan handhaven. Hij is een landbouwspecialist, niet wars van een experiment en iemand die voor toenmalige Sovjet-normen eerlijk zegt wat er aan de hand is. Zo vraagt hij zich in 1953 hardop af waarom de veestapel van de Sovjetunie nog altijd kleiner is dan in 1916. Een partij-ambtenaar zoals Chroesjtsjov is echter met Stalin-recepten naar de top geklommen en hij denkt er niet aan het planningsysteem en de collectivisering van de landbouw op de helling te zetten.

Hij gelooft daarentegen in schaalvergroting en echte landbouwsteden van waaruit de landbouwers naar hun collectieve bedrijven trekken. Onder Chroesjtsjov daalt het aantal kolchozen van 91.000 naar 35.000 monsterbedrijven. Daarentegen laat hij het aantal sovchozen stijgen. Dat zijn staatsboerderijen waar de boeren staatsarbeiders zijn. Chroesjtsjov dreigt op een bepaald moment om de boeren het stukje land dat ze zelf mogen bewerken, af te nemen, maar dat plan durft hij niet uit te voeren.

Andere vernieuwingen mislukken min of meer. Chroesjtsjov heeft de Verenigde Staten bezocht en is bijzonder onder de indruk van de resultaten van de Amerikaanse landbouw. Daarom geeft hij bijvoorbeeld opdracht om in grote delen van de Sovjetunie maïs te telen. Dat bevel gaat langs de geijkte hiërarchische bureaucratische lijnen naar beneden, zonder dat rekening wordt gehouden met het klimaat en bodemgesteldheid. Het maïsplan wordt een grote flop. Tijdens zijn bewind wordt er verder ongeveer 280.000 km2, voor de landbouw klaargemaakt. Veel van die reusachtige gebieden hebben echter een niet al te beste bodem en een ongunstig klimaat. Het is steppegrond. De ontginning van die maagdelijke streken vergt zware menselijke inspanning en grote financiële investeringen. In vergelijking tot de inspanning zijn de resultaten aanvankelijk pover. De oogsten zijn klein, maar op de langere termijn is deze campagne toch van belang geweest.

 

 

zegeningen communisme

Aan het einde van zijn regeringsperiode moet Chroesjtsjov zijn mislukkingen op landbouwgebied toegeven en Canadees graan invoeren. Op industrieel gebied gaat het beter. De oorlogsschade is hersteld. Opnieuw vergroten de Sovjets hun industriële armslag. Ze bouwen elektriciteitscentrales, ze houden zich met kernenergie bezig en grondstoffen zijn gemakkelijk te vinden. De nadruk blijft liggen op grootschalige industrie zoals transport en machinebouw, op verdere elektrificatie en chemische nijverheid. Chroesjtsjov houdt vast aan de centrale planning maar verhuist duizenden Moskovitische bureaucraten naar de diverse regio's waar ze dichter bij de bedrijven zitten. Ook deze vernieuwing wordt een mislukking.

Onder Chroesjtsjov wordt echter één aspect van het Sovjet-systeem duidelijk: wanneer de Sovjetleiders enorme middelen concentreren op een beperkt doel zijn er spectaculaire resultaten. Op 1 oktober 1957 lanceert de Sovjetunie de Spoetnik, de eerste ruimtesatelliet. Het Westen is zeer overdonderd maar ook vol bewondering. In de Verenigde Staten opperden allerlei wetenschappers dat de technologie en de wetenschappelijke opleiding in de Sovjetunie wel eens superieur zou kunnen zijn. Later blijkt dat die voortrekkersrol moeilijk is vol te houden. Eigenlijk wordt al in 1958 duidelijk dat de beroemde planningcijfers van de Sovjet-leiding niet kloppen. Midden in een vijfjarenplan wordt de cyclus onderbroken en vervangen door een zeven jarenplan. Hoewel de nadruk op de zware industrie blijft liggen, wordt verhoudingsgewijs meer aandacht besteed aan consumptiegoederen.

De levensstandaard blijft echter nog steeds heel laag, zeker vergeleken bij de explosieve stijging in het Westen in de jaren zestig. Maar de kleding wordt toch iets beter; essentiële voedingsproducten zoals boter, brood en melk worden massaal en bijzonder goedkoop verkocht. Ook wordt er veel aandacht besteed aan een betere en ruimere behuizing. Bovendien lijkt het erop dat de diepgewortelde angst voor deportaties, verbanning en terreur, eindelijk afneemt. Nu ontstaat ook op cultureel gebied wat meer ruimte.

spotprent chroestjov

Chroesjtsjov:'Ons ideaal is een wereldomvattende ideologie' (1962)

De dooi

In 1958 ontvangt de auteur Boris Pasternak de Nobelprijs voor literatuur. Hij wordt uit de Sovjet-schrijvers bond gestoten omdat hij zijn roman Dr. Zivago in het Westen laat publiceren. Boris Pasternak vond in eigen land geen uitgever bereid het boek uit te geven. Maar een paar jaar later geeft Chroesjtsjov zijn persoonlijke toestemming voor publicatie van Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj, een roman van een schrijver die zelf tien jaar gevangenis achter de rug heeft: Alexander Solzjenitsyn. Het boek wordt de literaire sensatie van 1962. De Sovjet-leiders hopen dat opnieuw schitterende dingen gemaakt zullen worden die de glorie van het regime op een creatievere manier bezingen dan de houterige "kunst" onder Stalin. Dat valt tegen want de meeste goede artiesten besteden hun energie liever aan universele thema's, aan met zware symboliek doorspekte romans of films dan aan de klassieke communistische, altijd zegevierende held of heldin. Partijbureaucraten leggen zich morrend neer bij de dooi. Chroesjtsjov bewijst echter dat hij ook de traditionele waarden van het regime respecteert. Onder zijn bewind vinden weer echte godsdienstvervolgingen plaats. Allerlei historisch belangrijke kerken worden afgebroken.

Het Breznjev-tijdperk

Al deze plannen zijn een voorbeeld van het "muizeverstand" dat Chroesjtsjov volgens zijn opvolgers bezit. Midden 1964 wordt de politiek van de partijleider niet meer gevolgd: zijn fouten zijn groter dan zijn povere resultaten. In oktober 1964 wordt hij afgezet; hij wordt met pensioen gestuurd door zijn eigen vertrouwelingen.

breznjevDe nieuwe partijleider Leonid Breznjev is een partij bureaucraat. De nieuwe eerste minister Alexei Kosygin is een technicus. Het zijn voorzichtige leiders die hun buik vol hebben van Chroesjtsjovs gewaagde en dikwijls mislukte initiatieven. Ze geven de voorkeur aan een geleidelijke en gestage groei en invloed op elk terrein. Zoals de vorige en volgende Sovjet-leiders beginnen zij ook te sleutelen aan de geleidelijk steeds manker lopende economie. Iedereen in de Sovjetunie weet inmiddels dat de landbouw de zieke peiler is van de Sovjet-economie. Velen vermoeden dat de collectieve in plaats van de individuele landbouw de oorzaak is van alle problemen, maar om ideologische redenen wil niemand dat toegeven. Er blijft dus maar één middel over: forse investeringen en de hoop op goede oogsten. Tijdens de Brezjnev-periode stopt de Sovjetunie bijna een derde van haar investeringsmogelijkheden in een landbouw met gebrekkige productiviteit, en zonder marktmechanismen. Een deel van de inspanningen wordt wel besteed om de schrijnende achterstand op te heffen van de levensstandaard van de kolchoz-leden op die van de industrie-arbeiders. Na vijftig jaar communisme krijgen deze mensen een vast inkomen en pensioenrechten. Een ander deel wordt besteed om de prijs van de basisproducten bijzonder laag te houden. In het begin van de jaren zeventig zijn er forse tegenvallers in de oogst en blijkt dat de grote investeringen niet renderen. Alleen al in 1975 en 1976 moet de Sovjetunie vijf miljard dollar besteden aan graanimport.

Ook op het gebied van de nijverheid proberen Brezjnev en vooral de eerste minister Kosygin de trein weer op het juiste spoor te krijgen. De gemakkelijk te delven grondstoffen zijn echter uitgeput. Er is meer en meer behoefte aan hoogwaardige technologie, veel minder aan grote en simpele machines. Aan het principe van de centrale planning met als gevolg hoge overproductie van het ene en onderproductie van het andere product, met voorrang aan hoeveelheid boven kwaliteit, met verplichte leveranciers en afnemers, wordt niet getornd. Kosygin probeert het met een aantal nieuwe managementtechnieken. De rol van de bedrijfsleiders wordt vergroot. De ondernemingen mogen voortaan winst boeken, die deels als belasting wordt afgedragen en deels in sociale fondsen wordt gestopt ten voordele van het personeel. Het planningsysteem wordt wat bijgeschaafd. Voortaan telt niet alleen het aantal geproduceerde hoeveelheden, maar tellen ook de gemaakte kosten.

Het eerste vijfjarenplan van de Brezjnev-periode heeft een verrassing in petto. Voor de eerste keer worden heel veel middelen voor consumptie gereserveerd. Geleidelijk krijgt heel de Sovjetunie televisie; er zijn bandrecorders, enzovoort. In de staatswinkels ligt behoorlijke kleding, zij het weinig modieus. Voor veel Sovjetburgers zijn dit belangrijke jaren omdat het regime eindelijk zijn materiële beloftes lijkt na te komen. Lang duurt die periode van stijgende welvaart niet. Daarvoor zijn zowel binnenlandse als buitenlandse oorzaken aan te wijzen. De economische hervormingen van Kosygin verzanden weldra in bureaucratie en wijzigen niets aan de basisproblemen.

De oude onder Stalin opgegroeide generatie gaat met pensioen. Met haar verdwijnt zowel het idealisme voor de opbouw van het communisme als de angst voor de repressie. Geleidelijk verslapt de arbeidsdiscipline en daardoor ook de productiviteit. De jongere generatie is veel minder bangelijk; zij redeneert als volgt: "zij doen alsof ze ons betalen en wij doen als of we werken".

De nieuwe generatie gelooft ook niet meer in de klassieke ideologische slogans. Vooral onder de mannen heerst een oude Russische ziekte: voortdurende dronkenschap die tot bijzonder veel verzuim op het werk leidt. De partijleiding is zich daarvan bewust, helaas doet zich hetzelfde probleem ook in eigen kring voor. Onder Brezjnev breidt de corruptie zich uit. De nomenclatura, bestaande uit de ongeveer 10% ambtenaren, officieren en partijleiders die het land besturen, zorgt goed voor de familie en zichzelf. Ze doet inkopen in speciale winkels waar wèl goede consumptieartikelen worden verkocht. Die groep veroudert geleidelijk zonder macht of prestige te moeten inleveren. Onder Brezjnev zijn er geen belangrijke zuiveringen of wijzigingen aan de top. Iedereen die een belangrijke functie heeft in de partijbureaucratie, is van zijn positie verzekerd. Op een bepaald moment is de gemiddelde leeftijd van het belangrijkste partij-orgaan zeventig jaar.

Echt actief is de partij maar op een gebied: de onderdrukking van alle politieke tegenstand. Een kleine maar luidruchtige groep mensen, onderling meestal zeer verdeeld, gaat niet akkoord met het monopolie van de partij. Er zijn authentieke marxisten bij, zoals Roy Medvedev, die het regime een aanfluiting van het communisme noemen. Er zijn vredesactivisten, zoals kernfysicus Sacharov of de Sovjetjood Sjaransky, die eisen dat alle Sovjet-joden vrij mogen uitwijken. Het lot van een paar duizend mensen die meer democratie eisen, is bijna altijd hetzelfde. De KGB, de politieke politie, valt hen voortdurend lastig. Er wordt broodroof op hen gepleegd en ze worden soms verbannen naar het binnenland. Anderen, zoals Solzjenitsyn of de cellist Rostropovitch en zijn vrouw de sopraan Galina Visnevskaia, worden het land uitgepest en verliezen hun nationaliteit. Een paar duizend mensen die niet bekend zijn bij de Westerse media komen er niet zo gemakkelijk vanaf. Zij verdwijnen in werkkampen of ze worden door corrupte psychiaters in dienst van de KGB gek verklaard en daarvoor mishandeld. Dat misbruik is zo schrijnend dat de Sovjetunie zelf uit de internationale vereniging voor psychiatrie stapt voordat ze het risico loopt eruit te worden gezet. De meeste Sovjet-burgers steunen hun regering echter volmondig. Ze vinden dat de dissidenten hun land belasteren. Ze begrijpen niet dat een paar intellectuelen die het materieel zo goed hebben, hun regime toch aanvechten.

Zie verder Deel 6b De geschiedenis van Rusland en de Sovjet-Unie