We hebben 298 gasten online

Deel 6b De geschiedenis van Rusland en de Sovjet-Unie

Gepost in Rusland

 

kaart rusland

Deel 6a en 6b Ontwikkelingen van 1953/1989

Deel 6b De geschiedenis van Rusland en de Sovjet-Unie

Brezjnevs buitenlandse politiek

Op buitenlands gebied is de Brezjnev-tijd oorspronkelijk een periode van consolidatie. De nieuwe partijleiders willen dezelfde doelstellingen als hun voorgangers nastreven: behoud van het imperium, vrede met de kapitalistische wereld en als het enigszins kan een geleidelijke uitbreiding van macht en invloed in de Derde Wereld. Het geluk staat aan hun kant. De Verenigde Staten verzanden in een hopeloze landoorlog in Zuid-Azië, die in de Verenigde Staten zelf tot verscheurende situaties leidt. De Europese landen verliezen in de jaren zestig hun kolonies. Vele van de nieuwe naties wenden zich bij voorkeur voor hulp en steun tot die ene grote staat die nooit kolonies heeft bezeten. De situatie van veel volkeren in de grote Sovjet-gebieden van Centraal-Azië wordt daarbij gemakshalve vergeten. Brezjnev en zijn partijbestuur gaan eerst voorzichtig te werk; ze bieden hier en daar wat steun, aan Egypte bijvoorbeeld dat in oorlogstoestand leeft met de Amerikaanse bondgenoot Israël; uiteraard ook hulp aan Vietnam. Veel stelt het allemaal niet voor. Een vreedzame coëxistentie met het Westen betekent dat belangrijke bedragen kunnen worden geïnvesteerd in de eigen landbouw en de consumptie.

In 1968 wordt in Tsjechoslowakije de oude stalinistische dictator Walter Novotny eindelijk vervangen door jongere partijleiders onder wie Alexander Dubcek. Deze leiders begrijpen dat het systeem het vroegere Westerse land in een economisch en intellectueel moeras heeft gedreven. Ze stellen een aantal belangrijke hervormingen voor; de pers- en organisatievrijheid wordt grotendeels hersteld tijdens deze Praagse lente.

com menselijk gezicht

Lente in Praag 'Help de wissel is kapot' 1968

Er is zelfs vaag sprake van een meerjaren democratie. Dat gaat te ver voor de Sovjetunie en vooral voor sommige bondgenoten zoals de DDR. Met Dubcek en de andere Tsjechoslowaakse leiders vindt er een vergadering plaats met veel vriendelijke woorden en bloemen en kort daarna rollen de tanks van de Sovjetunie en het grootste deel van haar satellietstaten Tsjechoslowakije binnen.(Roemenié houdt zich afzijdig) Dubcek wordt afgezet en kort daarna wordt de partij gezuiverd. De brutale interventie wordt afgezwakt met een verwijzing naar de Brezjnev-doctrine, die andere socialistische landen het recht geeft een door "reactionairen" bedreigde staat in het "socialistische" kamp te houden.

Het jaar 1968 is ook het hoogtepunt van de Amerikaanse bemoeienis in Vietnam zodat de betrekkingen tussen de grootmachten, gezien beider verleden, niet verslechteren. Integendeel, met de verkiezing van Richard Nixon worden die alleen maar beter. Nixon haalt geleidelijk de Amerikaanse troepen uit Vietnam. Met zijn reputatie van harde communistenvreter kan hij zich gemakkelijker compromissen veroorloven met de Sovjetunie dan veel van zijn Amerikaanse co-politici.

Zowel de Amerikanen als de Russen kunnen best een adempauze gebruiken en zo begint het tijdperk van de ontspanning, de détente. Brezjnev en Nixon zijn beiden harde realisten en kunnen bijzonder goed met mekaar opschieten. Al die jaren hebben de beide grootmachten hun bewapening opgevoerd en bijzonder veel middelen besteed aan steeds duurdere en ingewikkelder wapens. Op het toppunt van de ontspanning tekenen zij het Salt 1 Akkoord op 26 mei 1972. De Verenigde Staten en de Sovjetunie zijn het erover eens het aantal strategische kernwapens voorlopig te bevriezen. Brezjnev verrast iedereen wanneer hij daarbij opmerkt: God zou het ons niet vergeven als wij niet al het mogelijke zouden doen om een kernoorlog te vermijden.

Ook in Europa is de ontspanning voelbaar, vooral door het optreden van de nieuwe Duitse bondskanselier Willy Brandt. Brandt maakt zowel de DDR, Polen als de Sovjetunie duidelijk dat de machtige Bondsrepubliek niet meer denkt aan het terugvragen van de verloren gebieden. Ze aanvaardt tevens het bestaan van de DDR.

Een en ander leidt tot een hoogtepunt in de ontspanning en misschien tot Brezjnevs mooiste moment als Sovjet-leider: de Veiligheidsconferenties met de slotakte van Helsinki die op 1 augustus 1975 wordt getekend. Alle na-oorlogse grenzen en invloedssferen in Europa worden eindelijk erkend: een geruststelling en een diplomatieke triomf voor de Sovjetunie. De Westerse mogendheden krijgen in ruil daarvoor een verklaring over de mensenrechten en de vrije uitwisseling van informatie, ideeën en personen. Dat lijkt magerder dan het is. Onmiddellijk beroept de democratische oppositie in de Sovjetunie zich op de handtekening van de eigen gezagsdragers om onder de verstikkende bevoogding van de partij en de bureaucratie uit te raken. Ook de Westerse mogendheden ontdekken zeer vlug die mogelijkheden. Al vijftien jaar lang wordt de Sovjetunie achtervolgd en in een moeilijke situatie gebracht door een vergelijking tussen de beloftes van Helsinki en de realiteit in de Sovjetunie en zijn satellietstaten. Door de situatie in Amerika wordt de ontspanning bepaald niet bevorderd.

nixon treedt afPresident Nixon neemt in 1974 ontslag na het Watergate-schandaal waardoor het Amerikaans congres een tijd lang eerste viool speelt in de buitenlandse politiek ten nadele van de onervaren president Ford. (zie voorpagina TheNew York Times)

De Sovjet-leiders laten de kans om daarvan te profiteren niet voorbijgaan. In Azië veroveren de communistische Noord Vietnamezen Zuid-Vietnam waar de Amerikanen tevoren zijn vertrokken. Het Amerikaanse parlement weigert geld en wapens te leveren aan de bedreigde bondgenoot die in korte tijd wordt veroverd. In Afrika verjagen marxistische officieren de keizer van Ethiopië. Ze vestigen een nog onmenselijker dictatuur dan die van hun keizerlijke voorganger. Portugal trekt zich terug uit zijn kolonies Mozambique en Angola. In beide landen krijgen marxisten het bewind in handen; in Angola dank zij de Cubaanse soldaten van Sovjet-bondgenoot Fidel Castro. In Afghanistan plegen Sovjet-gezinde officieren in 1978 een staatsgreep waardoor het land onder communistisch bestuur komt. In die vier à vijf jaar is de Sovjetunie nergens rechtstreeks tussenbeide gekomen, maar ze heeft met adviezen allerlei activiteiten gesteund. In 1978 is zij niet langer meer een Euraziatische grootmacht maar een echte supermacht, die op alle continenten steunpunten bezit.

De Amerikanen reageren geschokt op die nieuwe Sovjet-macht die de na-oorlogse Amerikaanse alleenheerschappij aantast. Over een tweede Salt-Akkoord wordt nog wel onderhandeld maar tot een goedkeuring komt het niet. De bewapeningswedloop wordt hervat. De Sovjet-militairen bouwen een duur anti-raketsysteem rond Moskou. Ze spenderen enorme bedragen aan nieuwe conventionele wapens, vooral aan de vloot. De Sovjetunie die begin 1970 nog maar een kleine vloot bezat, begint gezien haar toegenomen wereldrol een enorme inspanning te leveren om ook op vlootgebied aan de Amerikanen gelijkwaardig te worden. Helemaal lukt dat niet maar de uitgaven eisen wel een belangrijk deel van de financiële middelen van een al jaren stagnerende Sovjet-economie. De Sovjetunie besteedt gemiddeld zo'n 15% per jaar van het nationaal product aan defensie, in de Verenigde Staten is dit 4 à 5%.

De na-oorlogse periode van de koude oorlog komt bijna terug wanneer Brezjnev en zijn medestanders het sein geven om een wankelend Afghaans regime met Sovjet-troepen te ondersteunen.

In 1979 bezetten 100.000 Sovjet-soldaten het land, zogenaamd om het te beschermen tegen allerlei afghanistankwaadwillige elementen die de grote verworvenheden van de revolutie willen terugschroeven. De hele wereld reageert boos. Voor de eerste keer sinds Tsjechoslowakije heeft de Sovjetunie haar imperium vergroot en een nieuwe satellietstaat ingelijfd. Ze bereikt een doel waar de Russische keizers alleen maar van droomden. De verovering blijkt niet van een leien dakje te lopen. De tegenstand van het Afghaanse verzet is groot. Hoewel de Russen hard en zonder pardon optreden, capituleren de Afghanen niet. De oorlog kost de Sovjetunie handenvol geld en de binnenlandse economische problemen worden daardoor nog groter. De oorlog doet ook het krediet van de Sovjetunie in de derde wereld dalen en verstoort het belangrijkste feest dat het ooit heeft gevierd: de Olympische Spelen van 1980 in Moskou. De Verenigde Staten en enkele minder belangrijke naties sturen geen atleten waardoor de Spelen worden onthoofd. De Spelen zijn de laatste grote gebeurtenis voor de Sovjet-leiders die ouder en zieker worden zonder de macht af te staan.

Op 10 november 1982 eindigt dan toch het Brezjnev-tijdperk met het overlijden van de partijleider, het staatshoofd en die andere titels die Brezjnev zichzelf had toegeëigend.

Het interregnum: Andropov en Tsjernenko

andropov opvolger breznjev

Brezjnev wordt opgevolgd door Joeri Andropov, een gewezen chef van de KGB. Andropov is uiteraard bijzonder goed ingelicht over de werkelijke situatie van het land. Hij kent de kleine en grote corruptie op alle niveaus. Hij kent de lage levensstandaard van de bevolking die op hetzelfde peil is blijven staan als na de verbetering in de jaren zestig. Hij weet dat de jongere generatie niet meer is geïnteresseerd in de ideologie en lak heeft aan arbeidsdiscipline. In theorie heeft iedereen in de Sovjetunie een full-time baan. In de praktijk ziet men in de grote steden de hele dag enorme mensenmenigten wandelen, winkelen, bioscopen bezoeken. De hele situatie wordt nog verergerd door de enorme dronkenschap onder de Russische mannen. Op de straten treft men overal alcoholisten aan en volgens sommige bronnen zoekt ongeveer een vijfde van alle mannen zijn heil bij de fles. Verder is er nog een onpopulaire oorlog in Afghanistan waar duizenden Sovjet-soldaten sneuvelen zonder dat het verzet wordt gebroken.

Andropov besluit eerst en vooral die dronkenschap en het gebrek aan discipline aan te pakken. Hij doet het met methodes uit zijn KGB-tijd. Dronkaards worden opgepakt en zwaar gestraft. De politie kamt tijdens werkdagen de bioscopen uit. Hij gebruikt bureaucratische middelen. Winkels waar alcoholische dranken worden verkocht, worden gesloten. Er worden minder middelen vrijgemaakt voor alcoholproductie. Die disciplinaire campagnes hebben oppervlakkig gezien vrij veel succes, al wordt thuis meer dan ooit zelf gestookt. Veel meer kan de nieuwe leider niet doen. Na nog geen jaar verdwijnt hij uit ieders gezichtsveld. Een griepje, vakantie, enzovoort, is de officiële uitleg. Een slepende en dodelijke nierziekte is de werkelijke oorzaak van zijn overlijden in februari 1984.

Onmiddellijk na Andropovs dood vraagt men zich af wie de nieuwe leider zal worden: de jonge Gorbatsjov is de kandidaat van de overleden leider. Hij is een landbouwspecialist en heeft veel in het buitenland gereisd. De andere kandidaat is de oude Konstantin Tsjernenko, ooit Brezjnevs favoriet. De oude generatie in de partij wint het nog eenmaal. Al bij Andropovs begrafenis blijkt dat Tsjernenko nog met moeite kan spreken. Deze doodzieke man blijft theoretisch dertien maanden aan de macht. In werkelijkheid wordt hij al maanden voor zijn dood, in maart 1985, vervangen door Michail Gorbatsjov.

Het Gorbatsjov-tijdperk

Gorbatsjov wordt partijleider na het overlijden van Tsjernenko. Iedereen verwacht veel van de nieuwe leider. Hij is nog jong,gorbatsjov 54 jaar. Iedereen is allang vergeten dat Lenin en Stalin 47 jaar waren en zelfs Brezjnev maar 57 toen zij de leiding van de Sovjetunie in handen namen. Gorbatsjov is tevens de eerste leider die geboren is na de bolsjewistische staatsgreep van 1917.

Hij begint met een groot deel van de partijen staatstop te verjongen. Veel moeite vergt dat niet: binnen een paar jaar sterft de generatie Andropov-Tsjernenko. Ook maarschalk Oestinov en partij-ideoloog Soeslov sterven. Anderen, waaronder de 80-jarige eerste minister Tichonov, gaan met pensioen of nemen genoegen met een erepost zoals de 76 jarige minister van buitenlandse zaken Gromyko. Hetzelfde gebeurt op de lagere niveaus waar de 70en 80-jarigen eindelijk opstappen tot groot genoegen van de al jaren gefrustreerde 50- en 60-jarigen. Zo'n 40% van de partijleiders gaat tussen maart en december 1985 met pensioen. Tegelijkertijd kunnen allerlei corrupte heerschappen worden verwijderd. De nieuwe bazen zijn niet alleen jonger, maar ook veel beter opgeleid dan hun voorgangers die dikwijls hun loopbaan begonnen als willoze werktuigen in het Stalin-tijdperk. Hetzelfde gebeurt in het leger waar veel hogere officieren soms al 25 jaar op dezelfde post zaten.

Gorbatsjov en zijn nieuwe ploeg zijn vooralsnog niet voornemens de Sovjetpolitiek een radicaal nieuwe koers te laten varen. Ze willen wel het bestaande stagnerende systeem opnieuw versterken en bijsturen en verschillende trends ombuigen. Er is geen sprake van dat de peilers van de Sovjetunie ter discussie worden gesteld; dat blijven: het volledige politieke monopolie van de communisten, het centrale planningsysteem van de economie en de collectieve landbouw. Men dient meer inzicht te krijgen in de manier waarop de samenleving is gestructureerd. Vandaar dat de nieuwe leiding openheid, glasnost, aanbeveelt om de problemen te leren kennen.

Dankzij die openheid kan de economie geherstructureerd worden: perestroika. Glasnost is dus geen doel op zich, en zeker geen vrijheid van meningsuiting zoals sommige mensen in het Westen denken. Een paar maanden nadat de campagne voor meer openheid start, krijgt men een fraai voorbeeld. Pas nadat de Zweedse wetenschappers de wereld alarmeren, geven de Sovjet-leiders toe dat in Tsjernobyl in de Oekraïne, een kernramp heeft plaatsgevonden. Officieel verliezen 32 mensen het leven, maar op lange termijn vreest men voor de dood van duizenden. Incidenten zoals Tsjernobyl maken duidelijk waar de grenzen van de glasnost liggen: bij onverwachte of minder populaire gebeurtenissen komt de oude reflex weer boven en wordt alles weer zo veel mogelijk afgeschermd.

Toch blijkt weldra dat de nieuwe generatie een duidelijk doel voor ogen heeft en bereid is realistisch op te treden. Op buitenlands terrein worden allerlei initiatieven genomen ter wille van de binnenlandse perestroika. De arme Sovjetunie kan zich niet langer de avonturen en de dure prestigeprojecten uit de jaren zestig en zeventig veroorloven. Belangrijke aanwijzingen zijn de geleidelijke dooi in de betrekkingen met Israël en de verzoenende taal over de problemen in het Midden Oosten. De Sovjetunie geeft ook duidelijke hints aan sommige pseudo-marxistische regimes in Afrika dat de goede tijd voorbij is. Moskou is niet langer bereid onpopulaire regimes in het zadel te houden.

De economische problemen stimuleren waarschijnlijk ook de nogal spectaculaire ontwapeningsvoorstellen van Gorbatsjov. Na lang onderhandelen ondertekenen de Amerikaanse president en de Sovjet-partijleider in december 1987 een verdrag waarbij beide landen zich akkoord verklaren om de middellange afstandsraketten die ze bij hun bondgenoten hadden geplaatst, te verwijderen. Voor de eerste keer worden wapens vernietigd in plaats van alleen de productie te stoppen. Beide grootmachten gaan er ook mee akkoord dat wederzijdse controle ter plaatse mogelijk wordt.

Een even belangrijke gebeurtenis is de aankondiging van het vertrek van de Sovjet-troepen uit Afghanistan. Volgens Kremlin-bronnen zijn daar 15.000 Sovjetsoldaten gesneuveld. Miljarden roebels gingen verloren in een vergeefse poging het land tot een satellietstaat te maken. Vanaf 15 mei 1988 vertrekken de Sovjet-soldaten, na wat in feite de eerste naoorlogse militaire nederlaag is van het imperium. Uit Iran en Oostenrijk vertrok de Sovjetunie vrijwillig, uit Afghanistan vlucht ze. De koppigheid van de verzetstrijders en hun primitieve cultuur en gewoontes verslaan de Sovjets-bezetters. Het is misschien een ommekeer in de Sovjet-politiek die pas later zijn volle betekenis krijgt.

Hetzelfde nieuw-realisme overheerst de binnenlandse politiek. Alle energie wordt op de hervorming van de economie geconcentreerd: de perestroika. Er moet meer, beter en zorgvuldiger worden geproduceerd. Consumptiegoederen en sociale maatregelen krijgen wat meer voorrang. De Sovjet-leiders vragen tien tot vijftien jaar geduld voordat men de resultaten kan zien van de maatregelen die nu dagelijks worden genomen. Toch is het nu al duidelijk dat op economisch gebied, het belangrijkste van allemaal, nog steeds weinig successen zijn geboekt.

Er zijn een paar belemmeringen. Aan het principe van de centrale planning wordt niet getornd. Er mag ruimte zijn voor de vrije markt maar ze moet zich wel voornamelijk beperken tot de dienstensector. In Moskou worden bijvoorbeeld een paar privé-restaurants geopend. Vrouwen verdienen voortaan officieel bij met knippen en naaien. Veel bureaucratische maatregelen nemen met de linkerhand terug wat met de rechterhand wordt gegeven. Privé-personen mogen na hun gewone werktijd diensten verlenen, taxi rijden bijvoorbeeld, maar hebben daarvoor toestemming nodig en die kan worden verleend of geweigerd. Ze moeten een groot deel van die extra-inkomsten als belasting afdragen met als gevolg dat er weinig nieuwe privétaxi's zijn maar wel heel veel privé-chauffeurs die zwart rijden en verdienen. De landbouw blijft een collectieve zaak. Leden van de kolchoz kunnen wel samen met andere leden een landbouwcoöperatie oprichten, maar ze blijven afhankelijk van de bureaucratie wat betreft machines, zaaigoed, enzovoort. Soms lukt dat, maar vaak worden ze gesaboteerd. Er worden zoveel economische nieuwe wetten gemaakt en ze zijn zo verward dat nog maar weinigen weten wat nu wel of niet kan. Sommige grote bedrijfstakken mogen rechtstreeks met het buitenland handel drijven maar in de praktijk betekent dit dat door Westerse zakenlieden wordt onderhandeld met het ministerie van Buitenlandse Handel en met de desbetreffende bedrijfstak, terwijl vroeger alleen maar met het ministerie viel te praten.

De Sovjetunie kan het zich ook niet veroorloven de sociale gevolgen van de hervormingen uit het oog te verliezen. Bedrijven die niet rendabel zijn, kunnen voortaan failliet worden verklaard. Vroeger gebeurde dat ook, maar dan noemde men dat reorganisatie. De werknemers hebben wel recht op een andere baan. Sommige ministeries worden afgeschaft, maar tegelijkertijd groeien grote bureaucratieën om nieuw werk te zoeken voor de ontslagen werknemers. Tenslotte is er,één onopgelost probleem: de economie kan slechts gezond worden als de productie stijgt, als de arbeidsinzet en discipline verbeteren. Dat hangt grotendeels af van de mentaliteit van de werkende bevolking. Die wil eerst betere producten in de winkels en betere sociale voorzieningen en die kunnen er pas komen als de productie stijgt, enzovoort. Met andere woorden men raakt in een vicieuze cirkel.

De glasnost heeft wel enkele belangrijke neveneffecten voor de machthebbers. De oproep tot openheid is gevolgd: niet zozeer door de bureaucraten en de bedrijfsleiders, maar wel door de intellectuelen. Vooral de jonge intelligentsia, de kunstenaars, de schrijvers, de cineasten, enzovoort, hebben zich achter de hervormingen geschaard. Zij schrijven, publiceren of schilderen dingen die tot voor kort onmogelijk waren: vooral de beruchte Stalin-periode komt geleidelijk aan het licht. Ook de media kennen veel meer openheid. Vliegtuigrampen, spoorwegrampen, enzovoort, worden na de catastrofe in Tsjernobyl veel eerder gemeld. Stakingen of betogingen worden niet bepaald bejubeld maar ook niet meer verzwegen.

Ook in de partij wordt volop gediscussieerd. Op de partijconferentie van juli 1988 nam niet alleen de top het woord, ook de basis mocht al een woordje meespreken. De in ongenade gevallen ex-partijleider van Moskou mocht zichzelf openlijk verdedigen. De glasnost heeft ook tot gevolg dat allerlei actiegroepen zich beroepen op de nieuwe partijlijn en zij stellen eisen waarvan ze heel goed weten dat ze zelfs in het perestroika-tijdperk de partij en de staat allesbehalve welgevallig zijn. Vooral de niet-Russen hebben van de glasnost geprofiteerd om eisen te stellen.

Gorbatsjovs politiek had echter helemaal niet het effect waar hij op gehoopt had. Eerst verloor de Sovjet Unie haar invloed in de wereld. Daarna gaf ze Oost Europa op. Uiteindelijk viel de Sovjet-Unie in december 1991 uiteen. De binnenlandse ontwikkelingen in de Sovjet Unie vormden het historische kader waarbinnen het einde van het communisme zich afspeelde.

Het nationaliteiten-probleem

In 1986 vervangt Gorbatsjov de corrupte partijleider van de Sovjet-republiek Kazachstan door een Rus in plaats van door een andere Kazach. Er breken zware rellen uit in Alma Aster, de hoofdstad van Kazachstan. Het aantal doden wordt op 100 geraamd. 70 Jaar Sovjet-bewind heeft de fictie gecreëerd van socialistische broederlijkheid maar onder de glasnost breekt die mythe stuk. De door Stalin uit de Krim verdreven Tataren eisen in Moskou hun geboortestreek weer op. De Litouwers houden nationalistische betogingen.

En in het voorjaar van 1988 eisen honderdduizenden Armeniërs, waaronder ook Armeense partijleiders, dat een door Stalin aan Azerbadzjan toegewezen deel dat voornamelijk door Armeniërs wordt bewoond, wordt teruggegeven aan Armenië. Tijdens hevige onlusten worden officieel 32 Armeniërs vermoord door de Islamitische Azerbadzjanen. De Kremlin leiders grijpen terug naar de oude en vertrouwde machtsmiddelen: nee tegen de Armeense eisen (zij het met enkele culturele en economische concessies), de inzet van het leger, en het verbod voor iedere Westerse verslaggever het gebied te betreden. De langdurige Armeense stakingen bloeden dood wanneer wordt gedreigd met economische straffen. Als de stakingen weer oplaaien wordt in september 1988 de noodtoestand afgekondigd.

In het verleden is de politiek van de tsaren vaak vergeleken met de aspiraties en realisaties van de zogenoemde rode tsaren. Na 70 jaar Sovjet-bewind is het duidelijk dat tussen het keizerrijk en het Sovjet-rijk grote verschillen bestaan. Maar toch heeft de Sovjetunie ook oude Russische zwakheden geërfd zonder daar definitief een einde aan te maken. Dat zijn de veelvolkerenstaat en de permanente economische problemen, vooral in de landbouw. Daar eindigt de vergelijking want het Sovjet-regime staat veel sterker dan het tsarenregime ooit heeft gestaan. Het regime ondervindt in eigen land veel steun van de negentien miljoen partijleden; niet alleen van een paar honderdduizend edellieden. Maar. het is wel duidelijk dat de Sovjetunie alleen een militaire supermacht is, en in materieel opzicht een achtergebleven land dat in de toekomst nog zware jaren tegemoet zal gaan als het de economische en nationalistische problemen niet oplost.

De 'glasnost' maakt het de Sovjet-leiders niet gemakkelijk. Pravda maakte in de zomer van 1988 bekend dat in acht republieken belangrijke voedingsmiddelen op de bon zijn. Gorbatsjov probeert nu uit het economisch dieptepunt te raken door middel van politieke hervormingen. Hij wil dat de partij zich beperkt tot het bepalen van de grote lijnen. Haar parallelle administratie op alle niveaus moet geleidelijk verdwijnen, zodat de regering en de bedrijfsleiders de economie kunnen leiden.

Gorbatsjov stelt tevens voor om het parlement en allerlei gekozen raden in gemeentes, provincies en republieken meer bevoegdheden te geven in plaats van hen te gebruiken als ja-knikkers op alle partij-vergaderingen. Hij heeft zich op 1 oktober 1988 laten verkiezen tot voorzitter van het presidium van de Opperste Sovjet (het federaal parlement). Deze symbolische functie stond in de Sovjet-hiërarchie ongeveer gelijk aan die van staatshoofd zonder enige invloed of macht. Hij hoopt die functie uit te kunnen bouwen tot die van een president met echte bevoegdheden. Hij heeft een aantal van zijn medestanders in het politbureau benoemd. In de loop van 1989 zal duidelijk worden of Gorbatsjov in deze politieke hervormingen slaagt. Dan blijft het antwoord op de belangrijkste vraag nog open: heeft dit ook positieve gevolgen voor de economie?

De fluwelen revoluties

fluwelen revoluties

De ineenstorting van het communisme in Midden - en Oost Europa werd voor iedereen duidelijk door de vlucht van Oost Duitsers in de zomer van 1989, waartegen Moskou niets ondernam. Het Rode Leger bleef in de kazernes. Vele Oost Duitsers konden altijd al naar Boedapest reizen, een bekend ontmoetingspunt voor de families uit Oost en West. Zij vroegen nu aan de Hongaarse autoriteiten te mogen doorreizen naar Wenen. In september 1989 besloot Boedapest gevolg te geven aan de verzoeken. In feite werd het IJzeren Gordijn toen 'doorgeknipt'. Oost Duitsers zochten nu ook asiel in de West-Duitse ambassade in Praag en wilden naar het Westen. Dit werd tenslotte toegestaan door hen met een gesloten trein over Oost Duits grondgebied naar de Bondsrepubliek te vervoeren. De toeschouwers in de DDR vonden deze emigratie oneerlijk. Zelf wilde men ook graag weg. Demonstraties in Leipzig en Oost-Berlijn waren het gevolg. Wir sind das Volk was de leuze. Vervolgens gaf het Oost-Duitse Politbureau per ongeluk het signaal dat mensen bij de Muur niet meer zouden worden tegengehouden.

val berlijnse muur

De val van de Muur vond plaats op 9 november 1989. Partijleider Erich Honecker was toen al vervangen door de relatief jonge Egon Krenz. Veel Oost Duitsers stemden inmiddels met de voeten en vertrokken naar het Westen. De partijleiding kon de wil van het volk niet meer negeren. De leus veranderde in Wir sind ein Volk, hetgeen betekende dat men aansluiting bij de Bondsrepubliek wilde.

Daags na de val van de Berlijnse Muur heeft het Kremlin overwogen in de DDR gewapenderhand de orde te herstellen. Vier naaste adviseurs van kremlin wilde ingrijpentoenmalig partijleider Michail Gorbatsjov drongen bij de president van de Sovjet-Unie aan op een militaire interventie. Volgens hen moest het Soijet-leger ter plaatse ingrijpen om te voorkomen dat de grens tussen de DDR en de Duitse Bondsrepubliek definitief open zou gaan.

Dit onthult de Duitse historicus Rafaci Biermann in zijn proefschrift Zwischen Kreml und Kanzleramt, dat nu in een handelseditie is verschenen.

Op 10 november 1989, één dag nadat de burgers van Oost-Berlijn massaal over en door de muur waren geklommen zonder dat de Volkspolizei of de Nationale Volksarmee daartegen optrad, kwamen vier belangrijke adviscurs van Gorbatsjov tot de conclusie dat alleen een militaire actie nog soelaas kon bieden.

Deze vier waren: Falin (het hoofd van de internationale afdeling van het Centrale Comité van de communistische partij CPSU), Zagladin (Gorbatsjovs persoonlijke adviseur voor buitenlandse betrekingen), Kvizinski (de ambassadeur van de Sovjet-Unie in Bonn) en Snetkov (de commandant van de 360.000 man sterke 'Westgroep'in de DDR). In Moskou werden deze vier indertijd niet gezien als rabiate neostalinisten, maar als serieuze conservatief-communistische machtspolitici. Net als de secretaris-generaal van de CPSU waren ook zij verrast door de gebeurtenissen in Berlijn, omdat ze het in eigen huis te druk hadden met de voorbereidingen van de viering van de Oktoberrevolutie. Dat Falin in de maanden daarna opteerde voor een harde lijn jegens het Westen, was tot nu toe alleen als gerucht bekend. Falin zelf heeft dat altijd ontkend.

Gorbatsjov maakt er in zijn memoires uit 1995 zelfs geen gewag van. Gorbatsjov negeerde de druk die op hem werd uitgeoefend. Een paar maanden eerder had bij ook al zijn veto uitgesproken over de suggestie van de Roemeense partijleider Ceaucescu en diens Tsjechoslowaakse ambtgenoot Jakes in Polen te interveniëren om te voorkomen dat generaal Jaruzelski de oppositionele Mazowiecki tot premier zou benoemen. Volgens Biermann was Gorbatsjov ervan overtuigd dat de door hem aangezwengelde 'perestrojka' zich binnen het socialistische systeem zou blijven ontwikkelen. Gorbatsjov gokte er op dat de SED in de DDR, net als de CPSU in Rusland, in staat zou zijn de hervormingsgeest in goede banen te leiden. In het najaar van 1989 was Gorbatsjov bvendien tot de conclusie gekomen dat de communistische partijen niet meer konden blijven laveren tussen hervormingen en behoudzucht. De etnische conflicten én de economische crisis in de Sovjet-Unie noopten volgens Gorbatsjov tot een behoedzame koers gericht op compromissen met het Westen.

Bondskanselier Helmut Kohl van de Bondsrepubliek Duitsland speelde handig in op de gebeurtenissen. De aan zijn partij gelieerde Allianz für Deutschiand wist in maart 1990 de verkiezingen in Oost Duitsland te winnen.

Op 3 oktober 1990 ging de DDR op in de Bondsrepubliek, na goedkeuring door de vier voormalige bezettingsmogendheden de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Sovjet-Unie.

Na de gebeurtenissen in 1989 stortten de communistische regimes overal in elkaar. Bulgarije en Tsjecho-Slowakije gingen vreedzaam om in november 1989. Alleen in Roemenië poogde het bewind van Ceausescu en zijn aanhangers met geweld de opstand te bedwingen. Toen echter het leger de kant van de revolutie koos, was het ook in Roemenië gedaan met het communisme.

roemeense revolutie 22 dec 1989

De Roemeense revolutie 22 december 1989

De 'glasnost' maakt het de Sovjet-leiders niet gemakkelijk. Na drie jaar perestroika is de economische situatie nog steeds slecht. Pravda maakt in de zomer van 1988 bekend dat in acht republieken belangrijke voedingsmiddelen op de bon zijn. Gorbatsjov probeert nu uit het economisch dieptepunt te raken door middel van politieke hervormingen. Hij wil dat de partij zich beperkt tot het bepalen van de grote lijnen. Haar parallelle administratie op alle niveaus (zie hoofdstuk 9 en 10) moet geleidelijk verdwijnen, zodat de regering en de bedrijfsleiders de economie kunnen leiden.

Gorbatsjov stelt tevens voor om het parlement en allerlei gekozen raden in gemeentes, provincies en republieken meer bevoegdheden te geven in plaats van hen te gebruiken als ja-knikkers op alle partij-vergaderingen. Hij heeft zich op 1 oktober 1988 laten verkiezen tot voorzitter van het presidium van de Opperste Sovjet (het federaal parlement). Deze symbolische functie stond in de Sovjet-hiërarchie ongeveer gelijk aan die van staatshoofd zonder enige invloed of macht. Hij hoopt die functie uit te kunnen bouwen tot die van een president met echte bevoegdheden. Hij heeft een aantal van zijn medestanders in het politbureau benoemd. In de loop van 1989 zal duidelijk worden of Gorbatsjov in deze politieke hervormingen slaagt. Dan blijft het antwoord op de belangrijkste vraag nog open: heeft dit ook positieve gevolgen voor de economie.

Zie verder Deel 7a De geschiedenis van Rusland en de Sovjet-Unie