We hebben 221 gasten online

De vergeten zes miljoen Herinneringen aan een sovjetdrama

Gepost in Rusland

Eerder verschenen in Intermediair 9 december1983 nr 39 auteur Jack van Doorn


Herinneringen aan een sovjetdrama

'We wisten het wel maar we deden niets omdat de Russen zeiden dat het niet- waar was.' In grote trekken was dat de houding van het Westen toen vijftig jaar geleden het sovjetregime ten minste zes miljoen mensen moedwillig liet verhongeren. Hier en daar kwamen wel hulpacties op gang maar die konden niets uitrichten: volgens het Kremlin was er geen sprake van hongersnood en buitenlandse hulp was dus overbodig. Zelfs ongewenst. De deur bleef dicht. Toch stierven er in de lente van 1933 elk uur 75 000 mensen de hongerdood, voornamelijk in de 'graan- schuur van Europa', de Oekraïne. Een van de ernstigste hongersnoden in de geschiedenis werd een 'officieel geheim' dat de Russen ondanks alles willen bewaren. Tot de dag van vandaag. Waarom?
De reden was simpel: Dit was geen hongersnood die veroorzaakt werd door een natuurramp zoals grote droogte of overvloedige regen; hij was opzettelijk gecreëerd en werd in stand gehouden als uitvloeisel van het streven om de nieuwe socialistische republiek in snel tempo tot een industriële mogendheid te maken. Voor het bereiken van dat doel was de landbouw een van de basisfactoren. Die moe§t zorgen voor voedsel voor de stedelingen en het groeiende industriële proletariaat. Landbouwprodukten waren ook een export- artikel dat buitenlandse valuta opleverde om machines en technische kennis te kopen.
Van oudsher waren de boeren in Rusland een geduchte macht. Het was niet voor niets dat een van de eerste decreten die Lenin tijdens zijn eerste toespraak in Petrograd in november 1917 afkondigde, over 'land' ging: het persoonlijke bezit van kroon, kloosters en kerk in de vorm van grond, landbouwbedrijven, vee en machines werd zonder compensatie afgeschaft en genationaliseerd. Het was een gebaar in de richting van deboeren om hen, door ze grond in gebruik te geven, te, winnen voor de zaak van de revolutie. Maar de remedie was erger dan de kwaal: er waren zoveel boeren die de wijk hadden genomen naar de stad en nu naar het platteland terugkeerden, dat de gemiddelde oppervlakte per boer nauwelijks toenam. En met al die kleine bedrijven was het moeilijk om de voedselproduktie planmatig in de hand te houden.
Toen dat inderdaad niet lukte en er gebrek aan eten kwam, trokken gewapende stedelingen naar het platteland om 'overschotten' in beslag te nemen. Dat optreden, het 'recht op inspectie en controle' van de sovjetcommissarissen en de burgeroorlog die nog steeds woedde, veroorzaakten een grote chaos die honger bracht, vooral in de steden.

Marktmechanisme terug

Lenin was eerst van plan geweest om boeren die ondershands landbouwprodukten verkochten, hard aan te pakken. Maar hij koos ten slotte voor een compromis om het communistische regime de tijd te geven zich te stabiliseren. Het Centrale Comité van de Communistische Partij stelde hij een Nieuw Economisch Programma (NEP) voor, om het de boeren aantrekkelijk te maken méér te produceren. Het plan kwam erop neer dat er niet langer lukraak graan gevorderd zou worden maar dat de boeren een van tevoren vastgestelde belasting-in-nature (van 1923 af in geld) moesten betalen. Als ze meer produceerden mochten ze het overschot zelf houden en vrijelijk verkopen.
In feite was het programma een terugval naar de vrije markt, maar het werkte. Zozeer zelfs
dat de stedelingen begonnen te klagen dat ze een willoos werktuig waren inde handen van de boeren en vrije handelaars. Ze hadden te lijden van prijsschommelingen en werkloos-' heid en al gauw deed de grap de ronde dat NEP stond voor: Nieuwe Exploitatie van het Proletariaat.
Op het platteland heersten dan wel betrekkelijke rust en welstand, maar de industrialisering vlotte niet zoals de heersers in 'het' Kremlin dat wensten. De oorzaak was snel gevonden: de boeren, en met name de koetakken, de 'rijkere' boeren, hadden blijkbaar te veel vrijheid gekregen en dus te veel macht, zo luidde de redenering. (Naarmate de tijd voortschreed werd het begrip 'koelak' overigens steeds rekbaarder; een boer met een paar stuks vee en een paard werd al gauw een 'rijke' boer, en ten slotte kreeg iedereen die zich niet inzette voor de regeringsplannen het predikaat 'koelak'.)
In 1926 nam de regering dan ook maatregelen: de prijs van graan werd met twintig tot 25 procent verlaagd. Voor de boeren was het nu nauwelijks rendabel meer om graan te ver- bouwen, dus schakelden ze over naar andere landbouwprodukten. Maar graan was brood voor de industrie-arbeiders; graan betekende exportinkomsten. Het conflict was onvermijdelijk.
In 1928 achtte de naar alleenheerschappij
strevende Stalin zich voldoende zeker van zijn machtspositie om eigener beweging op treintournee naar Siberië te gaan. Daar, ver van Moskou, trok hij ongewoon hard van leer tegen partij- en regeringsfunctionarissen, die hij ervan beschuldigde nalatig te zijn geweest bij het binnenhalen van de oogst. Ze konden hun oren niet geloven. Stalin sprak klare taal: 'Jullie schijnen er je geen zorgen over te maken dat het land in een graancrisis komt. Ik vertel je dat iedere koelak duizend ton graan verborgen houdt. Wij kunnen ons niet ver- oorloven afhankelijk te zijn van de nukken van de koelakken.' Die woorden waren het startsein voor wat men noemt de 'tweede revolutie'of de oorlog tegen de natie'.

Koelakken eruit

Het eerste vijfjarenplan (1928-1933), haastig in elkaar geflanst en vol met onrealistische projecten, moest de boeren de nek breken. Het Politburo kondigde de algehele 'collectivisering'van de landbouw af. In de winter van
1929, toen duidelijk werd dat de boeren met dat vooruitzicht weinig aandrang toonden om de produktie op te voeren, concludeerde Stalin: 'De koelakken moeten als groep verdwijnen ... We moeten ze in een open gevecht neerslaan en hen de bronnen van inkomsten ontnemen.' De koelakken waren in feite vogelvrij verklaard: hun bezittingen werden
hen afgenomen, en tot collectieve bedrijven mochten ze niet toetreden. Tussen 1930 en 1932 werden ze óf geliquideerd, óf in kampen opgesloten óf naar Siberië verbannen. Toen de 'schoonmaak' voorbij was, waren drie miljoen mensen verdwenen.
Intussen werden de orders uit Moskou zo ijverig uitgevoerd dat tussen januari en maart 1930 het aantal collectieve bedrijven bijna verdubbelde. Het ging veel te snel, en het was zeer waarschijnlijk dat de ontwrichting nadelig zou zijn voor de komende oogst. Stalin zocht opnieuw naar zondebokken en vond ze: 'linkse elementen' die de collectieve landbouw bureaucratisch verordonneerden en de boeren afschuwelijk bedreigden, zo schreef hij in een artikel dat hij de titel gaf 'Dronken van Succes'.:
Het warenhuichelachtige woorden die vermindering van de druk op de boeren aankontligden. Met succes, want de oogst van 1930 was, begunstigd door uitzonderlijk goed weer, goed. Voor de toekomst was die oogst echter een onzalige zaak, want op grond van die oogst werd in Moskou het quotum graan dat aan de staat moest worden afgedragen voor 1931 op hetzelfde peil vastgesteld. In 1931 echter waren de klimatologische omstandigheden veel slechter, en lag de produktie twintig procent beneden die van het jaar ervoor.

Toen er moeilijkheden ontstonden bij de afdracht, werden er troepen en politie ingezet die de boerderijen afstroopten om graan in beslag te nemen, geheel volgens de directie-Ven uit Moskou: het koste wat het kost, het graan moest er komen. Graan dat de boeren zelf nodig hadden voor eigen consumptie werd gevorderd, zelfs zaaigraan voor het volgende jaar. Iedereen kon op zijn vingers uittellen dat hier iets heel erg mis dreigde te gaan.

Rode bezem

Zelfs de communistische leiders in de Oekraïne hadden het in de gaten en bepleitten in Moskou verlaging van het quotum 'om een ramp te voorkomen'. De honger begon zich al af te tekenen en ten slotte zwichtte het Kremlin voor de argumenten en stemde toe in een reductie van de eisen, maar de verlaging was volstrekt ontoereikend. Molotov, een van Stalins vertrouwelingen, 'wërd naar de Oekraïne gestuurd 'om erop toe te zien dat er geen loopje wordt genomen met de verlangens van de regering'. Er werden speciale 'gevechtstroepen' van arbeiders gevormd die als een 'rode bezem' over het land veegden. Het Kremlin kwam met extra straffe maatregelen: een wet op 'onmaatschappelijk handelen' maakte het stelen van 'socialistisch eigendom' strafbaar - minimaal vijf jaar' strafkamp of maximaal de dood. In het gebied van Vinnitse werden hongerige boeren op die grond inderdaad tot vijf jaar veroordeeld omdat ze een onrijpe maïskolf hadden gestolen, en in de streek van Dnjepropetrovsk kregen honderden boeren de kogel toen ze betrapt werden bij het stelen van een zak graan.
Maar hoe naarstig en hardnekkig het graan ook werd 'gevorderd', er kwam maar driekwart van het verlangde quotum binnen. In januari 1933 stelde het Centrale Comité vast dat de Partij organisatie in de Oekraine in de haar toevertrouwde taak was te kort gescho ten en versterking behoefde'. Die versterking bestond uit een aantal Moskouse getrouwen onder leiding van Postysjev (lid van het Politburo en voorzitter van de Oekraïense communistische partij; JvD) die strategische posities bezetten en met grote doortastendheid; aan het werk togen. Overal was het Rode Leger aanwezig. Vliegtuigen patrouilleerden boven de akkers en uit wachttorens bespiedden soldaten het werk van de boeren. Elke vorm van nalatigheid of weerbarstigheid werd onmiddellijk bloedig gesmoord. Brigades uit de steden kwamen helpen bij de oogst, maar de ontwrichting was nu zo groot geworden en de honger zo alomtegenwoordig, dat de vroeger welvarende gebieden meer weg hadden van een geweldig slagveld.

Kannibalisme

Toen de Amerikaanse journalist Ralph Barnes van 'de New York Herald Tribune in de lente van 1933 in voorzichtige bewoordingen rapporteerde dat de Sovjetunie met een ramp van ongekende afmetingen werd bedreigd, kwam er onmiddellijk een algemeen verbod voor journalisten om naar 'bepaalde' gebieden te reizen. Malcolm Muggeridge, die voor de Engelse Manchester Guardian in Moskou was, liet echter een Russische kennis een treinkaartje kopen en vertrok zelf naar de Oekraïne zonder dat hij werd opgemerkt door de geheime politie. Hij zag met eigen ogen wat er aan de hand was: 'het was afschuwelijk en onvergetelijk — verlaten dorpen, overal hongerige gezichten zonder hoop, verwaarloosde akkers, boeren die in goederenwagons werden geladen als vermeende koelakken, op weg naar strafkampen in Siberië... Ik realiseerde mij dat wat ik zag niet zomaar een hongersnood was maar een staat van oorlog met de boeren en de ontwrichting van de landbouw in een van de vruchtbaarste gebieden van Europa.'
In dezelfde krant schreef Gareth Jones, de vroegere secretaris van de Britse eerste minister Lloyd George, in bijna dezelfde be-
woordingen over de verschrikkingen die hij had gezien. Ook hij was door de censuur heengeglipt, en met een rugzak vol etenswaar was hij te voet naar het hongergebied getrokken: 'Rusland is in de greep van een hongersnood die net zo erg is als die in 1921... Miljoenen mensen worden met de honger dood bedreigd. Nooit zal ik de opgezwollen lichamen vergeten van de kinderen die ik zag in de dorpen waar ik de nacht doorbracht', rapporteerde hij.

Maar afgezien van deze twee doorzetters had de censuur groot succes: journalisten werden bij hun berichtgeving 'begeleid' zodat hun reportages voorzichtig van-toon en halfslachtig van aard waren. En als de correspondenten niet in het gareel wilden lopen, werden ze het land uitgezet. Het Kremlin zelf stuurde een stroom opgepepte berichten over industriële successen de wereld in en ontkende glashard dat er hongersnood was, daarbij geholpen door westerse journalisten die niet de kans wilden lopen uitgewezen te worden. Het resultaat: verwarring. Was het nu waar of niet? Vooral Walter Duranty van de New York Times was een meester in het gedraai met woorden. Van hem is de volgende zin afkomstig uit een van zijn verslagen: 'Er komen geen gevallen van echte honger of sterfgevallen door honger voor maar er is wel sprake van veelvoorkomende sterfte door ziekten die het gevolg zijn van gebrek aan voedsel.'

De werkelijkheid was dat in de steden en op het platteland de mensen op straat, in de tram, langs de wegen, op de akkers stierven van honger. Ophaalploegen, zelf uitgeteerd van honger, konden het werk nauwelijks aan om alle slachtoffers naar massagraven te brengen. De berichten die langzamerhand. ook van niet-journalisten tot het Westen doordrongen, werden zo talrijk en zo ernstig dat er hulpacties op touw werden gezet.

Op instigatie van de aartsbisschop van Wenen, kardinaal Innitzer,werd op de Internationale Conferentie voor Hulp aan de Hongerlijdende Bevolking van Rusland in december 1933 een resolutie aangenomen die in pamfletvorm op ruime schaal werd verspreid: 'Ondanks alle pogingen om te ontkennen dat er een catastrofale hongersnood in de Sovjetunie heerst... verklaren wij met de meeste nadruk dat er in de loop van het jaar miljoenen onschuldige mensen van honger zijn omgekomen.' Op beweringen van Innitzer dat er gevallen van kannibalisme voorkwamen, zei een woordvoerder van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken laconiek: 'Ik kan u tot mijn blijdschap meedelen dat wij noch een hongersnood noch kardinalen in Rusland hebben.' Maar Harry Lang, een Amerikaanse journalist, had zelf in het kantoortje van een sovjetfunctionaris een aanplakbiljet gezien waarop een vrouw met een opgezwollen kind aan haar voeten stond afgebeeld. Er boven stond: 'Het eten van kinderen is kannibalisme'. De sovjetfunctionaris antwoordde Lang: 'We moesten het gewoon doen als waarschuwing.'
Hoeveel gevallen van kannibalisme zijn voorgekomen, is niet met zekerheid te zeggen, maar onder de gevangenen van de Solovetskieilanden (een klein groepje eilanden in de Witte Zee; JvD) waren er in 1936 325 mensen die om die reden waren veroordeeld.

Voorzichtige schatting

Met grote nauwkeurigheid is niet te zeggen hoeveel mensen het slachtoffer werden van de hongersnood. Chroesjtsjov schreef er in zijn mémoires over: 'We zullen misschien nooit weten hoeveel mensen er zijn omgekomen als direct gevolg van de collectivisering of indirect als gevolg van Stalins drang om de mislukking ervan toe te schrijven aan anderen.' Maar Chroesjtsjov vergat gemakshalve om te vermelden dat de regering opdracht had gegeven alle bewijzen van de ramp te ver stoppen. Geboorten- en sterftecijfers over de hongersnoodjaren mochten niet worden gepubliceerd en zijn nooit vrijgegeven; evenmin statistische gegevens die gebruikt konden worden om het exacte aantal doden te berekenen.
Aan de hand van cijfers over voorgaande jaren, extrapolaties daarvan en lange-termijnprognoses van de bevolkingsgroei is men er toch in geslaagd om een beeld te krijgen van de 'breuk' in de ontwikkelingslijn. Op grond daarvan en van schattingen van Europeanen en Amerikanen die toentertijd in Moskou woonden en over goede informatie- bronnen beschikten, moet worden geconcludeerd dat van laat 1932 tot de herfst van 1933 op zijn minst zes miljoen mensen van de honger zijn gestorven. Algemeen wordt die schatting als 'voorzichtig' beschouwd. Petrovsky, de voorzitter van de Oekraïense sovjetrepubliek, liet zich eens ontvallen dat 'men wist dat er miljoenen omkwamen'.

'Vuige propaganda'

Ondanks de stortvloed van getuigenissen, bewijzen, foto's en rapporten bleven de Russen ontkennen dat er hongersnood was. Ze hadden voor zichzelf uitgemaakt dat er geen andere keus was: dit was geen gewone hongersnood maar uithongering en vernietiging van bevolkingsgroepen die zich niet met 'enthousiasme' wilden schikken naar de plannen van de leiders in het Kremlin.
Daarbij was het ook een gevecht om nationale minderheden ondergeschikt te maken aan de wil van Moskou. Lenin had hen wel vrijheid beloofd, maar Stalin had beide elementen aan elkaar gekoppeld:'voor hem was de zaak van regionaal nationalisme in essentie een zaak van de hoeren. Die zaak werd door de opzettelijk veroorzaakte hongersnood opgelost.
Het aanvaarden van buitenlandse hulp—zoals in 1921 was gebeurd — was daarom onmogelijk. Dat zou hebben betekend dat het buitenland had kunnen zien met wat voor barbaars geweld en meedogenloosheid de leiders van de sovjetrepubliek hun wil aan de bevolking oplegden en er niet voor terugschrokken om miljoenen de dood in te jagen teneinde politiek beleid door te zetten. Kameraad Litvinof had eens gezegd dat 'voedsel een wapen is', welnu, dat wapen hanteerden de leiders. Maar niemand behoefde dat te weten. Hoewel kerkelijke en humanitaire organisaties dus hier en daar hulpacties probeerden te organiseren, keek het diplomatieke Westen geïnteresseerd maar uiterlijk onbewogen toe. Voor de Russen was dat een grote geruststelling. Ze hadden allerminst behoefte aan opschudding; zij waren druk bezig om internationaal erkend te worden.Alle berichten over hongersnood werden daarom afgedaan als 'vuige propaganda' om de gigantische prestaties van het sovjetbewind in diskrediet te brengen.
Het beeld van barbnrisme paste slecht bij het streven naar diplomatieke erkenning door de Verenigde Staten (in het najaar van 1933), het lidmaatschap van de Volkenbond (toegelaten in 1934) en de voorbereiding van een aantal non-agressiepacten.

Onvriendelijke daad

Hoewel de westerse regeringen zwegen, waren zij wel degelijke op de hoogte. Uit rapporten van het Amerikaanse departement van Buitenlandse Zaken is gebleken dat de Russen tegenover het corps diplomatique in Moskou 'vrijelijk het bestaan van de hongersnood erkenden' en het aantal doden op zeven à acht miljoen schatten. In juli 1933 rapporteerde de Britse consul-generaal in Moskou dat 'niet-geautomatiseerde schattingen van het aantal mensen dat in het afgelopen jaar, direct of indirect, als gevolg van ondervoeding om het leven is gekomen, het fantasti-sche cijfer van tien miljoen belopen.' De regering van Ramsay MacDonald was dus uitstekend geïnformeerd, maar zij hield de informatie voor zichzelf. De woordvoerder van de regering in het Hogerhuis, zei dood-leuks 'Het is niet de zaak van onze regering om in discussie te treden over ... interne aangelegenheden van andere landen. Zij wint daarover geen informatie in en dus bestaan er geen documenten.'

Opmerkelijk is overigens dat de honger meestal ter sprake kwam tijdens de debatten over de Brits-Russische handelsbetrekkingen. Er waren nogal wat parlementsleden die klaagden over de 'dumping' van artikelen die de Russen tegen lage prijzen verkochten omdat ze 'dwangarbeiders' gebruikten. Anderen echter zagen in de Sovjetunie met zijn 160 miljoen inwoners de 'enige nieuwe markt die open ligt voor de Britse handel'.

Het Westen liet de sovjetleiders dus ongemoeid. Het had zijn eigen zorgen: crisis, werkloosheid en opkomend fascisme. En, om met de Britse regering te spreken, het publiceren van een Witboek (waarom was gevraagd) zou door de sovjets als 'een onvriendelijke daad' worden beschouwd. Het aanbieden van hulp zouden zij als 'smaad' beschouwen omdat zij immers ontkenden dat er hongersnood was.

Flink aanpakken

En die ontkenning is nog steeds onverkort van kracht. Toen de Canadian Broadcasting Corporation. dit voorjaar een televisiepro-
gramma uitzond over de hongersnood, reageerde de Russische ambassade in Ottawa met een persbericht. De bewoordingen van het communiqué waren een getrouwe weer- gave van de reacties van het Kremlin vijftig jaar geleden: 'Verhalen die recentelijk in de westerse nieuwsmedia zijn verschenen proberen de indruk te wekken dat er een kunstmatig gecreëerde hongersnood heerste in de Oekraïne in 1932-1933 omdat de boeren, zo wordt er gezegd, zich verzetten tegen de collectieve bedrijven. Nu was de situatie in de Oekraïne en in andere delen van de Sovjetunie in 1932 inderdaad moeilijk maar niet zo kritiek als men het in het Westen doet voorkomen. En vanzelfsprekend kwam dat niet omdat iemand de toestand slechtwilde maken maar zij werd veroorzaakt door een aantal redenen waarvan de droogte de belangrijkste was.'

Het communiqué meldt dan verder: 'Sommigen zeggen zelfs dat de collectivisering van de landbouw een geringere bevolking van de Oekraïne tot gevolg had. En veel gezinnen werden inderdaad ernstig getroffen. sommige families leden er onder, vooral die waar vaders en zonen werden vermoord door koelak-schurken .....Maar het algemene beeld van de Oekraïne was er niet een van complete chaos .... Integendeel, er heerste een sfeer van flink aanpakken en ongekend enthousiasme ..... In het begin van de jaren dertig was er in de Sovjetunie een historische drang in het hele land om zijn eigen industrie op te bouwen ... Grote projecten in de Oekraïne werden uitgevoerd ......

Toen Malcolm Muggeridge in 1933 in Engeland terugkeerde werd hij in de pers scherp aangevallen om zijn onverbloemde reportages van de afschuwelijke toestanden die hij had gezien en beschreven. 'Ik kon geen baan krijgen', zei hij kort geleden. 'Het is een van de grote raadsels die het nageslacht moet proberen te verklaren hoe de westerse intellectuelen en progressieve geesten zo'n sympathie konden hebben voor dit autoritaire regime. Ik denk dat die mensen in macht geloofden. Zij bewonderden het en waren bereid alle beestachtigheden die er werden bedreven door de vingers te zien .....'.

Jack van Doorn is medewerker van de Boekovski Stichting te Amsterdam.

Tussen eind 1932 en najaar 1933 lieten ten minste zes miljoen Oekraïeners het leven bij een kunstmatig veroorzaakte hongersnood. De ramp was het directe gevolg van de gedwongen collectivisering van de landbouw en de politieke wil van Moskou af te rekenen met de nationale minderheden. Tot op de dag van vandaag ontkent het sovjetbewind het bestaan van de hongersnood.