We hebben 227 gasten online

De Europse Unie

Gepost in West-Europa

vlag europa

 

 

 

De Europese Unie (of EU) is een politiek, economisch en juridisch samenwerkingsverband van een aantal Europese staten.

Het totale gebied van de Europese Unie is 3.892.685 km2 groot. In mei 2004 had de Europese Unie 453,3 miljoen inwoners.

De EU is momenteel qua omvang de tweede economische macht in de wereld. Alleen de NAFTA (Verenigde Staten, Canada en Mexico) hebben een groter handelsvolume.

Aanloop tot Europeanisme

Hoewel de drang naar een verenigd Europa al verscheidene eeuwen bestaat (merkbaar aan de vele pogingen van koningen en keizerrijken om het hele continent te veroveren), ligt de voorgeschiedenis van de Europese Unie met name in het interbellum. In de periode van wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog waarin Europa zich geflankeerd zag door een machtig Verenigde Staten en een bedreigende Sovjetunie, oogstte de Oostenrijks-Hongaarse Graaf Richard Coundenhove-Kalergi veel succes met zijn boek Pan-Europa en richtte in 1923 de eerste Europese Eenheidsbeweging op (onder dezelfde naam als zijn boek). Gedurende de jaren 1923-1929 nam zijn navolging gestaag toe, uitmondend in een toespraak van de Franse minister van Buitenlandse Zaken Aristide Briand (daarvoor 1e minister geweest) bij de Volkerenbond in 1929. In de jaren 1930 echter werd het enthousiasme van de Europese Beweging al snel terzijde geschoven door het opkomend fascisme en nationaal-socialisme.

Een heropleving volgde in 1941 met een manifest van de Italiaan Spinelli die -- na een kort verblijf in de cellen van Mussolini -- in Zwitserland een Europees Congres oprichtte. Hetzelfde enthousiasme maakte zich in die jaren meester van Winston Churchill, die in 1946 opriep tot een "United States of Europe" -- waarmee hij echter veel minder bedoelde dan Spinelli. Deze tweedeling tussen federalisme en supranationalisme bestaat nog altijd en was er ook de aanleiding toe dat het Verenigd Koninkrijk niet tot de eerste lidstaten van de Unie behoort. In plaats daarvan richtte het Verenigd Koninkrijk eerst de Europese Vrijhandels Associatie op.

Wederopbouw en eerste kiemen

De echte geboorte van de huidige Europese Unie ligt echter een aantal jaren later en bij een Fransman: Jean Monnet (nog altijd bekend als de grootvader van de Europese Unie). In de jaren direct na de Tweede Wereldoorlog had hij als topambtenaar bij het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken de leiding over het Franse moderniseringsplan. Hij kwam snel tot het inzicht dat wat Frankrijk nodig had een langere periode van rust en stabiliteit was. Dit inzicht, in combinatie met het feit dat de meeste Europese oorlogen sinds de val van het West-Romeinse Rijk gevoerd waren om het grensgebied tussen Frankrijk en Duitsland (Alsace-Lorraine), spoorde hem aan tot het doen van een revolutionair voorstel: een samenwerking met Duitsland om de middelen van het grensgebied (kolen en ijzererts) te delen.

Monnet deed zijn voorstel aan de Franse premier Pléven, die er niet op inging. De Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman echter was wel geïnteresseerd en zo ook de Duitse bondskanselier Konrad Adenauer, zodat Monnet, Schuman en Adenauer op 9 mei 1950 het Schuman Plan presenteerden: de eerste aanzet tot de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EKGS), die op 25 juli 1952 met zes landen van start ging (Nederland, België, Luxemburg, West-Duitsland, Frankrijk en Italië) en later uit zou groeien tot de Europese Unie

eu enlargement

 

Voortzetting van het proces

De Europese Unie is voortgekomen uit diverse andere organisaties.

Zo is op 25 maart 1957 het verdrag van Rome ondertekend door België, Frankrijk, West-Duitsland, Nederland, Luxemburg en Italië. Die landen kwamen overeen vanaf die dag intensief samen te gaan werken op het gebied van handel. Er werden twee verdragen ondertekend.

verdrag van rome

 

Ondertekening van het verdrag van Rome.

Eén van deze verdragen behelsde de oprichting van Euratom, een organisatie die de ontwikkeling en het gebruik van kernenergie binnen Europa controleert.

Het andere verdrag creëerde de Europese Economische Gemeenschap (EEG). Deze stond aan de basis van de huidige Europese Unie. Binnen de EEG werd gehandeld over de grenzen heen, zonder nadrukkelijke controles en zonder tolheffingen: er werd zodoende één gemeenschappelijke markt gevormd. Het EEG-verdrag bevatte bepalingen over landbouw, transportmogelijkheden, en economische relaties met niet-leden. Later zouden ook kapitaal en arbeidskrachten deel uitmaken van de gemeenschappelijke markt.

Eerder, in 1952, was de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) opgericht. Deze maakte de handel van materialen binnen Europa mogelijk.

In 1967 werden deze drie organisaties samengevoegd en werkten ze verder onder de naam Europese Gemeenschap (EG). Er was nu slechts één ministerraad die over al deze organisaties waakte en een Europees gerechtshof.

In 1986 werd de Europese akte getekend en bekrachtigd.

In de landen van de Europese Gemeenschap gaat op 1 januari 1993 het Verdrag van Schengen in. Dat betekent dat de grenzen tussen de verschillende landen open gingen. Geen last meer van paspoorten laten zien, controles enz. Maar in oostelijk Europa gebeurde iets tegenovergestelds. Daar werd Tsjechoslowakije gesplitst in twee afzonderlijke staten: Tsjechië en Slowakije. Tsjechië met de hoofdstad Praag en Slowakije met als hoofdstad Bratislava. Na veel onderhandelingen ging deze verdeling in op 1 januari 1993.

Na bekrachtiging van het Verdrag van de Europese Unie (beter bekend als het Verdrag van Maastricht) door alle lidstaten wordt op 1 november 1993 de Europese Gemeenschap omgevormd tot de Europese Unie.

groeipijnen

 

Doelstellingen

Belangrijkste doelstellingen van de Europese Unie:

  • Vrije handel van goederen en diensten tussen de lidstaten.
  • Gemeenschappelijke douanetarieven voor de handel met niet-EU-landen. Een gemeenschappelijke opstelling in onderhandelingen over internationale handelsverdragen (ondermeer met de EFTA, via de EER).
  • Geen grenscontrole tussen de lidstaten (het Verenigd Koninkrijk en Ierland zijn daarvan uitgezonderd).
  • Ingezetenen van de lidstaten zijn vrij om overal binnen de EU te werken en te wonen, mits zij in hun eigen onderhoud kunnen voorzien.
  • Ingezetenen van de lidstaten mogen overal binnen de EU aan lokale verkiezingen deelnemen en mogen overal deelnemen aan verkiezingen voor het Europese Parlement.
  • Vrije beweging van kapitaal tussen lidstaten.
  • Harmonisatie van nationale regels en bepalingen, bedrijfsrecht en merkregistraties.
  • Een gemeenschappelijke munt, de euro (Groot-Brittannië, Zweden en Denemarken zijn daarvan uitgezonderd).
  • Gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid.
  • Samenwerking in misdaadbestrijding, onder andere door informatie uit te wisselen (via Europol en het Schengen Informatie Systeem), egalisering van definities van criminele vergrijpen en versnelde uitleveringsprocedures.
  • Een gemeenschappelijk buitenlandbeleid.
  • Een gemeenschappelijk beveiligingsbeleid, een 60.000 man sterke Snelle Interventie Macht die als vredesmacht kan opereren, een militaire staf en een satelliet centrum (voor het vergaren van inlichtingen).
  • Een gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid.
  • Harmonisatie van indirekte belastingen, de BTW.
  • Een fonds voor de ontwikkeling van achtergebleven regio's.
  • Fondsen voor programma's in kandidaatlanden, (andere) Oost-Europese landen en in ontwikkelingslanden.
  • Fondsen voor research.

De trend is dat macht verschuift van individuele staten naar ofwel opwaarts naar de EU ofwel neerwaarts naar Europese regio's.
Veel van deze doelstellingen vereisen harmonisatie van wetten tussen de lidstaten. Daarom drukken Europese wetten (richtlijnen genaamd) een steeds zwaarder stempel op de wetgeving in de lidstaten. Alle kandidaatleden dienen hun wetgeving in lijn te brengen met het algemene Europese kader (zie ook EFTA en EEA).

Lidstaten

Lidstaten van de Europese Unie (volgens jaar van toetreding):
1957: België -- West-Duitsland -- Frankrijk -- Italië -- Luxemburg -- Nederland
1973: Denemarken -- Ierland -- Verenigd Koninkrijk
1981: Griekenland
1986: Portugal -- Spanje
1990: DDR met West-Duitsland herenigd.
1995: Finland -- Oostenrijk -- Zweden
2004: Grieks-Cyprus -- Tsjechië -- Estland -- Hongarije -- Letland -- Litouwen -- Malta -- Polen -- Slowakije -- Slovenië

 

Status aanvraag tot kandidaat:
Kroatië--Macedonië
Status kandidaatsland (geen datum voor onderhandeling):
Turkije
Status kandidaat (toelatingsdatum):
2007: Bulgarije -- Roemenië

Voor Bulgarije en Roemenië wordt als werkdatum 2007 gehanteerd. Turkije kreeg een status van kandidaat van EU. Er is nog geen datum voor onderhandeling met Turkije bekend. Kroatië en Macedonië hebben een aanvraag tot lidmaatschap van EU ingediend.

Intergouvernementalisme of supranationalisme

Binnen de EU bestaat een spanningsveld tussen intergouvernementele en supranationale tendenzen. Intergouvernmentalisme is een methode van besluitvorming in internationale organisaties waarbij de macht bij de lidstaten ligt en beslissingen met unanimiteit genomen moeten worden. Afgevaardigden van de regeringen of van gekozen vertegenwoordigingen hebben uitsluitend adviserende of uitvoerende functies. De meeste internationale organisaties hebben tegenwoordig een intergouvernmentele grondslag.

Supranationalisme (zie ook federalisme) is een andere methode van besluitvorming. Hier ligt de macht bij onafhankelijke afgevaardigden van de regeringen of van gekozen vertegenwoordigingen. Lidstaten hebben nog steeds macht, maar moeten deze delen met andere instanties. Bovendien worden beslissingen nu bij meerderheid van stemmen genomen. Het kan dan ook gebeuren dat een lidstaat, gedwongen door andere lidstaten, een beslissing tegen zijn wil moet uitvoeren.

Beide vormen van besluitvorming hebben aanhangers binnen de EU. Voorstanders van supranationalisme redeneren dat dit het proces van integratie kan versnellen. Wanneer beslissingen de unanieme goedkeuring van alle betrokken regeringen vereisen, kan het jaren duren voor een besluit valt, als het er al ooit van komt. Voorstanders van intergouvernmentalisme argumenteren dat supranationalisme de souvereiniteit en het democratisch gehalte van afzonderlijke staten in gevaar brengt en menen dat de legitimeit van gemeenschappelijke besluiten alleen afgeleid kan worden van de legitimiteit van de nationale regeringen. Frankrijk is traditioneel een voorstander van een intergouvernmentele EU geweest. Dit geldt ook voor Euroskeptische landen als Groot-Brittannië en Denemarken. Landen als België, Duitsland en Italië neigen meer naar de supranationale benadering. In de praktijk balanceert de EU tussen beide extremen. Deze balans is echter een moeizaam compromis, dat vaak tot ingewikkelde besluitvormingsprocedures leidt.

Sinds maart 2002 staat herziening van deze balans weer op de politieke agenda. De Conventie over de Toekomst van Europa zal met wijzigingsvoorstellen komen. Deze voorstellen moeten daarna door een Intergouvernementele Raad (Engels: Intergouvernmental Conference, IGC) bekrachtigd worden.

De drie pijlers

De politiek van de EU is in drie gebieden verdeeld, die 'pijlers' genoemd worden. De eerste pijler, de 'gemeenschapspijler' betreft de gemeenschappelijke economische, sociale en milieupolitiek. De tweede pijler betreft buitenlands beleid en militaire aangelegenheden. De derde pijler behelst samenwerking op het vlak van misdaadbestrijding en binnenlandse zaken.

Binnen elke pijler is een ander evenwicht gevonden tussen supranationale en intergouvernmentele principes. Supranationalisme is het sterkst aanwezig in de eerste pijler, terwijl de andere twee vooral intergouvernementeel zijn. In de tweede en derde pijler zijn de bevoegdheden van het Europees Parlement, de Europese Commissie en het Europees Gerechtshof beperkt, maar niet afwezig.

population

 

Instellingen

Algemene instellingen van de EU zijn:

 

Financiële organen van de EU:

groeicijfers eu

Raadgevende organen:

Agentschappen:

of health and wealth

Agentschappen voor buitenlands en veiligheidsbeleid:

Agentschappen voor politionele en justitiële samenwerking