We hebben 336 gasten online

De Spaanse Burgeroorlog Een generale repetitie

Gepost in West-Europa

 

 spaanse burgeroorlog

Intern brigades

 

 

 

De Spaanse Burgeroorlog Een generale repetitie

 

E. P. B. Tomasso Kapitein der Infanterie

 

Bron: Militaire Spectator 1968 pagina 130 - 139

 

Führer decided support people now in direct human distress and rescue them frombolshevism. Therefore German help. Owing to international commitments no openassistance possible, therefore secret supporting action.1

Het voorspel

In de jaren voor het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog was het land, in relatie tot de rest van Europa, een merkwaardig politiek en economisch anachronisme geweest.

Spanje had geleden onder onbekwame en corrupte bestuurders.Feodalisme en armoede, analfabetisme en overmatig klerikaal gezag deden alom sociale onrust ontstaan. Enkele duizenden bezaten meer dan de helft van alle grond; in de steden werd de onzakelijkheid van de regeringen gedemonstreerd in het zeer slecht op gang komende industriepotentieel.

Merkwaardigerwijs bracht de Eerste Wereldoorlog Spanje een geringe voorspoed, die in de jaren '20 echter vervloog in chaos en politieke zwakte.Een militaire ramp in 1921 in Spaans Marokko, waar een Spaans leger van bijna 20.000 man door opstandelingen onder leiding van Abd-El- Krim werd gedecimeerd, toonde de wereld ook de zwakte van Spanje op militair gebied.

Koning Alfonso XIII bevorderde in 1923 het tot stand komen van een militaire dictatuur onder leidingvan generaal Primo de Rivera. Voor korte tijd leek het onder de leus „Vaderland, geloof en monarchie" de goede kant op te gaan, doch de mondiale recessie verlamde de toch al kreupele Spaanse economie. Dictator De Rivera, tot de conclusie gekomen dat hij de bovenmenselijke capaciteiten miste, die op die tijd en plaats nodig waren om orde op zaken te stellen, en tevens vrezend voor zijn leven, vluchtte op 28 januari 1930 naar Frankrijk. Enkele maanden later volgde monarch Alfonso XIII hem in zijn ballingschap.

Vol overmatig zuidelijk enthousiasme stortte Spanje zich in het avontuur van de republiek.De coalitieregering van 1931 dreef harde en revolutionaire wetten door. De goederen van de kerk werden op grote schaal onteigend. Jezuïeten werden verbannen en andere orden werd verboden nog langer onderwijs te geven of handel te drijven. Er werd bovendien een bescheiden begin gemaakt met de landhervorming. Ook kwam men tegemoet aan de autonomistische wensen van Baskenland en Catalonië, tot dan zonder twijfel de landstreken met de meeste ontwikkeling (Catalonië telde een achtste van de Spaanse bevolking, doch betaalde meer dan eenkwart van de belastingen).

Al deze maatregelen leidden weer tot verzet uit het kamp van de rechtse republikeinen. Deze richting, meer klerikaal ingesteld dan de linkervleugel van de coalitie, behaalde in 1933 een ruime verkiezingswinst, een en ander mede door het feit dat het vrouwenkiesrecht recent was ingevoerd.Deze rechtsrepublikeinse regering (1933—1936) trok de meeste harde wetten van 1931weer in en bestreed de antikerkelijke discriminatie.

Als reactie hierop werd er een monsterverbond gevormd door de linkse republikeinen, socialisten, communisten en regionalisten uit Baskenland en Catalonië. Dit zogeheten „volksfront" won de verkiezingen in 1936 en ging in het parlement, de Cortes, 295 zetels bezetten.Helaas was hierdoor geenszins een parlementaire stabiliteit bewerkstelligd.

Deze nu optredende linkse regering werd bedreigd door ultra-linkse groeperingen die een proletarische revolutie nastreefden en van rechts door, voornamelijk militaire,samenzweerders die zich gesteund wisten door de kerk, het grootgrondbezit en royalisten.

Ook was inmiddels een fascistische groep opgedoken, de zogeheten „falanx", geleid door Antonio de Rivera, de zoon van de gewezen dictator.In feite was dit verschijnen voor Duitsland en Italië een van de aanleidingen zich metterdaad met de Spaanse troebelen te gaan bemoeien.Over geheel Spanje sloeg een woedende golf van in verbitterde politieke controversen geboren terreur.

Ik citeer de schrijver Harold Cardozo die in zijn boek „The march of a nation" een opsomming van de geweldplegingen geeft: „. . . 3300 moorden, 171 kerken en krantengebouwen in brand gestoken, 284 openbare gebouwen door het vuurvernietigd".

Dit alles geschiedde in de vijf maanden die volgden op de verkiezingsoverwinning van het volksfront.In deze explosieve situatie, in deze door politieke hartstochten en sociale ellende opgezweepte stemming, speelde dan ook nog de persoonlijke ambitie van hoge militaire leiders mee.De journalist Salvador de Madariaga: „ledere Spaanse generaal wil de redder van het land zijn door zijn regeerder te worden". En generaals waren er in dit Zuideuropese land genoeg . . .

Het uitbreken van de strijd

In het parlement begon de oppositie zich te roeren en verweet in felle en vijandige redevoeringen het volksfront de algehele onrust en terreur.Een van de monarchistische voormannen, Calvo Sotelo, hield op 11 juli 1936 in de Cortes een scherp betoog, waarin hij de regering beschuldigde de terreurdaden toe te laten en zelfs in het geheim aan te moedigen. De premier, Casares Quiroga, repliceerde met dreigende taal: „You will be held personally responsible for the emotion which your speech will cause".2

Het lichaam van Calvo Sotelo werd later met een schotwond in het hoofd in een buitenwijk van Madrid gevonden. Deze politieke moord werd het startschot voor de opstand. Verontwaardigde generaals, gesteund door de woede van de rechtse groeperingen, besloten tot handelen over te gaan. Uit hun midden kozen zij tot leider en generalissimo deeerder naar Portugal gevluchte Generaal JoséSanjurjo. In 1932 had deze vroegere commandant van de burgerwacht een opstand tegen de regering geleid waarvoor hij ter dood was veroordeeld.Het vonnis werd later gewijzigd in levenslange gevangenisstraf. Merkwaardigerwijsverongelukte het vliegtuig waarmee de generaal van Lissabon naar Sevilla wilde vliegen. Dit ongeluk kostte hem zijn leven en de opstandelingen hun eerste leider.

De tweede keus viel nu op een kleine houterige officier, een man die in zijn 32e levensjaar reeds generaal was geworden: Francisco Franco. Als Arabier vermomd vluchtte Franco in een Engels chartervliegtuig van de Canarische eilanden,waar hij militair gouverneur was, naar Marokko. Daar riep hij zich uit tot commandant van alle militaire eenheden in Marokko en deed een beroepop het leger in het vaderland zich bij hem aan te sluiten. Op 17 juli 1936 gaf Franco het bevel tot de opstand. Het grootste gedeelte van de luchtmacht, 100.000 man, sloot zich bij hem aan, doch luchtmacht en marine bleven deregering trouw. Zo begon een bloedige, drie jaar durende burgeroorlog, die zou gaan uitmunten door grenzeloze hartstocht, wreedheid en onmenselijkheid.Sinds de Spaanse inquisitie had men niet meer dergelijke gewelddaden en gruwelijke folteringen meegemaakt.

Francisco Franco y Bahamonde

Franco werd op 4 december 1892 in El'Ferrol geboren. Na het kiezen van een militaire carrière, werd hij in 1923 commandant van het Spaanse Vreemdelingenlegioen. Vijf jaar later werd hij benoemd tot directeur van de Hogere Krijgsschool in Saragossa. Deze functie bekleedde hij ongeveer 3 jaar. Ondanks het feit dat Franco qua fysiek nauwelijks de indruk wekte een troepencommandant te willen zijn, lag zijn ambitie toch in de richting van een eigen commando. Op de Krijgsschool dacht hij vaak met weemoed terug aan de jaren dat hij zelfstandig heer en meester was geweest in het Spaanse Vreemdelingenlegioen. In 1931 werd hij losgemaakt van de krijgskundige instructies en teruggestuurd naarhet veldleger. In 1933 wonnen de rechts-republikeinen de verkiezingen, waardoor hij in de politiek-militaire lift kwam.

In 1934 werd zijn benoeming tot Chef van de Generale Staf een feit. In deze hoedanigheid pleegde hij een daad die uiteindelijk in 1936 zou leiden tot zijn overplaatsing naar de Canarische eilanden. In de Spaanse provincie Asturië brak een nogal grootscheepse arbeidersopstand uit. Deze ontwikkeling was de rechtsrepublikeinen op dat moment zeer onwelgevallig. Toen dan het leger opdracht kreeg de opstand neer te slaan, besloot Franco, niet geheel vertrouwend op de Spaanse troepen, waar onder de lage rangen politieke verdeeldheid heerste, hiervoor Moorse eenheden in te zetten. De opstandwerd met harde hand onderdrukt.In 1936 wist de regering uiteindelijk haar al te doortastende stafchef kwijt te raken. In feite werd Franco verbannen naar de Canarische eilanden, waar hij formeel de functie van militair gouverneur kreeg toebedeeld.

Het verloop van de strijd

Spanje 31 juli 1936

Op 17 juli 1936 had Franco het bevel tot de opstand gegeven. Aangezien het grootste gedeelte van het officierskorps zich bij hem had aangesloten, kon het opstandelingenleger op een redelijk goede discipline bogen.

Na twee maandenveroverde Franco de stad Toledo. Ondanks verbitterde tegenstand wisten de rebellen (nationalisten), gestadig op te rukken.

advances of the army

Franco slaagde erin zijn linies uit te breiden tot aan de Middellandse Zee, waardoor hij de republikeinen in tweeën splitste. Aangezien de nationalisten konden beschikken over een gestadig binnenstromende vloed van buitenlandse vliegtuigen en tanks, werd binnen redelijk korte tijd het westelijke gedeelte van het land veroverd. In 1937 werd het beleg voor Madrid geslagen. Op 28 maart 1938 gaf deze stad zich uiteindelijk aan de nationalisten over, waardoor men, na 32 maanden bloedige strijd, hoegenaamd geheel Spanje in zijn macht had.

Uiteraard beschrijft dit verloop van de strijd maar een summier gedeelte van de gevechtshandelingen. Vooral nu het na zoveel jaren voor ons mogelijk is afstand te nemen van de sentimenten die toentertijd de gemoederen beheersten, is het des te interessanter de inmenging van de andere Europese machten te beschouwen. Wat in feite was begonnen als een opstand van het Spaanse leger, werd al zeer snel een heftige strijd tussen de fascistische machthebbers van Duitsland en Italië enerzijds en de communistische dictator van Rusland anderzijds.

Hitler beschouwde de Spaanse Burgeroorlog als een voortreffelijke gelegenheid de gehate communisten een slag toe te brengen, en Mussolini werd van zoete dromen vervuld bij de gedachte zijn fascistisch-imperialistische invloedssfeer overnog een brokje Middellandse Zee te kunnen uitbreiden.

Zowel Hitler en Mussolini als Stalin, hoewel de laatste in mindere mate, gevoelden behoefte hun nieuwe oorlogswapens te proberen.Italië had in Ethiopië weliswaar enkele honderden vliegtuigen ingezet, maar zelfs de meest kritiekloze, hogere Italiaanse militairen begrepen zeer goed dat een echte oorlog nodig was om hun Regia Aeronautica eens grondig te testen. In de jaren na de Eerste Wereldoorlog waren immers verschillende strijdmiddelen verder ontwikkeld.De tank had zich van een logge, qua actieradius zeer beperkte, strijdwagen, geëvolueerd tot een beweeglijke, van effectieve wapens en verbindingsmiddelen voorziene, offensieve gevechtsmachine. Het vliegtuig, verder ontwikkeld en geperfectioneerd, was sterker gespecialiseerd, tot jachtvliegtuig, verkenner, jachtkruiser en bommenwerper. Militaire begrippen als luchtoverwicht, strategisch bombardement en luchttransport waren gespreks - en leerstof op alle krijgsscholen geworden.De Italiaanse Generaal Douhet schreef het boek: ,,11 dominio del Faria". Hermann Göring maakte er zijn bijbel van! De Spaanse burgeroorlog zou het antwoord moeten geven; Spanje werd het tactisch testterrein.

Italiaanse inmenging

Men doet er goed aan het feit van de Italiaanse inmenging in de burgeroorlog van twee zijden te benaderen.Hoewel het zeer zeker onaanvechtbaar is, dat fascistisch Italië niet afkerig stond tegenover het meeroeren in de stinkende brij van de Spaansetroebelen, het staat nu wel vast dat het initiatief van generaal Franco was uitgegaan.

In de eerste plaats was hij ongetwijfeld air-minded te noemen. Zijn broer Ramon was een verdienstelijk vlieger, die onder meer in 1926 met een Dornier-Wal een non-stopvlucht over de Zuidatlantische Oceaan had gemaakt. Op Franco hadden de Italiaanse vliegverrichtingen tot nu toe veel indruk gemaakt. Twee belangrijke evenementen waren overigens, nog vóór het uitbreken van de Italiaans-Abessijnse oorlog, maar aan weinig strategen onopgemerkt voorbijgegaan. In het begin van het jaar 1929 was de stafchef van de Italiaanse luchtmacht, Generaal Balbao, met een formatie militaire toestellen non-stop van Rome naar Engeland gevlogen. Helaas werden maar weinigen geïmponeerd door deze toch zo belangrijke militair-technische prestatie, die voor de democratische landen eigenlijk een waarschuwing had moeten zijn zich eens op de defensie te gaan bezinnen. Een van de militairen in Engeland die zich het ware experiment van deze „vredesraid" realiseerde, was Air Vice-Marshall H. Dowding. Ongeveer een jaar na de Italiaanse prestatie organiseerde hij een algemene oefening om te kunnen constateren of het eigen materieel voldeed aan de behoefte van de moderne luchtoorlog. Hoewel het resultaat allerbedroevendst was en Dowding bij de regering met de meeste klem op modernisering aandrong, werd hem herhaaldelijk te verstaan gegeven dat men niet bereid was nog meer geldelijke middelen voor dat speelgoed uit te geven . .

Ook een tweede Italiaanse vliegprestatie in het jaar 1933 heeft niet nagelaten indruk op Generaal Franco te maken. In de zomer van dat jaar voerden de Italianen een propagandavlucht uit, door met 24 Savoia-Marchetti's van Rome naar New York vice - versa te vliegen, zonder dat een enkel vliegtuig door een ongeluk of motorstoringontijdig uitviel. De toestellen legden hierbij 18.400 km af. In het najaar van 1935 begon de Italiaanse strijd in Abessinië. De Regia Aeronautica nam deelmet 320 vliegtuigen. De armzalige luchtmacht van de Negus werd in enkele dagen uit de hemel geschoten, vanaf welk moment de Italianen door hun suprematie in het luchtruim vrij spel hadden.

Hoewel de wereldopinie zich fel maar steriel tegen Italiës laat-koloniaal imperialisme keerde, leverde deze expeditie een veelheid aan ervaringen op. De Regia Aeronautica voerde 41.000 vluchten uit.Door al deze feiten kregen de Italianen in de jaren '30 een zekere faam op het gebied van de militaire luchtvaart. Generaal Franco besloot Italië om steun te vragen voor zijn strijd tegen de republikeinse regering. In Rome deed de vertegenwoordigervan Franco een dringend beroep op de minister van buitenlandse zaken Ciano. Aanvankelijk twijfelde men, maar door de overwinningsroes van de Abessijnse oorlog en de begeerte naar meer invloed rond de Middellandse Zee, besloot Mussolini 12 transporttoestellen ter beschikking te stellen. Franco was immers gebaat bij een snelle overbrenging van zijn troepen uit Marokko naar het Spaanse vasteland. Over zee was dit niet mogelijk omdat de marine trouw was gebleven aan de republikeinse regering.

Op 5 augustus begonnen de Italiaanse vliegtuigen met het troepentransport van Marokko naar Zuid-Spanje. Nu hij echter toch al gecompromitteerd was, besloot Mussolini dan maar de gevechtskracht van zijn luchtmacht in de strijd te werpen.Binnen het verband van de Italiaanse strijdkrachten richtte hij de Aviacion Legionaria op, een soort luchtmacht-expeditiekorps, speciaal samengesteld voor de strijd in Spanje. In totaal werden door de Duce 730 vliegtuigen naar het Spaansefront gestuurd. Hierbij moeten nog ca. 6000 man personeel worden gerekend. De Italianen voerden 86.420 opdrachten uit en maakten bijna 150.000 vlieguren. In het gevecht of door ongelukken gingen ongeveer 225 toestellen verloren.

Wat zijn voor de Italianen nu de militaire revenuen uit deze strijd geweest?

Ontegenzeglijk beschikte de Italiaanse luchtmacht door haar deelneming na afloop van de Spaanse Burgeroorlog, over enkele honderden vliegers met ruime gevechtservaring.Vooral in de eerste twee jaren hadden de Italianen vele overwinningen in de lucht geboekt, hetgeen onder meer te danken was aan het jachtvliegtuig Fiat CR-32 dat, tot het verschijnen van de Duitse Messerschmidt- 109, verreweg superieur was in het Spaanse luchtruim. Zij hadden geleerd hoe, vliegend in grote formaties, doelen moesten worden gebombardeerd.Zij probeerden de escortetechniek met jachtvliegtuigen en leerden een luchtbrug op te zetten. Zij organiseerden de onderhoudssteun op haastig geïmproviseerde luchtbases vlak achter de frontlinie en deden de eerste stappen op hetgebied van de directe luchtsteun aan grondtroepen.

Er werd echter een ernstige beoordelingsfout gemaakt! Misleid door het lokale succes van hun soepele, wendbare Fiat CR-32, die zelfs de snellere Russische jagers in Spanje de baas was, concludeerden zij dat de tweedekker als jachtvliegtuig ook in de toekomst doelmatiger zou blijven dan de eendekker. Dit waren de redenen waarom zij van de tweedekker de standaardjager van hun luchtmacht maakten. Toen de Regia Aeronautica bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog haar CR-32 en CR-42 in de strijd wierp, moest men in Italië verbijsterd constateren dat deze toestellen hopeloos verouderd waren. Door deze beoordelingsfout werd de Italiaanse luchtmacht op bloedige wijze gestraft, toen de jagersquadrons voor 75% uit tweedekkers bleken te bestaan.

Duitsland zet zijn Luftwaffe in

Hitler zat vast in het zadel. Niet tevreden met zijn suprematie in binnenlandse aangelegenheden, richtte hij een roofzuchtige blik over de grenzen van het Duitse Rijk.Reeds in 1933 was zijn satelliet, de zwaarlijvige Hermann Göring, bezeten geweest van het idee een nieuwe luchtmacht te scheppen. Als gewezen oorlogsvlieger uit de Eerste Wereldoorlog gevoelde hij zich, mede door zijn niet geringe zelfgenoegzaamheid, de uitverkorene figuur om aan nazi-Duitsland weer militaire vleugels te geven.

Hoewel elke militaire luchtvaart krachtens het verdrag van Versailles was verboden, had de vliegtuigontwikkeling zeer zeker niet stilgestaan.In 1933 bezat Duitsland in zijn Lufthansa een van de meest vooraanstaande luchtvaartmaatschappijen van de gehele wereld. Bovendien waren in het gehele land sport- en zweefvliegclubs actief, die onder hun leden vele oud-militaire vliegers telden. In datzelfde jaar zette Göring de eerste feitelijke stappen die later zouden resulteren in de oprichting van de Luftwaffe. Een aantal veelbelovende jonge verkeersvliegers van de Lufthansa werd naar Italië gestuurd om instructiete ontvangen bij de Regia Aeronautica.Grondig gesteund door de rijksminister voor propaganda, Joseph Goebbels, die de radio-omroep en de filmindustrie beheerste, verheerlijke Göring het beroep van oorlogsvlieger en verleidde de Duitse jeugd in groten getale tot dienstneming.Het ontwerpen van een uniform voor zijn Luftwaffe verschafte Göring vele plezierige uren.Vanaf de eerste knoop tot en met het laatste dienstvakonderscheidingsteken werd alles door hemzelf samengesteld en ontworpen. Als een trotse, parmantige haan showde hij in mei 1935 het nieuwe uniform aan een groep jonge vliegersdie in Schleissheim in opleiding waren.

Voordat de rest van Europa het zich realiseerde, was tamelijk ongemerkt een modern luchtwapen verrezen dat, nauwelijks belemmerd door geldelijke beperkingen, beschikte over vliegtuigen die, ware het in het jaar 1936 tot een treffen gekomen,bijna zeker superieur zouden zijn gebleken.Als officiële oprichtingsdatum van de Luftwaffe geldt 1 april 1935. Toen brak dan de Spaanse Burgeroorlog uit.

Op 22 juli 1936 richtte Franco een dringend verzoek tot de Duitse militaire attaché in Parijs. Dit verzoek betrof 10 transporttoestellen met een maximaal aantal zitplaatsen. Tevens wendde Franco zich tot de Duitse economische missie in Noord-Afrika en wees de zaakgelastigde op deernst van de toestand. Hij verzocht hem per brief aan Adolf Hitler alle mogelijke steun te vragen.

Evenmin als Mussolini was Hitler in principe afkerig van inmenging in de Spaanse onlusten. Er waren bij de nationalisten van Franco immers duidelijke fascistische tendensen waarneembaar. Bovendien zocht en vond Hitler door middel van deze oorlog dé gelegenheid om direct op de Bolsjewisten los te hakken. Tevens is het overduidelijk dat Göring zijn letterlijk en figuurlijk volle gewicht in de schaal heeft geworpen tijdens de beraadslagingen over het al dan niet meedoen. Hij zocht immers roem voor zijn jonge Luftwaffe.Bovendien was het een deelneming met weinig risico's, want als het niet naar wens zou blijken te gaan, kon men zich altijd nog terugtrekken. Het was toch immers geen echte oorlog met oorlogsverklaringen en dergelijke . . .

Ook de Duitse vliegtuigconstructeurs vonden Spanje als testterrein voor hun producten in het geheel niet ongeschikt.Twee dagen na de positieve stellingname van de Italiaanse regering besloot Hitler om Franco een voorlopige steun te verlenen in de vorm van transportvliegtuigen, toestellen die echter, zoals enige tijd later zou blijken, een tweeledige opdrachtkonden uitvoeren. In de tweede helft van juli zond Hitler 20 splinternieuwe Junckers-52's en 6 Heinkel-51's naar de nationalistische eenheden in Noord-Afrika. De transportvliegtuigen vervoerden tevens enkele lichte luchtafweerbatterijen, die werden opgesteld om bij het vliegveld Tetuan de Duitse machines te beschermen tegen republikeinse bommenwerpers.

Geëscorteerd door Heinkels begonnen de Junckers-52's, tot hun kritische laadvermogen volgestouwd met soldaten, Moorse eenheden naar Zuid-Spanje te transporteren. Deze verrichting zou later in brede kring gelden als de eerste luchtbrug uit de militaire geschiedenis. Adolf Hitler verklaarde later, in 1942: „Franco zou gerust een monument voor de Junckers mogen oprichten; het zijn deze vliegtuigen geweest waaraan hij de overwinning tedanken heeft".

junkers 52

Het vervoer en de inzet van de Duitse transportmachines was op uitstekende wijze geregeld. Alle vliegtuigen behoorden tot de fictieve particuliere maatschappij „HISMA" (Hispano-Marokkanische AG Fluggesellschaft für Truppentransporte).Als president-directeur stond een luchtmachtkapitein aan het hoofd, die tevens Franco's persoonlijke raadsman was inzake de organisatie van luchttransporten. De vliegtuigen werden via Italië ingevlogen. De escorte-Heinkels en de reservedelen werden uit Hamburg verscheept.Tijdens de luchtbrug vlogen de vliegtuigen ten minste vijfmaal per dag heen en weer tussen Marokko en Cadiz of Sevilla. Hier bevond zich het bruggenhoofd van de nationalistische Generaal Queipo de Llano. Aanzienlijk versterkt door Moorse eenheden wist hij stand te houden en korte tijd later zelfs de strijd in zijn voordeel te beslissen.Alle vliegtuigen van de HISMA werden door Duitse vliegers en werktuigkundigen gevlogen en onderhouden. Allen voerden hun taak uiterst nauwgezet uit, waardoor ongelukken tot de hoogste uitzonderingen behoorden.

Behalve de HISMA werd een tweede maatschappij opgericht, de „ROWAK" (Rohstoffe und Waren Einkaufgesellschaft). Ook deze gold als een particuliere maatschappij. De bedoeling was de republikeinse, doch zeer zeker niet in de laatsteplaats de buitenlandse, inlichtingendiensten zand in de ogen te strooien.Af en toe liet de HISMA haar tanden zien. Op 23 augustus 1936 voerden de Junckers-52’s een bombardementsraid uit op Madrid. Hierbij werden zij geëscorteerd door Heinkel-51's. Tijdens deze operatie werden door de Duitse Luitenants Eberhard, Knuppel en Trautloft 12 republikeinse jagers neergeschoten.Toen in november 1936 de transportopdracht feitelijk ten einde was, werden de Junckers alleen nog maar voor bombardementsvluchten gebruikt.

Inmiddels werden in Duitsland nieuwe maatregelen getroffen. Het Condor-legioen In dezelfde maand verschenen in Spanje, onder het mom van vreedzame toeristen, vele honderden personen die weldra bleken te behoren tot het eerste contingent van het beruchte Condorlegioen.Dit, speciaal ten behoeve van het Spaanse strijdtoneel opgerichte, legioen bestond uit een lucht- en landmachtafdeling. De eerste, bestaande uit 9 eskaders vliegtuigen (zowel jagers, bommenwerpers als verkenners), benevens een afdelingluchtdoelartillerie en een schijnwerperpeloton, werd gecommandeerd door Generaal-Majoor Hugo von Sperrle. De landmachtafdeling, bestaande uit enkele tirailleurcompagnieën en twee tankeskadrons, stond onder bevel van Kolonel Ritter von Thoma, de man die later een van de bevelhebbers van het Afrikakorps zou zijn. Beide commandanten hadden een nauw omschreven, bondige opdracht meegekregen: „Vergelijk de ervaringen van de Eerste Wereldoorlogmet de nieuwe technieken".

Er waren in Duitsland intussen vele nieuwe vliegtuigtypen ontworpen, die echter nog geen van alle de vuurdoop al hadden ondergaan. De constructeurs vloeiden weliswaar over van theoretische beloften, doch de nuchtere, verantwoordelijketactici van het Reichs Luftfahrt Ministerium wisten dat theorie en praktijk maar al tevaak verschilden. Hermann Göring hield zich er dan ook persoonlijk mee bezig, van elk veelbelovend type vliegtuig enkele exemplaren naar het strijdtoneel te sturen.Het Condor-legioen werd op de volgende wijze opgericht. Alle eskadercommandanten moesten een lijst met namen van geschikte vliegers indienen. Deze geselecteerden werden, zonder dat zij er zelf kennis van hadden, door het Reichs Luftfahrt Ministerium uiterst nauwkeurig op hun antecedenten onderzocht. Degenen die uiteindelijk overbleven, aanvankelijk ongeveer 100 man,werden in Berlijn op een geheim bureau ontboden. Daar werden zij op de hoogte gebracht van de bedoeling van deze sluikse operatie. Indien men toestemde in een vrijwillige uitzending naar het Spaanse strijdtoneel, werden daaraan een verhogingin rang en een flinke soldijtoelage verbonden. Het waren allen uitstekende vliegers, die hun opleiding met maximaal resultaat hadden beëindigd. Door bemiddeling van de toeristenmaatschappij „Kraft durch Freude" werden zij, in burgerkleding, naar de noordwestkust van Spanje verscheept. Hier werden zij in Spaanse uniformen gestoken en kregen de beloofde rangverhoging.

Het Condor-legioen werd onmiddellijk in de strijd geworpen en al spoedig deed mende eerste praktijkervaring op. De Heinkels bleken nauwelijks opgewassen tegen de Russische jagers die in dienst van de regeringstroepen stonden.De Junckers, die ook als bommenwerpers werden ingezet hadden, speciaal bij het overvliegen van de Sierra Nevada, zeer veel last van ijsafzetting op de vleugels. In december 1936 namen de Duitsers de eerste proeven met directe luchtsteun aan de acties van grondtroepen. Vliegtuigen bombardeerden van geringe hoogte vijandelijke posities, onmiddellijk voorafgaande aan een eigen infanterieaanval. Na het afwerpen van de bommen kwamen de vliegtuigen nog éénmaal terug om in een scheervluchtaanval de opstellingen te mitrailleren. Na het verstrijken van de aanvankelijke verrassing bleek deze tactiek toch niet veel rendement op te leveren, omdat de vijand zich nu veel beter ging ingraven. Bovendien ontbrak verbindingstechnisch de juiste procedure, om het tijdstip van de luchtaanval opefficiënte wijze te coördineren met het optreden van de grondtroepen. De opgedane ervaringen noopten de Duitsers zich ernstig te gaan bezighouden met het probleem van de „ground to air communication".

Aan het eind van datzelfde jaar werden de Duitsers geconfronteerd met een nieuw probleem. De republikeinse luchtmacht was inmiddels door deelneming van grote aantallen Russische jachttoestellen dermate sterk geworden, dat het voor de Duitse bommenwerpers onmogelijk was geworden hun opdrachten zonder jagerescorte uitte voeren. De Russische jagers traden vaak zeer vermetel op, door de bommenwerpers tot op zeer korte afstand te naderen en hen dan meteen enkel goed gericht salvo te vernietigen. Zij maakten zelfs gebruik van de doodsverachtende tactiek om de Duitse toestellen tegen het staartstuk of de vleugeltip te rammen. (In de periode van de hoogste nood in de Tweede Wereldoorlog werden binnen de Luftwaffe speciale eenheden gevormd die het op deze — haast zelfmoord — wijze tegen de Amerikaanse B-17's en B-24'smoesten opnemen.) Noodgedwongen gingen de Duitsers zich specialiseren in de escortetechnieken deden hierdoor een schat aan ervaringen op. Ook begon het Condor-legioen met het uitvoeren van nachtelijke bombardementen. Door de grote moeilijkheid echter om, met de technische hulpmiddelen uit die dagen, de doelen nauwkeurig te lokaliseren, werden vele slachtoffers onder de burgerbevolking gemaakt. Aan het begin van 1937 was de situatie zodanig dat de Duitsers verre van opgetogen waren over de operationele kwaliteiten van de tot dusverre ingezette vliegtuigtypen.

Hermann Göring, bevreesd voor het falen van personeel en materieel van zijn gekoesterde Luftwaffe, drong nu met grote klem bij de constructeurs aan op een hogere graad van perfectie.In de loop van 1937 verschenen nieuwe Duitse vliegtuigtypen aan de Spaanse hemel. Göring stuurde de Dornier-17 (vliegend potlood), de Heinkel-111 en de later zo berucht geworden duikbommenwerper Junckers-87 „Stuka". Toen dan ook nog het pronkjuweel, de Messerschmidt-109, zijn opwachting kwam maken, was het metde suprematie van de Russische jachtvliegtuigen spoedig gedaan. De ene „Rata" na de andere werd uit het luchtruim geschoten en de Duitsers oogstten lauweren.

Een ander experiment van de luchtmachtafdeling van het Condor-legioen betrof het uitvoeren van bombardementen op doelen met grote oppervlakte. In dit verband mag het drama van Guernica niet onvermeld blijven . . . Guernica, een terrein-bombardement Het was een stadje van 7000 inwoners op 20 km afstand van Bilbao. Op de bewuste dag, 26 april 1937, werd er een markt gehouden. De eerste golf Heinkels en Junckers verscheen boven het doel en wierp zijn bommenlading af. Hierna daalden de vliegtuigen en bestookten de burgerbevolking met boordwapens. Een half uur hierna verscheen een nieuwe golf vliegtuigen die dezelfde actie uitvoerde. Op deze manier werd de operatie gedurende 8 lange uren uitgevoerd.Het centrum van Guernica werd volledig van de aardbodem weggevaagd. Ruim 1600 burgers kwamen in het bombardement om en ongeveer 850 werden min of meer ernstig gewond.

De republikeinse regering had na afloop van het bombardement vele buitenlandse journalisten in de puinhopen van het stadje uitgenodigd. Toonaangevende bladen in geheel Europa klaagden het Condor-legioen aan. De nationalisten ontkenden het bombardement van Guernica, ondanks de gevonden Duitse bomscherven. In geheel Europa ontstonden heftige polemieken, doch de omstandigheden waren dermate verwarrend en gecompliceerd, dat buiten Spanje eigenlijk niemand het gebeurde precies kon analyseren.

Het is thans echter vrijwel zeker dat het Condorlegioen de operatie heeft uitgevoerd. De later inspecteur van het Duitse jachtwapen, Adolf Galland, heeft het toegegeven, met dien verstande dat hij over een doelvergissing sprak. Ook Hermann Göring heeft zich, tijdens het proces in Neurenberg tegen de nazimisdadigers, in ongeveer gelijkluidende termen uitgelaten. Vast staat in ieder geval dat het doel na de aanval door de Duitsers minutieus is gefotografeerd. Toen de foto's, gemonteerd tot een grote overzichtskaart, in Berlijn aan Hermann Göring werden voorgelegd, schijnt hij enthousiast te hebben betoogd:„Tegen zulk een geweld is de wereld niet opgewassen."Pablo Picasso schilderde in datzelfde jaar zijn fresco „Guernica".

Guernica

Het heeft hierbij in zijn bedoeling gelegen een felle aanklacht te uiten tegen het gruwelijke oorlogsgeweld. Helaas zouden in hetzelfde decennium nog andere Guernica's volgen...

Rusland blijft niet afzijdig De Russische bemoeienis is vanaf het begin van de strijd zeer omvangrijk geweest. Het Spaanse volksfront deed niet tevergeefs een beroep op Josef Stalin. Evenals bij de Duitsers en Italianen lag het zwaartepunt van de hulp op de luchtstrijdkrachten.De eerste Russische bijdrage bestond uit ongeveer 700 man, waarvan 200 vliegers.Opmerkelijk is dat de verslagen uit die tijd de aanwezigheid van vrouwelijke piloten vermelden. De vliegtuigen werden voornamelijk verscheept uit de haven van Rostock. De hulp kwam, ondanks alles, toch nog zóveel te laat dat de Duitse en Italiaanse vliegtuigen, hoegenaamd ongestoord,grote contingenten Moren vanuit Marokko naar Zuid-Spanje hadden kunnen vervoeren.

Waarschijnlijk kwamen de eerste vliegtuigen op 5 november 1936 pas aan het front. Deze toestellen, jachtvliegtuigen van de constructeur Polikarpof, wisten binnen enkele dagen de heerschappij in de lucht voor de republikeinen te bevechten. De door de Russen gebruikte typen waren de 1-15 en de 1-16. Het laatste toestelwerd trouwens nog tot in 1943 door de Russen tegen de Duitsers ingezet.

Het eerste jaar van deelneming was voor de Russische vliegers uitermate succesvol. Bijna zonder uitzondering waren zij door hun betere vliegtuigen superieur aan de Duitsers. Doch, hoewel ongeveer 100 km/h sneller dan de Italiaanse jagers, zij moesten in de meeste gevallen het onderspit delven tegen de felle, soepele Fiat CR-32 en de Fiat CR-42.

Eerder in dit artikel heb ik vermeld dat dit lokale, tijdelijke succes de Italiaanse luchtmachtstaf tot een ernstige beoordelingsfout heeft verleid.In de voorjaarsmaanden van 1937 verschenen de nieuwe Duitse toestellen, zoals de roemruchte Messerschmidt-109, in Spanje. Eigenlijk al vanaf dit ogenblik werd het voor de Sovjets een aflopende zaak. De ene Rus na de andere werd door de Messerschmidts en Heinkels uit het luchtruim geschoten. De adviseurs van Stalin weigerden echter, om meer dan één reden, in Duitse superioriteit te geloven, hetgeen tot resultaat had dat de Russen de aanvoer op grote schaal van dezelfde, duidelijk falende, vliegtuigtypen continueerden.

Aangezien de route over de Middellandse Zee onveilig was geworden, voeren devrachtschepen naar Bordeaux en Le Havre. Van hier werden de toestellen in gedemonteerde staat per trein, via de Pyreneeën, Spanje binnengebracht.De Sovjets leerden een harde, gevoelige les, toen de kwantiteit niet tegen de Duitse kwaliteit opgewassen bleek. Hoewel de bronnen elkaar op dit punt tegenspreken, moeten wij aannemen dat de totale Russische bijdrage ongeveer 1500 vliegtuigen heeft omvat. In de loop van 1938 begonnen de Sovjets zich geleidelijk uit de strijd terugte trekken. Stalin gaf zijn vliegers opdracht terug te keren naar Rusland en de machines over te dragen aan de republikeinse luchtmacht.

Hoewel de Russische luchtstrijdkrachten uiteraard door de Spaanse strijd de beschikking hadden gekregen over een redelijk aantal vliegers met gevechtservaring, hebben zij merkwaardigerwijs niet op dezelfde manier als de Duitsers de harde lessen begrepen. Van 1939 tot aan het uitbreken van operatie „Barbarossa", werden door de Russen nauwelijks wezenlijke verbeteringen of wijzigingen uitgevoerd ten opzichte van de structuur of kwaliteit van hun luchtmacht. Om te vermijden dat men de indruk krijgt dat de Russische deelneming geheel geen of althans weinig invloedheeft uitgeoefend, mag niet onvermeld blijven dat de Sovjets een hoge graad van perfectie bereikten in de steunverlening aan eigen grondtroepen.Een en ander kwam tot uiting bij de verbitterde gevechten om Guadalajara. Op uitnemend georganiseerde en verrassende wijze vielen ca. 115 Rata's (1-16), vanaf zeer geringe hoogte een Italiaanse infanteriebrigade aan. Het Russische optreden was dermate efficiënt en vermetel, dat de Italianen bijna uitsluitend door deze luchtaanval op bloedige wijze werden gedecimeerd.

De andere Europese mogendheden

Er valt een duidelijk onderscheid waar te nemen tussen de houding van Duitsland, Italië en Rusland enerzijds, en de overige Europese landen anderzijds. Zoals wij in het voorgaande hebben kunnen constateren, hebben de eerste drie landen op georganiseerde wijze, en met een duidelijk omschreven doelstelling, militaire eenheden naar het Spaanse front gestuurd. In de meeste gevallen bleven deze strijdkrachten ook onder commando staan van eigen bevelhebbers. Geheel anders lag de toedracht bij naties als Frankrijk en Engeland.Hoewel deze twee landen nimmer officieel deelneming in de strijd hebben nagestreefd, valt toch duidelijk te constateren dat zij vrijwilligers nauwelijks beletselen in de weg hebben gelegd zich naar het strijdtoneel te begeven.

internationale brigades

Bovendien leverden zij onder zeer gemakkelijke voorwaarden oorlogstuig aan de strijdende partijen. Frankrijk bijvoorbeeld verschafte o.m. 20 bommenwerpers van het type Potez-54. Omdat men officieel buiten de oorlog wenste te blijven, werden deze toestellenvia een Mexicaanse firma geleverd. De Potez-54 werd het standaardvliegtuig van hetescadrille Lafayette. Hierin vochten Engelse, Franse en zelfs Amerikaanse vliegers aan republikeinse zijde. De Franse schrijver André Malraux werd in dit internationale onderdeel squadroncommandant, en stelde zijn ervaringen te boek in „Espoir".

Ondanks interne politieke druk die het tegendeel wenste, sloot een groot aantal landen in het najaar van 1936 een non-interventiepact. Ondertekenaars waren: België, Polen, Tsjecho-Slowakije, Portugal, Frankrijk, Nederland, en zelfs deS.U., Italië en Duitsland. De verenigde Staten gaven te kennen dat zij alleen hun principieel akkoord wensten te geven. Ondanks dit verdrag betoogde Pierre Cot, minister van luchtvaart in Frankrijk: „Alle Franse luchthavens staan gereed om de republikeinen steun te verlenen. Indien republikeinse vliegtuigen op ons territoir mochten landen, moet dit als een navigatiefout worden beschouwd".

Ook Engeland leverde in 1936 enkele vliegtuigen. Dit waren toestellen van het type Vickers-Vildebeest.Vanuit de verschillende landen stroomden tevens duizenden vrijwilligers om in de zg. internationale brigades aan de strijd deel te nemen. Onder anderen streed de Nederlandse schrijver Jef Last aan de zijde van de republikeinen. Vele jongerooms-katholieken en overtuigde communistenhaters schaarden zich als vrijwilliger aan Franco's zijde.Omstreeks de jaarwisseling 1936-37 begonnen de nationalisten te kampen met een ernstig benzinetekort. Via onderhandelaars liet Franco voorzichtig de Amerikaanse regering polsen. Uit vrees internationaal gecompromitteerd te raken werd, althans officieel, niet gereageerd. Desondanks bleek de Texas Oil Company bereid tot levering. Er werd een zeer merkwaardig contract opgemaakt. Franco kon namelijk niet betalen, want de Spaanse goudreserves waren in republikeinse handen. Desondanks werd hem volledig krediet verleend onder de voorwaarde dat hij na zijnoverwinning onmiddellijk zijn schulden zou vereffenen.Zo trok de Texas Oil Company een wissel op de toekomst en leverde in de loop der jaren 18 miljoen t brandstof, de vurige hoop koesterend dat de nationalisten zouden zegevieren . . .

Naschrift

Ik realiseer mij terdege dat dit artikel geenszins aanspraak kan maken op volledigheid. Een reeks van folianten zou zelfs niet toereikend zijn om alle beweegredenen, achtergronden en sentimenten uit die tijd naar behoren te analyseren.Verwarring heeft in deze drie jaren de strijd zelf, en politieke besluiteloosheid de verschillende Europese regeringen gekenmerkt. Bewust heb ik vermeden de politieke en ideologische motieven, meer dan slechts vluchtig, te stipuleren. Zoals ook moge blijken uit de titel van het geheel, is het mij uitsluitend te doen geweest om het noemen van de mate en hoedanigheid van buitenlandse militaire bemoeienis. Meer dan toen, kunnen wij ons nu realiseren op welke manier en om welke redenen fascistisch Italië en nazi-Duitsland zich geroepen voelden militaire eenheden naar het Spaanse strijdtoneel te sturen. Duitsland in ieder geval, Italië en Rusland in beperktere mate, hebben de lessen geleerd en begrepen. Duitsland paste de geleerde les ook toe; de Poolse veldtocht in 1939 mag daarvoor een aanwijzing zijn. Niet alleen deze actie trouwens toonde kenmerken van Spaanse ervaring. De „Blitzkrieg"-tactiek van de eerste voorspoedige jaren van de Duitse strijdkrachten in de Tweede Wereldoorlog was duidelijk geënt op het resultaat van eerdere beproevingen onder oorlogsomstandigheden. Vele, in later jaren tot hoge rangen gestegen, officieren van de Wehrmacht ontvingen hun vuurdoop bij Madrid of bij de Guadarrama-pas.

Had Hitler nu ook aan Franco een bondgenoot overgehouden?

Het is moeilijk te beweren datde Duitse dictator, behalve gevechtservaring voor zijn strijdkrachten, ook nog politiek voordeel uit zijn Spaanse avontuur had overgehouden.Spanje is in de Tweede Wereldoorlog zeer zeker niet tegen Duitsland gekant geweest. Toch heeft Franco een rol gespeeld die het de geallieerden niet wezenlijk moeilijk heeft gemaakt.De daadwerkelijke steun, op militair gebied aan Hitler geboden, bestond voornamelijk uit het zenden van een divisie naar het oostfront. Dit was de zogeheten Division Azul (de Blauwe Divisie), onder commando van Generaal Munoz Grandes. Ook een aantal eskaders vliegtuigen werd naar Rusland gestuurd. De Blauwe Divisieis onder meer bij St. Petersburg in actie geweest.Een rechtvaardiging eist ook de nadruk die in dit artikel is gelegd op de inzet van de respectieve luchtstrijdkrachten. De situatie was weliswaar zodanig dat Duitsland en Italië grondtroepen van hoge numerieke sterkte hebben gestuurd en deze onderdelen verschillende nieuwe strijdmiddelen en tactieken hebben laten beproeven(als voorbeelden mogen gelden het gebruik van de sedert de Eerste Wereldoorlog grondig verbeterde tank, en het inzetten van infanterietankteams, benevens het uitproberen van antitankgeschut), de feite spreken onloochenbare taal wanneer wij stellen dat de belangstelling van de militaire leiders eerst en vooral uitging naar demate van operationele capaciteit van de ingezette vliegtuigen.

De militaire geschiedschrijving uit die tijd wijst telkenmale op de bijna wetenschappelijkeaanpak van de Duitsers aangaande de beproeving van hun verschillende nieuwe vliegtuigtypen aan het Spaanse front. Heden ten dage, met de gemakkelijke kritiek van één generatie jonger, kunnen wij ons verbaasd afvragen waarom de verantwoordelijke leiders van democratisch Europa toen niet op de juiste wijze de vlammende waarschuwing van het nazimilitairisme hebben verstaan!

1 Telegrafische order van Adolf Hitler, voorgelezen injuli 1936, ten overstaan van de aangetreden militairen,die op het punt stonden naar Spanje te vertrekken(uit: E. Butler — Marshall without glory).

2 H. Cardozo — The march of a nation.

Literatuur

H. Cardozo — The march of a nation. McBride & Co,New York (1937).

L. L. Snyder — De oorlog 193911945. N.V. Kon. Uitg.Erven J. J. Tijl, Zwolle (1960).

W. Schneider — Soldaten. Forum Boekerij, Den Haag(1966).

A. Ver Eist — De oorlog in de lucht en in de ruimte,dl 2. De Goudvink, Antwerpen (1966).

J. J. Heydecker en J. Leeb — Opmars naar de galg.Scheltema en Holkema, Amsterdam (1961).

H. Thomas — La guerre d'Espagne. Robert Laffont,Parijs (1961).E. Butler — Marshall without glory. Hamilton & Co,Londen (1956).

A. Bullock — Hitler. A. W. Bruna & Zn, Utrecht(1957).

P. Carrell — Unternehmen Barbarossa. Verlag UllsteinGmbH, Frankfurt/Main (1963).Encyclopedie, dl 5. N.V. A. Oosthoek's Uitg. Mij,Utrecht (1960).