We hebben 281 gasten online

Democratie of Theocratie in Irak Het dilemma van de VS Deel 2

Gepost in Irak

4) “A few people” of een onderschatting van de problemen door de Bush Administration

In een artkel in NRC Handelsblad “Oorlogen worden in steden beslist” wordt door Kees Homan betoogd: Een deel van de huidige strijd in Irak doet denken aan de oefening 'Millenium Challenge', die de Amerikaanse krijgsmacht vorig najaar hield. Deze oefening simuleerde een militaire confrontatie tussen de Verenigde Staten en een 'boevenstaat'. De gepensioneerde mariniersgeneraal Van Riper, veroorzaakte als leider van de boevenstaat veel slachtoffers onder de Amerikanen, door gebruik te maken van dezelfde guerrilla -en zelfmoordtactieken die we in Irak zien. De spelleiding zette de oefening stop en verweet Van Riper het spel niet mee te spelen, waarop deze zich terugtrok uit de oefening. Hoewel dit voorval veel aandacht kreeg in de Amerikaanse pers, kwamen de guerrilla en zelfmoordacties in Irak toch onverwachts. Zo verklaarde de Amerikaanse generaal Wallace in Irak, dat ,,de vijand tegen wie we vechten een andere is dan die we in onze 'war games' bestreden''. Naast een technologische asymetrie is in deze oorlog ook sprake van een culturele asymmetrie. De westerse cultuur wordt getekend door waarden als verdraagzaamheid, respect voor mensenrechten en democratie waaraan Irak niet een even grote waarde toekent en die zijn weerslag heeft in hun wijze van oorlogvoeren. Uniek in deze oorlog is het feit dat tegelijkertijd zowel sprake is van een conventionele als van een guerrilla-oorlog, terwijl de militairen van de coalitie tevens voedsel, water, gezondheidszorg en bescherming aan Iraakse burgers bieden.

Al in een artikel “De VS stuiten op grenzen eigen kunnen” in de Volkskrant van 24 juli 2003 geschreven door Generaal-majoor der mariniers b.d. Kees Homan en Dick Leurdijk wordt al duidelijk gemaakt dat

“De Amerikanen beseffen dat na de gewonnen oorlog, de vrede in Irak nog niet wil vlotten”.

De auteurs geven in hun artikel een paar voorbeelden: 1) Zo verklaarde generaal John Abizaid, de nieuwe Amerikaanse bevelhebber in Irak, dat aanhangers van Saddam Hussein een klassieke guerrilla-oorlog voeren. Hij weersprak hiermee zijn politieke baas, minister Rumsfeld, die op 30 juni 2003 nog verklaarde dat er in Irak geen sprake was van een guerrilla-oorlog of van georganiseerde weerstand. 2) Spionnen van de Ba'ath-partij en voormalige leden van de Speciale Veiligheidsorganisatie en de Speciale Republikeinse Garde hebben zich op regionaal niveau georganiseerd in kleine eenheden van zes à acht personen, die met granaten en automatische wapens de Amerikanen bestoken. De dagelijkse aanslagen en de anti-Amerikaanse sentimenten die onder delen van de bevolking leven, blijken het moreel van de Amerikaanse troepen niet onaangetast te laten. De opmerkelijke uitlating van een Amerikaanse militair dat minister Rumsfeld zou moeten worden ontslagen, illustreert dit. 3) Guerrilla-oorlogvoering heeft een paar unieke kenmerken. Zo vereisen de 'onzichtbaarheid' en mobiliteit van guerrillero's een onevenredig grote strijdmacht om ze aan te kunnen pakken. Bovendien worden bij acties tegen guerrillero's onvermijdelijk fouten gemaakt die slachtoffers veroorzaken onder onschuldige burgers waardoor hun vriendschap of neutraliteit snel in vijand-schap kan omslaan. 4) Het werkelijke slagveld in Irak bestaat momenteel vooral uit het winnen van de 'hoofden en harten'van de Iraakse bevolking. Dat betekent een snel herstel van de basisvoorzieningen, onderwijs, gezondheidszorg en het betrekken van de Irakezen bij het proces van politieke wederopbouw, inclusief het overdragen van macht. Jeroen de Zeeuw in de Volkskrant van 25 oktober 2003 pleitte voor een realistische aanpak: :

“internationale steun aan naoorlogse wederopbouw is onvoldoende, van geringe invloed en komt veelal te laat. Ondanks mooie beloftes en uitgebreide internationale steun voor verkiezingen, vergaande politieke, juridische en sociaal-economische hervormingen en internationale toezeggingen van vele miljarden euro's is het in postconflict landen nog niet gelukt echte voortgang te boeken met de opbouw van een democratische staat. De naoorlogse wederopbouw van Irak lijkt daarop geen uitzondering te worden’.

De oorzaak van dit 'falen' is te wijten aan het samenspel van factoren:

1) Allereerst schort er nogal wat aan het realiteitsgehalte van het wederopbouwmodel dat donoren momenteel voor ogen staat. Volgens het boekje dienen er zo snel mogelijk verkiezingen te worden gehouden, liefst binnen twee jaar. In de tussentijd moeten alle oud-strijders ontwapend zijn - in sommige gevallen onder toeziend oog van een internationale vredesmacht -, en dient de zojuist aangetreden overgangsregering een ambitieus pakket aan hervormingsmaatregelen door te voeren. Die variëren van de instelling van een onafhankelijke rechtsspraak, reorganisatie naar een transparanter overheidsapparaat en het onder civiele controle brengen van de veiligheidssector. Waar het zelfs gevestigde 'democratieën' de grootst mogelijke moeite en vele tientallen jaren heeft gekost enkele van deze maatregelen door te voeren, is het voor zwakke of 'mislukte' staten bijna onmogelijk de gehele klus te klaren binnen twee a vijf jaar. 2) Een tweede belangrijk obstakel is de internationale gemeenschap zelf. Zo hebben internationale donoren herhaalde malen blijk heeft gegeven van een gebrekkige politieke wil. Dit heeft zich niet alleen geuit in het wegebben van internationale diplomatieke druk zo gauw er een vredesakkoord is getekend, maar ook in het niet nakomen van financiële toezeggingen. 3) Ten slotte is gebleken dat internationale wederopbouw en met name democratiseringshulp slechts een (zeer) geringe invloed heeft op de interne politieke ontwikkelingen in postconflict landen. Er is behoefte aan een realistischer aanpak: a) Help zwakke regeringen met het opstellen van een reëel stappenplan in plaats van het opleggen van een overambitieus en allesomvattend wederopbouw model. b) Stel duidelijke prioriteiten: schoon drinkwater, elektriciteit en veiligheid zijn op de korte termijn belangrijker voor de lokale bevolking dan inspraak in of het kiezen van een nieuw overheidsbestuur. c) Stel duurzaamheid en zelfredzaamheid voorop: het voor langere tijd ondersteunen van een goed functionerende mensenrechten ombuds-man, onafhankelijk radiostation of verkiezingswaarnemingsorganisatie is beter dan het fragmentarisch financieren van honderden, onrepre-sentatieve niet-gouvernementele organisaties, die allemaal strijden om de toch al karige wederopbouwpot. d) Kanaliseer de hulp zoveel mogelijk via zogenoemde 'multi-donor trust funds', die onder gezamenlijke controle staan van de VN en de nieuwe regering van het desbetreffende land.

The ‘Arab Human Development Report 2002’ stelt het aldus:

“De delicaatste kwestie is echter de impact van de Islam op de aantoonbare afwezigheid van een economische take-off. Arabische voorstanders van secularisatie geloven dat de alom aanwezige Islamisering van de Arabische samenleving een overweldigende invloed zal uitoefenen op de economische en sociale ontwikkeling. Maar dit onderwerp is in de Arabische wereld een politiek taboe.”. Maar er is een ander meer fundamenteel – en hoogst controversiële – factor dat nog steeds een taboe is in de analyses van de Arabische wetenschappers namelijk de impact van de Islam op het denken en de acties van Moslims. Beinvloed door de Griekse beschaving, Arabische geleerden aanvaardden de rede boven het geloof. Maar in de loop van de eeuwen, ging de Arabische wereld door een culturele en intellectuele ommekeer waarbij geloof het won van de rede . Deze ontwikkeling voltrok zich als een resultaat van orthodox denken, gedreven door de angst dat de toepassing van de rede zou resulteren in alle soorten van ketterse ideeën , die zouden leiden tot ondergraving van de gemeenschap van de gelovigen . Het resultaat was religieuze orthodoxie en geestelijke als wel intellectuele conformiteit. Zo een soort denken bevorderd niet individuele creativiteit, innovatie en enterpreneurschap , met gelijktijdig verwoestende effecten op wetenschappelijk, economisch en technologische vooruitgang.( Labohm, Hans H, J ; Islam and Development 12-02-2003)

5) De Islamitische stromingen. Soennieten en Sjieieten.

Soennieten en Sjieieten. De Islam kent twee hoofdrichtingen:de Soennitische en de Sjiitische islam. Deze stromingen zijn al vroeg in de geschiedenis ontstaan door een verschil van mening over wie de sharia ( deze bevat de richtlijnen voor de islamitische samenleving, een opsomming van de religieuze verboden en geboden. Als bronnen voor de sharia werden niet alleen de Koran en de Hadieth gebruikt, maar ook de plaatselijke gewoonterechten en de toen geldende fatsoensnormen. De sharia fungeert daardoor als een wetboek) mag interpreteren en toepassen. Soennitische moslims vinden dat alleen de schriftgeleerden iets over de sharia te zeggen hebben, en dat staatkundige leiders zich aan die interpretatie moeten houden. De Sjieieten vinden dat de religieuze leider de wet ook moet toepassen, hij is vanzelfsprekend ook staatkundig leider. De Sjieieten maken dus geen onderscheid tussen kerk en staat. De Soennieten wel, al moeten hun staatkundige leiders zich in beginsel wel houden aan de opvattingen van de religieuze leiders. Sjieietische moslims wonen vooral in Iran (waar de scheiding van kerk en staat niet bestaat; een theocratie), Irak, de Golfstaten en Pakistan. In Irak leeft een grote shi’itische gemeenschap, die onder Saddam Hussein zwaar werd onderdrukt, maar die nu een autonoom deel van Irak hoopt te worden. In Soennitische landen als Turkije , Egypte en Marokko wordt de scheiding tussen Kerk en Staat niet overal scherp getrokken. En binnen beide stromingen is sprake van veel zijrichtingen. Daaronder zijn liberale stromingen en uiterts fundamentalistische.

sjiieten nu

5a) Grand Ayatollah Muhammad Al-Sadr [1933-1999]

 

muhammed al sadr

 

Groot Ayatolla Muhammad AL-Sadr, oud 66 jaar werd in februari 1999 vermoord. Hij was de vader van Moqtada al-Sadr. De moord was onderdeel van een georganiseerde aanval van de Irakese Overheid tegen het onafhankelijke leiderschap van de Shi’a gemeenschap. De overheid ging na de moord over tot verdere onderdrukking in het Zuiden en in andere regio’s waar de Shia’s aanwezig waren, In april 1999, executeerde de Iraakse overheid vier Shi’a aanhangers voor de al-Sadr slachting na een besloten rechtbank zitting. Shi’a religieuze autoriteiten en oppositie groeperingen namen stelling tegen het proces en verklaarden dat de executeerden onschuldig waren. Op zijn minst een van de vier, Sheik Abdoel Hassan Abbas Kufi, een gebedsvoorganger in Najaf, was ten tijde van de moord in gevangenschap. De Shi’a pers vermelde in januari 1999 dat hij was gearresteerd op 24 december 1998. De drie andere die met Kufi werden terechtgesteld waren de islamitische schriftgeleerde Ahmad Mustapha Hassan Ardabily, Ali Kathim Mahjan en Haider Ali Hussain Hoewel een begrafenis plechtigheid was verboden ontstonden spontaan uitingen van rouw. De Iraakse overheid gebruikte geweld om deze te onderdrukken met als gevolg doden en gewonden en honderden arrestaties.

De autoriteiten van de Baath partij vervolgden de aanhangers van Groot Aytolllah Mohammed al Sadr.

moqtada al sadr

5b) Profiel: Moqtada al-Sadr

Gepubliceerd op maandag 05 april 2004

De weerzin van de sjiitische meerderheid in Irak tegen de bezetting groeit. Sleutelfiguur achter het steeds gewelddadiger wordende verzet is de geestelijke Moqtada al-Sadr.

Tegenstander bezetting
Tegenstander bezetting
De 30-jarige Sadr is een fel tegenstander van de bezetting, en heeft de buitenlandse troepenmacht al diverse keren opgeroepen uit Irak te vertrekken. Zijn aanhangers – voornamelijk werkloze jongeren - demonstreren met grote regelmaat tegen de bezetting.

Die betogingen worden steeds gewelddadiger. Aanleiding is de aanhouding van Sadr’s vertrouweling Sjeik Mustafa Yacoubi. Zondag kwam het tot een urenlange schietpartij tussen aanhangers van Sadr en Spaanse militairen in Najaf. Die kostte uiteindelijk aan 24 mensen het leven. Ook in Bagdad kostten onlusten mensenlevens. De onrust hield maandag aan. In Basra bezetten sjiieten het gouverneursgebouw. Sadr riep zijn achterban zondag op de vreedzame protesten te staken, omdat die in zijn ogen zinloos zijn, en over te gaan tot gewelddadig verzet.

Jong
Sadr is met zijn 30 jaar opvallend jong. In Irak zijn een hogere leeftijd en de daarmee samenhangende levenservaring cruciaal voor religieus gezag. Zijn aanhang meent dat Sadr buitengewoon wijs is voor zijn leeftijd. Zijn tegenstanders vinden hem echter een onervaren en ongeduldige radicaal die uit is op macht binnen de sjiitische instituties. Netwerk van liefdadigheidsinstellingen
De jongste zoon van Muhammad Sadiq Sadr – een hoge sjiitische geestelijke die in 1999 door het bewind van Saddam Hussein werd vermoord – was buiten Irak onbekend tot de Amerikaans-Britse ervaring een jaar geleden. De val van het Baath-regime legde zijn macht bloot; Sadr wordt ondersteund door een netwerk van sjiitische liefdadigheidsinstellingen die door zijn vader werden opgericht. In de eerste weken na de oorlog deelde Sadr voedsel uit in de arme sjiitische wijken van Bagdad. Niet voor niets is de grootste sjiitische wijk van de Iraakse hoofdstad omgedoopt in Sadr City. Sadr-stad is een stad-in-de-stad: de shi'ieten hebben er tegenwoordig hun eigen scholen, weeshuizen en ziekenhuizen, hun eigen vuilnisdienst, hun eigen kledingvoorschriften en zelfs hun eigen rechtbanken, waar jonge volgelingen van Moqtada Al-Sadr de sharia toepassen.

Alternatieve regering
In juni vorig jaar richtte Sadr zijn eigen militie op, het Mahdi Leger, uit protest tegen het wapenverbod dat door de coalitiemacht werd opgelegd. Sadr wilde dat het sjiitische religieuze gezag in Najaf – het centrum voor sjiieten – zijn eigen boontjes zou doppen. Daarom pleitte Sadr voor de oprichting van een alternatieve regering in plaats van de door de VS opgerichte interim-raad. Die regering is er echter nog niet gekomen. Sadr richtte ook een weekblad op, al-Hawza. Vorige week verboden de VS het blad omdat deze tot geweld tegen de coalitie zou oproepen.

Contacten met Iran
In tegenstelling tot de meer gematigde Ayatollah Ali Sistani, wil Sadr dat sjiitische geestelijken een actieve rol gaan spelen in de politieke toekomst van Irak. Sadr heeft dan ook overleg gevoerd met de eveneens sjiitische regering van Iran. Aanhangers van Sadr botsen vaak met volgelingen van Sistani, die met de VS onderhandelt over de machtsoverdracht aan de Irakezen op 30 juni.

Samenwerking met de bezetter wordt door Sadr’s aanhangers bestraft. Ze worden de beschuldigd van de moord op Abdul Majid al-Khoei, twee dagen na de val van Bagdad in april 2003. De gematigde sjiitische geestelijke werkte vanuit zijn ballingschap samen met de VS en Groot-Brittannië. Sadr heeft altijd ontkend iets met de moord op Khoei te maken te hebben. Ook veroordeelde hij de bloedige bomaanslag op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in augustus 2003. Maar zondag maande Sadr zijn aanhang tot het terroriseren van de bezetter, omdat Allah dit rijkelijk zal belonen Zie voor meer achtergronden: http://www.globalsecurity.org/military/world/para/al-sadr.htmAl-Mahdi Army / Active Religious Seminary / Al-Sadr's Group

5C) 120.000.000 NABOOTSERS

Al op 23 augustus 2003 werd door Thomas Erdbrink een meer dan uitstekende analyse gegeven over de situatie die in Irak was ontstaan.

In een zeer uitvoerige analyse: 120.000.000 miljoen nabootsers :

” IN HET IRAAKSE NAJAF WORDT BLOED VERGOTEN OM DE TOEKOMST VAN DE ISLAM” toonde Erdbrink overduidelijk aan dat er in Najaf een religieuze machtsstrijd werd uitgevochten die de landsgrenzen oversteeg.

De inzet daarbij is het geestelijk leiderschap over 120.000.000 miljoen Sjiitische moslims. “Wij moeten de Amerikanen tegenwicht bieden”. Ik laat nu Thomas Erdbrink aan het woord:

Als het ommuurde gebied betreden wordt in de binnenste ring van de stad Najaf , ziet men de gouden koepel van een tempel, met daarnaast twee minaretten van goud. Dit is de glorie van iman Ali Ibn Abu Talib, schoonzoon en neef van de profeet Mohammed, grondlegger van de sjiitische tak binnen de islam. Na een geschil over de opvolging van zijn oom besloten veel moslims Ali te volgen. Zij kregen de naam 'partizanen van Ali, de Sjia Ali. En toen die in het jaar 661 in het Iraakse Najaf werd vermoord, werd de stad een bedevaartsoord. In een gouden schrijn in dit heiligdom ligt Ali's lichaam. Daarnaast ligt, kniehoog, geld afkomstig uit alle vier de windstreken.

Na de val van het regime van Saddam Hussein is het drukker geworden in het heiligdom. Op de heilige vrijdagen is de hele binnenplaats bezet. Zestig procent van de Iraakse bevolking is sjiitisch. En er komen steeds meer pelgrims uit Iran, Afghanistan, Koeweit, Saoedi-Arabië, Libanon, Syrië en Bahrein, waar de circa 120 miljoen sjiieten wonen. Behalve Mekka behoort elke sjiiet eenmaal in zijn leven het graf van imam Ali te bezoeken, en ook de laatste rustplaats van zijn zoon Hussein, 40 kilometer noordwaarts in de stad Kerbala. Hier in Najaf wordt nu een politiek - religieuze machtsstrijd uitgevochten waarvan de uitkomst ingrijpende gevolgen kan hebben voor Irak en de regio.

Voor het eerst sinds dertig jaar kunnen de religieuze leiders vrij discussiëren over de toekomst van de sjiitische islam, zonder bemoeienis van Saddam Hussein of het sjiltische regime in Iran. Ook de Amerikaanse bezetters willen hun vingers er niet aan branden en houden zich afzijdig.

Belangrijkste twistpunt binnen de geestelijkheid is de vermenging van religie en staat, een heet hangijzer sinds de opkomst van wijlen ayatollah Ruhollah Khomeini en zijn Iraanse islamitische revolutie van 1979.

De verschillende kampen beschimpen elkaar, zetten elkaar weg als 'Iraniërs' en 'groentjes'. voor het eerst sinds lange tijd lijken seculiere geestelijken de overhand te krijgen. Zij vinden dat het samenbrengen van religie en staat -de wens van vele fundamentalisten - de islam corrumpeert. Sommige van hun tegenstanders schuwen het geweld niet om hun argumenten kracht bij te zetten. Er zijn al verschillende doden gevallen. De inzet is dan ook hoog: het geestelijk leiderschap over 120 miljoen sjiieten.

Opgeschud

Er zijn slechts twintig groot -ayatollahs op de wereld. Allen zijn ook 'Marja-e Taqlid', wat letterlijk 'Bron van Nabootsing' betekent.

Iedere sjiiet is verplicht een 'Bron van Nabootsing' te kiezen en diens religieuze verordeningen, fatwa's, na te leven. Hierdoor beschikken de 'Marja's' over duizenden tot miljoenen volgelingen die allemaal één vijfde van hun inkomen afdragen, de 'khom' ( zie ook Müller Sjiitische meerderheid vestigt hoop op A.L.Sistani). De groot -ayatollahs bezitten miljarden euro's, meestal ondergebracht in stichtingen met bankrekeningen in het buitenland.

De stichting van wijlen groot -ayatollah Al Khoel in Londen beschikt bijvoorbeeld over een vermogen van ongeveer 2 miljard euro. ook al is deze 'Marja' in 1992 op hoge leeftijd overleden, het geld blijft nog steeds binnenkomen, zo laat de stichting weten. Met dit geld worden de heiligdom - men onderhouden en de geestelijken betaald, en kunnen duizenden 'talabehs', religieuze studenten, in Najaf en elders een opleiding volgen. Deze studenten vormen samen met de geestelijken de Hawza, het religieuze establishment. Najaf is dankzij de 'khoms' al meer dan duizend jaar een soort sjiitisch Vaticaanstad. Vanuit de gedachte dat de islam een allesomvattende godsdienst is, wagen sommige ayatollahs zich ook aan politiek.

Begin april schraapte de 83-jarige groot -ayatollah Ali Al Husseini As Sistani in Irak al zijn moed bijeen en vaardigde een fatwa uit waarin stond dat de gelovigen zich neutraal moesten opstellen tegenover het binnentrekkende Amerikaanse leger.

De uitspraak van Sistani dit voorjaar tijdens de Irak -oorlog was niet zonder gevaar. De meningsverschillen lopen hoog op, omdat de sjiieten, anders dan de katholieken, geen hoogste leider hebben die een eindoordeel velt.

De cruciale vraag is: kan er wel of niet een religieuze staat op aarde worden gevestigd zonder de aanwezigheid van de sjiitische messias, de Mahdi? Deze 'Twaalfde imam' is in het jaar 873 verdwenen en de sjiitische gelovigen wachten met smart op zijn terugkeer die gepaard moet gaan met de vestiging van de islamitische heilstaat op aarde. Groot-ayatollah Ruhollah Khomeini beantwoordde deze vraag bevestigend. Hij vond dat een geestelijke, een ‘ juridische expert’ scherpere, in afwachting van de Madhi een islamitische republiek kon leiden. Een theocratie dus

Het gevolg was de revolutie in Iran mede ken slagen doordat Khomeini als 'Bron van Nabootsing ' miljoenen volgelingen had in dit land.

Wat het islamitische land van melk, honing en gerechtigheid had moeten worden, is veranderd in een zinkend schip met grote economische problemen waar mensen zich massaal afkeren van de islam en de geestelijkheid.

Ondanks zijn indirecte politieke steun aan de Amerikanen geldt de

groot ayatollah Ali Al Husseini As Sistani nog steeds als de belangrijkste 'Bron van Nabootsing' in de sjiitische wereld. Hij pleit voor een volledige terugtrekking van de islam uit de politiek. Een scheiding dus tussen Kerk en Staat.

De politiek, zegt hij samen met zeer veel geestelijken in Najaf en Iran, corrumpeert het geloof: wie zegt dat Gods vertegenwoordigers op aarde net zo onfeilbaar zijn als de Twaalf Imams?

De groot -ayatollah hangt zozeer aan de scheiding tussen religie en staat dat hij bijna geen politieke uitspraken doet, noch in zijn kantoor in Najaf noch op zijn website (www.najaf.org).

Politieke preek

Maar hoelang is Sistani nog informeel leider? Elke dag sluiten meer sjiieten zich aan bij Muqtada al Sadr, een jonge geestelijke. Al Sadr erkent de door de Amerikanen ingestelde regeringsraad niet. Hij wil een Irak dat wordt geregeerd door de geestelijken. Het begin is al gemaakt: in de chaotische dagen na de oorlog namen volgelingen van Al Sadr ziekenhuizen en andere publieke instellingen in heel Irak over.

Al Sadr betaalde hun lonen met het geld dat zijn vader, een belangrijke 'Bron van Nabootsing' (zie 5a en 5 b) die in 1999 door het Baath -regime werd vermoord, nog steeds ontvangt van zijn volgelingen. Het maakte de zoon erg populair..

In augustus 2003 zijn gelovige moslims opgeroepen een islamitisch leger te vormen. De gelovigen zijn gekleed in witte lijkwaden, een teken dat ze bereid zijn om te sterven voor de islam. Hoewel de 29 -jarige, Muqtada nog maar een religieuze student is, heeft hij sinds de Amerikaanse inval in Irak al een omvangrijke islamitische organisatie opgezet. Zeker 4.000 studenten van zijn school zijn uitgewaaierd over het land en verkondigen zijn radicale boodschap.

"We moeten een islamitisch leger vormen als tegenwicht voor het Amerikaanse leger", aldus Muqtada. "Dit leger zal gehoorzamen aan de Hawza en wordt het zaad voor de vorming van een islamitische republiek in Irak."

De jonge geestelijke heeft de religieuze verhoudingen binnen Najaf op zijn kop gezet. Hij en zijn school redeneren zoals de grondlegger van de sjiitische islam, imam Ali: ze stellen dat leiderschap over kan gaan van vader op zoon. Muqtada Al Sadr lijkt vastbesloten een leider van Iraks sjiieten te worden. Daarbij gaat hij over lijken.

In de chaotische dagen na de inname van de stad belegerden zijn volgelingen het huis van groot -ayatollah Sistani. Gewapend met knuppels en messen eisten ze dat de bejaarde ayatollah binnen 48 uur het land zou verlaten. Sistani is van Iraanse afkomst en Al Sadr presenteerde zich als een 'Arabische' sjiitische leider. Maar doordat het nieuws van de aanstaande belegering de groot -ayatolla al had bereikt, kon hij onderduiken. Dagen later kwam hij, onder bescherming, weer tevoorschijn.

Waarschijnlijk is Sistani een gruwelijk lot bespaard gebleven.

Met een medestander liep het veel slechter af. Tegelijk met de Amerikaanse troepen was de zoon van de in 1992 overleden groot -ayatollah Al Khoel ook in Najaf aangekomen. De in Londen wonende Abdul Majid Al Khoei waarschuwde de Amerikanen' niet in de buurt van het heiligdom te komen en zorgde er zo voor dat extreme elementen in Najaf geen reden hadden om een 'jihad' tegen de bezetters te beginnen. met zijn verlichte denkbeelden over de islam, zijn vriendschap met Tony Blair en zijn belangrijke familienaam zagen velen in hem de juiste man om de sjiieten van lrak op één lijn te krijgen met de coalitie, niet in de laatste plaats omdat hij de vermenging van religie en staat bestrijdt.

Hij werd hij op 10 april aan stukjes gehakt. Door mannen van Al Sadr, beweren ooggetuigen.

De Al Khoei -stichting in Londen houdt Al Sadr dan ook verantwoordelijk voor de aanslag.

De Amerikanen doen Al Sadr af als "een oproerkraaier die zijn volgelingen uit de arme wijken van Bagdad haalden lijken het probleem voorlopig te negeren. ( Juli 2003).

Zo kon Al Sadr begin juli 2003 buurland Iran bezoeken.

Daar sprak Al Sadr o.a. met Iraanse leiders.

Angst voor fatwa 's

Met de toch al steeds smaller wordende machtsbasis in eigen land wachten de Iraanse geestelijke leiders vol angst af wat voor fatwa's de erkende 'Bronnen van Nabootsing' van Najaf over hun regime zullen uitspreken.

Ook de sjiitische minderheid in Saoedi-Arabie wacht de strijd om het leiderschap in Najaf gespannen af. ongeveer 15 procent van de bevolking van Saoedi-Arabië is sjiitisch en wordt onderdrukt door de streng funda-mentalistische wahabitische meerderheid.

. Intussen wacht hotjatolislam Seyed Jamal Adin (42) in Bagdad in zijn huis aan de Tigris zijn kans af. Hij is een opkomende geestelijke met heel andere ideeën dan de extremistische Al Sadr.. Adin zegt: "Ik heb zestien jaar in Iran gewoond en weet hoe het niet moet. Om de religie te beschermen, moeten we haar scheiden van de staat.

De Amerikanen zijn de enigen die ons vrijheid van meningsuiting kunnen garanderen, dus ze moeten hier nog zeker vijftien jaar blijven om de prille democratie te laten opbloeien."

Dat leidde tot de volgende uitspraak van Müller in “Al Sadr splijt bewust de Shiitische gemeenschap”

“Want de verschillende shi'itische families strijden ook om het soort staatsvorm die Irak moet krijgen. Krijgt Al-Sadr de macht, dan wordt in Irak het Iraanse model ingevoerd. Al-Sistani en de andere leiders zouden voor een pluriformer federatief model voelen. Dat was voor de VS reden te meer Al-Sistani te steunen, evenals de gematigde Al-Khoui die door volgelingen van Al-Sadr vermoord werd.

Het was o.a de Economist die melding maakte van het feit dat vooraanstaande Amerikanen zich afvroegen of Irak aan het uitgroeien was tot een nachtmerrie voor de VS

De democraat Joseph Bidden gaf als zijn mening dat de VS nog minstens 3 jaar er voor diende te zorgen dat men de totale controle hield in Irak.

Een ernstiger ontwikkeling voor de VS was dat de regeringsraad van Irak het optreden van de Amerikanen in Falluja hekelde. Ghazi Ajil al-Yawer, een sunnitisch lid van de regeringsraad, sprak van ,,genocide''. De invloedrijke, gematigde sunnitische leider Adnan Pachachi noemde het offensief gisteren onaavaardbaar en illegaal. (Reuters, AP, BBC).    

Zie verder deel 3 Democratie of Theocratie in Irak Het dilemma van de VS Deel 3