We hebben 146 gasten online

Deel 3 De geschiedenis van Irak

Gepost in Irak

Deel 3 De geschiedenis van Irak: Van Babylonische Nebucadnezar tot Saddams dictatuur

isthar poort pergamon museum

Ishtarpoort van Babylon in het Pergamonmuseum, Berlijn


1968-1979: rijzende ster van Saddam Hoessein

Al-Bakr werd president. Hij was ook secretaris-generaal van de Baathpartij en voorzitter van de Revolutionaire Commando Raad - het machtigste orgaan in Irak. Al-Bakr had dus alle touwtjes in handen. Saddam Hoessein werd een van zijn belangrijkste vertrouwelingen. Hij was een specialist in het ontdekken van "samenzweringen" en het organiseren van zuiveringen. In 1969 werd Saddam Hoessein benoemd tot vice-voorzitter van de Revolutionaire Commando Raad. Geleidelijk trok hij steeds meer macht naar zich toe. Na 1975 was hij de feitelijke machthebber in Irak, al bleef al-Bakr nog vier jaar president. De banden met de Sovjet-Unie werden aangehaald. Na een bezoek van Saddam aan Moskou in januari 1972 sloot Irak met de Sovjet-Unie een Vriendschaps- en Samenwerkingsverdrag. Tegelijk werd de communistische partij (ICP) steeds meer onderdrukt - tot ongenoegen van de Russen.

situatie 1975

In het conflict met Israël presenteerde Irak zich steeds meer als de kampioen van de Arabische zaak al was de Iraakse bijdrage aan de oorlogen van 1967 en 1973 uiterst gering. De oorlog tegen de Koerden in het noorden ging intussen onverminderd door.

mustafa barzani

Mustafa Barzani

De Koerdische leider Mustafa Barzani werd gesteund door de Shah van Iran. Iran en Irak maakten tegengestelde aanspraken op Shatt al-Arab, de smalle waterweg die de Iraakse havenstad Basra met de Perzische Golf verbindt. In 1975 bereikten beide landen overeenstemming over het geschil en beëindigde Iran abrupt zijn steun aan de Koerden in Noord-Irak. In de gelederen van de Koerden kwam het tot een splitsing toen Jalal Talabani zijn Volksunie van Koerdistan (PUK) oprichtte. Barzani stierf in 1979 in ballingschap. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Masoud Barzani. Saddam en al-Bakr hadden het ook toenemende problemen met de onrustige sjiïetsche bevolking in het zuiden. De invloedrijke Iraanse Ajatollah Ruhollah Khomeini had zijn toevlucht in Irak gezocht, maar in oktober 1978 gaf Irak toe aan Iraanse druk om hem het land uit te zetten.

khomeini

Ayatollah Khomeini

De ayatollah vertrok daarop naar Parijs waar hij de Iraanse revolutie voorbereidde. Begin 1979 werd de sjah van Iran van de troon gestoten waarop Khomeini in triomf naar Iran terugkeerde - tot ongenoegen van Saddam Hoessein en al-Bakr die de sjiïtische fundamentalisten bepaald geen warm hard toedroegen. Het tijdperk Saddam Hoessein

Saddam Hoessein: een kopie van Stalin

In juli 1979 trad al-Bakr af. Hij werd onmiddellijk opgevolgd door Saddam Hoessein. Saddam was in 1937 geboren in Tikrit. Hij was van eenvoudige boerenafkomst en behoorde ook niet tot de elitaire officiersklasse in het leger al pretendeerde hij later wel een militair genie te zijn. In de schaduw van machtige beschermers uit de Baathpartij was hij groot geworden. In die opzichten gelijkt hij op de vroegere Russische dictator Stalin voor wie hij een duidelijke bewondering heeft. Zo zou hij in zijn jonge jaren eens tegen vrienden gezegd hebben: "Wacht tot ik aan de macht kom, dan zal ik Irak besturen zoals Stalin Rusland bestuurd heeft." Daarnaast is hij een openlijke antisemiet die zich door Hitlers Mein Kampf had laten inspireren. Hij is ook een groot bewonderaar van de Palestijnse sjeik Haj Amin al-Hoesseini die in de Tweede Wereldoorlog de Arabieren had opgeroepen om de kant van Nazi-Duitsland te kiezen. Zijn oom Adnan Khairallah, die de jonge Saddam opvoedde, steunde de pro-Duitse coup van 1941 volledig. Later gaf Saddam financiële steun aan Palestijse zelfmoordterroristen die zoveel mogelijk Joden willen ombrengen. Saddam is net zo meedogenloos als Stalin en Hitler. Ook rond Saddam ontwikkelde zich een persoonscultus. Zijn regime kenmerkte zich al direct door brute terreur en intimidatie. Het begon met een bloedige zuivering onder vermeende tegenstanders in de Baathpartij. Tijdens een cruciale partijbijeenkomst in 1979 rookte Saddam rustig een sigaar terwijl de ene na de andere vooraanstaande partijman na een "bekentenis" ter dood werd veroordeeld. Af en toe liet Saddam een traan - zogenaamd uit droefheid dat sommigen van zijn beste vrienden tot de "verraderskliek" behoorden. Hij liet de hele bijeenkomst op film vastleggen en gaf opdracht de video aan alle partijleden te sturen. Stalin had zich in schijnprocessen op soortgelijke van hoge partijbonzen ontdaan. Die processen werden in de Russische media breed uitgemeten.

Meer nog dan zijn voorgangers bediende Saddam Hoessein zich van clan- en familiebanden, het verlenen van gunsten aan vrienden en het wegzuiveren van tegenstanders. Zijn eigen al-Majid-clan werd sterk bevoordeeld. Naar buiten probeerde Saddam soms een democratische schijn op te houden. Zo werd er in 1980 een Nationale Assemblee ingesteld - die in feite niets te vertellen had.

1980-1988: Problemen met de sjiïeten en de oorlog met Iran

tariq aziz

In het Noorden en Zuiden begonnen afscheidingsbewegingen zich weer te roeren. In april 1980 mislukte een aanslag op de Iraakse vice-premier Tariq Aziz, een vertrouweling van Saddam. Een sjiïetische groepering bleek erachter te zitten. Het regime nam wraak en liet de belangrijkste sjiïetische leider ayatollah Baqir al-Sadar ter dood brengen. Nog niet eerder was in Irak zo'n invloedrijke geestelijke vermoord. In het sjiïetische Iran werd met ontzetting op de executie gereageerd. Saddam op zijn beurt was ervan overtuigd dat Iran militair ernstig verzwakt was, nadat de nieuwe Iraanse machthebbers alle banden met de Verenigde Staten hadden verbroken. Plotseling ging Saddam weer aanspraak maken op eilandjes in de Perzische Golf die Iran in 1971 geannexeerd had. Ook zegde hij het verdrag van 1975 waarin de kwestie van Shatt al-Arab was geregeld op. In een snelle Blitzkrieg hoopte Saddam de nieuwe en onervaren machthebbers in Iran op de knieën te kunnen dwingen. Maar hij had het fanatieke doorzettingsvermogen van vooral Khomeini ernstig onderschat. Khomeini riep de heilige oorlog uit, het deerde hem niet hoeveel slachtoffers er vielen - zelfs kinderen werden massaal naar het front gestuurd en in groten getale door Iraakse mitrailleurs neergemaaid. In 1982 zette Iran een krachtig tegenoffensief in. Een Iraaks voorstel tot een staakt-het-vuren werd door Khomeini met hoongelach begroet. Irak kreeg veel steun van de Arabische wereld en het Westen. De Amerikanen verstrekten Irak zelfs satellietgegevens over Iraanse troepenposities. Tijdens de oorlog tegen Iran probeerde Saddam Hoessein zich intensief met de oorlogvoering in te laten, maar zijn generaals hadden al snel door dat hij geen briljant strateeg was. Ze dwongen hem de beslissingen over de oorlogvoering grotendeels aan hen over te laten (na de oorlog werd een deel van de legerleiding weer weggezuiverd, ook daarin volgde hij het voorbeeld van Stalin). In loop van de oorlog zou het tij dan ook ten gunste van Irak keren. Dat kwam mede door de steeds massalere inzet van chemische wapens (na 1984) op het slagveld - dit was waarschijnlijk een idee van Saddam Hossein zelf geweest. Protesten vanuit het Westen tegen de inzet van deze verboden wapens klonken er nauwelijks. De Amerikanen hadden feitelijk de zijde van Irak gekozen. In 1986 bezette Iran het strategisch gelegen schiereiland al-Faw - een zware klap voor Saddam Hoessein. Na een felle en lange strijd kon het schiereiland in 1988 worden heroverd. Toen begon Irak weer overwicht te krijgen in de oorlog en accepteerde Iran een door de VN voorgesteld staakt-het-vuren. In zijn grootheidswaan riep Saddam het staakt-het-vuren meteen tot een klinkende overwinning uit. Intussen had hij zijn chemische wapens ook ingezet tegen de Koerden. Bij een gifgasaanval op het Koerdische stadje Halabja in maart 1988 kwamen 4000 onschuldige burgers om.

gifgas halabja

Chemische wapens werden ook elders in Noord-Irak ingezet. Het Koerdische verzet werd grotendeels gebroken, voorlopig althans.

Zie verder deel 4 Deel 4 De geschiedenis van Irak