We hebben 316 gasten online

Deel 4 De geschiedenis van Irak

Gepost in Irak

Deel 4 De geschiedenis van Irak: Van Babylonische Nebucadnezar tot Saddams dictatuur

isthar poort pergamon museum
Ishtarpoort van Babylon in het Pergamonmuseum, Berlijn

De invasie van Koeweit, de Golfoorlog en de wapeninspecties

De Koeweitcrisis en de Golfoorlog (1990/1991)

De kostbare oorlog met Iran had Irak aan de rand van de financiële afgrond gebracht. Het land kon de enorme schulden niet meer opbrengen. Saddam wierp al spoedig een begerige blik op het rijke oliestaatje Koeweit dat halsstarrig weigerde het enorme bedrag dat het aan Irak geleend had kwijt te schelden. Gaat het niet goedschiks, dan maar kwaadschiks moet Saddam gedacht hebben. Op 2 augustus 1990 viel zijn leger Koeweit binnen. Vier weken later werd het oliestaatje als negentiende provincie van Irak formeel geannexeerd. Maar Saddam had zijn tegenstanders opnieuw onderschat. Hij had nooit verwacht dat de Amerikanen met succes de wereldopinie (inclusief de Arabische wereld) zouden mobiliseren en een heel leger op de been zouden brengen om Koeweit te bevrijden. President Bush slaagde erin een coalitie van westerse en Arabische landen tegen Irak te vormen.

george bush sr
George Bush sr

 
In november 1991 nam de Veiligheidsraad een resolutie aan waarin van Irak onvoorwaardelijke terugtrekking werd geëist. Als dat niet gebeurde zou geweld worden gebruikt. Saddam Hoessein zette de hakken in het zand en trotseerde de wereldopinie. Op 16 januari 1991 begon een wekenlang bombardement op Iraakse stellingen, gevolgd door een grondoffensief. Saddam probeerde wraak te nemen door scudraketten op Israël en Saoedi-Arabië af te vuren. De Iraakse soldaten, deels al murw gebeukt door de bombardementen, waren geen partij voor de uiterst moderne Amerikaanse tanks.
olievelden
 
Uit wraak stak Saddam de oliebronnen van Koeweit in brand - een milieuramp van ongekende omvang voltrok zich. Nadat Saddams leger Koeweit in paniek en met zware verliezen verlaten had stond de Amerikaanse bevelhebber generaal Norman Schwarzkopf voor de keus: wel of niet doormarcheren naar Bagdad. De weg naar Bagdad lag vrijwel open. Het besluit viel dat niet te doen. Eind februari werd een wapenstilstand getekend.

In maart 1991 riep de Amerikaanse president Bush de Iraakse bevolking op tegen Saddam Hoessein in opstand te komen. Toen de Koerden en de sjiïeten aan die oproep daadwerkelijk gehoor gaven, bleef Amerikaanse hulp uit. Saddam sloeg de opstand met zijn nog geheel intacte Republikeinse Garde keihard neer. Twee miljoen Koerden vluchtten naar Turkije en Iran. Na een Veiligheidsraadresolutie stelden Amerikanen en Britten daarop in het noorden een veiligheidszone in waar de Iraakse luchtmacht niet mocht opereren. Saddam Hoessein trok zijn legers terug.

Sancties, wapeninspecties en misleiding (1991-2002)

De Veiligheidsdraad had Irak in 1991 een aantal sancties en verplichtingen opgelegd. Eén van de verplichtingen was dat Irak VN-inspecteurs van "Unscom" moest toelaten die Saddams chemische wapenarsenaal en de scuds moesten ontmantelen. Die inspecteurs ontdekten dat Irak over veel grotere voorraden chemische wapens beschikte dan eerder was aangenomen. Ook kwamen ze erachter dat hij op het punt had gestaan een kernbom te ontwikkelen. Tenslotte kwamen ze erachter dat Irak ook over biologische wapens als antrax (miltvuur) beschikte. Dr. A.J.J. ("Koos") Ooms, het Nederlandse lid van Unscom, zei in een interview met NRC Handelsblad dat Irak ook lange afstandsraketten had die met biologische wapens waren geladen. "We hebben zwart-op-wit dat bij de Golfoorlog het bevel al werd gegeven om die raketten op Israël af te vuren, zodra Bagdad met een kernwapen werd aangevallen. Ze waren ook bezig met 2000 km-raketten die Europa konden bereiken. Die moesten van biologische of kernwapens worden voorzien."

Bij hun werk werden de inspecteurs voortdurend dwarsgezeten. Alles werd uit de kast gehaald om hen om de tuin te leiden en te intimideren. Tariq Aziz, Saddams belangrijkste propagandakanon, ontkende bijvoorbeeld nadrukkelijk dat Irak biologische wapens had, tot de inspecteurs erachter kwamen dat er weer eens gelogen was. Saddams schoonzoon Kamil Hoessein was in 1995 naar Jordanië gevlucht waar hij tal van details over geheime Iraakse wapenprogramma's onthulde. Hij was zo onverstandig naar Irak terug te keren waar hij en een groot deel van zijn familie direct vermoord werden. In 1998 hadden Amerikanen en Britten er genoeg van. Vier dagen lang werd Irak gebombardeerd ("Operatie Desert Fox"). Unscom mocht daarop van Saddam niet meer terugkomen. Frankrijk en Rusland (beide permanent lid van de Veiligheidsraad) keerden zich nadrukkelijk tegen de Amerikaanse aanpak. Op het propagandafront was Saddam heel actief. Het Iraakse bewind liet westerse journalisten en parlementariërs - ook enkele Nederlandse - naar Bagdad komen waar ze met eigen ogen konden zien hoe de arme Iraakse bevolking te lijden had onder de sancties. Dat de VN een olie voor voedselprogramma had ingesteld en dat de kliek rond Saddam in weelde baadde, werd natuurlijk verzwegen. In augustus 2002 werd een groep journalisten rondgeleid in een fabriek waar volgens Amerikanen en Britten chemische wapens werden gemaakt. Ze kregen maar een klein deel van het immense complex te zien. Tussen 1998 en 2002 wist Saddam op behendige wijze de verdeeldheid in de Veiligheidsraad uit te buiten. Maar in 2001 werd de Republikein George Bush, zoon van de door Saddam diep verachte oud-president George Bush, president. De nieuwe regering in Washington stond een veel hardere aanpak van Irak voor. De aanslagen van 11 september 2001 door terroristen van bin Ladens al-Qaedanetwerk, sterkten de Amerikaanse regering in de overtuiging dat een fluwelen aanpak bij terreurstaten als Afghanistan en Irak niet echt werkte. Het inzicht begon bij Amerikanen en Britten te dagen dat Saddam zelf weg moest wilde het probleem-Irak echt worden opgelost. Onder zware Amerikaanse en Britse druk en na wekenlange onderhandelingen nam de Veiligheidsraad in november 2002 unaniem een resolutie aan waarin Irak verplicht werd nieuwe VN-inspectieteams toe te laten. VN-resolutie 1441 De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties neemt op 9 november, na twee maanden van onderhandelingen, unaniem Resolutie 1441 aan. Hierin krijgt de Iraakse leider Saddam Hussein "een laatste kans". Een laatste mogelijkheid om de wapeninspecteurs in zijn land toe te laten, die vast moeten stellen of Irak verboden wapens heeft ontwikkeld, en zo ja, welke. Het niet nakomen van de afspraken heeft voor Irak "ernstige gevolgen", zo staat in de resolutie.

De resolutie is een overwinning voor de Amerikaanse president Bush. Al maanden dreigt hij Irak aan te vallen, al dan niet ondersteund door een mandaat van de Verenigde Naties. De permanente leden van de VN-veiligheidsraad China, Frankrijk en Rusland zijn echter niet overtuigd van de noodzaak van een militaire aanval op Irak.

Bush bindt daarop wat in en gooit het over de diplomatieke, multilaterale boeg. Hij past zijn ontwerpresolutie keer op keer aan, tot eerst China en later ook Frankrijk en Rusland de tekst aanvaardbaar vinden. Dat is opmerkelijk, omdat hij zich sinds zijn aantreden, met uitzondering van een korte periode na 11 september 2001, nauwelijks iets gelegen laat liggen aan de mening van andere landen. Volgens waarnemers zijn de Verenigde Staten er op dat moment al van overtuigd dat uiteindelijk zal blijken dat Irak de resolutie schendt. Bush gaat er vanuit dat hij dan met volledige internationale steun militair kan ingrijpen. De belangrijkste punten uit VN-resolutie 1441: - Irak moet uiterlijk op 15 november bevestigen dat het volledig gehoor geeft aan de bepalingen uit de resolutie.

- Irak moet uiterlijk 8 december alle programma's, materialen en plaatsen bekend maken voor de vervaardiging en ontwikkeling van chemische, biologische en nucleaire wapens.

- Uiterlijk op 23 december moeten de wapeninspecteurs hun werk beginnen. Zestig dagen daarna moeten zij aan de Veiligheidsraad rapporteren.

- De inspecteurs moeten overal toegang krijgen, ook tot Saddam Husseins presidentiële paleizen.

- De inspecteurs mogen iedereen in Irak interviewen zonder dat vertegenwoordigers van de regering daarbij aanwezig zijn.

- Elke verstoring van de inspecties door Irak moeten de wapeninspecteurs direct aan de Veiligheidsraad rapporteren, evenals elk teken dat Irak niet meewerkt aan de verplichting om te ontwapenen.