We hebben 274 gasten online

Deel 4 Israël, de Arabische landen en de route naar een Palestijnse staat

Gepost in Israël

 israelpalestina

8) Het Britse Mandaat (1923-1948)

brits mandaat

Tot de eerste wereldoorlog maakte Palestina samen met andere “Arabische provincies” deel uit van het “Ottomaanse (Turkse) Rijk”.

Tijdens WO I werd de Arabische onafhankelijkheidsstrijd geleid door sheriff Hussein, die al in juni 1916 een onafhankelijk Arabisch koninkrijk uitriep. De Britten en Fransen steunden de Arabieren tegen de Turken (die bondgenoten van Duitsland waren), maar zagen Arabische onafhankelijkheid niet zitten.

sycespicotzones

Ze sloten in oktober 1916 het geheime Sykes Picot verdrag, waardoor Frankrijk na de verwachte nederlaag van Turkije zeggenschap zou krijgen over Syrië en Libanon en Engeland over Irak en Trans-Jordanië. Aan Jeruzalem en Palestina werd een internationaal statuut toebedacht. Een jaar later, in november 1917 sloot de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Lord Balfour echter een geheime overeenkomst met baron Rotschild, de vertegenwoordiger van de Britse zionisten, die zich tot doel stelden de Europese Joden in Palestina te vestigen en de Arabische bevolking te verdrijven. In deze beruchte “Balfour Declaration” werd “ a Jewish homeland in Palestine” beloofd. Er werd wel gestipuleerd dat ook de niet-Joden (de Palestijnen dus) rechten moesten blijven behouden. Britse troepen veroverden Jeruzalem en Palestina tegen september 1918 en stelden een Brits militair bestuur in. Heel dit scenario was in die tijd “aanvaardbaar”, want er bestond geen echt interntionaal gezag.

Na de definitieve overgave van Duitsland en zijn bondgenoten onstaat dan de Volkerbond, de voorloper van de Verenigde Naties, die gedomineerd werd door de overwinaars van de eerste wereldoorlog. Voor de “Arabische provincies van Turkije” wordt een mandaatsysteem uitgewerkt waarbij het de uitdrukkelijke bedoeling is om hen op onafhankelijkheid voor te bereiden. Het Sykes-Picot verdrag werd gevolgd voor Libanon en Syrië (onder Frans mandaat tot 1943-44) en ook voor Irak en Transjordanië (Brits mandaat tot respectievelijk tot 1932 en 1946).

Maar voor Palestina werd de Balfour Declaration, met de belofte van een Joods thuisland, in de tekst opgenomen. Er komt dus een Brits mandaat gebied, waarvan de grenzen ongeveer overeenkomen met het huidige Israël + de bezette Palestijnse gebieden (maar dus zonder de Golan hoogte). Dit was niet alleen in strijd met het Sykes-Picot verdrag, dat een internationaal statuut voorzag, maar vooral met de letter en de geest van het artikel 2 van de Volkerenbond, waarin uitdrukkelijk gesteld werd dat de bedoeling was de toenmalige Arabische inwoners (en dus niet de Joodse immigranten) naar een onafhankelijke staat te begeleiden. Het Britse bestuur liet Joodse immigratie toe. In het begin van het mandaat waren er 75.000 Joden (11 % van de ongeveer 700,000 inwoners), op het einde van het mandaat was de Joodse bevolking ongeveer 30 % (600,000 van de 1,9 miljoen inwoners). De voortdurende Joodse immigratie en kolonisatie ging toen al gepaard met verdrijving van Palestijnen uit hun dorpen, waarbij de Britse politie hielp. Dit leidde tot herhaalde opstanden van de Palestijnen, die evenwel telkens bloedig werden onderdrukt door het Britse leger, vaak met hulp van Joods-zionistiche milities.

Vanaf het begin van de 20ste eeuw gaan er stemmen op in de Arabische gemeen­schap in Palestina om verkoop van grond aan de joden te verbieden. De angst is groot dat de joden hun eigendommen in beslag zullen nemen. Vanaf 1920 beginnen anti-joodse onlusten. Ondanks de onlusten blijft de jishoev, zoals de joodse gemeen­schap voor de stichting van de staat Israël heet, groeien. [4]

In september 1922 doen de Engelsen een voorstel aan de joodse- en Arabische gemeenschap in Palestina voor een Palestijnse staat waar zowel de arabieren als de joden zullen samenwonen. Er worden echter concessies aan de joden gedaan die de Arabieren niet willen accepteren, waardoor het voorstel niet doorgaat. De Britten willen een samenwerkingsvorm in de regering en biedt in 1923 de joodse en Arabi­sche gemeenschap een ‘agentschap’ aan. De joodse gemeenschap accepteert dit voorstel en richt in 1929 het ‘Joods Agentschap’ op, die zich later voornamelijk bezig gaat houden met de bevordering en organisatie van immigratie naar Israël. De Ara­bieren weigeren vertegenwoordiging in de vorm van een agentschap.
In oktober 1930 publiceren de Britten een witboek, waarin aanbevolen wordt om de joden te verbieden meer land te verkrijgen zolang er Arabieren geen land hebben. Er staat ook in dat de joodse immigratie gestopt moet worden zolang er Arabieren wer­keloos zijn. Er wordt opnieuw aangeboden om de beide groepen wettelijk te laten vertegenwoordigen in de regering. Deze keer is het voorstel dat de Britten doen in het voordeel van de Arabieren.

brits delingsplan 1938

Toen zij echter weigerden in gesprek te gaan met de joodse leiders vervalt ook dit aanbod. Omdat na verschillende onderzoeken en voorstellen van Britse commissies er geen overeenkomst tot stand gekomen is tussen beide zijden publiceren de Britten in mei 1939 Het Witboek. Hierin worden opnieuw concessies gedaan aan de Arabieren. De joodse immigratie wordt beperkt tot een totaal van maximaal 75.000 de komende 5 jaren, waarna er geen joodse immigratie zal mogen plaatsvinden zonder Arabische instemming. De aankoop van land door joden van Arabieren wordt in sommige gebieden beperkt en in andere compleet verboden. Het Witboek wordt zowel door de Arabieren als de joden afgewezen. Voor de joden is de restrictie op immigratie desa­streus, aangezien ze nu niet in staat zijn de vluchtelingen van de nazi-overheersing op te vangen. Vanaf 1942 nemen de joden daarom hun vlucht tot illegale immigratie. De Britten proberen dit te stoppen door middel van vlootacties en politionele acties. De meest gedenkwaardige onderschepping van illegale immigratie, is die van het schip de ‘Exodus’ in 1945, waarop zich 4500 overlevenden van de kampen bevinden.
Na de Tweede Wereldoorlog neemt de immigratie naar Israël toe. Het overgrote deel van de joden in Europa is omgekomen in de concentratiekampen van de nazi’s.

willy brandt warschau

Willy Brandt en zijn knieval bij het gedenkteken van het Getto van Warschau De overlevenden keren terug naar hun land van herkomst. Vaak worden ze daar echter niet goed opgevangen. Velen van hen immigreren naar de Verenigde Staten en een kleiner aantal naar Israël. Vooral bij de joden die uit Midden- en Oost-Europa komen is de angst om opnieuw gediscrimineerd en vervolgd te worden groot. Velen van hen doorstaan daarom de moeizame tocht naar Israël. Gedurende WO II was het in Palestina relatief rustig geweest. Daarna worden de zionistische activiteiten meer gewelddadig. In 1920 was geheime organisatie Haganah (verdediging) opgericht, die tot 1936 alleen verdedigingsacties uitvoerden, maar gedurende de jaren van Arabische opstand steeds agressiever worden. Ook de Irgoen, een rechts georiënteerde splintergroep van de Haganah, opgericht in 1931, wordt steeds extremer.
Het Joods Agentschap, onder leiding van Chaim Weitzmann en David Ben-Goerion, proberen de goodwill van de Britten te behouden. Ze boden de hulp van de joden aan in de oorlog. De Britten vormden uiteindelijk een brigade van joodse vrijwilligers, ‘Jewish Brigade’, aan die actief waren tegen het eind van de oorlog in Europa en Afrika.

brittan and the me 1917 1971

In april 1947 geven de Britten het Mandaat terug aan de Verenigde Naties, de opvol­ger van de Volkenbond. De gewelddadige situatie in Palestina is onhoudbaar gewor­den voor de Britten.
Op 29 november 1947 neemt de Algemene Vergadering van de VN een resolutie aan voor de verdeling van Palestina.

vn delingsplan 1947

Er zal een joodse staat moeten komen, een Palestijnse staat en een internationale supervisie over Jeruzalem. Er worden echter geen voorzieningen getroffen voor de handhaving van dit plan.
Op 17 december 1947 verklaren de Raad van de Arabische Liga zich te verzetten tegen de voorgestelde regeling, desnoods met geweld. De joodse leiders aanvaren het VN plan.[5] De verdeling van grond is in het joodse voordeel: ze hadden slechts 7 % van Palestina in hun bezit en zouden nu 55 % krijgen. De Palestijnen krijgen 45 % van het grondgebied van het mandaat Palestina.

Zie voor Deel 5 Israël, de Arabische landen en de route naar een Palestijnse staat

Deel 5 Israël, de Arabische landen en de route naar een Palestijns staat