We hebben 215 gasten online

Deel 5 Israël, de Arabische landen en de route naar een Palestijns staat

Gepost in Israël

israelpalestina

9) Israël na 1948 – politiek

vlag israel

Op 14 mei 1948 roept David Ben Goerion de Israëlisch staat uit. Hij wordt minister-president van de voorlopige regering. De nieuwe staat krijgt onmiddellijk steun van de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. Bij de verkiezingen in januari 1949 verkrijgt geen van de partijen een meerderheid in de Knesset (parlement). De Mapai (Arbeidspartij) van Ben Goerion heeft de meerderheid aan zetels en is daarom de dominante partij in de gevormde coalitie.

 bestand 1949

Jeruzalem wordt afgekondigd als hoofdstad van Israël, ook al hebben de Israëli’s slechts een sectie van de stad in handen. Verder komt er een wet van terugkeer, die elke jood het recht geeft naar Israël te immigreren.
Ben Goerion blijft minister-president van de coalitie regeringen, behalve tussen ‘53-’55 wanneer Moshe Saret (ook Mapai) minister-president is, tot zijn aftreden in 1963.
Levi Eshkol (Mapai) volgt Ben Goerion op tot zijn dood in 1969.
Daarna wordt Golda Meir (Arbeidspartij), voormalige minister van Buitenlandse Zaken, minister-president.
In 1974 wordt generaal Yitzhak Rabin als eerste sabra minister-president. Een sabra is een in Israël geboren Israëli, genoemd naar de vanbuiten stekelige en van binnen zachte cactusplant.
In mei 1977 winnen de Likud, een rechtsgeoriënteerde partij, de verkiezingen en vormen een rechtse coalitie met als minister- president Menachem Begin.

De over­winning van rechts op de linkse arbeidspartij, die tot dan toe aan de macht was geweest, heeft verschillende oorzaken. Ten eerste is er sprake van inflatie in Israël. Ten tweede is onenigheid binnen de Arbeidspartij. Ten derde is er ontevredenheid over het optreden van de Israëlische regering in de oorlog van 1973. Tenslotte zijn de oriëntaalse joden niet tevreden met de dominante positie van de Ashkenaziem binnen de politiek.
Begin treed af in 1983 en de Likud blijft aan de macht, met als minister-president Yitzhak Shamir.
In 1984 kan zowel de Likud als de Arbeidspartij geen coalitie vormen en wordt er een nationale eenheidspartij gevormd. Shimon Peres (Arbeidspartij) wordt minister-presi­dent en Shamir minister van Buitenlandse Zaken. In 1986 ruilen ze van plaats. Door sterke onenigheid verkeert de regering vaak in een crisissituatie..Bij de verkiezingen in 1988 winnen de Likud en de Arbeidspartij ongeveer evenveel zetels en zetten zij hun coalitie voort. Shamir blijft minister-president, Peres wordt minister van financiën. Sinds 1987 waren de Palestijnse onlusten begonnen en er blijkt nu een groot verschil in aanpak van deze problemen. De Likud wil geen inter­nationale vredesbesprekingen, moedigt de bouw van joodse nederzettingen in de Bezette Gebieden aan en wil controle behouden over de Westelijke Jordaanoever en de Gaza-strook. De Arbeidspartij heeft tegenovergestelde ideeën over deze kwesties en trekt zich terug uit de coalitie.
Op 15 maart 1990 wordt er, voor het eerst in de geschiedenis van Israël, een motie van wantrouwen tegen de regering uitgebracht door de Knesset. Tijdens de verkiezingen van 1992 wint Yitzhak Rabin de verkiezingen. Hij verkreeg steun van verschillende groepen in de samenleving; de nieuwe immigranten uit Rusland; de werkeloze oriëntaalse joden en de Israëli die het niet eens waren met het militaire buitenlandse beleid.
De bevolking gelooft in deze harde militair, en na het gesloten Oslo-akkoord lijkt de vrede met de Palestijnen en Arabische buurlanden dichtbij. Op 5 november 1995 wordt Rabin neergeschoten door een joodse extremist vanwege deze vredesakkoor­den. Eens te meer blijkt de verdeeldheid binnen de Israëlische samenleving. Vice-president Shimon Peres wordt voorlopige minister-president tot de verkiezingen in 1996. Hij verliest de verkiezingen met een kleine minderheid van Benjamin Netanyahoe (Likud). Onder Netanyahoe lijkt het bereiken van een vrede met de Palestijnen steeds verder af te drijven. Met het verkiezen van Ehud Barak in de verkiezingen van 2000 komt Israël misschien weer een stap dichter bij de vrede.
Het is in Israël altijd van groot belang geweest welke politieke partij en minister-president aan de macht is, omdat de belangrijke beslissingen in het te voeren beleid een grote invloed heeft op de culturele en economische situatie van het land. Een rechtsgeoriënteerde regering is bereid minder op te geven voor vrede. De politieke situatie zal zich vervolgens reflecteren in bijvoorbeeld Palestijnse onlusten. Economische gezien zal het in zo’n situatie slechter gaan. De buitenlandse investe­ringen nemen af en het toerisme loopt terug. Een linksgeoriënteerde regering zal misschien bereid zijn om meer op te geven voor vrede, wat ontevredenheid tot gevolg kan hebben onder de Israëli’s die geen concessies willen doen in het geven van grond.
Toch verschilt de Israëlische politiek in wezen niet veel onder een rechts- of een links georiënteerde regering. "De Israëlische politiek is een politiek waarbij de Israëlische machthebbers met behoud van zoveel mogelijk van de verkregen en veroverde grond van het oudtestamentisch Israël tot een politieke overeenkomst met zowel de oorspronkelijke Palestijnse bevolking als de Arabische buurlanden willen komen." [6]

10) Israëlisch - Arabisch conflict

herzl premiers israel

Vanaf de stichting van de staat in 1948 is Israël verwikkeld in verschillende oorlogen met zijn Arabische buurlanden. Al deze oorlogen kunnen gezien worden als een voortslepend conflict over de grond waarop Israël zijn staat gebouwd heeft.

overzichtskaart

Israël bleef voor zijn buurlanden een onacceptabele vreemdeling op grond dat ze als het hunne beschouwden. Dit geldt bovenal voor de bijna 7 miljoen (1995) Palestijnen, die al meer dan 30 jaar onder Israëlische bezetting leven (2 miljoen) of gevlucht zijn voor het geweld en in het buitenland leven. Hoewel er de laatste jaren meer toenadering is tussen de Israëli’s en de Arabieren en er gesproken wordt over vrede, vormt het wantrouwen en de bijna onoverkomelijke meningsverschillen een diepe kloof tussen beide partijen.

Zie voor Deel 6 Israël, de Arabische landen en de route naar een Palestijnse staat

Deel 6 Israël, de Arabische landen en de route naar een Palestijnse staat