We hebben 292 gasten online

Deel 9 Israël, de Arabische landen en de route naar een Palestijnse staat

Gepost in Israël

israelpalestina

17) Vredesonderhandelingen

Aan het eind van 1991 beginnen nieuwe ronden vredesgesprekken tussen Israël en de PLO, met bemiddeling van George Bush, in Madrid. Israël zal zich terug moeten trekken achter de grenzen van 1967 op basis van resoluties 242 en 338, waarin wordt opgeroepen tot de volledige Israëlische terugtrekking uit alle Bezette Gebieden, van de VN veiligheidsraad, in ruil voor vrede met de Palestijnen en de Arabische landen. Voor de Israëlische minister-president Shamir (Likud) is teruggave echter onbe­spreekbaar. Een ander probleem is dat de PLO van Israël alleen onder een Jordaans -Palestijnse delegatie mag worden ondergebracht. Het is dan ook niet verbazingwek­kend dat de onderhandelingen tot niets leiden.
Israël wil bij een overeenkomst Gaza als eerste overdragen aan de Palestijnse auto­riteiten. De Gaza-strook is een probleemgebied, overbevolkt en werkeloos, wat Israël liever kwijt dan rijk is. Heel anders ligt het met de Westelijke Jordaanoever. Religieus gezien is het gebied belangrijk voor Israël; het maakte deel uit van het oudtestamen­tisch ‘Groot-Israël’. De export van Israël is grotendeels naar de dit gebied en de Israëlische economie was afhankelijk van de goedkope Palestijnse arbeidskrachten uit dit gebied. Het belangrijkste struikelblok met betrekking tot de Westelijke Jor­daanoever is de toegang naar waterbronnen. Een derde van het watergebruik in Israël is afkomstig uit de Jordaan, die gevoed wordt door zijrivieren in Zuid-Libanon en de Golan-hoogte, en het grootgrondwaterreservoir dat zich voor 95 % onder de Westelijke Jordaanoever bevind.[15]
Een ander probleem in de onderhandelingen vormen de joodse nederzettingen in de Bezette Gebieden. In 1997 woonden er 128.000 kolonisten op de Westelijke Jordaanoever en 6.000 in de Gaza-strook. Een ander groot probleem vormt Jeruzalem. Israël beschouwt Jeruzalem als ondeelbare hoofdstad van Israël. Ze veroverde Oost-Jeruzalem op Jordanië in de Zesdaagse oorlog. Jeruzalem is voor de drie wereld­godsdiensten, het jodendom, de islam en het christendom, een heilige stad. De joodse bevolking in Oost-Jeruzalem is sinds 1967 ontzettend gegroeid. Er wonen nu 175.000 joden tegenover de 155. 000 Palestijnen (cijfers 1997). De nederzettingen politiek, de watervoorziening en Oost-Jeruzalem lijken bijna onoverkomelijke barriè­res in het vredesproces.[16] Bovenal wil Israël zich veilig stellen tegen geweld. Terug­gave van grond moet in ruil gaan met de verzekering van veiligheid van de Palestijnse zijde. In 1992 begint onder minister-president Rabin en Shimon Peres (Marach(Arbeidspartij))

simon peres

Peres

een nieuwe ronde onderhandelingen. In 1993 komen Israël en de PLO onverwachts tot een overeenkomst na veelvuldige onderhandelingen in Noorwegen, en wordt in september het Oslo-akkoord ondertekend door Rabin en Arafat.

Er wordt een principeverklaring ondertekend voor een interim-akkoord voor een overgangsperiode die oslo akkoorduiteindelijk zal moeten leiden tot het overdragen van de Gaza-strook en district Jericho en de grote Palestijnse bevolkingcentra, behalve Oost-Jeruzalem, aan Palestijnse autoriteiten in mei 1994. Op 6 oktober 1994 tekent Rabin een vredesakkoord met de Jordaanse koning Hoessein en haalt economische banden aan met Marokko en de Golfstaten. De onderhandelingen over de definitieve status van de Bezette Gebieden zullen in 1999 afgerond moeten zijn. Bijna 95 % van het voormalig mandaatgebied Palestina blijft, afgesproken in de Oslo-akkoorden, in Israëlische handen.

In juli 2000 is er nieuwe ronde gesprekken begonnen tussen Ehud Barak en Arafat onder begeleiding van Bil Clinton in Camp David (waar de vrede met Egypte is ondertekend)


Het is een moeizame ronde onderhandelingen. Zo willen de Palestijnen geen akkoord sluiten zonder Oost-Jeruzalem te verkrijgen. Verder willen ze dat de grenzen van hun staat de grenzen zijn van voor 1967, en willen ze dat alle Palestijnse vluch­telingen het recht krijgen terug te keren naar de Palestijnse Gebieden, of, als ze niet terug kunnen of willen komen, ze financieel gecompenseerd worden voor hun verlie­zen. Israël wil Jeruzalem als ondeelbare hoofdstad behouden, de grenzen niet terug zoals voor 1967 en geen recht op terugkeer voor alle Palestijnse vluchtelingen. Ver­der is voor Israël de veiligheid voor de joodse kolonisten in de Bezette Gebieden van groot belang. Het lijkt onmogelijk tot een akkoord te komen als beide zijden niet bereid zijn bepaald concessies te doen.
De vrede met Syrië is nog lang niet gesloten. Syrië wil de in de zesdaagse oorlog veroverde Golan-hoogte terug. Israël is echter niet bereid deze volledig terug te geven.
In mei 2000 heeft Israël zich teruggetrokken uit Zuid-Libanon, waardoor de betrek­kingen met dit land enigszins gestabiliseerd zijn. Uiteindelijk weigerde Arafat om het akkoord te ondertekenen en oud president Clinton beschrijft in zijn biografie ‘My live’ dat Arafat een kans heeft gemist door zijn besluiteloosheid en niet in staat was historie te schrijven. Hij waarschuwde Arafat voor de verkiezingen in Israël omdat Sharon die zou kunnen gaan winnen waardoor men een hardere politieke lijn in Israël zou gaan volgen.

18) Laatste ontwikkelingen

De Palestijnen en de Israëlies komen steeds meer tegenover elkaar te staan. Steeds meer jonge Palestijnen plegen zelfmoordaanslagen waardoor het gevoel van veiligheid in de Joodse staat steeds meer wordt aangetast. Israël reageert door de leiders van Hamas te liquideren waardoor de zaken verder escaleren. Israël gaat zelfs over tot de bouw van een zogenaamde veiligheidsmuur om verdere zelfmoordaanslagen te kunnen voorkomen.

muur tegen palestijnen

Vijf vragen over de muur


Israël bouwt afscheidingen op de Westelijke Jordaanoever. Het moet volgens Israël de joodse staat tegen terroristen beschermen. Daarom worden de soms acht meter hoge muren en afrasteringen aangeduid met 'veiligheidshek'.

Wat is de muur?

In april 2002 kondigde de Israëlische premier Sharon aan dat de Palestijnen van de Israëli's zouden worden geïsoleerd, met bufferzones en afscheidingen. Twee maanden later begon Israël in het noordwesten van de bezette Westelijke Jordaanoever met de bouw van de afscheiding.

De afscheidingen zijn niet overal hetzelfde en beslaan soms een brede strook van 100 meter breed. Op sommige plaatsen hebben de Israëli's een muur van 8 meter hoog gebouwd. De basis vormt een brede betonlaag met onder meer een greppel, afrasteringen van zeker vijf meter hoog, elektronische sensors en wachttorens. De Israëli's leggen ook een zandstrook aan om voetstappen te signaleren. De bouw vindt plaats op door de bezettingsmacht onteigende Palestijnse grond.

Waar komt de muur?

Over het traject discussiëren de autoriteiten achter de schermen veel met joodse kolonisten die willen dat hun grond, waterbronnen en wegennetwerk aan de Israëlische kant komen. Aanvankelijk leken vele nederzettingen buiten de omheining te vallen. Over de bouwplannen wordt weinig tot niets meegedeeld, behalve dat wijzigingen mogelijk zijn.

Uitzettingsbevelen die Palestijnen krijgen, zijn de voornaamste aanwijzing over het traject dat waarschijnlijk zeker 700 kilometer lang zal worden.

Er zijn ook plannen voor een oostelijke muur. Uiteindelijk zouden dan de Palestijnse enclaves volledig worden ommuurd en slechts circa 40 procent van de Westelijke Jordaanoever omvatten.

Waarom bouwt de Israëlische regering de muur?

Het voornaamste argument van Israël om de muur te bouwen is dat het zelfmoordaanslagen van Palestijnse terroristen wil voorkomen. De huidige Israëlische regering noemt de afscheiding militair noodzakelijk. Zij heeft onder meer beklemtoond dat het om een tijdelijke maatregel kan gaan. De enorme kosten die aan de afscheidingen zijn verbonden, wekken echter de indruk dat ze voor langere tijd worden opgericht. Een kilometer muur kost naar schatting bijna 2 miljoen euro.

De muur biedt groot politiek voordeel voor de kolonisten en de politici die hen in Israël steunen. Hij maakt de kolonisatie van bezet gebied 'hard'. De VN noemen het 'de facto annexatie'. De nederzettingen worden bij Israël gevoegd en hebben weinig tot niets meer met de oorspronkelijke Palestijnse bevolking te maken. Die komt in een wurggreep van de Israëli's terecht, wat het verzet en de onderhandelingspositie van de Palestijnen verzwakt.

Wat stellen de partijen over de muur?

De Israëli's stellen dat het Internationaal Gerechtshof niet bevoegd is over de muur te oordelen, omdat het een politieke kwestie is. Hij wordt gebouwd om terroristen te weren. De bouw is ook al aan het Israëlisch hooggerechtshof voorgelegd. De Palestijnen stellen onder meer dat de muur in strijd is met de (IVe) Conventie van Gèneve (1949), (de Regelementen van) de Haagse Conventie (1907), het internationaal humanitair recht en de met Israël gesloten akkoorden.

Wat vinden de VS ervan?

De Verenigde Staten vrezen, net als vrijwel alle betrokken mogendheden, dat de bouw van de muur vredesinitiatieven ondermijnt. Naar verwachting zal het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in zijn mensenrechtenrapport er binnenkort felle kritiek op uiten. Mogelijk zet Washington de Israëlische regering zo ook onder druk om de muur iets in te korten.

(Bron: ANP) Zie de link die laat zien wie er in Israël zijn omgekomen door terreuraanslagen: http://www.all4israel.org/index.cfm?fuseaction=faces Zie de link voor het overzicht van de slachtoffers van de intifadah

http://react.vpro.nl/tegenlicht/forum/list_message/4145

19) Het plan van Sharon

De toenemende spanningen hebben er toe geleid dat Premier Sharon besloten heeft dat zijn regering zich uit de Gazastrook wil terugtrekken. Die terugtrekking echter wordt binnen zijn partij de Likoud gezien als verraad.

terugtrekkingsplan nederzettingen sharon

Het Plan Van Sharon ziet er als volgt uit:

De details van het plan-Sharon

De Israëlische premier Sharon heeft de details van zijn omstreden plannen verstrekt aan leden van zijn kabinet. Hieronder volgen de door de Israëlische pers verstrekte hoofdpunten.
1. Israël blijft zich gebonden voelen aan het vredesproces, met als uitgangspunt een door beide partijen overeengekomen akkoord op basis van het principe van twee staten, een Israëlische en een Palestijnse. Volgens Sharon is de realiteit evenwel dat er momenteel geen Palestijnse partner is waarmee een bilateraal akkoord gesloten kan worden. De Palestijnse leider Arafat is voor Sharon al tijden geen gesprekspartner meer.

2. De huidige 'stagnatie' vraagt om eenzijdige stappen, die het verzekeren van de veiligheid van de joodse staat tot doel hebben. Als er "bewijzen" komen dat de Palestijnse Autoriteit eerder toegezegde hervormingen uitvoert en daadwerkelijk werk maakt van de bestrijding van het 'terrorisme", dan voorziet het plan-Sharon in hervatting van de dialoog.

3. Israël trekt zich voor eind 2005 volledig terug uit de Gazastrook, maar er zal vooralsnog een "militaire aanwezigheid" blijven aan de grens van de Gazastrook en Egypte. Israël behoudt zich ook het recht voor het luchtruim boven de Gazastrook te controleren. De joodse staat zal ook doorgaan met "militaire activiteiten" voor de kust van de Gazastrook. Sharon wil bovendien "preventieve en andere maatregelen" kunnen nemen tegen elke dreiging die uit een geëvacueerde Gazastrook komt. De aanleg of wederopbouw van zee- of luchthaven in de Gazastrook moet in overleg met de joodse staat.

4. Israël wil op de Westelijke Jordaanoever "sommige gebieden" behouden, hetgeen betekent dat "burgelijke nederzettingen, militaire zones en plaatsen waar Israël aanvullende belangen heeft" permanent geannexeerd zullen worden. Sharon zei eerder in elk geval zes grote joodse nederzettingen te willen houden.

5. De bouw van de internationaal omstreden 'veiligheidsmuur' gaat onverkort door, maar Sharon zegt dat uit "humanitaire overwegingen" de aanleg aangepast kan worden ten gunste van de Palestijnen.

6. Israël "tracht" alle gebouwen in verlaten nederzettingen intact te laten, zowel in de Gazastrook als in de vier te verlaten nederzettingen in het noorden van Samaria (Westoever). Ook de "infrastructuur" voor de riolering, water- en stroomvoorziening voor deze nederzettingen zullen niet worden vernietigd. Het plan voorziet in de oprichting van een met de Amerikanen overeen te komen "internationaal lichaam" dat vooralsnog het feitelijke eigendom krijgt van de fysieke nederzettingen en de waarde ervan zal bepalen.

7. Israël staat zonder overleg en goedkeuring de aanwezigheid van een "buitenlandse veiligheidsmacht" niet toe in de Gazastrook en op de Westoever. Internationale humanitaire hulp mag wel doorgaan. Er komen ook betere afspraken die het werk van hulporganisaties moeten vereenvoudigen en verbeteren. De regelingen die gelden voor Palestijnen die in Israël werken blijven van kracht.

8. De zogeheten Erez Industriële Zone in de Gazastrook, die aan 4000 Palestijnen werk biedt, zal in principe blijven bestaan. De internationale gemeenschap moet wel erkennen dat deze zone "niet wordt opgevat als een gecontinueerde Israëlische controle in de regio".

Zie voor Deel 10 Israël, de Arabische landen en de route naar een Palestijnse staat

 Deel 10 Israël, de Arabische landen en de route naar een Palestijnse staat