We hebben 137 gasten online

Een geschiedenis van Palestina deel 1

Gepost in Israël

De koninkrijken gesticht door de Hebreeërs in de Levant hebben een uitwerking gehad op de wereldgeschiedenis die in een geen verhouding staat met de omvang ervan. De periode van onafhankelijke monarchie werd de vormende periode voor de Joodse religie, waaruit zowel het christendom en de Islam zijn voortgekomen. De belangrijkste bron voor de geschiedenis van de Hebreeuwse koninkrijken is traditioneel de Bijbel. Volgens de Bijbel waren de Hebreeërs of Israëlieten een nomadische rondtrekkende bevolkingsgroep die migreerden naar het land van Kanaän ergens rond 1200 v.Chr.

De noodzaak om zich te organiseren om de Filistijnen (Zij waren afkomstig uit Kreta en het Egeïsche gebied en gaven hun naam aan de kustvlakte in het zuiden, Filistea. Hieruit ontstond de latere naam voor het hele land Palestina) en de Kanaänieten te weerstaan, met wie ze in staat van oorlog leefden, leidde er uiteindelijk toe dat de stammen zich verenigden onder een monarchie. De eerste koning Saul (ca. 1020-c. 1006) werd gedood in een gevecht met de Filistijnen maar zijn opvolger David (c. 1006-965) consolideerde de monarchie en breidde het Hebreeuwse Koninkrijk uit, versloeg de Filistijnen en veroverde de laatste Kanaänitische enclaves, met inbegrip van de stad Jeruzalem. Jeruzalem wordt Davids hoofdstad en het belangrijkste centrum voor de Hebreeuwse monotheïstische religie. Bij zijn overlijden had David een kleine rijk veroverd dat zich uitstrekte van de Golf van Aqaba in het zuiden tot de Eufraat rivier in het noorden. David werd opgevolgd door zijn zoon Salomon (965-928), die prachtige gebouwen liet oprichten en er een duur hofleven op na hield. Economische ontevredenheid leidde tot de splitsing van het koninkrijk in twee aparte koninkrijken van Israël en Judea na Solomons dood, terwijl de niet-Hebreeuwse provincies hun onafhankelijkheid verkregen.

De Bijbel en Archeologie

Hoewel de meeste historici in grote lijnen de Bijbelse weergave accepteren, heeft archeologisch onderzoek aangetoond dat dit wellicht inaccuraat is. Er is geen archeologisch bewijs voor de Hebreeuwse migratie in Canaan. Sommige archeologen zijn van mening dat Hebreeuwse identiteit zich ontwikkeld heeft vanuit de inheemse cultuur van de Kanaänitische cultuur in de hooglanden ten westen van de Dode Zee. Jericho was eeuwen lang onbewoond geweest voordat, zoals de Bijbel beweert, het werd veroverd door de Hebreeërs en er waren geen stadsmuren die omlaag moesten worden gebracht door Jozua´s trompetten.

Archeologen hebben ook twijfels over de monotheïstische aard van de Hebreeuwse religie op dat moment omdat er duidelijk bewijs is van een populaire vruchtbaarheidcultus op het platteland: de verering van Yahweh kan oorspronkelijk deel hebben uitgemaakt van een bepaalde Koninklijke cultus. De ontdekking van een door de Amorieten geschreven tablet bij Dan in 1994 leverde het eerste onafhankelijke bewijs voor het bestaan van koning David en zijn dynastie, maar bewijs ter ondersteuning van de bijbelse bewerering dat David´s Koninkrijk zich uitstrekte to aan de Eufraat en de Golf van Akaba is nog steeds niet gevonden.

De Hebreeërs hadden geluk dat hun opkomst tot een staat plaatsvond tijdens een moment van zwakte in Egypte en Mesopotamië. Dit kwam ten einde tijdens de 10e eeuw en in 924 viel de Egyptische farao Sjosjenq het land binnen en Israël en Juda werden tribuutplichtig. In de volgende eeuw werden de koninkrijken opstandige vazallen van Assyrië.

Israël was vernietigd door de Assyriërs in 722 maar Judea bleef bestaan tot 586, wanneer de Babyloniërs het veroverde en het grootste deel van de bevolking werd de gedeporteerd naar Mesopotamië.

Veel andere Joden (zoals Hebreeërs nu werden genoemd, na Juda) vluchtten in ballingschap naar Egypte, hoewel de Perzische Cyrus de Grote de joden toestemming gaf om terug te keren naar vaderland nadat hij Babylon in 539 veroverde.

Velen hadden echter een welvarend leven voor zichzelf in ballingschap opgbouwd en kozen om te blijven waar zij waren. Dat was het begin van de wereldwijde Joodse Diaspora.

 De Joden keerden in de 6e eeuw v. Chr. terug naar Jeruzalem en bouwden de Tweede Tempel op dezelfde plaats als de eerste. De Perzen bleven dominant in het gebied totdat het rijk instrortte onder druk van de legers van Alexander de Grote. Juda werd ingenomen tijdens de Macedonische veroveringstocht naar Egypte. 

In de hellenistische tijd trokken veel joden uit Palestina en Babylon naar Syrië, Klein-Azië en Egypte. De joodse gemeenschap in Alexandrië was veruit het grootst. Toch bleven de joden in de ogen van de Grieken, een aprate groep. Hun manier van leven en hun relatief goede positie leidde tot vechtpartijen en vervolgingen. Als reactie werden de joden anti-Grieks. Zowel onder de Perzen als onder de Griekse heerschappij heerstte er betrekkelijke vrede en vrijheid. 

Na de dood van Alexander de Grote werd zijn rijk verdeeld onder drie generaals; de dynastieën die zij stichten, streden om de verschillende gebieden.

The Successor Kingdoms

 Palestina kwam in handen van de Seleuciden uit Syrië. In deze tijd bloeide de Dekapolis, een groep van tien hellenistsicche stadstaten in een overigens semitisch land, waartoe Philadelphia (Amman) Gerasa (Jerash) en Scythopolis (Beth Shean) behoorde. De Seleudische koning Antichous IV Epiphanes (175-164 v. Chr.) besloot de tempel in Jeruzalem aan Zeus te wijden en op de naleving van de Joodse wetten de doodstraf te zetten. Onder leiding van Judas Mattathias, bijgenaamd de Makabeeër rebellerde men tegen de hellenistische overheersers. Zij veroverden in 164 v. Chr. Jeruzalem en wijdden de Tempel opnieuw in. Dit wordt door de Joden nog jaarlijks herdacht in het Chanoekafeest.

In 129 v. Chr. ontstond er een zelfstandige staat, Judea. De Hasmoneeën beheersten nu Juda, maar de onafhankelijkheid garandeerde geen vrede. Er waren bittere conflicten tussen de Hasmoneeën en de Farizeeen, een religieuze sekte die eiste dat de Hasmoneeën afstand zouden doen van het Hoge priesterschap. In de strijd die volgde zochten beide groepen hulp bij de nieuwwe militaire macht Rome.

In 63 v. Chr. namen de Romeinen Jeruzalem in en Judea werd een Romeinse vazalstaat waarbij de Hasmoneeën vervangen werden door Romeinse bestuurders. Om religieuze gevoeligheden te ontzien zetten de Romeinen de Jood Herodus (37 v. chr. tot 4 v. Chr.) op de troon. Zie afbeelding.

Deze had relatief veel vrijheid in binnenlandse aangelegenheden en realiseerde enkele belangrijke architectonische projecten zoals de forten van Masada en Herodion, de havenstad Caesarea en de herbouw van de Tweede Tempel in Jeruzalem. Na de dood van Herodus werd Judea onder rechtstreeks Romeins bestuur geplaatst.

Groei romeinse rijk 44 bc - 180 ad

In het jaar 66 na chr. kwamen de Joden in opstand tegen de Romeinen. De opstand (eerste Romeinse oorlog) eindigde met de dood van 100.000 Joden, de totale verwoesting van Jeruzalem en het in vlammen opgaan van de Tweede tempel. De westelijke muur bleef bestaan, nu bekend als de Klaagmuur. Op de ruïnes van de stad werd een Romeins legerkamp gebouwd en de overgebleven Joden werden als slaven weggevoerd. Maar in het noorden van het land bleven Joden wonen. Een nieuwe opstand (tweede Romeinse oorlog) vond plaats in 132 n. Chr. Simon Bar Kochba slaagde er drie jaar in de Joodse souvereiniteit in Judea en Samaria te herstellen. Maar Julius Severius onderdrukte de Opstand en de Joden werden uit Jeruzalem verdreven en vormden een kleine gemeenschap in Galilea, in het noorden van de provincie. De Romeinse provincie werd Syria Palaestina genoemd. Uiteindleijk ging het Romeine Rijk over in het Byzantijnse Rijk. Aan de Byzantijnse periode kwam in 614 eigenlijk een einde nadat het Perzische leger het land bezette. Maar in 628 werden deze weer verdreven door het leger van het Byzantijnse Rijk. Maar in hetzelfde jaar namen troepen in het nabije Arabië onder leiding van de profeet Mohammed de stad Mekka in waarmee er een nieuwe machtsfactor in het Midden-Oosten was ontstaan.

 Zie verder Een geschiedenis van Palestina deel 2