We hebben 348 gasten online

Een geschiedenis van Palestina deel 2

Gepost in Israël

Opkomst van de Islam in de Arabische wereld

Profeet Mohammed stichtte de Islam

De cultuur van het Midden-Oosten en van grote delen van de rest van de wereld wordt voor een groot deel bepaald door de islam. De islam is ontstaan op het Arabisch schiereiland. In Mekka werd Mohammed geboren rond 570. Hij werd koopman en kreeg interesse in godsdiensten die slechts één God kenden: het jodendom en christendom. Via een engel van Allah (het Arabische woord voor God) kreeg Mohammed opdracht om het bestaan en de wil van Allah aan de mensen te vertellen. Mohammed wordt daarom profeet (boodschapper) genoemd.

De koran is het heilige boek van de Islam. Islam betekent letterlijk ´onderwerping aan Gods wil´.

Arabieren veroverden grote gebieden

De aanhang van Mohammed nam snel toe. Het gehele schiereiland werd al voor zijn dood (632) door zijn volgelingen veroverd. 

verbreiding van de islam

De moslims veroverden in de eeuw na de dood van Mohammed grote delen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Aan het hoofd van het Arabische rijk stond een kalief (opvolger van de profeet Mohammed).

Na de vestiging van een moslimstaat in 622 verliep de expansie van de islam verbazingwekkend snel. Tijdens Mohammeds leiderschap werd het grootste deel van het Arabisch schiereiland vrij snel onder islamitisch bestuur gebracht, voornamelijk doordat Mohammed de verschillende stammen door militaire campagnes wist te verenigen. De krachtige persoonlijkheid van Mohammed trok de bewoners van het Arabische Schiereiland aan. Ook door zijn beloften van redding voor hen die stierven tijdens de strijd voor de islam, kreeg hij mensen achter zich. 

Betrekkelijke verdraagzaamheid ten aanzien van andersdenkenden

Christenen en Joden mochten hun godsdienst behouden, in de veroverde gebieden, maar moesten wel extra belasting betalen. De islam is nooit afgedwongen. Omdat de Arabieren in de veroverde gebieden maar een minderheid waren lieten ze de mensen hun godsdienst behouden. De meeste volken echter namen de islam over. 

Age of Caliphs

In 638 namen de Arabieren Jeruzalem in. De Joden kregen toestemming om naar de stad terug te keren en hun godsdienst uit te oefenen. Kalief Omar deed de belofte aan de christenen van Jeruzalem hun veiligheid te garanderen. Hij was het ook die Jeruzalem als derde heilige plaats voor de Islam uitriep naast Mekka en Medina. Jeruzalem trok nu pelgrims uit alle windstreken en uit alle drie de godsdiensten. 

Maar de belofte van Omar werd in de 11e eeuw voortdurend verbroken en er werden kerken verwoest en christenen vervolgd. Toen de Sjeldsoeken in 1071 Jeruzalem veroverden werden christelijke pelgrimstochten onmogelijk. Christelijk Europa vreesde bovendien voor de afsluiting van belangrijke handelswegen en het evrlies van de rijke handel met het oosten.

Het was paus Urbanus II die in 1095 opriep tot het houden van de Eerste Kruistocht om het land van de Arabieren te bevrijden. Kruisridders namen in 1099 Jeruzalem in waar ze een bloedbad aanrichtten. 

de kruistochten

De kruisvaarders breidden hun macht over de rest van Palestina uit en stichtten kruisvaardersstaten. Het koninkrijk Jeruzalem was zo´n kruisvaardersstaat die in 1099 werd gesticht door Godfried van Bouillon.

De kruisvaardersstaten zouden zo´n 200 jaar bestaan. In 1187 leden ze echter een nederlaag bij de Hoorns van Hittin in Galilea waar men door sultan Saladin van Egypte werd verslagen. De kruisvaarders trokken zich terug in Akko, een oude havenplaats aan de kust. De Europeanen raakten hun invloed kwijt. In 1291 verloren de kruisvaarders Akko. Aan het einde van de middeleeuwen lagen de stadscentra in puin, was het grootste deel van Jeruzalem verlaten en verkeerde de kleine Joodse gemeenschap in armoede. 

De opkomst van de Ottomaanse Turken.

In 1453 veroverden ze Constantinopel en bouwden een groot rijk op in het Midden-Oosten., Zuid-Oost Europa en Noord-Afrika.

 Nadat de Ottomanen de mammelukken hadden verdreven zouden ze vier eeuwen lang het Heilige Land besturen. Het Joodse leven had zich gehandhaafd in steden als Hebron, Nablus, Safed en Jeruzalem. De Joodse immigratie werd bevorderd door ordelijk bestuur en een oplevende economie. Safed groeide uit tot een centrum van intellectuele activiteit. Christenen en Joden kregen een speciale status binnen het rijk, maar de islam moest worden gerespecteerd.

Vanaf de zeventiende eeuw raakte het Ottomaanse Rijk in verval en Palestina werd verwaarloosd en uitgebuit door pasja´s die alleen maar hogere belastingen wilden innen. Er was ook sprake van ongebreidelde boomkap waardoor woestijn en moeras verder konden oprukken. Dor de militaire pogingen van Napoleon het Midden-Oosten aan zich te onderwerpen kregen de Europese machten in de 19e eeuw weer interesse voor het gebeid en de Engelsen en Fransen wedijverden met elkaar om de hegemonie over Palestina van de Ottomanen over te nemen waardoor ook de christelijke godsdiensten zich weer meer daar konden vestigen. Ook de positie van de Joden verbeterde en hun aantal nam langzaam toe

Zionisme

De in Boedapest geboren Weense journalist Theodor Herzl (1860-1904)

herzl

legt met zijn brochure ‘Der Judenstaat’ (1895) de grondslag voor het politiek zionisme.

programma

Het zionisme is gebaseerd op de gedachte dat alleen een eigen staat een einde kan maken aan de positie van de joden als gediscrimineerde minderheid. Herzl schrijft in ‘Der Judenstaat’: ’Daar kunnen we tenminste leven en sterven als vrije mensen in ons eigen thuisland’.

Het zionisme baseert zijn naam op de berg Zion in Jeruzalem, waar koning David omstreeks 1000 v. Chr. de hoofdstad van zijn joodse koninkrijk vestigde.
In 1897 valt op het eerste zionistische congres in de Zwitserse stad Bazel het besluit dat het joodse volk naar Palestina, het bijbelse Beloofde Land, zal terugkeren. Onmiddellijk na dat zionistische congres vertrekken groepen joden naar Palestina.

tien kronen

De zionistische beweging wordt op dat moment geleid door voornamelijk Oosten­rijkse en Duitse joden, terwijl de meeste aanhangers Russische joden zijn.
Er is binnen de joodse gemeenschap veel oppositie tegen het zionisme. Dit komt deels van de joden die vinden dat ze een geïntegreerd deel uitmaken of moeten ma­ken van de staat waarin ze wonen. Veel religieuze, orthodoxe joden geloven dat de terugkeer naar het Beloofde Land pas plaats kan vinden als de Messias gekomen is en er traditionele wetten in Israël ingevoerd zijn. Dit vormt een groot probleem binnen de joodse gemeenschap, aangezien Herzl in het zionisme een moderne, seculiere beweging voor ogen had. Oost-Europese joden immigreren naar Palestina om daar als pioniers te leven en hun nationale en sociale idealen na te streven. Het Ivriet, levend gemaakt door Eliezer Ben Yehoeda (1858-1922), wordt de voertaal. De zio­nistische gedachte is dat de grond in Palestina pas werkelijk joods is als het door joden bewerkt is. Grond wordt aangekocht van Arabieren met financiële steun van de ‘ World Zionist Organization’. Vele van de 500.000 Palestijnen die in Palestina wonen worden van hun grond verdreven. Dit vormt de bron van het voortgaande conflict om de Palestijnse grond.

De vestiging van een joodse staat in Palestina werd in de weg gestaan door het Ottomaanse Rijk. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog woonden er 85.000 Joden in Palestina en 600.000 Arabieren. Maar ook onder de Arabieren was een nationalisme ontstaan gericht tegen de Turkse overheersing en de oliewinning door de imperrialistische mogendheden. De Arabieren kregen de kans zich tegen de Turken te verzetten. Het Turkse Rijk had zich immers aangesloten bij de Centralen: Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. In ruil voor steun van de Arabieren beloofden de Engelsen dat na een nederlaag van het Ottomaanse Rijk het gebied zou worden verdeeld.

britse belofte arabieren 1915

Maar in het geheim sloten Frankrij en Engeland het Sykes-Picot verdrag van 1916 waarmee de Arabische regio in verschillende beïnvloedingszones werd verdeeld. Libanon en Syrië werden aan Frankrijk toegewezen, Jordanië en Irak aan Groot-Brittannië, 

sykespicot verdrag

 terwijl Palestina een internationaal statuut zou krijgen.

palestijnse gebieden sykespicot

Nota Bene: Oorspronkelijk nam ook Rusland deel aan de geheime overeenkomst maar na de Russische Revolutie moesten Frankrijk en Engeland daar niets meer van weten.

Het Britse Mandaat (1923-1948)

brits mandaat

Tijdens WO I werd de Arabische onafhankelijkheidsstrijd geleid door sheriff Hussein, die al in juni 1916 een onafhankelijk Arabisch koninkrijk uitriep. De Britten en Fransen steunden de Arabieren tegen de Turken (die bondgenoten van Duitsland waren), maar zagen Arabische onafhankelijkheid niet zitten.

sycespicotzones

Ze sloten in oktober 1916 het geheime Sykes Picot verdrag, waardoor Frankrijk na de verwachte nederlaag van Turkije zeggenschap zou krijgen over Syrië en Libanon en Engeland over Irak en Trans-Jordanië. Aan Jeruzalem en Palestina werd een internationaal statuut toebedacht. Een jaar later, in november 1917 sloot de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Lord Balfour echter een geheime overeenkomst met baron Rotschild, de vertegenwoordiger van de Britse zionisten, die zich tot doel stelden de Europese Joden in Palestina te vestigen en de Arabische bevolking te verdrijven. In deze beruchte “Balfour Declaration” werd “ a Jewish homeland in Palestine” beloofd. Er werd wel gestipuleerd dat ook de niet-Joden (de Palestijnen dus) rechten moesten blijven behouden. Britse troepen veroverden Jeruzalem en Palestina tegen september 1918 en stelden een Brits militair bestuur in. Heel dit scenario was in die tijd “aanvaardbaar”, want er bestond geen echt interntionaal gezag.

Na de definitieve overgave van Duitsland en zijn bondgenoten onstaat dan de Volkerbond, de voorloper van de Verenigde Naties, die gedomineerd werd door de overwinaars van de eerste wereldoorlog. Voor de “Arabische provincies van Turkije” wordt een mandaatsysteem uitgewerkt waarbij het de uitdrukkelijke bedoeling is om hen op onafhankelijkheid voor te bereiden. Het Sykes-Picot verdrag werd gevolgd voor Libanon en Syrië (onder Frans mandaat tot 1943-44) en ook voor Irak en Transjordanië (Brits mandaat tot respectievelijk tot 1932 en 1946).

Maar voor Palestina werd de Balfour Declaration, met de belofte van een Joods thuisland, in de tekst opgenomen. Er komt dus een Brits mandaat gebied, waarvan de grenzen ongeveer overeenkomen met het huidige Israël + de bezette Palestijnse gebieden (maar dus zonder de Golan hoogte). Dit was niet alleen in strijd met het Sykes-Picot verdrag, dat een internationaal statuut voorzag, maar vooral met de letter en de geest van het artikel 2 van de Volkerenbond, waarin uitdrukkelijk gesteld werd dat de bedoeling was de toenmalige Arabische inwoners (en dus niet de Joodse immigranten) naar een onafhankelijke staat te begeleiden. Het Britse bestuur liet Joodse immigratie toe. In het begin van het mandaat waren er 75.000 Joden (11 % van de ongeveer 700,000 inwoners), op het einde van het mandaat was de Joodse bevolking ongeveer 30 % (600,000 van de 1,9 miljoen inwoners). De voortdurende Joodse immigratie en kolonisatie ging toen al gepaard met verdrijving van Palestijnen uit hun dorpen, waarbij de Britse politie hielp. Dit leidde tot herhaalde opstanden van de Palestijnen, die evenwel telkens bloedig werden onderdrukt door het Britse leger, vaak met hulp van Joods-zionistiche milities.

Vanaf het begin van de 20ste eeuw gaan er stemmen op in de Arabische gemeen­schap in Palestina om verkoop van grond aan de joden te verbieden. De angst is groot dat de joden hun eigendommen in beslag zullen nemen. Vanaf 1920 beginnen anti-joodse onlusten. Ondanks de onlusten blijft de jishoev, zoals de joodse gemeen­schap voor de stichting van de staat Israël heet, groeien.

In september 1922 doen de Engelsen een voorstel aan de joodse- en Arabische gemeenschap in Palestina voor een Palestijnse staat waar zowel de arabieren als de joden zullen samenwonen. Er worden echter concessies aan de joden gedaan die de Arabieren niet willen accepteren, waardoor het voorstel niet doorgaat. De Britten willen een samenwerkingsvorm in de regering en biedt in 1923 de joodse en Arabi­sche gemeenschap een ‘agentschap’ aan. De joodse gemeenschap accepteert dit voorstel en richt in 1929 het ‘Joods Agentschap’ op, die zich later voornamelijk bezig gaat houden met de bevordering en organisatie van immigratie naar Israël. De Ara­bieren weigeren vertegenwoordiging in de vorm van een agentschap.
In oktober 1930 publiceren de Britten een witboek, waarin aanbevolen wordt om de joden te verbieden meer land te verkrijgen zolang er Arabieren geen land hebben. Er staat ook in dat de joodse immigratie gestopt moet worden zolang er Arabieren wer­keloos zijn. Er wordt opnieuw aangeboden om de beide groepen wettelijk te laten vertegenwoordigen in de regering. Deze keer is het voorstel dat de Britten doen in het voordeel van de Arabieren.

brits delingsplan 1938

Toen zij echter weigerden in gesprek te gaan met de joodse leiders vervalt ook dit aanbod. Omdat na verschillende onderzoeken en voorstellen van Britse commissies er geen overeenkomst tot stand gekomen is tussen beide zijden publiceren de Britten in mei 1939 Het Witboek. Hierin worden opnieuw concessies gedaan aan de Arabieren. De joodse immigratie wordt beperkt tot een totaal van maximaal 75.000 de komende 5 jaren, waarna er geen joodse immigratie zal mogen plaatsvinden zonder Arabische instemming. De aankoop van land door joden van Arabieren wordt in sommige gebieden beperkt en in andere compleet verboden. Het Witboek wordt zowel door de Arabieren als de joden afgewezen. Voor de joden is de restrictie op immigratie desa­streus, aangezien ze nu niet in staat zijn de vluchtelingen van de nazi-overheersing op te vangen. Vanaf 1942 nemen de joden daarom hun vlucht tot illegale immigratie. De Britten proberen dit te stoppen door middel van vlootacties en politionele acties. De meest gedenkwaardige onderschepping van illegale immigratie, is die van het schip de ‘Exodus’ in 1945, waarop zich 4500 overlevenden van de kampen bevinden.
Na de Tweede Wereldoorlog neemt de immigratie naar Israël toe. Het overgrote deel van de joden in Europa is omgekomen in de concentratiekampen van de nazi’s. De overlevenden keren terug naar hun land van herkomst. Vaak worden ze daar echter niet goed opgevangen. Velen van hen immigreren naar de Verenigde Staten en een kleiner aantal naar Israël. Vooral bij de joden die uit Midden- en Oost-Europa komen is de angst om opnieuw gediscrimineerd en vervolgd te worden groot. Velen van hen doorstaan daarom de moeizame tocht naar Israël. Gedurende WO II was het in Palestina relatief rustig geweest. Daarna worden de zionistische activiteiten meer gewelddadig. In 1920 was geheime organisatie Haganah (verdediging) opgericht, die tot 1936 alleen verdedigingsacties uitvoerden, maar gedurende de jaren van Arabische opstand steeds agressiever worden. Ook de Irgoen, een rechts georiënteerde splintergroep van de Haganah, opgericht in 1931, wordt steeds extremer.

Het Joods Agentschap, onder leiding van Chaim Weitzmann en David Ben-Goerion, proberen de goodwill van de Britten te behouden. Ze boden de hulp van de joden aan in de oorlog. De Britten vormden uiteindelijk een brigade van joodse vrijwilligers, ‘Jewish Brigade’, aan die actief waren tegen het eind van de oorlog in Europa en Afrika.

In april 1947 geven de Britten het Mandaat terug aan de Verenigde Naties, de opvol­ger van de Volkenbond. De gewelddadige situatie in Palestina is onhoudbaar gewor­den voor de Britten.
Op 29 november 1947 neemt de Algemene Vergadering van de VN een resolutie aan voor de verdeling van Palestina.

vn delingsplan 1947

Er zal een joodse staat moeten komen, een Palestijnse staat en een internationale supervisie over Jeruzalem. Er worden echter geen voorzieningen getroffen voor de handhaving van dit plan.
Op 17 december 1947 verklaren de Raad van de Arabische Liga zich te verzetten tegen de voorgestelde regeling, desnoods met geweld. De joodse leiders aanvaren het VN plan.[5]De verdeling van grond is in het joodse voordeel: ze hadden slechts 7 % van Palestina in hun bezit en zouden nu 55 % krijgen. De Palestijnen krijgen 45 % van het grondgebied van het mandaat Palestina

Israëlisch - Arabisch conflict

Vanaf de stichting van de staat in 1948 is Israël verwikkeld in verschillende oorlogen met zijn Arabische buurlanden. Al deze oorlogen kunnen gezien worden als een voortslepend conflict over de grond waarop Israël zijn staat gebouwd heeft.

Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog (1948)

Na de uitroeping van de staat in 1948 concentreren Trans-Jordanië, Egypte, Syrië, Libanon en Irak troepen voor een oorlog met Israël. Deze troepen zijn veel beter bewapend dan het Israëlische leger. Toch lukt het de Israëlische staat weerstand te bieden tegen de Arabieren. Niet alleen zijn ze in staat hun gebied te behouden, maar breiden het zelfs uit naar de kust, de Negev woestijn en Galilea. Egypte zetelt zich in de Gaza-strook, Jordanië op de Westelijke-Jordaanoever en Oost-Jeruzalem, en Syrië op de oostelijke oever van het Meer van Galilea.

bestand 1949

Tussen januari en april 1949 volgen er onderhandelingen over wapenstilstandsverdragen, die uiteindelijk getekend worden op het eiland Rhodos. Voor de Arabische staten betekent de aanvaarding van de wapenstilstandsverdragen echter geen erkenning of aanvaarding van de staat Israël of zijn grenzen.

Zevenhonderdvijftigduizend Palestijnse Arabieren slaan op de vlucht.Velen worden opgevangen in kampen in de buurlanden, waar ze generaties lang staatloze vluchte­lingen blijven. De Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog wordt door de Palestijnen dan ook el nabka, de catastrofe, genoemd.

De situatie voor de joden in Arabische landen is door het groeiend conflict onhoud­baar geworden en honderdduizenden vluchten naar Israël.

Suez-crisis

In 1956 sluit de Egyptische president Nassar, tegen de internatonale overeenkom­sten in, het Suezkanaal. Frankrijk en Groot-Brittannië brengen Israël op de hoogte van hun plan om Egypte aan te vallen. Israël, die zich bedreigd voelde door de Egyptische wapenuitbreiding met behulp van de SU, besluit mee te helpen. Terwijl Frankrijk en Groot-Brittannië vanuit de lucht aanvallen, leidt Israël de grondtroepen. Bij deze actie bezet Israël de Sinaï woestijn en de Gaza-strook, die ze in 1957, onder internationale druk, teruggeven aan Egypte.

 Zesdaagse oorlog (1967)

In mei 1967 kondigt Syrië aan dat Israël troepen formeert aan de Syrische en Egypti­sche grens (dit is overigens nooit bevestigd). De Egyptische president Nassar for­meert zijn troepen in de Sinaï en sluit de Golf van Akaba voor Israëlische schepen. Op 30 mei sluit koning Hoessein van Jordanië een aanvalsverdrag met de Egypti­sche president Nassar. Op 5 juni valt Israël als eerste aan en vernietigd de Egypti­sche luchttroepen, die zich nog aan de grond bevinden. Binnen enkele dagen verslaat Israël de Egyptische troepen en neemt de Sinaï-woestijn in beslag, verovert de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem op Jordanië en de Golan-hoogte op Syrië. De Palestijnen vluchten, vaak voor de tweede keer, of blijven onder de bezet­ting van de Israëli’s. Binnen enkele dagen heeft Israël haar grondgebied verdrievoudigd.

door israel veroverde gebieden 1967

 Er heerst een gevoel van onoverwinnelijkheid en ontembare vreugde. Israël heeft tegen alle verwachtingen in gewonnen van een tegenstander die in alle opzichten in het voor­deel was. Er is zelfs sprake van een religieuze opleving. Duizenden joden bidden en huilen van vreugde bij de Klaagmuur, die nu weer in hun bezit was. Aan de gevluchte Palestijnen wordt niet gedacht. Het trauma van de nazi-moord op 6 miljoen joden is lang een rechtvaardiging geweest voor het creëren van een veilige haven voor alle joden. Helaas betekent dit ook de ontkenning van het recht en zelfs het bestaan van de Palestijnen. Lange tijd heeft het schuldgevoel van het buitenland over de nazi-moord een rechtvaardiging gevormd voor hun steun aan Israël, en niet aan de Palestijnen

 Yom Kippoer- Grote Verzoeningsdagoorlog (okt 1973)

In 1973 plannen de Egyptische president Answar el-Sadat, die in 1970 Nassar opvolgde, en de Syrische president Hafiz al-Assad een verrassingsaanval op Israël. Ze worden hierbij gesteund door 6 andere Arabische staten. Op 6 oktober, voor de joden ‘Yom Kippoer’ (Grote Verzoeningsdag) de heiligste dag van het jaar, vallen de Egyptische en Syrische troepen Israël aan. Ondanks meerdere waarschuwingen van de Israëlische Veiligheidsdienst en een persoonlijke waarschuwing van de Jordaanse koning Hoessein aan Golda Meir, is Israël niet voorbereid op de aanval. De Syrische troepen trekken verder Galilea binnen, terwijl Egyptisch troepen de Sinaï binnentrekken. Het Israëlische leger steekt het Suezkanaal over om het Egyptische leger te omcirkelen. De Israëlische troepen dringen het Egyptische en Syrische leger terug tot dat ze zich ongeveer honderd kilometer van Caïro en 60 kilometer van Damascus bevinden. De Sovjet-Unie dreigt aan te vallen als Israël zich niet terug­trekt. De Verenigde Staten, verwikkeld in de Koude Oorlog met de Sovjet-Unie, rea­geert hierop door Israël te steunen. Er dreigt een atoomoorlog. Na een overeenkomst tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten komt er in mei 1974 een wapenstil­stand.

2e wapenstilstandsovereenkomst 1975

 Het Israëlische leger trekt zich terug uit de veroverde gebieden. Syrië en Egypte mogen slechts een klein aantal troepen behouden aan hun grenzen. De VN troepen worden tussen de vijanden gestationeerd.

Camp David Akkoord

Op maart 1979 wordt er tussen Israël en Egypte een vredesakkoord ondertekend in Camp David door de Egyptische president Sadat en de Israëlische minister-president Begin, na bemiddeling van de president van de VS Jimmy Carter en zijn adviseur Henry Kissinger.

camp david akkoord

Israël krijgt volledige erkenning door Egypte. Egypte krijgt van Israël de Sinaï terug, dat het in de Zesdaagse Oorlog op Egypte hadden veroverd. Zij mo­gen daar maar een klein aantal troepen stationeren. Ook krijgt Egypte van Israël de verzekering voor het creëren van een zelfbesturende autoriteit voor de Palestijnen in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever. De meeste Arabische landen erkennen het verdrag niet. Ze zijn tegen de doorgaande bezetting door Israël en wei­geren Israël te erkennen. Ondanks de afkeuring van de VS blijft Israël doorgaan nederzettingen te stichten in de Bezette Gebieden.
In oktober 1981 wordt de Egyptische president Sadat vermoord. Zijn opvolger, Hosni Mubarak, houdt de vrede met Israël in stand. In april 1982. Tegelijkertijd echter annexeert Israël de Golan-hoogte en geeft Israël het laatste stuk van de Sinaï terug aan Egypte en verklaren Jeruzalem tot de eeuwige hoofdstad van Israël.

Palestijns - Israëlisch conflict

Palestijnse Bevrijdingsorganisatie - PLO (Palistine Liberation Organization)

In 1964 wordt de PLO opgericht, in de eerste instantie als inter-Arabisch politiek instrument. In 1967 krijgt de PLO een meer internationale rol. De Arabische regimes hadden gefaald Israël te verslaan in de Zesdaagse oorlog, waardoor de steun voor Palestijnse guerrillaorganisaties toenam. De PLO, onder leiding van Yassar Arafat, ontketent een terreur-oorlog tegen Israël. De gewapende bevrijdingsstrijd van de PLO zou moeten uitmonden in ‘de vervanging van een exclusief joodse staat door een democratische niet-sektarische staat Palestina waarin joden en Palestijnen over gelijke rechten zouden beschikken.’
De eerste basis van de PLO is in Jordanië. Koning Hoessein verbant de PLO uit Jor­danië (1970), na botsingen met de Jordaanse regering.
De PLO zetelde zich nu in Libanon, waar de PLO dankzij de burgeroorlog tussen de moslims en de christenen en het afnemende gezag van de Libanese regering prak­tisch ‘een staat in de staat’ kon oprichten. In 1972 vermoorden de Palestijnse extre­misten van Zwarte September elf Israëlische sportlieden tijdens de Olympische Spelen in München. Naar aanleiding van de aanhoudende terreur tegen Israël plan­nen de Israëlische minister-president Menachim Begin en de minister van defensie Ariel Sharon, een held uit de Yom Kippoeroorlog, in 1982 een invasie om de PLO uit Libanon te verdrijven. Israël hoopt een nieuwe president aan de macht te helpen die bereidt was een vredesverdrag met Israël te tekenen. Op 6 juni 1982 volgt de invasie in Libanon, waarbij het Israëlische leger de PLO en de Syrische troepen verslaat. Israël en zijn (christelijk) Libanese bondgenoten omcirkelen West-Beiroet en de PLO en de Syrische troepen moeten de stad verlaten.

Israël doet niets als de christelijke Libanezen meer dan 1000 Palestijnen in vluchtelingenkampen in Chatila en Sabra vermoorden. Rond juni 1985 trekken de Israëlische troepen zich terug, behalve in het zuiden van Libanon, wat ze als bufferzone bezetten. Libanon blijft achter in chaos.

buitenl troepen libanon 1992

De PLO vestigt zijn hoofdkantoor vervolgens in Tunis. De tactieken van de PLO veranderen. Tot die tijd hadden ze voornamelijk aanvallen op Israëlische en joodse doelen in Israël en in het buitenland uitgevoerd, waarbij ze aanslagen plegen op o.a. vliegtuigen, hotels en scholen. Ze doen dit om publiciteit te krijgen. Aan het eind van de jaren ‘80 verplaatst de strijd zich naar de Bezette Gebieden, en richten ze hun strijd tegen de bezetters in eigen land.[12]

 Intifada

Op 8 december 1987 begint de Palestijnse volksopstand; de Intifada. De aanleiding hiervan is de toenemende werkeloosheid onder de Palestijnen. De achterliggende oorzaak is de 20 jaar durende bezetting door Israël van de Palestijnse Gebieden. De Palestijnen uiten hun onvrede op verschillende manieren. Ze boycotten Israëlische goederen, vallen Israëlische burgers en kolonisten aan, houden protestdemonstraties en gooien stenen naar de Israëlische soldaten. Israël reageert rigoureus met het inzetten van het leger, ondanks protest van vele Israëlische burgers. Voordat Israël veranderingen wil doorvoeren in de Bezette Gebieden wilden ze eerst de opstand onderdrukken. Na 1989 is het Israël gelukt het merendeel aan onlusten te onder­drukken, maar ze zijn niet in staat geweest al het geweld uit te roeien.

Terrorisme

In de jaren ‘80 wordt de aanhang onder de Palestijnen in de islamitische bewegingen steeds groter. Deze islamitische bewegingen komen voort uit het Egyptische Moslimse Broederschap, en proberen in de eerste instantie een sociaal-economisch net­werk op te bouwen en de Palestijnse samenleving te ‘re-islamiseren’. Israël steunt de organisatie in het begin financieel en politiek om als mogelijke tegenhanger van de nationalistische PLO te dienen.
In 1988 wordt het roer door van de islamitische bewegingen omgegooid en begint de Islamitische verzetsbeweging Hamas, opgericht door sjeik Achmed Yassin in 1988, een gewapende strijd tegen Israël. Deze ‘Jihad’ (heilige oorlog) leidt in 1994 tot een nieuw soort terreur waarbij jonge Palestijnen zichzelf ombinden met explosieven, en deze laten opblazen op een plek waar veel Israëli’s zich bevinden, zoals een volle bus om 8 uur ‘s ochtends of de markt in Jeruzalem. Voorjaar 1996 volgt er een nieuwe reeks aanslagen waarbij binnen 8 dagen 4 bussen vol passagiers worden opgeblazen.
De Hamas wil geen vrede met Israël: ´Hamas is tegen elke verzoening met Israël en verwerpt derhalve het vredesproces. De redenering van de Hamas luidt dat het hele vroegere gebied van Palestina alleen voor de Palestijnen bestemd moet zijn en dat Israël in de laatste instantie de zee in moet gedreven worden´.