We hebben 177 gasten online

Hoofdstuk 3: De sociale toestanden in de aardewerkindustrie in de 19e eeuw in Maastricht

Gepost in Maastricht

Sphinx aardewerkfabriek

Petrus Regout.

Petrus Regout werd geboren op 23 maart 1801 te Maastricht. Zijn ouders dreven een aardewerkhandel te Maastricht. Dat deed de familie Regout al vanaf de tweede helft der 17e eeuw.

De aardewerk- en glashandel floreerden zeer goed, want deze handel legde de bron slag va het familiefortuin. Na het overlijden van Regouts vader zette zijn moeder de zaken voort en met succes. Op 14-jarige leeftijd werd Petrus Regout van school genomen om zijn moeder in de zaak te helpen. Op 18-jarige leeftijd besloot Petrus Regout zich voornamelijk op de import toe te leggen. Door zijn werkzaamheden kwam hij al spoedig in België.

In België werd Petrus Regout gaandeweg tot ondernemer gevormd en tijdens zijn veelvuldige bezoeken aan fabrieken deed hij de nodige kennis omtrent de techniek van glas- en aardewerkfabricage op en leerde hij ook de mogelijkheden van het grootbedrijf kennen.

Op 17 juni 1825 huwde hij met Taria Aldegonde Hoeberechts. In 1827 verhuisde P. Regout met zijn gezin naar de Boschstraat waar zijn industriële carriëre begon. In dat huis vestigde Petrus Regout zijn handslijperij, waarin het uit België betrokken ruwe glas en kristal werden bewerkt.

Tot de Belgische opstand floreerde de handelszaak voorspoedig. In 1830 hij het begin der Belgische opstand trad een zeer moeilijke periode aan. De Regouts, evenals een grote meerderheid der Maastrichtenaren, werden door Generaal Dibbets, die bevelvoerder van het garnizoen was, ervan verdacht dat zij de Belgische regering goedgunstig gezind waren en het zelfs als wettig gezag wilden erkennen.

In hoeverre veel Maastrichtenaren dit vonden is voor ons nu niet relevant. Feit is dat men zich schikte in de staat van beleg, in zoverre men hiermee niet in strijd kwam met de zakelijke belangen die men voorstond. Kwam men moeilijk te zitten dan kon men altijd een beroep doen op Dibbets en deze gaf altijd zijn medewerking. Vooral voor Regout was dit een uitkomst. Beide partijen hadden hierbij trouwens belang: zonder Dibbets' medewerking stond Regout volkomen machteloos terwijl Dibbets er alles aan gelegen was om door vergroting van de werkgelegenheid de orde en rust binnen de vesting te bewaren.

In 1834 werden de omstandigheden gunstiger, Regout stond ook voor een moeilijke keuze: afwachten wat Maastrichts toekomstig lot zou zijn, of tot daden overgaan, erop speculerend, dat Maastricht in tegenstelling tot de opstandige gebieden, Nederlands zou blijven, waardoor hij de afzetmarkten van voor 1830 zou kunnen veroveren. Hij besloot tot het laatste. Hieruit blijkt dat hij niet een man was die niets durfde te wagen. Meerdere malen in zijn leven stond hij voor de opgave alles of niets. Hij waagde steeds en won daarbij veel.

Het jaar 1934 is zo'n beetje het beginjaar van Regouts industriele opkomst. In dat jaar associeerde hij zich met zijn broer Thomas en zijn zwager J. G. Lamriex, met wie hij een spijkerfabriek begon. In datzelfde jaar schafte hij een stoommachine aan en breidde hij zijn glasslijperij, die sinds 1830 tot bijna algeheel verval gekomen was uit: het manufactuurtje werd een fabriekmatig grootbedrijf.

In 1836 ging hij over tot de oprichting van een aardewerkfabriek. Het is deze aardewerkfabriek die we nader zullen gaan bekijken met betrekking tot de sociale arbeidstoestanden van de arbeiders die er hun werk vonden.

Toen 2 jaar later de Belgische glasfabrikanten hem de levering van ongeslepen glas en kristal weigerden, met de bedoeling om Regouts slijperij de grond in te boren, ging Regout over tot de oprichting van een eigen glas- en kristalblazerij. Het oprichten van deze glasblazerij betekende niet het einde van Regouts scheppende activiteit. In 1842 richtte hij een geweerfabriek op, in 1846 verwierf hij de concessie voor een gasfabriek, die in 1847 in werking werd gesteld.

De crisesjaren 1848-1849 brachten Regout in grote moeilijkheden.Tot zijn geluk zette de nieuwe hausse-periode spoedig in. De enorme speculatieve voorraden, die hij tijdens de baisse had aangelegd werden vlot en tegen hoge prijzen afgezet. De reusachtige winsten die hij toen behaalde maakten hem in enkele maanden tijd tot een zeer gefortuneerd persoon.

In 1850 was hij een der mede-oprichters van de papierfabriek van " Lhoest, Weustenraad en Cie '',maar hij trok zich hieruit terug voordat de fabriek in werking trad. Petrus Regout was van 13 februari 1884 tot in de loop van 1852 lid van de kamer van koophandel voor Maastricht.

Tevens was hij van 1851 tot 1853 lid ven de Maastrichtse gemeenteraad. Het geschil in zake een verleende gasconcessie was voor hem de aanleiding zich uit de gemeenteraad terug te trekken. Sinds dit geschil heeft Petrus Regout altijd in conflict gelegen met het Maastrichtse gemeentebestuur. Vooral Burgemeester Pijls heeft vaak op alle mogelijke manieren geprobeerd om Regout in de wielen te rijden. Deze twee mannen Pijls en Begout zijn voor de ontwikkeling van Maastricht in de 19e eeuw van groot belang geweest. Hun voortdurende strijd beheerste het maatschappelijke en industriële leven in Maastricht.

Regout had ook zitting in de Eerste Kamer vanaf 11 januari 1849 tot 1859. Verder was Regout ook een van de initiatiefnemers bij de oprichting van de Vereniging van en voor Nederlandse Industriëlen in 1861, waarvan hij tot eind 1865 president was.

In september 1870 associeerde Regout, die tot dan toe het bestuur over de onderneming had uitgeoefend, zich met zijn nog in zaken zijnde zoons en werd de oude eenmanszaak omgezet in een vennootschap onder firma. Hen werd toen een aandeel in de winst toegekend en hij afwezigheid van Petrus Regout zouden de handtekeningen van twee zoons die van de vader kunnen vervangen.

Nadien trok Petrus zich geleidelijk uit de zaken terug, omdat zijn gezondheid te wensen overliet. In 1875 vestigde hij zich op het landgoed Vaeshartelt waar hij en zijn vrouw nog hun gouden bruiloft vierden. Kort nadien benoemde hij zijn vrouw tot zijn bijzondere en algemeen gemachtigde. Bijna 77 jaar oud overleed Petrus Regout te Vaeshartelt -Meerssen op 18 februari 1878.

Zie voor Hoofdstuk 4 : de sociale arbeidstoestanden in de aardewerkindustrie te Maastricht tijdens de 19e eeuw

 Hoofdstuk 4: De sociale toestanden in de aardewerkindustrie in de 19e eeuw in Maastricht