We hebben 198 gasten online

Hoofdstuk 6: De sociale toestanden in de aardewerkindustrie in de 19e eeuw in Maastricht

Gepost in Maastricht

Sphinx aardewerkfabriek

Conclusies

In deze conclusie kom ik tot een afronding van mijn studie. Ik heb onderzocht of het waar was dat met de opkomst van de groot-industrie in Maastricht ook de sociale wantoestanden ontstonden waar zoveel over geschreven is.

Mijn allereerste conclusie kan zijn dat de sociale wantoestanden, die in Maastricht tot 1870 duurden, niet door de grootindustrie zijn veroorzaakt. Daarbij heb ik er al op gewezen, dat lange tijd voordat de groot-industrie opkwam, de sociale toestanden al erbarmelijk waren.

Voordat er ook maar sprake was van een grootindustrie waren de woontoestanden erbarmelijk. Een groot gedeelte van de bevolking ontving bedeling en leed armoede. Maastricht was bijna geheel afhankelijk van het in deze stad gelegerde garnizoen.

De Belgische opstand betekende een grote slag voor de nijverheid in Maastricht. Petrus Regout is voor de ontwikkeling van de stad Maastricht en haar bevolking van onmiskenbaar belang geweest. Hij heeft een stuk werkgelegenheid geschapen waardoor de bevolking van Maastricht kon opstijgen uit de poel van armoede en ellende.

Ik heb aangetoond dat Petrus Regout geen man was die het enkel en alleen eraan gelegen was door middel van het geven van arbeid zichzelf te verrijken. Het is hem erom te doen geweest om door middel ven een stuk werkgelegenheid de bevolking uit het pauperisme te halen. Zijn leven lang was hij bezorgd en begaan met zijn medewerkers.Hij deed alles wat in zijn vermogen lag om de woon-en werksituatie te verbeteren. Dat hij hierbij niet op aller medewerking kon rekenen is duidelijk. Vooral het college van B.enW. in de persoon van de heer Bijls was er soms alles aan gelegen om P.Regout tegen te werken. Uit dit gegeven blijkt al dat P.Regout vaak tegen de bierkaai moest vechten. Des te meer bewondering voor hem, dat hij het klaarspeelde om toch daadwerkelijke verbeteringen in te voeren.

Door de ligging van Maastricht t.o.v. de rest van Nederland kan men Maastricht eigenlijk niet gaan vergelijken met de rest ven Nederland. Ik heb er al op gewezen, dat er geen gedeelte van Nederland was, dat zo heeft geleden onder de Belgische kwestie. Uit deze slechte tijd is Maastricht omhooggerezen als een welvarende stad. Maastricht lag te ver weg van Noordelijk Nederland. Het was dan ook daarom, dat Maastricht zich eerder betrokken voelde bij België dan bij Nederlend.

Als we Maastricht gaan vergelijken met België dan blijkt dat Maastricht duidelijk naar voren komt als een plaats waar de leef- en arbeidstoestanden in de groot-industrie beter waren dan in België. Ik heb mij echter beperkt tot een vergelijking met de rest van Nederland, omdat het met Nederland een staatkundige eenheid vormt.

De opkomst van de vakbeweging heb ik onbesproken gelaten, maar ook hierbij komt naar voren dat er in Maastricht eerst veel later sprake was van georganiseerde arbeidsverenigingen dan in de rest van Nederland.

Tot slot kan ik concluderen dat P.Regout grote verdiensten heeft gehad voor de stad en haar bevolking. Hij was geenszins een uitzuiger, maar een pionier .

Vele jaren na zijn heengaan heeft P.Regout ook de waardering gehad waar hij recht op had. Met gelden bijeengebracht door de arbeiders van de aardewerkfabriek heeft men een standheeld opgericht, dat geplaatst is voor de fabrieksingang aan de Boschstraat Maastricht blijft hem dank verschuldigd.

Utrecht,

Jo Swaen

Geraadpleegde Literatuur.

Paardekracht en mensenmacht (sociaal-economische geschiedenis van Nederland. 1795-1940) van Dr.I.J.Brugmans.

De arbeidende klasse in Nederland in de 19e eeuw 1813-1870. Prof . Dr.I . J.Brugmans.

Een groeiende gedachte van A.J.C. de Vrankrijker.Petrus Regout 1801-1878 van Dr.A.J.Fr.Maenen.