We hebben 344 gasten online

Hoofdstuk 2: De sociale toestanden in de aardewerkindustrie in de 19e eeuw te Maastricht

Gepost in Maastricht

Sphinx aardewerkfabriek

De sociaal-economische ontwikkeling van Maastricht.

De sociaal-economische ontwikkeling van Maastricht loopt ten dele parallel en ten dele niet parallel met de rest van Nederland. Dit is een duidelijke zaak omdat bepaalde problemen voor Maastricht op handelsgebied anders lagen dan in de rest van Nederland.

Maastricht was sinds de 16e eeuw, toen de op export gerichte nijverheid, lakenweverij en leerlooierij tot ernstig verval was geraakt, volledig aangewezen op de vraag naar goederen en diensten ten behoeve van garnizoen en vesting. Maastrichts welvaart werd hier primair door bepaald.Tevens steunde die welvaart op de doorvoerhandel, met Holland als de ene en Luiker-land als de andere partner. Maastricht had ook nog een verzorgende functie ten opzichte van het platteland, gelegen aan weerszijden van de Maas.

Maastricht was vooreerst en vooral een garnizoensstad. Maastrichts garnizoen en vesting waren bepalend voor de welvaart van de stad en haar inwoners: onderhoud en uitbouw van vestingwerken gaven werk aan o.m. steenbakkers, steenhouwers en metselaars, het garnizoen aan brouwers en branders, looiers, kleermakers en vele andere ambachtslieden en nijveren.

Tijdens de 17e en 18e eeuw lag er in Maastricht een groot garnizoen, meestal zeker 6000 man sterk, welk aantal in tijden van oorlog nog toenam. Een totale stedelijke bevolking,die voor één kwart uit soldaten bestond was geen vreemd verschijnsel.

Toen na de Franse bezetting de Zuidelijke Nederlanden werden verenigd met de Noordelijke Nederlanden, was dit voor de Zuidelijke Nederlanden een zware slag. Zij kon de Engelse concurrentie niet aan en het Noorden was op vrijhandel ingesteld.Maastricht leefde na 1815 weer hoofdzakelijk van garnizoen en vesting.

Van de handel bleef niet veel meer over. In het Luiker-land tierde de armoede en Aken lag verscholen achter een protectionistische barriëre.De nijverheid, die er in Maastricht nog was, ging ten gronde mede ten gevolge van de hoge Pruisische invoerrechten. Deze nijverheid bestond onder andere uit cichoreibedrijven,grutterij en jeneverstokerijen en de daarmee samenhangende koperslagerijen en smederijen, de leerlooierijen en hun runmolens,de meekrapstoven,touwslagerijen,zevenmakerijen en de zeep- en zoutziedrijen.

Maastricht werd nu helemaal afhankelijk, voor zijn welvaart, van dat garnizoen.Toen dit garnizoen dan ook geleidelijk verminderd werd tot circa 2300 man, in 1830, had dit voor de stad desastreuze gevolgen.

Door het uitbreken van de Belgische opstand in 1830 verergerde de situatie. De periode die hiermee inzette en werd afgesloten met het afscheidingsverdrag van 1839 , is een van de moeilijkste uit Maastrichts sociaal en economisch verleden geweest.

Het bedrijfsleven en de handel gingen grotendeels teniet en de armoede nam ontstellende vormen aan. Nochtans waren deze jaren beslissend voor de verdere ontwikkeling van Maastricht; met veel van het oude werd voor eens en voor al afgerekend, terwijl de grondslagen van een nieuw, industrieel Maastricht werden gelegd.

Doordat tussen 1830 en 1839 geen invoer uit België in Maastricht mogelijk was, door het K.B. van 20 november 1830, was het niet mogelijk om grondstoffen uit België te betrekken. Maar gelukkig voor Maastricht werd in 1834 aan Maastricht toegestaan om grondstoffen en halffabrikaten uit België in te voeren, mits zij aldaar verwerkt of bewerkt werden. Dit nu is het beslissende moment in Maastrichts industrialisatie geweest. Doordat immers gerede Belgische produkten niet mochten worden ingevoerd, zochten de handelaren naar een alternatief. Uiteindelijk kozen er een aantal voor zelffabricage van die produkten, die men eerst zelf verhandelde. De grond hiervan was om hun handelszaak nieuw leven in te blazen en niet op de eerste plaats om economische en sociale motieven. Een man die dit ook ging doen was Petrus Regout (1801-1878) die voor de industriële ontwikkeling van Maastricht van onschatbare waarde zou zijn..

Zie voor Hoofdstuk 3: Petrus Regout Hoofdstuk 3: De sociale toestanden in de aardewerkindustrie in de 19e eeuw in Maastricht