We hebben 218 gasten online

Deel 2 Illegale blad de Patriot te Maastricht tijdens de Duitse bezetting

Gepost in Maastricht

de patriot

LIMBURGER KOERIER - NEERLANDIAPERS

Natuurlijk verwachten de redacteuren van de Limburger Koerier dat na 'den oorlog 'd.w.z. na de nederlaag van Duitschland, het grootste provinciale dagblad gewoon blijft verschijnen.

Natuurlijk verwachten de heeren commissarissen van de Neerlandia pers ,dat na de overwinning van Engeland en Amerika,' de rotatiepersen lustig blijven doordraaien, alsof er geen verleden geweest is.

Natuurlijk verwachten wij zulks niet! !!Utrecht zal Maastricht niet in haar valstrikken lokken, ook niet als men bereid is Huga van den Broeck aan den dijk te zetten, op te offeren of met hem af te rekenen ; ook niet als de andere redacteurennetjes op stal worden' gezet.Het verraad dat de Limburger Koerier gepleegd heeft met haar ,valsche voorlichting, haar beleedigende : artikelen, haar heilsuiteenzettingen over de nieuwe orde, haar propagandistisch geleuter over` ras, bloed en bodem, haar lofzangen op den waanzinnigen Hitler en zijn niet min' der krankzinnige medewerkers Goering, Goebbels en Himmler alsmede op den meest onbenulligen herkauwer Toon Mussert enz., kunnen en mogen we niet vergeten.

Deze Germania-pers pleegde doelbewust een aanslag op ons Limburg dat Katholiek en NederIandsch is, voerde een ondermijnende actie t.o.v. onze heilige beginselen en geestelijke waarden en brak onze rechten af, vaak op een geslepen en huichelachtige manier, waarbij men zich niet ontzag om zelfs namen van HoogwaardigheidsbekIeders uit te spéIen.De Limburger Koerier moet verdwijnen en mag onder geen enkele gewijzigde gedaante terugkeeren.

Hoeveel geslepenheid de heeren commissarissen straks ook aan den dag willen Ieggen, de NeerIándia pers heeft voor ons afgedaan en wij waarschuwen hen voor de gevolgen van bedrog.

Wij, Katholieke lezers van Limburg,' weten nu o.a. wel 'dat de -commissarissen met buitengewone schedels rondloopen en dat hun hersenen een zeldzaam samenstel vormen van lobben en windingen; bestaande uit de voorhoofds-lob salaris, de kruin lobtantieme en de achterhoofds-Iob dividend; terwijl de SyIvische groeve in de localisatie der hersenfuncties dienst doet als telegram-opsteller voor de mindere goden aangaande hun werkvermeerdering en salarisvermindering en dit alles over de ruggen van de vele trouwe lezers en de vele lieve lezeressen en natuurlijk niet te vergeten de zwaar betalende adverteerders.:Neen, Mijne Heren,geld stinkt niet.Geld is een gewillig verktuig voor wie er behoorlijk mee spelen kan.

Geld Loopt vriendschap op en geld koopt vijanclscilap af en nogmaals:geld dekt verraad.Laat het U vandaag kort en kachtig gezegd zijnNa den oorlog geen Neerlandia-pers meer in ons gewest.Na den oorlog geen Limburgse Koerier meer in onze steden en dorpen.

WIE IS HUGO VAN DEN BROECK?

De hoofdredacteur van het provinciale dagblad de Limburger Koerier beter bekend onder den naam den LeugenaarDe onlangs bekroonde journalistieke Hoofdartikelenschrijver.

De beste N.S.B.propagandist van heel Zuid- en Noord-Limburg erbij. De man met de kronkelhersens die de kunst verstaat om alle kronkelpaden te bewandelen en te beschrijven.

De paus der journalisten die aan zijn collega’s en aan zijn lezers de beste, de juiste en de onfeilbare voorlichting geeft. Het wonder der dagbladhelderziendheid, de toekomstprofeet, de historische en oudheidkundige ontleder bij uitnemendheid, het genie der geraffineerde hedendaagse berichtgeving en de knappe samensteller van tegenspraken tegen tegenspraken.

De wijsheid in persoon met een onwankelbaar vertrouwen in den „Grootsten krankzinnige aller eeuwen" en met een ontwijfelbaar vertrouwen in den „Grootsten aap" die ooit op Nederlandsche bodem heeft rondgehuppeld en nog korten tijd de gelegenheid waarneemt om zijn snuggere aapachtigheid te bewijzen.

Al zou een volk nog zoo godsdienstig zijn, het godsdienstigste ter wereld; al zou dit volk zich geregeld oen den predikstoel scharen en naar de schoonste preeken luisteren; leest dat volk slechte boeken en dagbladen, na dertig jaar zou het een volk van goddeloozen en oproerlingen zijn geworden.Menschelijkerwijze gesproken is er geen prediking die het uithoudt tegen de slechte pers.Kardinaal Pio, Bisschop van Poitters.

 

PROLETARIER-JOURNALISTIEK IN DE LIMBURGER KOERIER.

TOEN Hugó van 'den Broeck het eerste nummer van ' „DePatriot" gelezen had,ginghij met een indigestie naar bed, leed aan spookdroomerij en stond des morgens op met felle migraine in zijn Hoofdredacteurskop.

Natuurlijk was het beneden zijn verdraagzame waardigheid en' waardige verdraagzaamheid om den schrijver van antwoord te dienen: Immers deze bewees zooveel onwil!? en kortzichtigheid!? dat de hoofdredacteurlijke pen het beneden haar verraderlijke hooghartigheid achtte om zich aan tegenspraak te bezondigen. Je bent een bekroonde schrijvende Paaschos of je bent het niet.

De migraine die ontstond uit toorn en verbolgenheid, belette hem echter niet om zijn hart en zijn gal eens uit te storten aan zijn ondergeschikte, zijn bekwame leerling: MAASFRANK!

De 'afspraak was spoedig gemaakt en het pseudoniem gauw gevonden

Het tweeslachtig wezen dat MAASFRANK heet toog aán den arbeid en zijn profetische geest spuide kolommen vol enormiteiten, getuigende van zijn schuimende opgeblazenheid, betweterigheid, gebrek aan eerlijkheid en karakter.

Hij leverde schuinschrijverij van de ergste soort niet in pornografischer zin, maar schuinschrijverij door Ieugen en bedrog, verdraaiïng der feiten en gegevens, doelbewuste valsche yoorIichting, Mussert, bijgenaamd „Toon uit den Hooiberg", was jaIoersch en erkende ten overstaan van tante Alida, dat hij in MAASFRANK zijn meerdere gevonden had.

En dat wil wat zeggen! Het heeft natuurlijk geen zin om de artikelen van MAASFRANK te gaan ontleden.

Wij signaleeren slechts den leerling en geestelijken herkauwer in het dagblad de Limburger Koerier.

„Liever zou ik dit stuk (het gouden paus kruis) te gelde maken, dan dat de Roomsche Pers een kwijnend bestaan zou moeten lijden."

Z. H. Paus Pius X

 

We gunnen het ventje zijn pret tot aan de invasieI .

Laat FRAASMANK niet denken dat wij zijn naam en adres niet kennen! Om bijzondere redenen houdt ..De Patriot" deze gegevens voorlopig 'geheim!"Wat straks gebeurt zal'hij zelf wel ondervinden!

Tot zoolang FRAASMANK!N.B. Hugo zal je binnenkort voordragen voor de blikken medaille dor herkauwers.

HET KAN VERKEEREN...

Met onverdroten, ijver speurt Hugo van den Broeck in de oude jaargangen van de Limburger Koerier om citaten uit artikelen van hem zelf aan te halen om hieruit bewijskracht te putten voor, de juiste geesteshouding, welke hij meent te moeten, aannemen en verdedigen bij zijn Iezers.

Voor eenmaal wiIIen wij zijn voorbeeld volgen.Wij hebben voor ons Iiggen de Limburger Koerier van 13 Jan. 1934.Hugo van den Broeck sprak toen voor Katholiek Geleen over Fascisme en Nationaal-Socialisme.Wij Iaten onze Iezers gaarne kennis nemen van deze zeer,, zeker belangwekkende, rede, die tevens aantoond hoe ver H. v.d. Broeck van zijn vroegere, ‘principes' en stellingen is afgedwaald! . ,

Hier volgt dan de volledige tekst van zijn rede: 'Maandag 15 Jan. ' 1934.Hugo. v.d. Broeck spreekt voor' Katholiek GeIeen over Fascisme en Nationaal-Socialisme.Na den ZeerEerw.

Pater Jacobs kwam de Heer H. v.d. Broeck, Iid der hoófdred. Limb. Koerier aan het woord:Onze houding ten opzichte van Nationaal-Socialisme en ,Facisme - zoo zeide spreker.- IS EN MOET ZIJN: PRINCIPIEEL AFWIJZENDI

Het is niet gemakkelijk den wijsgerig-staatsrechterlijken grondslag te ontdekken, waarop fascisme en nationaal-socialisme zich plaatsen. In Italië heeft Mussolini den ouden stelregel toegepast. dat men eerst een staatsgreep moet wagen, om daarna als de revolutie geslaagd is naar een rechtsgrond te zoeken.

In Duitsland hadden de theoretici van het nat.-soc. al heel wat tegenstrijdige boeken en brochuurtjes bij elkaar geschreven, alvorens Hitler langs parlementairen grondwettelijker; dus niet revolutionairen weg aan het bewind kwam: De omvorming van het staatsrecht - de eigenlijke revolutie - is in Duitsland in vollen gang.

Ook de regeering van Hitler moet nu daden stellen nog voordat hij theoretisch met zich zelf en zijn partijgenooten is klaargekomen.Fasc. en nat.-sóc. vormen als leerstuk nog iets 'onbegrïjpbaars. Het is nog een verward kluwen van tegenstrijdige leuzen en onuitgewerkte begrippen.

In de wetenschappelijke geschriften van gezaghebbende fasc. en nat.-soc. vindt men veel critiek op het liberalisme, het parlementaire stelsel, op het socialisme, het marxisme; het internationalisme. Daarnaast ontmoet men in de geschriften ' allerlei wenschen, allerlei programpunten met soms aantrekkelijke desiderata, maar wat bijna, steeds ontbreekt, dat is: de wijsgeerige grondslag, het beginsel waarop de nieuwe staatsleer moet worden opgebouwd, de rechtsvorm, die aan de daad moet voorafgaan, de hoogere gedachte die ook voor den machthebber in den Staat, principieel richtsnoer van beleid moet zijn.

DE TOTALE STAAT.

Bij scherp toezien ontdekt men toch een rooden draad die loopt door fase. en nat.-soc.; met name de antiek heidensche gedachte van den absoluten of totalen Staat. Volgens deze theorie heeft de Staat zijn doel in zich zelf. Zelf de hoogste macht, erkent hij geen ondergeschiktheid aan de goddelijke ordening. Vandaar dat geen levensgebied hem vreemd is; alles valt onder het bereik van zijn macht. Staat. en maatschappij zijn in dezen gedachtengang twee namen voor hetzelfde begrip.De Staat heet dan: de overeenkomstig de rede geordende maatschappij.

Hitler en Mussolini vatten den Staat op als een geheel, waarvan de individueeIé menschen de deelen zijn. En evenals het geheel er niet is om de deelen, doch de deelen er zijn om het geheel, .evenzoo` - Ieeren fase, en nat.-soc. - is de Staat er niet om de burgers, maar zijn de burgers er om den Staat, DEZE THEORIE IS DOOR EN DOOR VERWERPELIJK, ZIJ IS IN LIJNRECHTEN STRIJD MET DE CHRISTTELIJKE OPVATTING VAN MENSCH, STAAT EN MAATSCHAPPIJ!

De christelijke opvatting, die de rechten en plichten van den Staat erkent, doch die tevens eischt souvereiniteit in eigen kring voor het individu, voor het gezin voor de Kerk.SOUVEREINITEIT IN EIGEN KRING

De christelijke dat is onze opvatting, leert voor het individu dat het einddoel van den mensch niet ligt in zijn aardschstoffelijk bestaan, maar in de eeuwigheid.

Zij leert, dat niet den mensch er is om de Staat groot te maken, maar dat de Staat zelf zijn bestaansreden hierin 'vindt: 'den mensch te zijn tot één der vele, door God gewilde middelen waardoor de mensch gemakkelijker zijn hoogste einddoel het eeuwig geluk kan bereiken.

Onze christelijke opvatting leert, dat het gezin er logisch en historisch was vóór den Staat, dat het gezin is een maatschappijvorm met eigen natuurlijke rechten ,welke derhalve ook door den Staat geëerbiedigd mgeten worden, dat het gezin - en derhalve niet eerst de Staat — tot taak heeft de geestelijke opvoeding en de voorziening in de stoffelijke behoeften der kinderen te bewerken.

Onze christelijke opvattingen brengt den Staat op zijn eigen terrein door te leeren, dat de Staat tot taak heeft de menschelijke activiteit op stoffelijk gebied aan te vullen, met andere woorden, dat het de taak van de Staat is de veiIigheid der staatkundige gemeenschap naar buiten te verzekeren, de binnenlandsche orde te handhaven, het recht te waarborgen en datgene te doen, wat de individuen of de gezinnen afzonderIijk niet of althans niet voldoende tot stand kunnen brengen.

Onze 'christelijke opvatting leert tenslotte, dat de' Kerk, krachtens goddelijke opdracht erfroeping, tot taak heeft, vooral voor de menschen op geestelijk gebied te zijn, wat de Staat is voornamelijk op stoffelijk gebied. Zoo verstaan wij Katholieken, de souvereiniteit in eigen kring. Met deze toevoeging nog, dat de Staat hoewel zijn taak direct slechts doelt op het aardsche welzijn der mcnschen, hij toch niet mag nalaten rekening, te houden met het hoogste einddoel van, den mensch. Immers slechts dat aardsche welzijn zal waarlijk welzijn kunnen heeten, wat den mensch niet belet, veeleer helpt, om zijn einddoel te bereiken.

De plichten van den Staat zijn derhalve ondergeschikt aan het hoogste Ievensdoel van den mensch.

HET NEDERLANDSCHE FASCISME ,

Hiermede komt spreker met een vraag: „Zijn het fasc. en nat.-soc. in de Nederlandsche dus verwaterde -vormen, die wij hier te lande, er van kennen, evenzeer principieel te verwerpen?

Voorzoover zij het Staatsabsolutisme aanhangen, moet het antwoord op' deze vraag ZEER ZEKER: BEVESTIGEND LUIDEN.`

Doch ook die fasc en nat.-soc - groepen in ons kind waarvan sommige Ieiders beweren, dat zij geen aanhangers zijn van den totalen Staat; zijn DAAROM -' VOOR DEN ' KATHOLIEK NOG NIET AANVAARDBAAR.

Die bewegingen toch beweren dan wel dat zij hetverkeerde beginsel - het staatsabsolutisme- niet voor haar rekening nemen, doch zij verzuimden tot nu toe een goed Wijsgerig gefundeerd beginsel er voor in de plaats te stellen.

Neutraliteit is ook op staatkundig terrein een onding. Wij katholieken hebben de voorgewende neutraliteit van het politiek liberalisme hardnekkig en niet zonder succes bestreden. Wij zijn thans NIET bereid om een nationaal vergulde onzijdigheid als een soort politiek geloof boven geloofsverdeeldheidonder fase. en nat –soc. vlag te aanvaarden.

ZIJ MOETEN KLEUR BEKENNENI

Zij kunnen niet, volstaan met te beweren dat zij den totalen Staat verwerpen; zij moeten ook een duidelijk antwoor geven op deze vraag: Aanvaardt gij de christelijke opvatting van Mensch, Staat en Maatschappij?

Met den eenvoud die den gróoten Staatsman eigen' is,- heeft Mgr. Nolens z.g. herhaaldelijk gezegd, dat het diepste beginsel van elke poIïtieke handeling te vinden is in de eerste vraag van den Kathechismus : Waartoe zijn , wij op: aarde? ..

Het fasc. en nat.-soc zullen als politieke beweging zich ' over deze vraag moeten beraden In het antwoord, dat gegeven wordt, ligt nood zakelijk de diepte van een klove tusschen geloovigen en rationalisten, ook op politiek gebied. In het nog onbeantwoord laten van deze vraag ligt de grondfout van het fase. en nat.-soc. bewegingen in ons land.

Noch Jos Mineur, Hoei Baars, noch Gerretsen, noch Mussert, noch Graaf 'de Matchant et d'Ansembourg zijn er tot nu toe in geslaagd, deze struikelblok waarover elke Katholiek, 'die zich fase, of 'nat.-soc. noemt, politiek gesproken den nek moet breken, uit den weg te ruimen.

Want van tweeën één: óf het antwoord op de beslissende principieele vraag valt uit in christelijken zin en dan zijn het fasc. en nat.-soc. waarmede men schermt, slechts etiketten, die op, een verkeerde flesch werden geplakt, - óf het antwoord valt verkeerd uit en dan zal de katholiek tenslotte wet tot het inzicht moeten komen, dat hij het tafellaken tusschen het fasc. en nat soc eenerzijds en zich zelf anderzijds. moet doorsniijden; tot het besef, dit hij bij ons, mannen van de Staatspartij thuishoort, om met vereende krachten ook in' samenwerking met andere groepen te streven naar de vernieuwing, die Staat én Maatschappij ook in ons land behoeven.

HIEROVER MAG GEEN TWIJFEL BESTAAN, OOK IN HUN VERWATERDEN NEDERLANDSCHEN VORM IS HET NAT.-SOC. ;. VOOR ONS KATHOLIEKEN NIET TE AANVAARDENI

ONZE TAAKI

Is hiermede alles gezegd? Hebben wij Katholieken na dit afwijzend gebaar nog iets anders te doen?" vraagt spreker.Fasc. en nat.-soc. zijn slechts voor een deel -het kleinste — grauwe theorie; zij vormen in Europa ook in Nederland een stuk tastbare werkelijkheid, die haar fundamenten vindt in gemotiveerde critiek op het bestaande begrijpelijke verlangen naar vernieuwing van het staatkundige maatschappelijke leven.

Wij moeten oppassen, dat wij, strijdende tegen de valsche onchristelijke heidensche levensbeschouwing die aan den totalen Staat ten grondslag ligt, niet tegelijk de gemotiveerde critiek en het verlangen naar vernieuwing onderdrukken.

Waaraan hebben wij jongeren het te danken, dat het socialisme en communisme in het Katholiek Limburg geen vasten voet aan den grond konden krijgen?

Natuurlijk voor een belangrijk deel aan het feit, dat geestelijken en Ieeken' bij de opkomst van het socialisme met onverzwaktehardnekkigheid den strijd hebben aangebonden tegen de valsche levensbeschouwing, tegen het historisch materaIisme tegen het marxisme, tegen de leer van den klassenstrijd, tegen het collectionisme; dat den privaat-eigendom der productiemiddelen met afschaffing bedreigde.

Maar deze waarschuwingen zouden veel van haar practische uitwer king lang gemist hebben, indien de groote mannen, die ons zijn voorgegaan, niet tegelijk den strijd hadden aangebonden tegen het sociaal onrecht van dien tijd. Het zijn de mannen van de KathoIieke daad: Nolens,Poels, Ruys' de' Beerenbroeck en zooveel anderen: priesters en Ieeken die met succes een positieven strijd hebben gevoerd voor de godsdien stige-zedelijke en voor de materieele verheffing van de arbeiders en van den kleinen boerenstand.

Het zijn zij, die door hun vele vooruitziende daden het socialisme reeds vernietigd hadden en verslagen nog vóór het, na de industrialisatie van Limburg, de levensvreugde der arbeiders ernstig kon bedreigen..

PRINCIPIEELE BESTRIJDING VAN HET NAT.-SOC. EN FASC. ZIJN NOODIGI

Doch deze bestrijding zal alleen dan in de toekomst rijke vruchten afwerpen, wanneer zij gepaard gaat met een werk van, opbouw met de vernieuwing van ons staatkundig economisch en sociaal leven.Spreker besloot met een opwekking tot het bewaren van de eenheid onder de Katholieken, welke eenheid z.i: den beste waarborg biedt voor de verwezenlijking van den corporatieven christelijken rechtstaat in ons vaderland.

Zóó sprak Hugo van den Broeck in 1934 over het Nationaal-SociaIisme

En zóó spreekt Hugo van den Broeck NU:WAT IS NATIONAAL-SOCIALISME?

Nat.-Soc. is dan ook niets anders dan gezonde gemeenschapszin, die wortelt in Godsvertrouwen, in eerbied voor den arbeid, in Iiefde voor Volk en Vaderland.

Zoo bedoelt ook Mussert het, wanneer hij spreekt over den inhoud der nat.-soc. gedachte.

Wat zegt U daarvan? Is dat die PRINCIPIEELE bestrijding die hij in 1934 verkondigde? Is dat het antwoord op de eerste vraag uit de Katechismus? Geen wonder dat Hugo ons het antwoord schuldig bIijft!

Commentaar is hier verder overbodig.Voor zulke huichelaars en verraders hebben wij sIechts de diepste minachting en weerzin over!

.,Er hapert iets aan de redactiestoelen; die de waarheid niet dienen maar de leugen; die niet weten, dat journalist zijn is: apostel zijn;die niet weten, dat het volk dient onderwezen en geleid te worden, niet bedrogen en gevleid:die niet veten, dat men eerlijk moetvoorlichten op sociaal, politiek en godsdienstig gebied: die niet weten, dat niet iedereen de roeping ontvangt van een waarachtig journalist die is: eerlijk en oprecht, zelf onderwezen en belezen en die de beschikking heeft over: een paar heldere ooggen, een klaar verstand, een juist oordeel en een vaardige pen." Uit een artikel van den schrijver in 1929 gepubliceerd

Zie voor deel 3: Deel 3 Illegale blad De Patriot te Maastricht tijdens de Duitse bezetting