We hebben 370 gasten online

Deel 4 illegale blad De Patriot te Maastricht tijdens de Duitse bezetting

Gepost in Maastricht

 DIT ZIJN ONZE LEIDERS NIET

de patriot

Neen, dit zijn' onze leiders niet.

De Heeren burgemeesters die meer waarde hechten aan hun ambtsketen, dan aan hun eer en eed van trouw op de Grondwet; die trachten hun gemeentenaren als oogendienaren een rad voor de oogen te draaien en die heulen met vijanden en verraders.

Zij beweren, dat zij nu zooveel onheil van hun gemeente afwentelen, doch zij werken aan de verkrachting van ' onze ' rechten' en vrijheden.

Vóór het Gemeentehuis spelen zij den braven burgervader, achter het Gemeentehuis zweren ze trouw aan Oranje'.

Zij halen'slinksche streken, uit, die zij later handig trachten te camoufleeren.

Neen, Hoogedelachtbare en Edelachtbare herren:Er valt nu niets meer te rijmen en te, lijmen !Zij “distancieeren”zich van de Duitschers en de N.S.B.-ers...Zij passen de ,,Pruisische elastische tactiek" toe …

Zij „corrigeeren” de blunders van hoóger en lagerhand en droomen over „vergelding “ die zij niet ….maar die anderen wel op hun zullen toepassen.

De Heeren Commissarissen en Inspecteurs van Politie die nu heeten: Oppermajoors - Opperste Luitenants - enz. Met fier zelfbewustzijn dragen zij hun onderscheidingsteekenen: zilveren balken , - type : slungelaars, - slaven !gouden balken - type: klungelaars, slavendrijvers !

Er zijn wellicht ook nog distinctieven voor de volgende heldenfeiten: het opsporen en uitleveren van Joden en onderduikers; het gevangen nemen van arbeiders die:' zich aan' arbeids-inzet of deportatie:onttrekken het wegslepen van 'gijzelaars, verdachten(?), gevaarlijken(?) het overleveren' van parachutisten aan de Duitschers; het opsporen van radio-toestellen, enz.

Dat liet het bastaardras der Landwachters zich Ieent voor boeven- en schurkenstreken; dat weten wijl! Maar dat het oude politie-apparaat met zijn superieuren aan het hoofd zooveel onheil over vaderlanders en broeders van éen 'stam kan brengen, dat begrijpen wij niet en zullen wij nooit kunnen vergeten.

Meent niet dat gij Uwe geldbuidels straks aan den vlaggestok rood-wit-blauw kunt hangen. Met uw leidende functies is het uit!

Gij hebt Uw burgers niet kunnen beschermen. Gij waart ongeschikt om cie orde te bewaren, onbewaam om het gezag, te handhaven en gij hebt de rechtvaardigheid stuk geslagen..

Een derde niet minder fraaie categorie wordt gevormd, door de Heeren hoogere en lagere ambtenaren, die hun plicht verzaken, hun roeping ontrouw zijn en met hazenhart zorgen om zich niet in de vinders te snijden.

De Duische voogden zouden eens mopperen of buiken,..

De nieuwlichters-kijken ze naar de ooggen...

Rangverhoogirigen worden in allerlei bochten nagestreefd, geaccepteerd uit verradershand. De hoogere ambtenaren staan schuldiger dan de Iagere!

De Heeren waken wel angstvallig voor bun goede naam, heeten anti-Duitsch en anti -N.S.B., Iaten zoveel ,als het kan, hun lagere ambtenaren in den steek om noodgedwongen onderhandelingen te voeren met wat hoogere ambtenaren zelf noemen: onze vijanden en verraders.

Zij dekken hun ruggen en gaan vrijuit.Zij zijn kannen vol wijsheid, er kruiken vol vernuft..

Zij vergeten echter dat zij ondergeschikten prijsgeven voor den arbeidsinzet, zij vergeten dat zij de Z.-kaarten prachtig en bekwaam Iaten invullen en hun ambtenaren de Duitsche laan insturen.zij, de helden.

Zij voeren netjes uit en passen alles toe wat de Duitschers dicteeren en Iiefst zoo gauw mogelijk.Hoogere ambtenaren gij zijt onze leiders niet en zult het nooit zijn!

Tracht straks niet met handig gekonkel in de voorste rijen te staan, want wij trappen jullie eruit en zullen jullie gedrag behoorlijk aan de kaak stellen.

Lezers, opgepast voor de hier beschreven lafhartige typen die gij allen kent!

Wij waarschuwen U voor het venijn van hun vriendelijke woorden en hun huichelachtige raadgevingen.Pas op voor hun schijnheilig dienstbetoon.

Zij noemen zich eerlijk en trouw, doch het zijn lafaards van de ergste soort! .

DIT ZIJN ONZE LEIDERS NIET . ZEKER NIET VOOR DE TOEKOMST! VOOR NU EN DE TOEKOMST.'

De oorlog heeft veel leed,over ons gebracht en Europa bloedt uit vele wonden. De materieele vernietiging is groot en 'de sociale ontreddering nam nimmer zoo’ n omvang aan als thans

Vergeet men niet, dat om goed en vrucbtbaar"werk te leveren'— zelfs te schrijven..,over Goddelijke dingen - wij ons zelf moeten veradelïjken zoodat wij als het wareschrijven onder Inspiratie evenals de ' „Gewijde Schrijvers `; niet zoo, dat wij onze persoonitjl held en karakter verliezen, maar wel dat geheel ons werk er door bestempeld wordt.". Uit een artikel van den schrijver, gepubliceerd in 1928.

 

Wij allen kunnen dit getuigen met innige droefheid In het hart en met de brandende vraag op de Iippen: WAAROM?

Zij die de schuldvraag onderzoeken, trachten naar een eerlijk antwoord.Het is te hopen dat zij naast de algemene of de gemeenschappelijke schuldoorzaken, ook eens zoeken naar de individueele of de persoonIijke oorzaken.

Wie de wereld wil verbeteren, moet bij zich zelf beginnen. En wie bij zich zelf begint, arbeidt nu reeds aan de herrijzenis, aan de heropbouw van onze sociale toekomst.

Grondslag moet natuurlijk zijn en dit vormt tevens uitgangspunt: een rechtvaardige vrede! Een vrede van Christus, in en met Hem.' die door ons allen genoemd wordt.

Koning van den Vredel'Vrede in een rijk van liefde en rechtvaardigheid.Is op ons het woord van Sint Johannes van toepassing: „Ziet, hoe zij elkander liefhebben!"? Herlees eens de afscheidsrede van Jezus, uitgesproken in de zaal van het Laatste Avondmaal.

Zijn Liefde-rede is zoo Koninklijk schoon en vangt ons in den boeienden ban, Zijner God-menschelijke woorden; ten minste als wij van goeden wil zijn.

Hoe willen wij sociale orde en rechtvaardigheid opbouwen als wij onze evenaasten niet beminnen; onze' huisgenooten,' onze familieleden, onze vrienden, onze overheden en onze ondergeschikten. Hoe willen wij welvaart en welstand betrachten in een vredige gemeenschap als onze zielen bedorven zijn door haat en nijd, afgunst en jaloerschheid, eerzucht en ijdelheid?

Indien onze persoonlijkheid, ons karakter` verlaagd wordt door deze ondeugden; hoe willen wij dan in Godsnaam rechtvaardig oordeelen,spreken en handelen.

Zijn wij kinderen, van één God, leden van een Kerk, burgers van één Staat, dan legt ons dat drievoudige plichten op, zooals het ons drievoudige rechten verschaft.

Ons streven moet daarom op eenheid gericht wordenen op eensgezindheid. Alle verdeeldheid moeten wij bannen, allereerst de verdeeldheid die kiemt of kiemen kan in ons eigen hart en waarvan wij het verderfelijke zaad vaak zoo lichtzinnig uitwerpen.

De eenheid sluit ook het domme op de spits gedreven standsverschil uit, waardoor broeders tegen broeders opstaan: al geven wij graag toe, dat er leiders moeten zijn en geleiden, overheden en ondergeschikten, intelléctueelen en arbeiders.

De liefde en de rechtvaardigheid regelen; de onderlinge verhouding.Laten wij dit als een ideaal voor oogen houden.Idealen leeren!.

Op ons Katholieken en Christenen rust in dat opzicht een zware verantwoordelijke taak.Mogen wij met Gods genaden ons hierop bezinnen en nu beginnen met de juiste geesteshouding aan te nemen, zoodát wij worden in waren en vollen zin des woords

DIenaars van Godl :...

Dienaars van de Kerk!

Dienaars van den Staat!

MOED!

Moed wordt er van ons allen gevraagd oin sterk te blijven staan tot op liet laatste oogenblik!

Moed: om een offer te kunnen brengen en het geloof niet te verliezen in ons recht.Moed : om het vijandelijk juk nog , een korte 'wille te dragen.

Moed: om bestand te blijven tegen de ophitsende berichtgeving. Moed, om ons niet te !aten misleiden door onvermijdelijke oorIogshandelingen.

Moed: om net door valsche inspuitingen", aan onze bondgenooten ook maar één oogenblik te twijfelen.

Moed om, nu de invasie begonnen is ons zelf te beheerschen en geen overijlde dingen te doen ,die tot onnoodig bloedvergieten leiden. Weet dat het tot de tactiek van der vijand behoort om onze bondgénooten voor te stellen als luchtpiraten vrouwen er kindermoordenaars, om alle,andere kwalificaties uit des heeren Goebbels scheldvocabuIarium achterwege te laten; waarachter hij trouwens de eigen gruweI- en gewelddaden tracht te verbergen.

Wij weten toch allen wel beter!Schenk toch niet zooveeI aandacht en noch tuinder waarde, aan de vijandige-dikke-trom-slagen van het morfinistisch- magere –duitscheschreeuwertje, die de eigen volksgenooten de trommelvliezen kapot brult met brute grofheden zoodra de Duitsche soldaten weer kilometers terug In de richting van Berlijnmarcheeren.

Of weet U nog niet dat de terugweg reeds begonnen is?'Er wordt dus van ons geëischt:`MOED: om onze zedelijke kracht te.. handhaven, om onze' geestelijke gezondheid te bewaren en om na de overwinning onze taak te kunnen vervullen.

BEWONERS VAN. NEDERLAND.

1. Binnen de Nederlandsche staatsgrenzen leven op het oogenblik '' „de bewoners van Neerlandsch stam", `die onvervaard en onversaagd trouw gebleven zijn aan hun Vaderland: die arbeiden áán en offeren vóór de goede rechtvaardige zaak, wetende dat Nederland zal herrijzen: Nederlanders, dus, wier fier zelfbewustzijn gezuiverd en gestegen is door de loutering; die ondanks onrecht en knechting zichzelf gebleven zijn en met verbeten trouw vechten voor ons gemeenschappelijk'en zeifstandig behoud; Nederlanders die den vijand durven te belagen en bewijzen dat zij niet gediend zijn' van zijn holle Ieuzen, valsche beloften, bruine kameraadschap en broederlijke gelijkschakeling. Zij hebben den eenen weg gekozen en de eene waarheid beleden: de éene weg van onze 'vlag: ROOD-WIT-BLAUW waarop alleen ons RECHT en onze WET het Vaderlandsche BELANG kunnen dienen; en de eenewaarheid dat ons- zelfbehoud en ons voortbestaan slechts gegarandeerd kunnen worden door ons handhuiven van de „waarheid zelf" waardoor wij reeds voor den oorlog, afschuw en afkeer moesten toonen van het land waar de leugen den scepter zwaait.

2. Op onzen vaderlandschen bodem leven de, vijanden, de duitsche bezetters. Wij'kennen de heeren die bovendien ten zeerste opvallen door hun vleeschbuiken, carbonadeIippen en vettige hangkwabben. Het zijn de vetmesters van dezen oorlog die zich meer dan noodig en meer dan gerechtigd te goed doen aan het Nederlandsche product.

Vooral de partijmannen munten uit door hun in varkensvleesch gekweekte roze tinten, terwijl de hieruit voortvloeiende overvoeding hun steeds doet neigen tot exhibitionisme. Het zijn de wellustelingen en de sadisten die zorgen voor de overbevolking der concentratiekampen: Het zijn de bruten die de bevolking terroriseeren, de onderduikers welIen, jongens en meisjes des nachts van het bed lichten. Het zijn de vijanden die ons land overvielen en die nu binnenkort eruit geslagen zullen worden op een wijze die hen zal blijven heugen gedurende de verdere levensdagen.

3. Vervolgens' kennen' wij de lieden van lager gehalte: het allooi van Iager wal, de judassen onzer samenleving, de "schunnige verraders die hun Iand en hun volk verloochenden.De kerels. die heulen met den vijand, die hen naloopen met hun diensten.Het zijn de N.S.B.'ers, een 'verzameling mislukkelingen, nietsnutters, minderwaardigen, maatschappelijk onfatsoenlijken. Wij kenden er tientallen die zich vergrepen aan diefstal, die echtbreuk pleegden, die niet terugschrokken voor oplichting en chantage. Wij kennen er tientalIen mannen zonder ruggegraat, laffe karakters, sujetten die vroeger in politiehanden gezeten hebben, aanhangers 'van, de. Leuze: Waar wat te halen is, daar ben, ik bij! Bij welke onderafdeeling zij nu thuis hooren, doet minder ter zake; het zijn allen kinderen van denzelfden verrader met dezelfde laffe 'en valsche praktijken. Nog een weinig tijds mijne heeren en de afrekening zal u voorgelegd worden.

4. Tenslotte is er nop een vierde categorie. Het zijn de sujetten die eveneens onder alle lagen van de bevolking gevonden worden, die uit twee ruiven plukken, die knikken naar links en naar rechts, die zich te vriend houden en willen houden met Oost en West. U vindt hen op de departementen, op de Rijksbureaux, op de Gemeentekantoren in de zakenwereld, in de handelskringen, in het rijk der industrie.Het zijn de tweede-hands-handlangers; de pro-duitschers en. pro-En gelschen tevens de aanpassers, de zoogenaamde slimmen, de vrijbuiters die men niets maken kan, tenminste dat meenen' zij; het zijn de heeren die nog wel een borreltje en een sigaar vinden; die de duitschers Iijmen niet hun cadeaux en offertes; de nieuwe rijken die nu meenen te kunnen meetellen, die 'gaarne voor vol worden aangezien. En ze doen ook nog goed ! Ze geven voor de onderduikers en' dikwijls 'n' flink bedrag !Daarmee zullen ze later te voorschijn komen. Ja, ze dekken zich van alle' kanten, de huichelaars.

“Het is inderdaad onbegrijpelijk hoe de wereld nog kan bestaan bij den zondvloed van slechte lectuur, welke ons tegenwoordig overstroomt.".-

Lacordatre.

 

Zie voor deel 5: Deel 5 illegale blad De Patriot te Maastricht tijdens de Duitse bezetting