We hebben 255 gasten online

De Unie vanaf 1848

Gepost in V.S.

In 1848 werd de Unie ten koste van Mexico uitgebreid: zouden California, Texas en de andere aangehechte gebiedsdelen slavernij toestaan? Sommigen wilden de grenslijn tussen de 'vrije' en de 'slavenhoudende' staten, vastgelegd in het Compromis van Missouri (1820) doortrekken tot aan de kust van de Pacific.

In januari 1850 lagen in de Senaat een aantal voorstellen van Henry Clay van Kentucky, de Great Compromiser, ter discussie. Voor het Zuiden hield de zièke John C. Calhoun zijn laatste grote rede, een compromisloze eis tot toegevingen van het Noorden. De Zuidelijke lidstaten moesten dezelfde rechten voor westwaartse expansie krijgen, slavernij moest erkend worden als een permanente, nationale instelling en de naleving van de wetten op gevluchte slaven moest worden gevorderd. Als dat niet gebeurde, moesten de lidstaten de vrijheid hebben om zich in alle vrede af te scheiden en de Unie te verlaten.

Uiteindelijk kwam het Compromis van 1850 tot stand. California zou toetreden als een 'vrije' lidstaat. In de rest van het grondgebied dat door Mexico was ( afgestaan, zouden de 'territories' zelf beslissen of ze slavernij wilden toestaan. De slavernij werd afgeschaft in het District Columbia. Een nieuwe Federal Fugitive Slave Law werd goedgekeurd. Ontsnapte slaven kregen geen gerechtelijk onderzoek met jury en mochten niet getuigen. Ambtenaren en overheidspersonen, de Unie en de lidstaten moesten meewerken aan het opsporen en opnieuw gevangen nemen van gevluchte slaven. De wet legde zware geldboeten en gevangenisstraffen op voor wie ontsnapte slaven hielp vluchten.

Het 'Compromis van 1850' heeft feitelijk niets opgelost. Zowel in het Noorden als in het Zuiden was de verontwaardiging groot: de kloöf tussen beide 'secties' van de Unie werd alleen maar groter en dieper.

In het Noorden was men boos omdat de nieuwe Federal Fugitive Slave Law 'slavenvangers' van hen wilde maken. Ondanks de wet werden toch nog vele ontvluchte slaven geholpen.

Hoeveel slaven dank zij de Underground railway in 'vrije' lidstaten een toevlucht hebben gevonden, is moeilijk te schatten. De 'Underground railway' was een netwerk van routes en 'stations' doorheen Indiana, Illinois en vooral Ohio, met Canada als eindpunt. Er bestonden uitgewerkte 'wegenkaarten', reisinstructies, paswoorden, plaatsen waar de gevluchte slaven konden overnachten... De slavernij als instelling werd er zeker niet door aangetast. Maar in het Zuiden was men door de houding van de Noordelijken geïrriteerd.

De mate waarin het vraagstuk van de slavernij de gemoederen beroerde, is af te leiden uit het enorme succes van het boek Unc/e Tom's Cabin, dat Harriet Beecher Stowe in 1852 publiceerde. In één jaar werden 300.000 exemplaren verkocht! "De houding ten aanzien van de slavernij was in het Noorden na de publikatie van 'De negerhut van Oom Tom' nooit meer dezelfde", aldus de historicus David Potter.

De ergernis in het Zuiden was vooral groot omdat men in ruil voor de nieuwe Federal Fugitive Slave Law, die niet werkte, een aantal fundamentele toegevingen had moeten doen: de 'West' was voor de slavernij verloren; het machtsevenwicht in het Congres was verloren gegaan, nu de vrije staten in de meerderheid waren (16 tegen 15 na 1850). In Georgia, Alabama, Mississippi en South Carolina werden conventies samengeroepen om te onderzoeken of men zich van de Unie zou afscheiden. De aanhangers van de afscheiding of secessie vormden een meerderheid in South Carolina. Vooralsnog gingen zij niet tot actie over. 

Drie gebeurtenissen zouden de secessie-koorts laten stijgen. De 'Kansas-Nebraska Act' , de zaak-Dred Scott en de oprichting van de Republikeinse Partij.

De Kansas-Nebraska Act had weer te maken met het probleem van de verhouding tussen de Unie en de lidstaten. De Democratische senator van Illinois Stephen A. Douglas was bijzonder geïnteresseerd in de ontwikkeling van 'the West': daartoe was het aanleggen van een spoorweg van Chicago tot de kust van de Pacific volgens hem het aangewezen middel. Maar dan moest men het hele gebied ten westen van de Missouri en Iowa in territoria omvormen, die dan later lidstaten van de Unie zouden worden. Hier dook weer het probleem op of deze territoria zouden opengesteld worden voor de slavernij. Stephen Douglas, zelf oprecht overtuigd van het principe dat de mensen zelf beslissingsrecht moeten hebben, verwees naar de lidstaten New Mexico en Utah, die ter uitvoering van het 'Compromis van 1850', zelf de knoop hadden doorgehakt. Ook voor het hele gebied ten westen van de Missouri en Iowa moest volgens hem het principe van popular sovereignty gelden. Senator Douglas besefte maar al te goed de draagwijdte van dit standpunt. Het betrokken gebied lag immers volledig ten noorden van de scheidingslijn die door het 'Missouri Compromis' bepaald was. Het wetsvoorstel van Douglas betekende dus het intrekken van het 'Missouri Compromis' en het openstellen van de hele 'North-West' voor de slavernij! 

Als tegemoetkoming werd het hele gebied opgedeeld in twee territoria: Kansas, ten westen van de slavenhoudende staat Missouri en Nebraska, ten westen van de 'vrije' staat Iowa. In maart 1854 werd de Kansas-Nebraska Act in het Congres aangenomen. Onmiddellijk vestigden 'settlers' uit Missouri, Kentucky, Mississippi en Tennessee zich in Kansas; ze organiseerden het als een territorium en hielden er verkiezingen. In het nieuw verkozen parlement zaten dan ook enkel voorstanders van de slavernij, die van hun wetgevende macht gebruik maakten om de slavernij in Kansas door de overheid te laten beschermen. De debatten in het Congres (1855) over de opname van Kansas als lidstaat in de Unie, behoren tot de meest bitsige die ooit hebben plaatsgehad.

De leiders van de Zuidelijke staten waren erg ingenomen met deze ontwikkeling: het schrappen van het 'Missouri Compromis' maakte het mogelijk nieuwe lidstaten voor de slavernij te winnen en zo het machtsevenwicht in het Congres te herstellen. De tegenstanders van de slavernij reageerden ook onmiddellijk: in juli 1854 richtten zij in Jackson (Michigan) de Republikeinse Partij op. De bestaande 'Free Soil'- en 'Liberty' partijen gingen hierop in. De Republikeinse Partij werd duidelijk overheerst door de abolitionisten.

De Unie werd al dadelijk met een nieuwe crisis geconfronteerd: voor een rechtbank in Missouri verzocht de slaaf Dred Scott om de erkenning van zijn vrijheid en die van zijn gezinsleden, daar zijn meester hem naar de 'slavenvrije' lidstaat Illinois gebracht had. Uiteindelijk werd de zaak voorgelegd aan de Supreme Court (het Hooggerechtshof) die op 6 maart 1857 haar beslissing bekendmaakte: Dred Scott en zijn gezinsleden bleven slaven! Chief Justice (voorzitter) Roger B. Taney was duidelijk in zijn argumentatie: toen de grondwet aanvaard werd, werden de zwarten beschouwd als ondergeschikte wezens zonder rechten. Ook de onafhankelijkheidsverklaring, met haar recht op vrijheid en gelijkheid, slaat niet op de zwarten. Dred Scott was als  zwarte geen burger van de V.S.! Hij heeft zelfs niet het recht zijn zaak voor een federale rechtbank te brengen, vond Taney.

Het vijfde amendement bij de grondwet bepaalde dat eigendom enkel op wettelijke wijze ontnomen kon worden. Taney redeneerde nu: slaven zijn eigendommen; geen enkele wetgevende macht kan eigenaars van slaven verbieden hun eigendom over te brengen naar om het even welk territorium of lidstaat want dit zou indruisen tegen de grondwet; dus kan geen enkele wet de slavernij in om het even welke lidstaat van de Unie verbieden: het Missouri Compromis was dus én ongrondwettelijk en van geen waarde!

Deze beslissing van het Hooggerechtshof betekende met andere woorden dat slavernij nu overal mogelijk werd.

Al in 1856 waren in het Zuiden uitspraken te noteren zoals "de grondwet van de Verenigde Staten moet verscheurd en met de voeten getreden worden, er moet een Zuidelijke Confederatie komen" ! 

Ook John Calhoun had vroeger verdedigd dat afscheiding het logische gevolg zou zijn van de houding van een federale regering die de soevereiniteit van de lidstaten niet wilde erkennen. De Zuidelijke leiders voelden zich tot deze laatste stap gedwongen door de ontwikkelingen in de Republikeinse Partij. 

Voor de Congresverkiezingen van 1858 en de presidentsverkiezingen van 1860 duidde de Republikeinse Partij immers Abraham Lincoln aan. In 1858 nam hij het op tegen Stephen A. Douglas. Tijdens een openbaar debat met zijn tegenstander sprak Lincoln zijn beroemde House Divided-speech uit.

 "Een huis dat verdeeld is, kan niet standhouden. Een regering kan niet voor altijd half vrij en half voor de slavernij zijn. Ik wil niet dat de Unie wordt opgedoekt. Ik wil niet dat het huis ineenstort. Maar ik wil dat het niet langer verdeeld is."

Als men er niet in geslaagd was de Unie in stand te houden zou ongetwijfeld in het Zuiden een staat naar aristocratisch model tot stand gekomen zijn. Lincoln besefte dat een Zuidelijke staat helemaal geen democratische staat zou zijn. Lincoln veroordeelde de slavernij pas vanaf 1854. Hij zag in dat het probleem van de slavernij zeer nauw verband hield met het instandhouden van de Unie en de democratie. In elke speech tussen 1854 en 1862 waarschuwde Lincoln ervoor dat een nationale verspreiding van de slavernij de doodsteek voor de V.S. als een vrije, democratische natie betekende.

Lincoln was wel een tegenstander van de slavernij, maar hij vond dat ze geleidelijk afgeschaft moest worden. In een redevoering in Alton zei hij: "Indien er onder ons iemand is die de slavernij niet verwerpelijk vindt, dan hoort hij niet in ons midden. Maar indien iemand zo ongeduldig is dat hij er geen rekening mee àoudt, dat het erg moeilijk is de slavernij plots af te schaffen, zonder de grondwettelijke verplichtingen na ~ komen, dan hoort hij evenmin bij ons."

In 1858 leed Lincoln nog een verkiezingsnederlaag, maar hij werd een 'nationale figuur'. Twee jaar later werd hij verkozen tot 16de president van de Verenigde Staten van Amerika. Lincoln haalde 1.866.000 stemmen tegen 1.383.000 voor de Democraat Douglas en 1-:8.000 voor Breckinridge, een Democraat die door het zuiden gesteund werd. De vierde kandidaat Bell haalde maar : 593.000 stemmen.

Het harde standpunt van de Republikeinse Partij betekende voor de leiders in het Zuiden dat de rechten van de lidstaten zouden miskend worden. De oppositie die de Republikeinse Partij voerde tegen de uitbreiding van de slavernij naar andere lidstaten hield in, dat alle nieuwe Westerse lidstaten 'slavenvrije' staten zouden worden. De 'slavenhoudende' staten konden dan nooit meer de meerderheid in het Congres verwerven. De overwinning van Lincoln was maar mogelijk geworden door het samengaan van het Noordwesten met het Noordoosten. De voorspelling dat het Noorden het Zuiden  eens zou overheersen en  scheen nu werkelijkheid te worden.

Toen Lincoln op 6 november 1860 tot president verkozen werd,  aarzelde het parlement van South Carolina niet  unaniem besloot het zich uit de Unie terug te trekken.  Dit voorbeeld werd gevolgd door Georgia, Alabama, Florida, Mississippi, Louisiana en Texas. Later nog door Arkansas, North Carolina, Virginia en Tennessee. 

Deze elf lidstaten vormden de Confederate States of America. Bepaalde slavenstaten bleven evenwel lid van de Unie (Missouri, Kentucky, WestVirginia): het belang van de eenheid in de Unie woog bij hen zwaarder dan de slavenkwestie. Jefferson Davis van Mississippi werd tot 'president van de nieuwe Confederatie verkozen. In de grondwet van de Confederatie werd slaveninvoer verboden, maar de slavernij zelf beschermd. De president kon slechts voor één ambtstermijn van zes jaar aanblijven. De rechten van de lidstaten werden zorgvuldig en expliciet geformuleerd en het was duidelijk dat ze belangrijker werden geacht dan de rechten van de nieuwe centrale regering.