We hebben 243 gasten online

Deel 49 Oorlog door de Eeuwen heen

Gepost in Serie Oorlog door de eeuwen heen

De slag bij Agincourt 1415

De oorlog in Vietnam Deel 1

De geschiedenis van Vietnam is sterk bepaald door zijn ligging ten zuiden van Communistisch China, de Chinese Volksrepubliek sinds 1949. China hield gedurende de eerste negen eeuwen van onze jaartelling Vietnam bezet. Zo kwamen de vietnamezen in aanraking met de leer van Confucius, dat opriep tot een harmonieuze, gezagsgetrouwe samenleving. Naast het confucianisme werd ook het boeddhisme vanuit China in Vietnam verspreid. Vietnam bleef onder Chineze invloed staan en de verhouding tussen beide landen is altijd gevoelig gebleven.

Tijdens de Vietnamoorlog kreeg Noord-Vietnam militair materieel van China, maar meer ook niet.

Zuid-Oost Azie

Kapitalisme en communisme

De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie bepaalden na de uitkomst van de Tweede Wereldoorlog de wereldpolitiek. De VS het kapitalisme en de SU het communisme. Twee tegengestelde maatschappijsystemen, democratie tegenover dictatuur. Beide systemen vonden dat ze hun maatschappijvisie in de wereld moesten uitdragen. Ideologie speelde daarbij dus een hoofdrol, maar dat niet alleen. Even belangrijk was de factor van het politieke en economische eigenbelang. Communistisch China was pas ontstaan na de burgeroorlog in 1949 op het Chinese platteland. Dat land zou eveneens uitgroeien tot een wereldmacht eind twintigste eeuw.

Dekolonisatie

De twintigste eeuw zou de eeuw worden van de dekolonisatie. Het begin lag bij de nederlaag van de Russen tegen Japan in 1905. Na de eerste wereldoorlog werd verder een begin gemaakt met het dekolonisatieproces doordat in veel koloniën een zelfbustzijn was ontstaan onder de gekoloniseerde volken. Nationalistische bewegingen riepen steeds luider om onafhankelijkheid en men zag in de communistische ideologie een aantrekkelijke boodschap. De communistische leer beloofde namelijk een menswaardig bestaan. Omdat de invloedssferen in Europa waren verdeeld werden de koloniën mikpunt van een strijd in de Koude Oorlog. Zo vermengden zich in de onafhankelijkheidsstrijd van veel koloniën nationalistische- en koudeoorlogs-motieven.

Amerika en het Vietnamese drama

Vanaf de negentiende eeuw was Vietnam een onderdeel van de Franse kolonie Indochina. Ook hier ontstond een nationalistische beweging. Na de bezetting door de Japanners probeerden de Fransen hun kolonie weer onder controle te krijgen. Onder leiding van generaal Giap, een militair strtegisch genie) werden de Fransen echter in de zogenaamde Vlakte der Kruiken (Dien Bien Phu) vernietigend verslagen. De Fransen trokken zich terug en de Amerikanen bleven politiek en militair aanwezig in Zuidoost-Azië. Dat deed men omdat het communisme zich steeds verder uitbreidde in de regio en men bang was dat heel Indo-China communistisch zou worden.

Amerika raakte rond 1960 steeds meer betrokken bij Vietnam en president Kennedy stuurde duizenden zogenaamde militiare adviseurs naar Vietnam. De deelname van de VS nam onder president Johnson steeds verder toe, zeker na het zogenaamde Golf van Tonkin-incident waarbij de Noord-Vietnamese marine de Amerikaanse marine in internationale wateren zou hebben aangevallen. Met toestemming van het Congres werden nu geregelde Amerikaanse troepen naar Zuid-Vietnam gestuurd. Uiteindelijk meer dan 500.000 soldaten.

En toch, ondanks 58:000 omgekomen Amerikaanse soldaten, een uitgave van meer dan 150 miljard dollar, en een bommentapijt dat groter was dan het aantal bommen die vielen in de Tweede Wereldoorlog, verloor de VS deze oorlog in 1975.

In Washington is voor de Amerikaanse slachtoffers een momunent opgericht, maar de trauma's zijn er nog steeds.

vietnammemorial juli 2008

Foto genomen tijdens mijn bezoek aan Washington op 8 juli 2008. Hier zijn in natuursteen alle namen van Amerikaanse slachtoffers van de Vietnam oorlog vermeld. Geïdentificeerde en ongeïdentificeerde slachtoffers, want nog steeds zijn niet alle slachtoffers opgespoord. Familieleden van slachtoffers zie je met behulp van een potlood de naam van hun familielid op papier doordrukken.

Hoofdvragen

1) Waarom gingen de Verenigde Staten over tot militiar ingrijpen in Vietnam?

2) Waarom liet deze Vietnamoorlog diepe sporen n in de Amerikaanse samenleving en in de internationale verhoudingen?

Deelvragen

1) Waarom raakten de Verenigde Staten betrokken bij de dekolonisatie van Zuidoost-Azie?

2) Op welke wijze voltrok zich het dekolonisatieproces in Vietnam?

3) Waarom kwam het opnieuw tot een oorlog in Vietnam?

4) Waardoor bleef een militaire overwinning voor de Verenigde Staten in de oorlog in Vietnam uit?

5) Welke directe gevolgen had de oorlog in Vietnam voor burgers en militairen?

6) Welke invloed had de oorlog op de Amerikaaanse samenleving, en in welke mate beïnvloedde de Amerikaanse publieke opinie het verdere verloop van de oorlog?

7) Welke sporen liet de oorlog in Vietnam na in de Amerikaanse samenleving en waarom maakte die oorlog zoveel indruk?

Koude Oorlog en de dekolonisatie

Deelvraag: Waarom raakten de Verenigde Staten betrokken bij de dekolonisatie van Zuidoost-Azië?

In Europa heerste er na de nederlaag van nazi-Duitsland grote vreugde en dank voor de bevrijders. Die bevrijders waren niet alleen de Amerikanen en de Britten maar ook de Russen. De Russen hadden heel Oost-Europa bevrijd vanaf het moment dat ze de slag bij Stalingrad wonnen. Een keerpunt aan het Oostfront. Daarom was ook in het bevrijde Westen de waardering voor Stalin groot.

Het belang van dit onderwerp

De uitkomst van de Tweede Wereldoorlog betekende het einde van de 'oude' machthebbers Engeland en Frankrijk. Ondanks het feit dat Engeland tot de overwinnaars behoorde bleek het land bijna bankroet.

De belangrijkste winnaar van de oorlog waren de Verenigde Staten. Dit land was niet bezet, had zelf geen scahde opgelopen, relatief weinig mensen verloren en had als enige de atoombom. De VS waren uitgegroeid tot een supermacht. Vanuit deze machtspositie meende de Amerikanen het recht en soms ook de plicht te hebben om als 'politieagent' op te treden in gebieden waar zij dat nodig achtten.

1.1 Internationale verhoudingen na 1945

De samenwerking tussen de Sovjet-Unie en het Westen bleek na het verslaan van Nazi-Duitsand spaak te lopen. Niet verwonderlijk want al vanaf 1917 stonden de westerse landen argwanend tegenover de bedoelingen van de Sovjet-Unie. In 1917 was de Sovjet-Unie nog geen supermacht maar na de nederlaag van Nazi-Duitsland in 1945 wel. Er stonden nu twee maatschappijsystemen tegenover elkaar: het democratisch kapitalistisme ( vertegenwoordigd door de VS) en het dictatoriaal communisme (vertegenwoordigd door de SU).

marxisme

Het communisme baseerde zich op het wetenschappelijk socialisme van Karl Marx. Marx onderzocht het historisch materialisme waarbij hij aantoonde dat de hele geschiedenis door er een tegenstelling had bestaan tussen bezitters en niet-bezitters. De bezitslozen moesten hiertegen in opstand komen (revolutie) en de productiemiddelen gemeenschappelijk bezit maken. Na heropvoeding van de kapitalisten zou uitbuiting tot het verleden gaan behoren en de welvaart eerlijk worden verdeeld.

Na de communistische machtsovername in Rusland, tijdens de oktoberrevolutie in 1917, nam Lenin c.s de macht over. Omdat Rusland nog een agrarische staat was werd de plaats van het proletariaat overgenomen door de partij en ontstond er een dictatuur van de partij. De partij zou echter het land zeventig jaar in haar greep houden en er ontstond een communistische dictatuur waarin van enige vrijheid geen sprake was.

jalta 1945

Maar zowel Roosevelt als Churchill hadden de dictator Stalin nodig om Nazi-Duitsland te verslaan. Toen de overwinning behaald was kwamen de oude tegenstellingen weer naar voren. Bij de ideologische tegenstellingen kwam ook een machtspolitiek verschil. Beide grootmachten wilden het machtsvacuüm, dat was ontstaan door het wegvallen van Duitsland, opvullen.

Na de eerste Wereldoorlog had men in Versailles besloten om een zogenaamd cordon sanitair rond de Sovjet-Unie te vormen, uit angst voor het communisme, door er een gordel van staten omheen te maken. Stalin besloot na de Tweede Wereldoorlog de door de Sovjet-Unie bevrijdde gebieden tot zijn invloedssfeer te maken. Dat deed hij niet voor niets omdat de westgrenzen van de Sovjet-Unie kwestbaar waren gebleken. Duitsland was al tweemaal in de twintigste eeuw Rusland binnengevallen. In feite had Stalin nu een omgekeerd cordon-sanitair gemaakt.

De Koude Oorlog

Democratiën naar westers model bestonden alleen in dat deel van Europa dat door de westelijke geallieerden was bevrijd. De SU en de VS bleven militiair aanwezig in Duitsland dat in vier bezettingszones werd verdeeld: een Amerikaanse, Russische, Franse en Engelse zone. ook Berlijn werd in vieren gedeeld. In de Russische sector ging men over tot het opleggen van een communistisch bestuur en in de westsectoren een democratisch bestuur.

verdeling dtl

Zo ontstond er een Koude Oorlog waarbij het in Europa niet kwam tot een gewapend treffen. Wel ontwikkelde zich een wereldwijde tegenstelling en een wedloop om in bezit tekomen van invloedssferen en militiare steunpunten. Het was Churchill die tijdens de aanvaarding van een eredoctoraat te Fulton in de VS sprak over het Ontstaan van een 'Ijzeren Gordijn': 'From Stettin to the Baltic'.

De wapenwedloop

Het bezit van het atoomwapen droeg in hoge mate bij tot de spanningen tussen de twee supermachten. De VS zouden echter slechts vier jaar over een monopolie op dit wapen beschikken. In 1949 bleek ook de Sovjet-Unie over het atoomwapen te kunnen beschikken. Dat moest wel door spionage verkregen zijn. Als reactie ontstond er in de VS een heksenjacht op 'zogenaamde communisten onder leidng van senator Mc Carthy. '

atoombom

De wapenloop die volgde leidde tot steeds meer en krachtiger wapensystemen. Zo ontstond de waterstofbom. Maar ook de SU had snel een waterstofbom. De mensheid was nu in staat zichzelf te vernietigen. Dat besef leidde echter tot terughoudendheid. De vijand zou immers kunnen terugslaan. De situatie werd wel omschreven als een afschrikkingsevenwicht, een 'balance of terror'.

De onzekerheid over de toekomst van Europa en de angst voor totale vernietiging maakte dat veel inwoners voorzorgsmaatregelen troffen zoals het aaneggen van voedselvoorraden en de bouw van schuilkelders. Na de dood van Stalin in 1953 streefde zijn opvolger Chroesjtsjov naar een vreedzame co-existentie. Ondanks dat het twee tegenovergestelde maatschappijsystemen waren kon men toch vreedzaam naast elkaar bestaan. Daarbij ging Chroestjtsjov er van uit dat het communstische systeem veel beter in staat zou zijn voorspoed voor zijn onderdanen te creëren dan het kapitalistische systeem.

De Verenigde Naties

vn

In 1941 vaardigden Roosevelt en Churchill het Atlantisch handvest uit, dat sprak van een wereld van democratie en nationale zelfbeschikking. Roosevelt koesterde toen al plannen voor een nieuwe organisatie: de Verenigde Naties, die een verbeterde versie moest zijn van de na de Eerste Wereldoorlog ontstane Volkenbond.

Op de Conferentie van Jalta in februari 1945 wist Roosevelt Stalin te bewegen tot deelname aan de nieuwe vredesorganisatie, onder meer door Stalin een invloedssfeer in Oost-Europa te gunnen. De Verenigde Naties zouden een overkoepelende organisatie worden van landen die beloofden al hun geschillen door middel van overleg op te lossen. In april 1945 vond in San Francisco de oprichtingsvergadering plaats. Het hoofdkwartier is gevestigd in New York. Vrijwel alle landen van de wereld zijn er lid van. Elke lidstaat kreeg een zetel in de Alegemene Vergadering en kon aanbevelingen doen. De lidstaten onderschreven het Handvest van de Verenigde Naties, waarmee ze beloofden de terriotoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van andere staten te respecteren.

De Veiligheidsraad vormt het dagelijks bestuur. Hierin zitten vijf permanente leden die het vetorecht hebben, en tien niet-permanente leden. De vijf permanente leden waren: Verenigde Staten, Sovjet-Unie, Frankrijk, Engeland en Nationalistisch China tot 1971. In 1971 werd de plaats van Nationalistisch China (Taiwan) ingenomen door de Volksrepubliek China.

Van het veto-recht werd tijdens de Koude Oorlog vaak gebruik gemaakt. In de praktijk heeft de Veiligheidsraad slechts in een beperkt aantal gevallen voor vrede kunnen zorgen.

1.2 Vijandbeelden

Omdat de Engelsen in Griekenland niet meer in staat bleken hun machtspositie te handhaven en er een burgeroorlog dreigde uit te breken vroeg men aan de VS hun rol over te nemen. President Truman ging daar op in en kwam met de zogenaamde Truman-doctrine. Hierbij beloofde de Verenigde Staten landen die van binnen uit of van buiten af door het communisme werden bedriegd te steunen. Dit was een onderdeel van de zogenaamde containmentpolitiek van de Amerikaanse diplomaat George Kennan. Containment dient hier te worden verstaan als indamming van het communisme in Europa. Naast militaire middelen zou ook met economische middelen het communisme moeten worden tegengehouden. Als onderdeel daarvan ontstond het zogenaamde Marshallplan (genoemd naar de toenmalige Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Marshall). Door financiéle steun te geven aan landen in Europa zou de economie kunnen worden opgebouwd en het communisme geen voet aan de grond krijgen. Onder druk van de Sovjet-Unie weigerden de satellietstaten Marshallhulp. De Marshallhulp verscherpte zo de Oost-Westtegenstellingen.

koude oorloglegenda

Tegen de zin van George Kennan in werd Amerika's ambitie om politieagent te spelen in de loop van de jaren vijftig uitgebreid naar Aziè en afrika. voor tal van jonge landen klonk de boodschap van het communisme aantrekkelijk. Zeker nadat Mao in China in 1949 de Chinese Volksrepubliek had gesticht. Een van die landen was Vietnam. Veel Amerikanen vreesden een communistische wereldrevolutie. Er waren heel wat Amerikanen, met name in de republikeinse Partij, die containment een veel te beperkte politiek vonden. Zij pleitten voor een rollback politiek. Het terugdringen van het communisme en spraken over hun wens om Oost-Europa te bevrijden van het communisme.

Westers imperialisme

De Sovjet Unie en China beschouwden de containmentpoltiek als een uiting van westers imperialisme. Men zag in de buitenlandse poltiek van Washington niets anders dan imperialisme in een nieuw jasje. De VS mocht dan geen koloniën bezitten, maar in Russische ogen oefende het wel economische en politieke invloed uit in grote delen van de wereld met het doel om overal afzetmarkten en grondstoffen te veroveren.

Het 'rode' en het 'gele' gevaar

ontwikkeling communsme

De ontwikkeling van het communisme in de wereld

De Amerikaanse buitenlandse politiek ging ervan uit, dat er één groot machtsblok van de communistische grootmachten en hun satellieten bestond. Zij spraken van het 'rode' gevaar. De samenwerking tussen China en de SU leidde echter schipbreuk door het feit dat Mao niets moest hebben van de vreedzame-coexistentiepolitiek. Mao zag in de VS een 'imperialistische hoofdvijand'en vergeleek de Amerikaanse atoombewapening met een 'papieren tijger'. De taal van Volksrepubliek China was soms zelfs zo agressief, dat het westen steeds meer ging vrezen voor het 'gele gevaar'. Rond 1960 kwam het tot een breuk tussen de Sovjet Unie en de Volksrepubliek China. De hoofdoorzaak was vooral de rivaliteit om het leiderschap van de internationale communistische beweging.

De beleidsmakers in Washington hadden echter weinig oog voor de verdeeldheid binnen de communistische wereld en zagen de verschillen niet tussen China en de Sovjet-Unie. Mao ging ideologisch meer van de boeren uit, terwijl in de Russische ideologie de nadruk lag op de industriële ontwikkeling.

ven diagram socialisme

1.3 Dekolonisatie in Zuidoost-Azië

In veel koloniën groeide in de twintiger en dertiger jaren van de twintigste eeuw het inheemse nationalisme. De wortels van het nationalisme in de koloniën lag in het begin van de twintigste eeuw, toen Japan in 1905, als eerste Aziatisch land een indrukwekkende militiaire overwinning behaalde op Rusland. Het verloop van de Eerste Wereldoorlog gaf het nationalisme in de koloniën een nieuwe impuls. Een andere kiem van verzet werd gelegd door de koloniale meesters zelf. Zij hadden namelijk geschoold inheems personeel nodig. Er kwamen opleidingen voor bestuursambtenaren, ingenieurs, technici en onderwijzers. Door dit onderwijs werd men kritisch ten opzichte van het moederland en de nieuwe intellectuele elite dacht na over de eigen situatie en ontwikkelde een gevoel van eigenwaarde.

De Japanse overwinningen tijdens de Tweede Wereldoorlog leiden voor de blanken tot prestigeverlies. De Japanners telden hun strijd voor als een strijd tegen de imperialistische overheersers en deden een beroep op de inheemse nationalisten met Japan samen te werken. Als tegenprestatie zouden ze in de toekomst hun onafhankelijkheid kunnen verkrijgen. Op die manier slaagde men erin Japans eigenlijke motieven, het in handen krijgen van belangrijke voorraden rijst en olie, geheim te houden.

Nadat de Amerikanen met behulp van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki Japan tot capitulatie dwongen duurde het maanden en soms jaren voordat de oude imperialistische heersers hun koloniën weer onder bestuur kregen. Daar profiteerden de nationalisten van. Engeland, Frankrijk en Nederland konden hun koloniale rijken niet meer overeind houden. De Verenigde Staten steunden de koloniale vrijheidsstrijders. Per slot van rekeing hadden de VS succesvol voor hun onafhankelijkheid gestreden tegen Engeland.

Bij de inheemse bevolking leefde wrok tegen het Westen, dat haar in het verleden had uitgebuit. Dat nu was een voedingsbodem voor het communisme. In het dekolonisatieproces van Zuidoost-Azië speelden zowel nationalistische als communistische groeperingen een rol. Dekolonisatie en Koude oorlog waren twee ontwikkelingen die met elkaar verstrengeld raakten.

1.4 Azië toneel van de Koude Oorlog

Na de overwinning van Mao in de burgeroorlog in China vestigden de communisten op het vasteland van China, de Volksrepubliek China. Opnieuw was er een communistisch land bijgekomen. Truman, de president van de VS werd beschuldigd te 'soft on communism' te zijn. Angst ontstond dat heel Azië ten prooi zou vallen aan het communisme.(Dominothorie). Die angst leidde in de Verenigde Staten tot een heksenjacht op vermeende communisten. De republiekinse senator Joseph McCarty presenteerde een lijst van medewerekers van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken die in zijn ogen communistisch waren. McCarthy ontketende een heksenjacht op alles wat links of liberaal was, die vier jaar duurde. Weing politici durfden zich teweer te stellen tegen dit mccarthyisme.

Veel hoge ambtenaren verloren hun baan waaronder veel Aziëspecialisten. Juist die specialisten had men nodig toen de VS zich meer en meer bezig gingen houden met Azië, vooral na de nederlaag van de Fransen in Dien Bien Phu.

Taiwan en Korea

Op Taiwan had Chiang Kai-shek zich na het verliezen van de burgeroorlog teruggetrokken maar smeedde plannen om terug te keren naar het Chinese vasteland. Tweemaal, in 1954 en 1958 kwam het bijna tot een orlog tussen de beide China's. De Sovjet Unie, die achter het China van Mao stond, besloot vanwege deze Taiwankwestie de zittingen van de Veiligheidsraad te boycotten.

koreaoorlog

In 1950 brak de Koreaoorlog uit. Korea was na de Japanse bezetting verdeeld in een noordelijke, Russische invloedssfeer, en een zuidelijke, Amerikaanse invloedssfeer. Hieruit ontstonden twee staten. Van die twee was het communistische Noord-Korea het best bewapend. In 1950 overschreden communistische troepen de 38e ste breedtegraat die als grens fungeerde tussen Noord- en Zuid Korea. President Truman vond dat Zuid-Korea de steun verdiende van de vrije wereld en riep de Veiligheidsraad bijeen. De Veiligheidsraad nam de beslissing om een VN leger te sturen naar Korea. Het vetorecht van de SU werd niet gebruikt omdat de SU de vergaderingen van de Veiligheidsraad boycotte. Onder Amerikaans opperbevel vertrok een VN leger naar Korea en slaagde erin de Noord Koreanen terug te dringen tot aan de Chinese grens. Daar dreigde toen een Chinese deelname aan de strijd. Generaal MacArthur wilde het atoomwapen inzetten maar president Truman wilde dat niet en ontsloeg MacArthur. In 1953 werd een wapenstistand getekend die nog steeds van kracht is.

Zuidoost-Azië en de dominotheorie

dominotheorie

De Amerikaanse regering kon haar belangen in Zuidoost-Azië op twee manieren behartigen:

- Door middel van economische hulp aan de regio;

- Men kon steun geven aan zogenaamde marionettenregeringen ( regeringen die deden wat de Amerikanen wilden;

- Men kon besluiten tot militaire steun en eventuele militiare interventie.

In de jaren vijftig en zestig maakte de Amerikaanse regeringen van al die mogelijkheden gebruik. De Amerikaanse basis werden uitgebreid en de sterkte van het Amerikaanse leger verdubbelde. De angst voor de uitbreiding van het communisme werd de dominotheorie genoemd. Net als bij dit spel zou als een land communistisch werd een ander land automatisch volgen. Die angst werd nog vertrekt door de mislukte communistische machtsovername van Indonesie in 1965.

De tragiek voor de VS was echter dat politici uit het oog hadden verloren dat het Indochinese communisme een authentiek nationalistisch stempel droeg en dus geen importartikel uit Rusland of China.

Deelvraag: Op welke wijze voltrok zich het dekolonisatieproces in Vietnam?

Inleiding:

Het koloniale Indochina bestond uit drie delen: Vietnam, Laos en Cambodja. Vietnam bestond op zijn beurt ook uit drie delen: het noordelijk gelegen Tonkin, het middengedeelte Annam en het zuidelijk deel Cohin-China.

Het Franse bestuur begon in 1862 en wel in Cohin-China, het gebied van de Mekongdelta. In 1863 vestigde Frankrijk een protectoraat over Cambodja en in 1864 kwam het keizerrijk Annam onder Frans bestuur te staan. In 1884 kreeg Frankrijk ook het gezag over Tonkin en in 1893 kwam ook Laos onder Frans gezag te staan. Heel Indo-China stond nu niet meer onder Chinese invloed maar onder Franse invloed.

Het belang van dit onderwerp

Ho Chi Minh hoopte dat de Verenigde Staten hem zouden steunen tegen het koloniale Frankrijk als Japan eenmaal verslagen was. De VS waren inderdaad geen voorstanders van het kolonialisme, maar tijdens de Koude Oorlog hadden zij de Fransen in Europa hard nodig als bondgenoot. Tegenwerking van de Fransen kon dus niet. De latere Vietnamoorlog valt niet te begrijpen zonder voorkennis van de terugkeer van het Franse kolonialisme in Vietnam, dat echter maar duurde tot 1954.

2.1 Het Franse koloniaal bestuur

Het werkelijke gezag van de Fransen beperkte zich aanvankelijk tot enkele kuststeden. Pas rond de eeuwwisseling was heel Indochina door de Fransen gepacificeerd, soms met harde hand. Een resident-generaal oefende het bestuur over de kolonie uit die officieel 'Indochinese Unie' werd genoemd. Het aantal ambtenaren nam toe van 5.000 begin 20e eeuw, naar 25.000 bij het begin van WO II.

Er werd een nieuw belastingstelssel opgezet met als doel de kolonie zo snel mogelijk winstgevend te maken. Frankrijk wilde concurreren met Groot-Brittannië. Er werden spoorwegen en stuwdammen aangelegd en er werd geinvesteerd in onderwijs. Alles wat het moederland Frankrijk kon gebruiken werd in productie genomen. - rijst, steenkool, rubber, zjde, specerijen en mineralen-. Er kwam enige gezondheidszorg en er kwamen missiescholen. Naast het traditionele boeddhisme kwam ook het katholicisme tot ontwikkeling. Deze katholieken behoorden tot de stedelijke elite.

Het zuidelijke Cohin-China, het gebied van de Mekongdelta, werd het modernste en welvarendste deel van de kolonie. Hier ontwikkelde zich een handeldrijvende middenklasse. Geen wonder want door de bouw van dijken en dammen kwam veel landbouwgrond beschikbaar voor de groeiende bevolking. Maar de grond kwam in bezit van grootgrondbezitters.

In Annam bleef de tradiitionele maatschappij grotendeels bestaan. In de minder vruchtbare delen in het midden en noorden van het land, was de grond gelijkmatiger verdeeld onder kleine boeren. In Annam en Tonkin was er veel verzet tegen het Franse bestuur.

2.2 Nationalisme, communisme en dekolonisatie

Het verzet tegen de Franse koloniale heerser verschilde niet met dat in andere koloniën. Door de gekweekte intellectuele bovenlaag, nodig ter ondersteuning van het bestuur, werden de oude leuzen 'vrijheid, gelijkheid en broederschap' van de Franse revolutie nu niet ervaren en zag men de koloniale machthebber als roofmacht.

Al voor de Eerste Wereldoorlog kende Indo-China enkele nationalistische bewegingen. Net als de Nederlanders in Nederlands-Inidë probeerden de Fransen door de oprichting van een vertegenwoordigend lichaam in 1928, het verzet tegen te gaan. De helft van de leden was blank en de andere helft werd indirect gekozen. Maar het had te weinig bevoegdheden. Onbedoeld nam het verzet door deze oprichting juist toe. De nationalisten vonden aanhangers onder de boeren, de plantage- en fabrieksarbeiders maar ook onder de stedelijke elite.

Ho Chi Min

hotsimin

Geboren in 1980 in Annam zou hij uitgroeien tot de leider van de nationalisten. Hij studeerde aan Franse scholen, kwam zo in aanraking met de westerse cultuur maar ook met de gedachten van Confucius en het boeddhisme. In het Chinese nationalisme, een combinatie van nationalisme, socialisme en democratie zag hij een mogelijkheid voor Vietnam. Hij vertrok uit Vietnam en woonde o.a. in Parijs, Londen en New York. Hij maakte kennis met Zhou Enlai, de latere Chinese premier, en werd medeoprichter van de Franse communistische partij.

Volgens Lenin was het imperialisme een laaste stadium van het kapitalisme: de strijd van de inheemsen tegen het kapitalisme zou dus ook een bevrijdingsstrijd zijn in de koloniën. Via de Komintern in Moskou kwam Ho Chi Minh in China waar hij in de Britse kolonie Hongkong gearresteerd en gevangen werd gezet. Na een jaar keerde hij terug naar Moskou om daarna terug te keren naar China waar Mao Zedong in het Chinese Yan'an een revolutionair bewind had gevestigd. In 1939 werd hij naar Zuid-China gestuurd, waar hij kennismaakte met de leiders van de Indochinese communistische partij o.a met de latere militiar strateeg Vo Nguyen Giap.

Was Ho Chi Min nu een nationalist of een communist? Een ding was duidelijk hij zo nooit zijn land, nadat dit was bevrijd van de Fransen, uitleveren aan een andere mogendheid.

Japanse bezetting

Ho Chi Minh keerde tijdens de Japanse bezetting , in 1941, na dertig jaar terug in Vietnam, waar hij constateerde dat de Franse ambtenaren gewoon doorwerkten onder de Japanse bezetting..

In 1941 richte Ho samen met anderen de Vietminh op. Dit was een militante organisatie waarin alle nationalistische krachten werden verenigd onder communistische leiding.

Door het roofzuchtige bewind van de Japanners groeide de aanhang sterk. De Japanners eisten de volle quota rijst, ondanks enkele misoogsten. Daardoor overleden in 1944 en 1945 ongeveer twee miljoen mensen de hongerdood.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog bestonden er intensieve contacten tussen de Vietminh en de Verenigde Staten. Neergeschoten Amerikaanse piloten werden in veiligheid gebracht en de Amerikanen op hun beurt leverden wapens en medicijnen aan de Vietminh. Ho Chi Minh's plan was eenvoudig. Zouden de geallieerden eenmaal Japan verslagen hebben, dan stond de Vietminh klaar om namens het volk de macht over te nemen.

Om verzekerd te blijven van Amerikaanse steun deed Ho veel moeite om te verbergen dat de communisten binnen de Vietminh de dienst uit maakten. Bovendien verwachte Ho dat president Roosevelt de onafhankelijkheid zou steunen, omdat hij een hekel had aan het kolonialisme. Charles de Gaulle, de sterke man van het bevrijde Frankrijk, liet echter aan Roosevelt weten dat de Fransen niet van plan waren Indochina te verlaten. En Frankrijk was een bondgenot van de VS.

Na de capitulatie van Japan, door de Amerikaanse atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, ontstond er een machtsvacuüm: Japan oefende geen gezag meer uit terwijl het Franse gezag nog niet was hersteld. Daar maakte Ho Chi Minh gebruikl van door op 2 september 1945 in Hanoi de onafhankelijke Democratische Republiek uit te roepen. In zijn onafhankelijkheidsverklaring gebruikte Ho zinnen uit de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring.

Het machtsvacuüm was echter van korte duur want Britse troepen landden in Indochina om het Franse gezag te herstellen. De Fransen maakten zich snel meester van de strategische punten in het zuiden van Vietnam. Ondanks een verzoek van Hu weigerde president Truman de Fransen op de vingers te tikken.

De Franse regering wilde Indochina per se niet opgeven. Elke concessie aan de Vietminh zou nationalisten in andere koloniën - zoals Alegrije - alleen maar inspireren ook in verzet te komen tegen het moederland. Frankrijk begon troepen te sturen.

De Eerste Indochinese Oorlog 1946-1956

indochina en de oorlog

Toch begon Frankrijk besprekingen met Ho in parijs. In 1946 beriekte men een akkoord: Frankrijk erkende de Democratische republiek Vietnam als een vrije staat binnen een 'Franse Unie' , een samenwerkingsverband tussen Frankrijk en zijn overzeese gebiedsdelen. De Republiek mocht de interne zaken zelf regelen, maar buitenlandse zaken, defensie en financiën zouden door de Fransen worden behartigd.

Eind 1946 ontstond er toch een gewapend conflict met de Vietminh, de Franse legerleiding wilde de Vietminh een ' lesje leren' . De Fransen bomabardeerden zelfs de havenstad Haipong en generaal Giap begon met zijn milities een strijd tegen de Fransen. De Vietminh was militair niet opgewassen tegen de goedbewapende Fransen. In 1947 hadden de Fransen in het Zuiden een stevige positie. In het Noorden had de Vietminh zich teruggetrokken uit de stedelijke gebieden naar het platteland en in de bergen.

Het Westen weigerde de Vietnamese Republiek te erkennen waardoor Ho steu zocht bij de Sovjet Unie en de in 1949 ontstane communistische Volksrepubliek China. Naar het voorbeeld van Mao mobiliseerde de Vietminh de boerenmassa tegen de Fransen.

militair strateeg Vo Nguyen Giap

Generaal Giap had daarvoor een krijgsplan ontwikkeld dat uit drie fasen bestond:

1) aanslagen plegen op Fransen doelen met de bedoeling om Franse represailles uit te lokken, die onder het volk een anti-koloniale strijdgeest moest kweken.

2) het Vietminh leger zou het platteland vervolgens gaan controleren.

3) vanaf het platteland zouden dan de steden kunnen worden veroverd.

De superieure bewapening van de Fransen was echter geen voordeel tegen de stijdwijze van de Vietminh. De Fransen konden de steden verdedigen, maar het bleek onmogelijk de Vietminhbasis op het platteland te vernietigen.

In 1949 probeerde de Fransen een nieuwe tactiek: het wilde de niet-communistische nationalisten losweken van hun comunistische strijdmakkers in de Vietminh. De voormalige keizer van Annam, Bao Dai, wilde wel meewerken. Hij kreeg de leiding over een Vietnamese staat die lid zou zijn van de Franse Unie. Op papier bestonden er nu twee Vietnams: de staat van Bao Dai én de Democratische republiek Vietnam onder Ho Chi Minh. Veel steun kreeg Bao Dai niet van de bevolking.

Amerika steunt Frankrijk, China steunt Ho

Nadat Bao Dai was geïnstaleerd, begonnen de Verenigde Staten met een programma van militaire steun. In 1950 begon de regering Truman een bescheiden hulpprogramma. Onder Eisenhouwer namen de Amerikanen al tachtig procent van de oorlogskosten voor hun rekening. Dat vloeide voort uit de Amerikaanse Trumandoctrine en de containmentpolitiek. Na het ontstaan van Communistisch China in 1949 wilde men het communisme indammen. En Mao had al steun beloofd aan Ho Chi Minh. De Koude oorlog was de beslissende factor geworden voor de internationale ontwikkelingen. Dat de inwoners van Indochina zelf ook een wil hadden drong niet tot Washington door.

Door de Chinese steun konden de Vietminh strijders de controle krijgen over het platteland van Tonkin, van waaruit zij later de steden konden binnendringen. De Fransen hadden inmiddels al een half miljoen soldaten in Vietnam, maar dit aantal bleek te weing om een aanvalsstrategie uit te voeren.

betoging in parijs in 1950 tegen de oorlog in vietnam

Betoging in 1950 in Parijs tegen de oorlog in Vietnam

In Frankrijk begon de publieke opinie zich steeds meer tegen de oorlog te keren. De oorlog koste inmiddels al twee keer het bedrag dat de Fransen aan Marshalhulp ontving. Daarnaast nam het verlies aan mensenlevens toe. In het zicht van een mogelijke politieke oplossing probeerden de Fransen hun militaire posities te verstevigen. Eern van de Franse posities werd in 1953 gekozen in Dien Bien Phu, in het noorden van Vietnam.

landing franse 1e parachutisten batillion Dien Bien Phu 20 november 1953

Landing Franse 1e parachutistenbattillion Dien Bien Phu 20 november 1953

De Fransen hoopten hier in een grote veldslag de Vietminh te verslaan. Het liep echcter anders. de Vietminh slaagde er met 35.000 in om het Franse legerkamp te omsingelen in de Vlakte van de Kruiken. Op 7 mei 1954 capituleerden de Fransen.

2.3 De akkoorden van Genève

De Franse positie in Indochina was niet meer te redden. In april 1954 kwam in Genève een conferentie bijeen om over de toekomst van Indochina te praten. De conferentie werd voorgezeten door Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie. verdere deelnemers waren Frankrijk, Democratische Republiek Vietnam, Volksrepubliek China en als waarnemer de Verenigde Staten. De besprekingen zouden tien weken duren.

Frankrijk en de Vietminh sloten na de slag om Dien Bien Phu onmiddelijk een wapenstilstand. Het regime van Ho chi Minh in Noord-Vietnam werd hiermee in feite volkenrechtelijk erkend. De discussies in Genève spitsten zich toe op de toekomst van het zuiden van Vietnam. De Noord-Vietnamese delegatie wilde het land zo snel mogelijk verenigen. De Amerikanen wilden daarentegen voorkomen dat Zuid-Vietnam communistisch werd.

domino theorie

Dominotheorie

De Geneefse akkoorden waren een compromis

- Het land werd tijdelijk in tweeën gedeeld, met de zeventiende breedtegraad als scheidingslijn. Ten Noorden daarvan zou de democratische Republiek Vietnam het gezag uitoefenen. Ten zuiden van de demarcatielijn zou de Franse marionet Bao Dai een tijdelijk bewind uitoefenen. De bedoeling van de deling was een ordelijke troepenscheiding.

- Geen van de beide delen mocht zicch aansluiten bij militaire bondgenootschappen of militaire basis van andere landen op zijn grondgebied toestaan.

- In 1956 zouden nationale verkiezingen worden gehouden, waarna het land zou worden verenigd.

Om toe te zien op de naleving van de Geneefse Akkoorden werd een Internationale Commisie van Toezicht ingesteld. Deze bestond uit diplomaten uit Polen, India en Canada.

Genève bracht geen verenigd onafhankelijk Vietnam. Ho Chi Minh bestuurde de noordelijke helft en ten zuiden van de zeventiende breedtegraad kwam een westers georiënteerd regime tot stand, met als regeringszetel Saigon. In 1956 trokken de laatste Franse troepen zich terug uit Zuid-Vietnam. Presiident Eisenhouwer besloot zeshonderd militaire adviseurs naar Saigon te sturen.

vice president nixon, president eisenhouwer en secretary of state dulles

vlnr: vice-president Nixon, president Eisenhouwer en secretary of state Dulles augustus 1952

Voor de Vietminh was de uitkomst van Genève ongunstig omdat de Vieminh haar posities in het zuiden op moest geven. Maar omdat in 1956 nationale verkiezingen werden beloofd stemde Ho chi Minh er mee in. Maar omdat men vreesde dat Ho die verkiezingen zou winnen werden die uiteindelijk niet gehouden en kwam het niet tot een vereniging van Noord- en Zuid-Vietnam. De VS waren daar fel tegen. Zij lieten zich leiden door de zogenaamde Dominotheorie: als Zuid-Vietnam communistisch werd, zou de rest van Zuidoost-Azië volgen. Bovendien zou verlies van Zuid-Vietnam gezichtsverlies voor Amerika opleveren..

vietminh gecontroleerd gebied

Ook de communistische landen drongen niet sterk aan op naleving van de Geneefse Akkoorden. Redenen daarvoor waren:

- China zag liever een gedeeld Vietnam dan een sterke zuiderbuur.

- De nieuwe leiders in de Sovjet-Unie waren niet bereid voor Vietnam de relatie met de Verenigde Saten op scherp te zetten.

- China en de Sovjet-Unie wilden bovendien Amerika niet verleiden om in Zuid-Vietnam troepen te legeren.

De ZOAVO

De Amerikaanse regering was niet tevreden met de Geneefse Akkoorden en onder leiding van de Amerikaanse minster van Buitenlandse zaken Dulles kwam de Zuidoost Aziatisch Verdrags Organisatie tot stand. Deze leek op de Nato maar met één belangrijk verschil: De lidstaten van de ZOAVO erkenden niet het principe dat 'een aanval op een lidstaat gelijk staat aan een aanval op ons allen'. Leden ervan waren de VS, Goot-Brittannië, Australië, Nieuw-Zeeland, Tailand, Pakistan en de Filippijnen. Het doel was echter hetzelfde als bij de NATO: communistische expansie voorkomen en de Amerikaanse invloed veiligstellen. In een apart protocol werd opgenomen dat het voormalige Indo-China aanspraak kon maken op bescherming. In de Vietnamoorlog is de ZOAVO echter nooit als zelfstandige strijdmacht opgetreden.

Genève: afsluiting en kiem van oorlogvoering

De Akkorden van Genève maakten een einde aan acht jaar oorlogvoeren, maar legde ook de kiem voor een nieuwe oorlog die twintig jaar zou duren.

Op het moment dat de Fransen zich terugtrokken, viel voor Washington een belangrijk beletsel weg om zich direct met de zaken te bemoeien. De Amerikanen werden nu niet meer geassocieerd met het Europese kolonialisme. Vietnam kwam in een nieuwe fase van oorlogvoering terrecht.

Zie voor deel 2 De oorlog in Vietnam deel 50 Oorlog door de Eeuwen heen Deel 50 Oorlog door de Eeuwen heen