We hebben 303 gasten online

Deel 50 Oorlog door de Eeuwen heen

Gepost in Serie Oorlog door de eeuwen heen

Deel 2 De oorlog in Vietnam

Deelvraag 3 Waarom kwam het opnieuw tot een oorlog in Vietnam?

Inleiding

De periode tussen 1954 en 1963 was een adempauze voor de Vietnamezen. Ho Chi Minh benuttte die pauze om de eigen macht te consolideren en om met Russische en Chinese steun het sociaaleconomische programma van de communistische partij uit te voeren. In het Zuiden werd de periode gebruikt om een levensvatbare niet-communistische natie te bouwen met Amerikaanse hulp.

De rustpauze was echter bedriegelijk want eind jaren vijftig besloot de Noord-Vietnamese partijleiding al actieve steun te verlenen aan groepen die zich in het Zuiden verzetten tegen het pro-Amerikaanse bewind.

Het belang van dit onderwerp

de indochinseoorlog en de toekomst van Zuidoost azie

New York Herald Tribune 20 november 1953

Vanaf 1954 werd in Noord-Vietnam een communistische en in het Zuiden een kapitalistische samenleving gevormd. Het Noorden kende slechts een partij: de communistische. Toch noemde Noord-Vietnam zich democratisch, omdat deze ene partij wel alle Vietnamezen vertegenwoordigde. In het Zuiden ontwikkelde zich een regiem dat werd gekenmerkt door corruptie en nepotisme. Washington greep niet in, uit angst de steun van het regime in Saigon te verliezen. De ontwikkelingen in beide delen van Vietnam laten zien wat er gebeurt wanneer een goed functionerend parlement ontbreekt. Het gewone volk betaalt dan de rekening.

3.1 Een interne en een externe revolutie

In oktober 1954 stroomden eenheden van de Vietminh de hoofdstad Hanoi binnen. De politieke macht in de Democratische republiek Vietnam kwam in handen van Ho Chi Minh en de Vietnamese Communistische Partij. Binnen de partij lag de macht bij een kleine groep mensen rond Ho. Ho was president van de republiek, generaal Giap was zowel minster van Defensie als vice-premier. Oppositie tegen de partijlijn was niet of nauwelijks mogelijk en er was geen persvrijheid. Ho Chi Minh genoot veel aanzien bij de bevolking. In 1954 werden alle Franse bedrijven genationaliseerd. Hierdoor ontstond er een enorme kapitaalvlucht naar het Zuiden. De meesten die zuidwaarts trokken waren katholieken, die vervolging vreesden door het 'goddeloze' communisme.

In de eerste jaren voerde Ho's regiem een 'interne revolutie' door. De partij lanceerde een landhervormingsprogramma. De landgoederen werden in het begin in handen gegeven van landloze en arme boeren. De rijstproductie steeg daardoor binnen twee jaar van 2,6 miljoen ton naar 4,2 miljoen ton. Maar het bewind radicaliseerde. Noord-Vietnam kreeg een planeconomie waarin voor een vrije markt geen plaats meer was. Net als in Mao's China trokken partijactivisten naar het platteland en dwongen onwillige boeren toe te treden tot collectieve boerderijen. Veel landeigenaars werden geëxecuteerd of verdwenen in gevangenschap. Gevolg: opstanden van boeren en een kapitaalvlucht.

In 1958 keerde de rust terug en kon Ho de collectivisering verder doorvoeren. In 1960 was achtenzestig procent van de boerenbevolking, in totaal dertien miljoen mensen, werkzaam op coöperatieve boerderijen. De grootschalige coöperatieve landbouw bracht weinig enthousiasme onder de boeren teweeg en er werd bovendien te weinig gemechaniseerd. Het gevaar van voedseltekorten en honger lag op de loer.

De industriële ontwikkeling van Noord-Vietnam kwam nauwelijks van de grond. In totaal werkten er maar een paar duizend mensen en droeg de industrie in 1954 maar voor slechts anderhalf procent bij aan het nationale inkomen. In 1961 lanceerde de partij een vijfjarenplan, dat voorzag in een snelle opbouw van de zware industrie. Noord-Vietnam bleef een arm, industrieel onderontwikkeld land en werd financieel en materieel gesteund door de Volksrepubliek China en de Sovjet-Unie. Noord-Vietnam nam ideologisch geen stelling in tussen Moskou en Peking en maakte profiteerde er zelfs van.

Noord-Vietnam voelde zich in de kou gezet toen geen van de deelnemers aan de Geneefse Conferentie zich sterk wilde maken voor de beloofde verkiezingen in 1956. De regering van Zuid-Vietnam had namelijk voorgesteld deze niet door te laten gaan. Volgens de prognoses zou de Vietminh de verkiezingen glansrijk winnen. Het was dus een kwestie van lijfsbehoud om de verkiezingen te saboteren..

De enige oplossing om een hereniging te bereiken was de gewapende strijd. Het regiem in Saigon moest ten val worden gebracht en de Amerikaanse aanwezigheid moest worden beëindigd. Dat zou men de externe revolutie kunnen noemen. De interne en de externe revolutie wogen voor Ho even zwaaar. In januari 1959 nam de top van de parij de beslissing om Noord-Vietnamese troepen in het Zuiden te laten infiltreren om het daar aanwezige verzet tegen de regering te helpen.

3.2 Het regime van Ngo Dinh Diem

Ten zuiden van de zeventiende breedtegraad werd met Amerikaanse steun een anticommunistische staat uit de grond gestampt. Hoofdstad werd Saigon, gelegen in de Mekongdelta. Ngo Dinh Diem, telg uit een bestuurlijke elite, was door de Fransen naar voren geschoven om de nieuwe regering te leiden. In 1954 werd Diem premier en een jaar later president. Diem was rooms-katholiek en koesterde zowel sterke anticommunistische als antikoloniale opvattingen. Diem bleek achteraf een foute keuze. Hij was een contactarme, achterdochtige heerser, die zichzelf grandioos overschatte.

De Amerikaanse politiek was gericht op Nation Building. Met veel geld en idealsime wilden Amerikaanse diplomaten een sterke, weerbare Zuid-Vietnamese natie uit de grond stampen, westers gezind met een eigen identiteit. Het land stond in de top vijf van door Amerika meest begunstigde landen. Aleen al tussen 1955 en 1960 pompte Amerika er zeven miljard dollar in. Niet onvoorwaardelijk want keer op keer drongen de Amerikanen er bij Diem op aan om haast te maken met de democratisering en de landbouwhervorming. Tevergeefs: want één procent van de bevolking bezat bijna de helft van de landbouwgrond. De meeste dollars verdwenen in de zakken van corrupte ambtenaren of werden gebruikt door Diems veiligheidsdienst. In wezen hield Amerika een dictatuur overeind. Oppositieparijen werden buiten de wet geplaatst en de pers stond onder censuur. Tussen 1955 en 1959 werden 12.000 mensen geëxecuteerd en verdwenen 50.000 anderen in concentratiekampen.

ngodinh diem op bezoek in Washinghton 1967

Diem op bezoek in Washington in 1957. Links president Eisenhower, daarnaast John Foster Dulles

Toch bleef de Amerikaanse regering achter Diem staan. Dit kwam voort uit het koudeoorlogsdenken van de jaren vijftig en zestig. Het was echter een fatale denkfout van Washington om de Vietminh te zien als een marionet van Mao of Chroesjstjov. Dat de Vietminh ook werd gedreven door nationalistische motieven, kon men niet begrijpen.

Diem begreep zijn waarde voor de Amerikaanse strategen. Zolang hij jacht maakte op echte of vermeende communisten handelde hij in overeenstemming met Amerika's buitenlandse politiek. De keuze voor Diem werd gemaakt bij gebrek aan beter. In Washington was men zich ervan bewust dat er buiten Diem niemand in Saigon was op wie Amerika kon bouwen. Diem was minder geïntresseerd in het doorvoren van noodzakelijke hervormingen, dan in het handhaven van zijn eigen machtspositie. Ook Washington zag wel dat de mooie droom van 'nation builing' in rook opging.

De Vietcong: inheems of import

Vanaf 1959 infiltreerden Noord-Vietnamese troepen in het Zuiden en deze kregen de opdracht voorlopig niet in actie te komen. Toch pleegden deze enkele aanslagen. De bedoeling van deze communistische terreur was, om nog grotere repressie van de kant van Diem uit te lokken, zodat de bevolking zich echt ook onderdrukt ging voelen. Gelijdelijk aan slaagden guerillagroepen erin om grote delen van het platteland van Zuid-Vietnam op hun hand te krijgen, met name in de Mekongdelta.

In 1960 besloot Hanoi een nieuwe organisatie in het Zuiden op te zetten, het Nationaal Bevrijdingsfront (NLF). Hierin werkten de diverse oppositiegroepen tegen Diem samen. Het NLF leek op de Vietminh uit de strijd tegen de Fransen. Behalve communisten zaten er vertegenwoordigers in van boeren, jongeren en religieuze groepen. Het NLF wilde de schijn ophouden dat het een Zuid Vietnamese organisatie was.

De gewapende arm van het NLF, het Volksbevrijdingsleger, werd door de Zuid-Vietnamezen en Amerikanen spoedig betiteld als Vietcong. Dit was een afkorting van ´Vietnamese communisten´.

Er zijn verschillende meningen over hoe men de Vietcong moest zien. Was de Vietcong een autonome Zuid Vietnamese verzetsbeweging, dan was er sprake van een burgeroorlog tussen Vietnamezen onderling. Dat was ook het standpunt van de antioorlogsbeweging in Amerika. Maar was de Vietcong een organisatie geleid door Hanoi dan was het conflict een oorlog tussen twee staten met Noord Vietnam als agressor en Zuid Vietnam als slachtoffer. Dat laatste nu was het standpunt van de Amerikaanse regering.

Pas jaren na de oorlog zou uit bronnenmateriaal blijken dat de Amerikaanse visie juist was. De Amerikaanse generaals en politici hadden gelijk dat de Vietcong Made in Hanoi was. Hun veronderstelling dat Hanoi het etiket Made in Moskou verdiende was niet juist, want de invloed van de Sovjet Unie en China op Noord Vietnam bleef beperkt.

De strategen van de Vietcong noemden de strijd een bevrijdingsoorlog. Eerst moest het platteland worden veroverd en daarna waren de steden aan de beurt. Dit concept van een lange guerillaoorlog was ontleend aan de ideeën van Mao.

Versterkte dorpen

Als antwoord op de toegenomen guerilla-activiteit introduceerde de regering in Saigon een plan om versterkte dorpen 'strategic hamlets' te bouwen. Vier miljoen boeren moesen verhuizen en Diem liet de boeren zelf betalen voor de aanleg van de dorpen, hoewel het bouwmateriaal gratis door de Amerikanen ter beschikking was gesteld. De boeren in de versterkte dorpen voelden zich ontworteld. De boeren sympatiseerden vaak met de communsiten, die een eerlijke verdeling van het land beloofden. Het project van de versterkte dorpen werkte averechts en riep juist verzet op.

Ook in de steden groeide het evrzet. Daar tekende radicale boedhisten, intellectuelen en communisten protest aan tegen de heerschappij van Diem en de Amerikaanse invloed. Hoewel Washington Diem financieel en materieel steunde, bleef het aantal Amerikanen in Vietnam nog beperkt. Onder president Eisenhower bevonden zich ongeveer 900 Amerikaanse adviseurs in Vietnam, Méér wilde Eisenhower niet doen.

3.3 De strijd ontbrandt 1961 - 1964

In 1961 werd Eisenhower opgevolgd door J.F.Kennedy. Kennedy omringde zich met een groep jonge, energieke academici ' the best and the brightist'. Zij deelden de overtuiging dat de wereld maakbaar was en dat zij die naar Amerikaans voorbeeld konden modelleren. Het waren mannen die onbaatzuchtig idealisme met arrogantie combineerden. Helaas hadden ze geen kaas gegeten van de ingewikkelde situatie in Zuidoost Aziè. De echte Azie-kenners waren in de tijd van McCarthy weggezuiverd. Zonder lang na te denken gingen zij ervan uit dat de dominotheorie van toepassing was op de situatie in Vietnam.

jfk briefing vietnam war

Persconferentie Vietnam oorlog door president Kennedy maart 1961

Kennedy was wijs genoeg om niet helemaal toe te geven aan de haviken onder zijn generaals die aandrongen op het inzetten van bommenwerpers in Vietnam. Wel besloot hij om in 1961 de groep Amerikaanse adviseurs uit te breiden tot zo´n tienduizend. Hij stuurde tevens gevechtshelicopters en geld. Daarnaast verleende hij goedkeuring aan geheime sabotageacties. In 1963 waren er zestienduizend Amerikanen in Vietnam. Zij hadden de opdracht om de Zuid Vietnamese regeringstroepen te adviseren. Deze adviseurs raakten echter steeds meer betrokken in gevechtshandelingen.

Kennedy had persoonlijk zijn twijfels over de dominotheorie. Hij verwachtte dat de Volksrepubliek China op korte termijn over een atoombom zou beschikken en dan Zuidoost Azie sowieso kon domineren. Net zomin als Eisenhower slaagde Kennedy er echter in om van Diem een volgzame marionet te maken.

Brandende monniken

In 1963 liepen de zaken in Vietnam uit de hand. Bij de slag om Ap Bac, een dorp in de Mekongdelta hield een Vietcongeenheid zich staande tegenover een veel grotere en bewapende strijdmacht.

Maar in de zomer van 1963 stak een boeddhistische monnik midden op straat in Saigon, zichzelf in brand uit protest tegen de onderdrukking van de boeddhistische religie door de katholieke Diem. Er zouden meer zelfverbrandingen volgen. Deze zelfverbrandingen toonden het failliet van het regime van Diem aan. Diems troepen gingen over tot gewelddadige invallen in tempels en heiligdommen en honderden geestelijken werden opgepakt.

zelfverbranding boeddhistische monnik

Dit was voor Amerika de druppel die de emmer deed overlopen. Vanuit het ministerie van Buitenlandse zaken in Washington, ging buiten medeweten van de president en de minister, een telegram naar de ambassadeur in Saigon met de mededeling om een couppoging niet te verijdelen. De ambassadeur gaf de opstandige generaals vervolgens een duidelijke hint dat de Verenigde Staten de coupplegers niets in de weg zou leggen. Op 1 november 1963 omsingelden de opstandige legereenheden het presidentiële paleis. Diem gaf zich over, maar werd door de miltiaren zonder pardon neergeschoten. Een militaire junta nam de macht over. Kennedy was ontsteld toen hij het nieuws vernam, maar erkende binnen een week het nieuwe bewind, dat hem beloofde de oorlog tegen de communisten voort te zetten. Amerika werd nu geheel verantwoordelijk voor de politieke en militaire leiding in Zuid Vietnam. Drie weken daarna werd president Kennedy op 22 november 1963 in Dallas vermoord. Na de moord op president Kennedy volgde zijn vice president L.B.Johnson hem direct op.

President Johnson rechts  ontmoet in 1968 Van Thieu

President Johnson (rechts) ontmoet Van Thieu in 1968

In Saigon volgde de staatsgrepen elkaar op totdat in 1965 de macht toeviel aan twee militairen: generaal Nguyen Van Thieu en luchtmaarschalk Nguyen Cao Ky. Thieu riep zich in 1967 uit tot president van Zuid Vietnam. Net als hun voorgangers voerden ze een autoritair corrupt bewind.

Deelvraag 4: Waardoor bleef een militaire oerwinning voor de Verenigde Staten in de oorlog in Vietnam uit?

Inleiding

In de korte regeerperiode van president J.F.Kennedy leek de wereld te balanceren op de rand van een 3e wereldoorlog. Dat kwam door 2 oorzaken:

- In 1961 werd de Berlijnse muur gebouwd;

- in 1962 bleek dat de Sovjet-Unie op Cuba raketten had geplaatst met kernkoppen.

Uiteindelijk haalde de wereld opgelucht adem toen de VS en de SU overeenstemming bereikten over het terugtrekken van die raketten. Dat had als gevolg dat in 1963 er een verdrag werd gesloten dat bovengrondse kernproeven verbood en de grootmachten inzagen dat men met elkaar verder moest. Er was echter een probleem: Vietnam.

Nadat Chroesjstjov in 1964 werd afgezet en opgevolgd door Leonid Brezjnev werd de lijn van ontspanning, vreedzame co-existentie, weer doorbroken en ontstond er een hardere lijn.

Het belang van dit onderwerp

De strijd in Vietnam groeide onder Kennedy en Johnson uit tot een regelrechte oorlog die bijna 10 jaar zou duren. Uiteindelijk zou Amerika het land verlaten. Van een militair verlies was geen sprake. Maar de Verenigde Staten waren niet in staat geweest de oorlog te winnen en dit bleek even erg als verliezen. De vergelijking dringt zich op met de oorlog in Irak waar ondanks een militair overwicht de Amerikanen zich vergisten in de ontstane situatie na de bezetting van Irak.

4.1 Uitgangspunten van de Amerikaanse strategie.

De nieuwe Amerikaanse prersident Johnson stond voor de zware taak het beleid van zijn voorganger voort te zetten. In de ogen van de Kennedy's was Johnson een ruwe boer uit Texas. Omgekeerd had Johnson een hekel aan de sfeer van rijkdom en glamour rond de Kennedy's. Zijn kwaliteit lag in zijn sociaal gevoel en door zijn lange ervaring als parlementariër kon hij goed omgaan met lastige Congresleden.

Johnson tichtte zijn beleid op twee binnenlandse problemen: de armoede en de rassenproblematiek. Daartoe lanceerde hij in 1964 zijn programma , de Great Society. Voor deze War on Poverty zouden veel miljoenen dollars nodig zijn. De Vietnamoorlog moest zo snel mogelijk beëindigd worden om geld vrij te maken voor de Great Society. Daarvoor had Johnson echter ook de medewerking nodig van de Republikeinen in het Congres, maar juist die waren fel anti-communistisch.

Drie opties

In theorie hadden Johnson en zijn raadgevers de keuze uit drie mogelijkheden:

1) Ze konden zich terugtrekken uit Vietnam;

2) Ze konden nuclaire middelen inzetten;

3) Ze konden gevechtseenheden naar Zuid-Vietnam sturen.

De eerste oplossing was niet reëel. Bondgenoten zouden zich afvragen wat Amerikaanse veiligheidsgaranties dan nog waard waren. Ook de tweede optie viel af in verband met het risico van een allesvernietigende atoomoorlog. Bleef over het sturen van militaire eenheden naar Vietnam. De beleidsmakers stelden daarvoor enkele uitgangspunten op:

Op 2 augustus 1964 voerden Noord- Er moesten zo weinig mogelijk Amerikaanse slachtoffers vallen;

- De oorlog moest worden gevoerd met conventionele middelen;

- Het oorlogsgebied diende zich te beperken tot Vietnam.

Het Pentagon ging er echter van uit dat de oorlog in korte tijd zou kunnen worden beslist gezien de militaire macht van de VS. Men voorzag een beperkte oorlog (limited war) en wilde dat bereiken door:

- Het bombarderen van Noord-Vietnamese doelen, omdat van daaruit de gureilla-acties van de Vietcong geleid werden;

- Amerikaanse troepen zouden de bevoorradingslijnen naar het Zuiden blokkeren ter hoogte van de zeventiende breedtegraad;

- Rusland en China moesten buiten de oorlog worden gehouden;

- Het Noordelijk deel van Vietnam, dat aan China grensde, zou niet worden gebombardeerd.

Amerikaanse beleidsmakers waren zo zeker van hun zaak dat zij geen alternatieve strategieën ontwikkelden voor het geval het toch mis zou lopen.

De Tonkinresolutie-

Vietnamese patrouilleboten een mislukte torpedoaanval uit op het Amerikaanse fregat Maddox in de Golf van Tonkin. Het schip was bezig met een geheime operatie binnen de Noord-Vietnamese territoriale wateren. Johnson gaf opdracht Noord-Vietnamese doelen te bombarderen. Na het bericht van een tweede aanval, waarvan later is bewezen dat die nooit heeft plaatsgevonden, riep Johnson het Congres bijeen. Dit incident is de geschiedenis ingegaan als het Tonkinincident en leidde tot het aannemen in het Congres van de Tonkinresolutie. Deze Tonkinresolutie betekende in de praktijk dat president Johnson alle vrijheid kreeg om 'alle nodige maatregelen te nemen om aanvallen tegen tegen Amerikaanse krijgsmacht af te slaan en verdere agressie in Vietnam te voorkomen'. In feite kreeg Johnson een blanco cheque en zou naar aanleiding van het Tonkinincident Vietnam het toneel worden van een echte oorlog.

4.2 Falende strategie

Eind 1964 besloot de Noord-Vietnamese regering om de strijd in het Zuiden op te voeren. Drie Noord-Vietnamese regimenten vertrokken naar Zuid-Vietnam. Noord-Vietnam droeg dus ook bij aan de escalatie van de oorlog.

great society

In november 1964 won Johnson met een grote meerderheid de presidentsverkiezingen. Hij vertrouwde er nu op dat hij zowel de Great Society kon realiseren en de Vietnamoorlog kon winnen. De toegenomen communistische activiteit in Zuid-Vietnam zorgde echter voor een nieuwe situatie. Begin 1965 vond een guerilla-aanval plaats op een militaire basis, waarbij negen Amerikanen om het leven kwamen. Johnson voelde zich gedwongen een passend antwoord te geven en gaf opdracht tot een luchtaanval op de belangrijkste Noord-Vietnamese troepenbasis. Waardoor de strijd escaleerde. Johnson besloot vervolgens tot de operatie Rolling Thunder, een langdurig bombardement op Noord-Vietnam waarbij ook Hanoi en Haipong in juni 1965 werden gebombardeerd door B52 bommenwerpers.

Ook Zuid-Vietnamese dorpen die in handen waren van de Vietcong, werden door de Amerikanen gebombardeerd. Johnson bleef zich echter afvragen: 'Zijn we aan een karwei begonnen dat we binnen drie jaar kunnen afmaken"? Is er een uitweg"?. Maar in het openbaar bleef hij de oorlog verdedigen.

De bombardementen hadden eigelijk weinig effect, omdat Noord-Vietnam weinig industrie van betekenis had. Bovendien groeide het verzet tegen de Amerikanen sterk. Ho Chi Minh wilde de Amerikanen bezighouden en uitputten tot de publieke opinie in de VS zich tegen haar eigen regering zou keren en Johnson gedwongen zou zijn soldaten terug te roepen.

Zuid-Vietnam 'geamerikaniseerd'

generaal westmoreland en president johnson

Opperbevelhebber Westmoreland en president Johnson

In Zuid-Vietnam bleef de Vietcong aanvallen uitvoeren. Het Zuid-Vietnamese leger stond in het voorjaar van 1965 op de rand van instorten. William Westmoreland, de Amerikaanse opperbevelhebber in Vietnam, deed een dringend appel op Washington om grondtroepen te sturen. In maart 1965 gingen de eerste grondtroepen in Da Nang aan land. Binnen twee maanden zouden het er 75.000 zijn en in 1969 zou dat aantal opgelopen zijn naar 542.000. Zo werd de Vietnamese samenleving voor een groot deel 'geamerikaniseerd'.

overzicht deelname vs troepen vietnamoorlog

Het Zuid-Vietnamse leger verichtte vooral ondersteunende taken. Tot woede van president Thieu werd zijn legerleiding nauwelijks betrokken in de besluitvorming. De verliezen van het Zuid-Vietnamese leger waren groot. Een kwart miljoen Zuid-Vietnamezen sneuvelde: bijna vijf maal zoveel dan het aantal Amerikanen dat omkwam.

Search -and-destroyoperaties

De oorlog was geen gewone oorlog. er waren geen duidelijke frontlijnen, doordat de Vietcong verspreid zat over vrijwel heel Zuid-Vietnam. Om de Vietcong op te sporen voerden de Amerikanen zogenaamde search-and-destroyoperaties uit. Speciale eenheden werden per helicopter in een gebied gedropt en begonnen de omgeving uit te kammen. Maar de Vietcongsoldaten trokken zich na een aanval terug in tunnelcomplexen en waren vrijwel ongrijpbaar. Omdat de Amerikanen niet zeker waren van de steun van de bevolking, arresteerden zij iedereen die mogelijkerwijs 'Charlie' - zoals de Amerikane Vietcongstrijders noemden - zou kunen helpen. Vaak werden huizen of dorpen in brand gestoken om te beletten dat de Vietcong onderdak en voedsel kreeg. Dat was het werk van de Zippo Squads, eenheden die vernoemd waren naar een aanstekermerk Zippo.

De talloze serach-and- destroyacties leidden echter tot niets. De soldaten gingen na een treffen terug naar hun basis en de guerilla-strijders keerden terug naar de dorpen. Het duurde jaren voordat de Amerikaanse legerleidng toegaf dat zij de vijand zo niet kon verslaan.

De oorlog veroorzaakte een enorme vluchtelingenstroom. Bijna vier miljoen mesen stroomden Saigon en andere 'veilige' steden binnen. deze gedwongen urbanisatie kwam de Amerikaanse strategen overgens niet slecht uit. Op deze manier zou de vijand immers zijn schuilplaatsen onder de plattelandsbevolking kwijtraken.

De Ho-Chi-Minhroute

De vitale aanvoerroute voor de communistische gurillastrijders in Zuid-Vietnam was de Ho-Chi-Minhroute. Een netwerk van paadjes liep van Noord-Vietnam door de jungle van Laos en Cambodja naar de hooglanden van Zuid-Vietnam. Meer dan tienduizend kilometer lang. Men vervoerde te voet of per fiets, ter paard of per vrachtwagen wapens, ammuntie en rijst naar het Zuiden. In de loop van de oorlog werd de route versterkt met werk- en opslagplaatsen , barakken en opslagplaatsen. Een legertje specialisten , waaronder veel vrouwen, was voortdurend in de weer om het wegenstelsel te onderhouden.

ho chi minhroute

De vindingrijke Vo Nguyen Giap liet zich niet verleiden tot grootschalige veldslagen, maar voerde een guerillaoorlog. Deze oorlog vertoonde een asymmetrisch patroon. Amerikaanse en Zuid-Vietnamese troepen zetten tanks en vliegtuigen in, vooral om het aantal slachtoffers te beperken. Maar doordat de kleine, onzichbare Vietcongtroepen zich in de jungle en de tunnels konden schuilhouden, waren zij moeilijk te lokaliseren. De Vietcong beheerste het Zuid-Vietnamese platteland, de Amerikanen de stedelijke kernen. Overdag hield de Vietcongstrijder zich schuil; s'nachts kwam hij tevoorschijn.

'Agent Orange'en napalm.

Een omstrden wapen was het ontbladeringsmiddel Agent Orange. Als vliegtuigen het uitstrooiden, verloren bomen hun blad, zodat de guerillabasis vanuit de lucht zichbaar werden en een gemakkelijk doelwit vormden. Jarenlang veroorzaakte het gif echter nog belangrijke lichamelijke misvormingen bij baby's en was de vis en de kip die de Vietnamezen aten vergiftigd.

Berucht was ook napalm, een geleiachtige brandstof die lijkt op brandende benzine. Napalm werd met brandbommen afgeworpen. Op de huid van het slachtoffer bleef de brandende naplam plakken en kon niet gedoofd worden. De oorlogsfoto's van jeugdige slachtoffers - met flarden van hun huid nog hangend aan hun lichaam - wekten grote afschuw.

phan thi kim puc 8 juni 1972

4.3 Steun van bondgenoten

De bombardementen op Noord-Vietnam veroorzakten grote schade aan het irregatiesysteem in de delta van de Rode Rivier en raakte de voedselvoorziening direct. Omdat de Noord-Vietnamese mannen bijna allemaal als soldaat dienden daalde de voedselproductie. China stuurde naast technici ook grote rijstzendingen zodat hongersnood voorkomen kon worden. Noord-Vietnam kreeg ook hulp uit het buitenland zoals b.v ook van het Nederlandse Medisch Comité Nederland-Vietnam. Ook leverden Moskou en Peking wapens. Waaronder luchtafweergeschut. In 1967 waren er al meer dan negenhonderd Amerikaanse toestellen mee neergehaald. In totaal leverden Rusland en China voor ruim twee miljard dollar hulp aan Hanoi.

4.4 Het einde van de Amerikaanse interventie

khe san 1 feb 1968

In januari 1968 belegerden tachtigduizend Noord-Vietnamezen een Amerikaanse legerbasis in het uiterste noorden van Zuid-Vietnam, Khe Sanh. De basis was omsingeld waardoor de enige bevoorradingsroute door de lucht was. Elke dag werden er zo'n vijfduizend bommen afgeworpen om de Noord-Vietnamezen te verdrijven. Een kracht van vijfmaal de atoombom op Hiroshima. De Noord-Vietnamezen verloren tienduizend man, de Amerikanen vijhonderd. Maar het beleg van Khe San bleek een afleidingsmanoeuvre te zijn. Amerikaanse miltairen waren uit de steden gelokt en op 31 januari 1968 lanceerden de communisten het zogenaamde Tetoffensief. Men viel massaal de steden en de Amerikaanse legerbasis aan. De hoop van Hanoi dat het Tetoffensief tot een spontane opstand van de bevolking zou leiden, kwam niet uit. Maar de publieke opinie in de VS sloeg wel om. Het Tetoffensief maakte duidelijk dat een snelle overwinning in Vietnam niet te verwachten viel. Ook de beelden die het publiek dagelijks via de televisie en de kranten onder ogen kreeg, misten hun uitwerking niet.

Toen op 16 maart 1968 luitenant William Callery opdracht gaf de bevolking van My Lai te doden, hoewel er geen Vietcong aanwezig was, schokte dat Amerika. Hij werd er uiteindelijk voor veroordeeld tot levenslang, maar de president verleende hem gratie. Het voorval toonde overduidelijk aan dat gewone soldaten in bijzondere omstandigheden kunnen veranderen in moordlustge wezens.

Wisseling van de wacht

President Johnson stelde zich in 1968 niet meer beschikbaar voor een nieuwe ambstperiode en op 31 maart 1968 kondigde hij een bevriezing van de troepensterkte en een beperking van de bombardementen aan. Het tetoffensief had duidelijk gemaakt dat niemand de oorlog kon winnen. Onderhandelingen leken de enige manier om de oorlog te beëindigen. In mei 1968 begonnen in Parijs verkennende besprekeingen tussen delegaties uit Washington en Hanoi.

Richard Milhouse Nixon behaalde tijden de presidentverkiezingen de overwinning. Hij was een vervente anti-communist en was begin jaren vijftig lid geweest van de onderzoekssenaatscommissie McCarthy. Hij beloofde herstel vam law and order in eigen land. Nixon streefde naar een 'eervolle vrede' in Vietnam. Hij wilde dat doen door de Amerikaanse troepen uit Vietnam terug te trekken en een Vietnamisering door te voeren. Vietnamese troepen moesten de plaats gaan innemen van de Amerikanen.

Terwijl hij de grondtroepen terugtrok, liet Nixon Noord-Vietnam zwaar bombarderen. Zijn doel was Hanoi zover te krijgen dat het alle claims op Zuid-Vietnam zou opgeven, dat zou voor Nixon peace with honour betekenen. Zonder toestemming van het Congres breidde Nixon echter de oorlog uit tot Laos en Cambodja, door in die landen de Ho-Chi-Minhroute te bombarderen. Dat leidde tot nieuwe protesten van de antioorlogsbeweging met name aan de Amerikaanse universiteiten. Dat leidde zelfs tot de dood van 4 studenten op de campus van de Kent State University.

Het Congres besloot eindelijk tot actie over te gaan en besloot de Tonkinresulutie uit 1964 weer in te trekken. De president zou voortaan eerst parlementaire toestemming moeten vragen voor zijn beleid.

Vredesbesprekingen in Parijs

In 1969 werden opnieuw vredesbesprekingen gehouden in Parijs. Er waren vier partijen: de VS, Zuid-Vietnam, Noord-Vietnam en de Vietcong. Washington eiste van de Noord-Vietnamezen dat zij hun troepen uit Zuid-Vietnam zouden terugtrekken en ook in de toekomst afzagen van elke bemoeinis met Zuid-Vietnam. Hanoi eistte terugtrekking van alle buitenlandse troepen.

Een ander struikelblok vormden de verkiezingen. Noord Vietnam eiste echter de hereniging van het land. Bovendien wilde Hanoi pas onderhandelen als de bombardementen stopten.

Met de verkiezingen van 1972 in het vooruitzicht wilde Nixon een snel resultaat dat tot een eerzame vrede zou leiden. Tijdens de Parijse vredesonderhandelingen liet de veiligheidsadviseur, Henry Kissinger, tegenover de Noord-Vietnames Le Duc Tho doorschemeren dat hij bereid was de eis van wederzijdse troepenterugtrekking te laten vallen. Hij kwam met een voorstel voor een onmiddelijk staakt-het-vuren, waarbij Amerika zijn posities over zou dragen aan Zuid-Vietnam.

Nixon had echter nog een troefkaart in handen: verbeterde relaties met Moskou en Beiijng zouden de onderhandelingen vlot kunen trekken. Het idee om het Vietnamese vraagstuk te koppelen (to link) aan verbeterde betrekkingen met Moskou en Beijing werd linkstrategie genoemd. Deze strategie was mogelijk omdat Nixon de tijd rijp achtte voor een herziening van de containmentpolitiek. Kissenger was een voorstander van Realpolitiek, een politiek die minder was gebaseerd op ideologieën, maar op een koele berekening wat voor het land het voordeligst is. Het nieuwe doel werd geformuleerd als detente (ontspanning). De gedachte was dat goede betrekkingen met de Sovjet-Unie de nucleaire wapenwedloop zouden stopzetten en de eigen defensiekosten zouden reduceren. Deze besprekingen, SALT ( Strategic Arms Limitation Talks) genoemd, begonnen in 1969. Het achterliggende idee van linkage was dat Moskou kon helpen de oorlog in Vietnam te beëindigen .

Rond 1970 was de relatie tussen de Sovjet-Unie en China uiterst gespannen en de betrekkingen tussen de VS en China waren al jarenlang bevroren. De Chinese leiders waren echter bereid om samenwerking te zoeken met de VS als een waarborg tegen mogelijke Russische agressie. In 1971 trok een Amerikaans tafeltennisteam door China en werd overal enthousiast ontvangen. Naar aanleiding daarvan ontstond de zogenaamde Pingpongdiplomatie. Kissinger bereidde de komst voor van Nixon naar de Volksrepubliek. In februari 1972 bezocht Nixon de Volksrepubliek en in 1978 ontstonden er tussen de twee landen volledige diplomatieke betrekkingen.

Driehoeksdiplomatie

Met deze driehoeksdiplomatie (gelijktijdig China én de Sovjet-Unie charmeren) trachttende Amerikanen Noord-Vietnam en haar twee communistische bondgenoten tegen elkaar uit te spelen, zodat Hanoi zich soepeler op zou stellen bij de onderhandelingen in Parijs. Moskou en Beijing bleven Hanoi echter steunen. De Noord-Vietnamezen neigden meer richting Moskou dan Beijing wat vooral lag aan een oud wantrouwen tegenover d egrote buurman China.

De vredesbesprekingen in Parijs werden in juli 1972 hervat. In oktober stemde Noord-Vietnam in met de Amerikaanse eis om de regering van Thieu te laten zitten. Kissenger beloofde van zijn kant een volledige Amerikaanse terugtrekking na het ingaan van de wapenstilstand. Op 7 november 1972 werd Nixon beloond met een enorme verkiezingsoverwinning. Thieu was echter niet tevreden. Nixon wilde Thieu over de streep trekken door te bewijzen dat Amerika deze bondgenoot niet in de steek zou laten. Hij gaf opdracht de vredesbesprekingen af te breken.

b 52 bommenwerpers

Op 19 december gaf hij opdracht tot zware bombardementen op Noord-Vietnam, die elf dagen aanhielden. Ze gingen de geschiedenis in als de 'Kerstbombardementen' en lokten internationaal hevige protesten uit.

Op 29 december 1972 begon in Parijs een nieuwe ronde vredesbesprekingen. Thieu kreeg van Nixon de toezegging dat hij extra miliatair materiaal zou krijgen. Op 27 januari 1973 kon een vredesverdrag worden ondertekend. Deze Parijse Akkoorden kwamen vrijwel geheel overeen met de Geneefse Akkoorden uit 1954. Twee maanden na de ondertekening verliet de laatse Amerikaanse soldaat Vietnam.

nguyen en nixon

Thieu en Nixon

Het broze bouwwerk stort in

Van een eervolle vrede zoals Nixon die had beloofd, was nauwelijks sprake. De oorlog ging gewoon door. Zowel het regime in Saigon, als de Vietcong en de Noord-Vietnamezen waren niet bereid met elkaar te praten over gebiedsafbakening of verkiezingen. Eind 1974 forceerde Hanoi een doorbraak. de overwinning volgde in april 1975 en de Noord-Vietnamese troepen namen geassisteerd door de Vietcong, heel Zuid-Vietnam in bezit. Saigon viel op 30 april. Thieu vluchtte samen met duizenden aanhangers het land uit.

overwinnaar ho chi minh

Het enige waar Washington nog toe bereid was, was het organiseren van een luchtbrug om westerlingen te evacueren. Tachtig helicopters brachten in enkele uren, en vele chaotische taferelen, vele duizenden vluchtelingen in veiligheid. Vietnam was verenigd, onafhankelijk en communistisch. Alles waar Amerika voor had gevochten, was verloren. Meer dan 58.000 Amerikaanse soldaten waren gesneuveld en drie miljoen Vietnamezen gedood in de langste oorlog van de twintigste eeuw. De kosten beliepen bijna 150 miljard dollar en alles was voor niets geweest. De Vietnamoorlog bracht de eerste nederlaag in de geschiedenis van de VS, hetgeen nog jarenlang traumatisch zou doorwerken.

De beide delen van Vietnam gingen op 2 juli 1976 officieel samen in de Socialistische republiek Vietnam. De naam van Saigon werd veranderd in Ho-Chi-Minhstad,.

Zie voor deel 3 De oorlog in Vietnam Deel 51 Oorlog door de Eeuwen heen Deel 51 Oorlog door de Eeuwen heen