We hebben 306 gasten online

Deel 51 Oorlog door de Eeuwen heen

Gepost in Serie Oorlog door de eeuwen heen

De slag bij Agincourt 1415

Deel 3 Oorlog in Vietnam

Deelvraag 5 Welke directe gevolgen had de oorlog in Vietnam voor burgers en militairen?

Inleiding

vietnamwar

In de jaren 1965-1968 namen de Amerikanen vrijwel dagelijks Noord-Vietnamese doelen onder vuur. Ook bestookten ze de Zuid-Vietnamese doelen die in handen waren van de Vietcong. Om de oorlog te overleven waren de Vietnamezen gedwongen een overlevingsstrategie te ontwikkelen. Ook voor de Amerikaanse soldaten had de Vietnamoorlog grote gevolgen. Vele sneuvelden of raakten gewond. Na terugkeer kregen ze te maken met de verwerking van traumatische ervaringen. De Stress van deze jongens werd door hun omgeving maar al te vaak niet begrepen.

Het belang van dit onderwerp

Wat gebeurt er met jonge jongens die een oorlog in worden gestuurd. Psychologen, filosofen en historici hebben zich gebogen over de gevolgen van een oorlog voor burgers en soldaten. Een van de vragen die ze probeerden te beantwoorden is hoe doodnormale mensen kunnen veranderen in moordenaars. Uit hun onderzoek blijkt in ieder geval één ding heel duidelijk: het laagje beschaving dat wij meedragen is maar dun. Bovendien is in tijden van oorlog nauwelijks sprake van een scherpe scheidslijn tussen goed en kwaad.

5.1 Gevolgen voor de Vietnamese samenleving

De Amerikaanse search-and-destroyacties waren de voornaamste oorzaak voor het leed onder de Zuid-Vietnamse bevolking. Steeds opnieuw kreeg de bevolking te maken met Amerikaanse patrouilles die een dorp bezochten om het vervolgens in brand te steken. Onderscheid maken tussen vriend en vijand was voor de Amerikaanse soldaten moeilijk. Vaak namen ze het zekere voor het onzekere onder het motto 'de enige goede communist is een dode communist'.

burning vietnam

Naast de search-and-destroyacties waren zowel de chemische ontbladering als de bombardementen oorzaak van grote stromen vluchtelingen. Miljoenen trokken naar de steden. In 1967 waren ruim een miljoen mensen op de vlucht. Tijdens het Tetoffensief kwamen er honderdduizenden bij. In Saigon zaten drie miljoen mensen op een kluitje.

Het dagelijks leven in Zuid-Vietnam werd bepaald door de oorlog. De gedwongen bescherming in versterkte dorpen tijdens het Diemregime, paste niet bij de Vietnamese cultuur. De Vietnamisering van de oorlog, vanaf 1969, had tot gevolg dat de helft van de Zuid-Vietnamese mannen werd ingeschakeld bij de oorlogvoering.

Een kreupele economie

De oorlog leidde tot een ontvolking van het Zuid-Vietnamese platteland en een explosieve groei van de steden. De meeste vluchtelingen vonden geen werk. Misdaad en prostitutie namen zodoende sterk toe in de steden. De aanwezigheid van grote aantallen Amerikanen ontwrichtte de Zuid-Vietnamese economie. In de steden ontstond een, door de Amerikaanse dollars, kunstmatige welvaart, waar slechts een kleine groep mensen van profiteerde. Veel vluchtelingen konden wel een tijdje wat geld verdienen met kleine dienstverlening. Toen de Anmerikanen vertrokken viel deze werkgelegenheid weg.

De slechte economische situatie veroorzaakte bovendien een dalend moreel in het leger. In 1974 ontving negetig procent van de soldaten niet voldoende loon om de familie te onderhouden. Veel dollars verdwenen in de zakken van corrupte tussenpersonen. Twee jaar na de oorlog waren de gevolgen van de oorlog nog overal merkbaar.

Noord Vietnam

Noord Vietnam had minder dan het Zuiden te lijden van de oorlog. Veel zaken uit het dagelijks leven speelden zich ondergronds af. Kinderen en bejaarden werden naar het platteland geëvacueerd, waar collectieve schuilplaatsen waren ingericht. Daarnaast beschikte de bevolking over miljoenen eenpersoons schuilputjes met stevige deksels. Toch tonen voorzichtige schattingen aan dat er in heel Vietnam meer dan een miljoen burgerslachtoffers zijn gevallen.

Voor alle inwoners van Noord-Vietnam in de leeftijd van 16 tot 45 jaar gold een militaire dienstplicht. Tussen 1965 en 1969 groeide het aantal soldaten van 250.000 naar 450.000 man. Het werk in fabrieken en openbare diensten werd door vrouwen overgenomen. Maar ook vrouwen namen als vrijwilligsters dienst in het leger.

De voedselvoorziening werd door de bombardementen aangetast, maar leidde niet tot massale hongersnoden, o.a. door de rijst die China beschikbaar stelde. De Noord-Vietnamezen legden een grote vindingrijkheid aan de dag. Daarmee wisten ze een totale ontwrichting van hun samenleving te voorkomen.

5.2 Gevolgen voor de GI's

life vietnam

De Amerikaanse dienstplichtingen waren gemiddeld 19 jaar oud en hadden geen flauw idee van wat hun te wachten stond in het verre, onbekende Vietnam. De hitte, de regen en de insecten waren bijna nog moeilijker te verdragen dan de vijand. Op de guerillatactieken van de vijand waren ze materieel en mentaal niet voorbereid.

De patouilles wisten nooit precies waar 'Charlie' zich bevond. Als het tot een vuurgevecht kwam voordat de helikopters kwamen assisteren, liep het vaak slecht af. De helft van de Amerikaanse slachtoffers in Vietnam is gevallen in hinderlagen, door boobytraps en in gevechten van man tegen man. Doordat de gewonden met helikopters snel konden worden vervoerd naar de mobiele veldhospitalen hadden ze meer kans te overleven dan in eerdere oorlogen. De primitieve mijnen en boobytraps van de vijand zorgden voor veel doden en voor afschuwelijke verminkingen.

fire

Tour of duty

In totaal hebben drie miljoen jonge Amerikanen in Vietnam gevochten. Ieder van hun droeg naderhand zijn eigen herinneringen mee. De meeste dienstplichtingen dienden slechts één jaar, zodat hun belangrijkste zorg was dat jaar in leven te blijven.

De Vietnamgangers hadden bij hun aantreden de overtuiging dat zij hun taak vervulden ten einde het wereldwijd opdringende communisme een halt toe te roepen. Het was een ideologische kruistocht en zij geloofden oprecht in de juistheid van hun missie. Het was hun Tour of duty, het was een ereplicht die ze graag vervulden. Uit een onderzoek bleek dat driekwart van de ondervraagde Vietnamveteranen geen spijt had van de ervaring in Vietnam. Toch waren velen vooral bang, eenzaam en onzeker. De angstgevoelens werden versterkt doordat soldaten nooit zeker wisten wie vijand en wie vriend was.. Op ieder pad, in ieder dorp loerde het gevaar.

vietnammemorial juli 2008

Foto genomen tijdens mijn bezoek aan Washington op 8 juli 2008. Hier zijn in natuursteen alle namen van Amerikaanse slachtoffers van de Vietnam oorlog vermeld. Geïdentificeerde en ongeïdentificeerde slachtoffers, want nog steeds zijn niet alle slachtoffers opgespoord. Familieleden van slachtoffers zie je met behulp van potlood de naam van hun familielid op papier doordrukken.

Demoralisering

Naarmate de oorlog voortschreed raakten veel Amerikanen gedesillusioneerd. Vooral onder de zwarte soldaten nam de ontevredenheid toe. Ze vochten voor dezelfde zaak en werden toch regelmatig gediscrimineerd door blanke officieren of door hun blanke medesoldaten. Toen de Amerikaanse regering ging streven naar troepenvermindering raakten de soldaten ze steeds meer verbitterd over de politici in Washington die hun niet wilde laten winnen.

Tussen 1969 en 1971 werden jaarlijks ruim tweehonderd aanslagen gemeld op Amerikaanse officieren, waarvan een groot aantal met dodelijke afloop. Dit verschijnsel wordt fragging genoemd, omdat niet zelden fragmentatiebommen werden gebruikt.

Tussen 1969 en 1971 verdubbelde het aantal deserteurs en in de jaren 1972-1973 werd dat getal ook weer verdubbeld. Het percentage dienstplichtigen dat dienst weigerde steeg in deze tijd tot maar liefst drieënveertig procent.

Drugsgebruik vormde het belangrijkste teken van onvrede. Marihuana en heroïne waren spotgoedkoop. Het percentage drugsgebruikers onder de Amerikaanse militairen steeg tussen 1969 en 1972 van negenentwintig naar achtenvijftig procent. De verslaving aan harddrugs droeg bij aan een geweldsgolf in Amerika, die langer zou aanhouden dan de oorlog in Vietnam.

Deelvraag 6: Welke invoed had de oorlog op de Amerikaanse samenleving, en in welke mate beïnvloedde de Amerikaanse publieke opinie het verdere verloop van de oorlog?

Inleiding

De littekens van de verschrikkele oorlog in Vietnam zijn nog steeds zichtbaar voor zowel de Vietnamezen als voor de Amerikanen. Doordat de Amerikanen de gruwelijke gebeurtenissen live op de televisie konden volgen, was de betrokkenheid groot. De protesten tegen de oorlog leidden tot een haast onoverbrugbare kloof tussen voor- en tegenstanders. Het Congres realiseerde zich pas in de loop van de oorlog welke speelruimte zij de president en zijn medewerkers in 1964 hadden gegund. de functie van lastige horzel werd echter in toenemende mate wél vervuld door de media en door protesterende jongeren.

Het belang van dit onderwerp

In de Vietnamoorlog hadden journalisten grote vrijheid in het verslaan van de gebeurtenissen. Dat had enorme gevolgen, want de krantenlezers en de televisiekijkers kregen de oorlog ongesmukt thuis voor ogen.

De Amerikaanse regering leerde van Vietnam. Het begrip embedded journalism deed zijn intrede. Journalisten werden voortaan vergezeld door militaire voorlichters die bepaalden wat wel en wat niet vastgelegd mocht worden. Een totale ban rustte er op het fotograferen of filmen van bodybags die op een band in de buik van een vliegtuig verdwenen.

6.1 De rol van de media

De Vietnamoorlog werd de eerste huiskameroorlog in de Amerikaanse geschiedenis. Vrijwel dagelijks toonden t.v.- journaals beelden van de oorlog. Daarnaast hadden elke krant en weekblad eigen journalisten in Vietnam. De reportages toonden het oorlogsgeweld vaak onverbloemd. Journalisten riskeerden daarbij hun eigen leven en niet minder dan 250 van hen kwamen ook om het leven.

Naarmate de strijd voortduurde , werden de fotoreportages steeds indringender. Beelden van Amerikaanse gewonden en doden - evenals die van bodybags op de militaire vleigvelden - hadden een deprimerend effect op de publieke opinie.

1965

Redacties van bladen en televisieprogramma's waren vaak voorzichtig en geneigd tot enige zelfcensuur. Zij wilden de lezers en kijkers beschermen, maar ook angst voor problemen met de overheid speelde daarbij een rol. Amerika was een patriottisch land. De jongens vochten ver van huis voor de iedealen van het land en verdienden daarom de steun van het thuisfront. Aan de media werd herhaaldelijk gevraagd een al te kritische toon te vermijden. Aanvankelijk hielden die daar rekening mee. De oorlog was het waard om gesteund te worden.

Tot 1968 overheerste het optimisme. In Amerika bestond de overtuiging dat de Zuid-Vietnamese bevolking de Amerikanen dankbaar was en dat de Vietcong een vijand was met wie snel moest worden afgerekend. Die onkritische houding was vanuit democratisch standpunt niet langer vol te houden. In de loop van 1967 en 1968 kozen steeds meer verslaggevers voor onafhankelijke berichtgeving. Daar waren een aantal oorzaken voor aan te geven:

1) Het gerucht ging dat de minister van defensie Mc Namara zelf, steeds meer ging twijfelen of de koers wel de juiste was;

2) Er klonken signalen dat Washington een deel van de toedracht van de oorlog had achtergehouden;

3) Het Tonkinincident van 1964 kwam in een nieuw licht te staan;

4) Amerikaanse televiesieploegen filmden hoe dorpjes totaal werden verwoest terwijl er van enige tegestand geen sprake was.

5) De dagelijkse televieseuitzendingen toonden een ander beeld dan wat de officiële woordvoerders op hun persconferenties beweerden.

6) Kritische oorlogsverslaggevers stelden het Amerikaanse ingrijpen steeds meer ter discussie.

De verhoudingen werden daardoor steeds meer gepolariseerd. De Amerikaanse journalist Peter Arnett was er in 1970 getuige van wangedrag van Amerikaanse militiaren in Cambodja en maakte daar een verslag van. Zijn hoofdredacteur weigerde echter dat te publiceren.

De meest gezaghebbende t.v.-journalist, de onlangs overleden Walter Cronkite vermeldde aan de kijkers tijdens het Tetoffensief van 1968 dat hij niet langer geloofde in de overwinning. Waarop president Johnson zou hebben gegd: 'Als ik Walter kwijt ben, dan is het gebeurd'.

walter cronkite

De pers vervulde de rol die eigenlijk het parlement had moeten spelen. Het weekblad Life drukte in juli 1969 de portretfoto's af van alle Amerikanen die in de voorbije week in Vietnam waren gesneuveld. In totaal 242. Weinig weekbladafleveringen hebben zo'n demoraliserende invloed gehad als dit ene numer. Datzelfde effect hadden de reportages over het bloedbad van My Lai.

vietnam My Lay

6.2 De rol van het protest

Juist in de jaren zestig werd in Amerika en West-Europa de babyboomgeneratie volwassen. In de jaren vijftig doorliepen deze babyboomers de lagere en middelbare school in betrekkelijke vrede en luxe, met een groeiend aantal consumptieartikelen binnen bereik, met eigen muziek en bovendien met het medium dat in Amerika al gemeengoed was geworden: televisie. In de jaren zestig ging een recordaantal studenten naar de universiteit. Veel jongeren beschouwden de retoriek van de Koude Oorlog als hol en hoorden daarin typisch de stem van de oudere generatie.

Rond 1960 beheerste het vraagstuk van de rassenintegratie de samenleving. Veel zwarten sloten zich aan bij de civil rights movement, de beweging van de burgerrechten onder leiding van Martin Luther King. Deze probeerden door vreedzame acties hun doel te bereiken.

De babyboomers ontwikkelden een subcultuur, waaqrin eigen kleding, popmuziek en lang haar garant stonden voor een duidelijk onderscheid met de smaak van het establishment, de gevestigde orde. Ze werden later de protestgeneratie genoemd.

In 1965 werd de dienstplicht drastisch uitgebreid. Miljoenen jongeren zagen hun toekomst op het spel gezet omdat zij moesten vechten in een oorlog voor een onduidelijk doel, duizenden kilometers van huis. In de praktijk waren het echter de werkende jongeren en niet de studenten die het eerst voor militiare dienst in aanmerking kwamen. Steeds meer jongeren weigerden als gewetensbezwaarde. Velen wachtten de ontwikkelingen niet af en weken uit naar Canada. Tijdens demonstraties verbrandden dienstplichtingen hun oproepkaarten. Op universiteiten hield men teach-inns waarop gediscussieerd werd over de oorlog in Vietnam. In 1967 protesteerden vijfhonderduizend mensen in New York en scandeerden: "Hey, LBJ, how many kids did you kill today'.

anti-oorlog demonstratie 1965

Ook opinepijlers uit politiek, wetenschap en media keerden zich tegen de oorlog. In de rest van de wereld kwam het onder invloed van de media eveneens tot protesten. In Nederland verboden de autoriteiten de slogan 'Johnson Moordenaar'. Belediging van een bevriend staatshoofd was niet toegestaan en konden zelfs een gevangenisstraf krijgen,

Het jaar 1968

De protestbeweging tegen de oorlog groeide: alleen al in het voorjaar van 1968 vonden meer dan tweehonderd demonstraties plaats. De onrust in Amerika bereikte een hoogtepunt tijdens de Democratische Conventie in Chicago. De burgemeester van Chicago gaf de politie opdracht geweld te gebruiken. De televisie registreerde hoe tientallen demonstranten en passanten grof het ziekenhuis werden ingeslagen. Dat leidde tot grote woede bij televiesiekijkers.

Een mijlpaal voor de jongerencultuur vormde het popfestival van Woodstck, gelegen in het noordoosten van de VS, in de zomer van 1969. Hier werd op cynische wijze de gevoelens van veel jongeren over de Vietnamoorlog vertolkt.

Inmiddels was de reactie ingezet. De gemiddelde Amerikaan voelde zich aangesproken door Nixon die 'law and order' beloofde te herstellen en verklaarde op te komen voor de 'zwijgende meerderheid'. Volgens deze gemiddelde hardwerkende Amerikaan zou Hanoi alleen maar vorodeel trekken uit de protesten in de Verenigde Staten. Naarmate Nixon in het kader van de Vietnamisering meer militiaren uit Vietnam terugriep, zakte het protest tegen de oorlog in. Ook het feit dat vanaf 1969 geen dienstplichtingen meer naar Vietnam werden gestuurd, droeg daartoe bij.

anti-vietnam poster

Honderduizenden veteranen, al of niet invalide of getraumatiseerd, namen deel aan de marsen tegen de oorlog. De kerstbombardementen van 1972 brachten voor de laatste maal de vredesactivisten op de been.

6.3 De rol van de politiek

Met de beslissingen van de regering in de Vietnamoorlog waren de levens van vele duizenden gemoeid. Toch zijn deze tot 1970 slechts zelden onderwerp geweest van een parlementair debat. Oorzaak daarvan lag in de in 1964 aangenomen Tonkinresolutie, aangenomen met slechts twee tegenstemmen, die president Johnson volmacht verleende om eigenmachtig beslissingen te nemen. Het Congres had daarmee Johnson een 'mandaat' gegeven en daarmee de presidentiële macht verder vergroot. Het Congres ging daarmee stilzwijgend akkoord met elke maatregel die Johnson nam in de oorlog in Vietnam.

Het Vietnambeleid werd uitgestippeld in het Witte Huis, het ministerie van Buitenlandse Zaken en het Pentagon. Johnson wilde voorkomen dat de oorlog in Vietnam ten koste zou gaan van de Great Society. Toen de militaire situatie in Zuid-Vietnam verslechterde, liet hij het aan zijn militaire staf over om het in diepste geheim een plan op te stellen voor eventuele actie..

Een overgrote meerderheid stemde evenwel jaar in jaar uit zonder discussie in vóór de ingediende wetsontwerpen. Voor deze onkritische houding zijn verschillende verklaringen te geven.

- De Democratische Partij beschikte over een comfortabele meerderheid in beide huizen van het Congres;

- De Republikeinse Partij was doorgaans nog sterker gekant tegen het communisme. Uit die groep viel dan ook geen oppositie te verwachten tegen Jonhson kruistocht tegen de Vietnamese communsten;

- Geen van de afvaardigden in beide huizen van het Congres wilde ervan te worden verdacht 'soft on communism' te zijn. Bij velen leefde nog de panische angst voor het communisme stammend uit de jaren vijftig;

- Parlementariërs die zich in het openbaar te veel distancieerden van de jongens die in Vietnam vochten konden worden beticht van gebrek aan vaderlandsliefde. Dat zou politieke zelfmoord betekenen;

- Het aantal Zuidoost-Aziëdeskundigen in het Congres was klein. De weinigen die zich zo mochten noemen, stonden kritisch tegenover de oorlog, maar toonden zich niet strijdbaar genoeg om tegen de president in te gaan.

Senator Fulbright

Door het uitblijven van de overwinning en onder druk van de hevige protesten in binnen- en buitenland nam de twijfel onder de Congresleden over het Vietnambeleid toe. In de loop van 1965-1968 ontstonden er in de Senaat twee kampen: de Haviken die voorstanders waren van een verdergaand militiar optreden, en de Duiven, die voorstanders waren van een poltieke oplossing. Daartussenin stond een meerderheid die zich meestal op de vlakte hield. de democratische senator J. William Fulbright was hoofd van de senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken. Ook hij had in 1964 voor de Tonkinresolutie gestemd. Maar in 1966 vroeg hij zich openlijk af of de oorlog de belangen van de VS wel diende, aangezien de binnenlandse - en buitenlandse verhoudingen steeds meer onder druk kwamen te staan.

Johnson zag dat als een messteek in de rug. Maar het aantal dissidente democratische senatoren groeide. Fulbright vroeg Johnson, samen met veertien andere senatoren om een pauze in te lassen in de bombardementen. Johnson wees dat verzoek af. Naar aanleidng daarvan begon Fulbright een reeks hoorzittingen over het Vietnambeleid voor zijn Senaatscommissie. Deze hoorzittingen werden op de televisie uitgezonden. Voor het eerst drongen bezwaren tegen het Vietnambeleid de huiskamers binnen. Hoewel minister van defensie McNamara het beleid nog twee jaar bleef uitvoeren, begon ook hij al in 1965 te twijfelen. Voor de hoorzitteingen keurde bij een opiniepeiling 63 procent van de ondervraagden Johnson beleid goed. Een jaar later nog maar 34 procent.

deelname en slachtoffers vs

De kosten van de oorlog

Johnson zette het beleid gewoon voort. Het gevolg was een groeiende kloof tussen wat de overheid deed en wat de samenleving wenste te verdragen. De oorlog werd steeds meer 'Johnson's war'. Elke dissidente stem beschouwde hij als verraad. Robert Kennedy en Martin Luther King keerden zich tegen de oorlog in Vietnam.

Vanaf 1966 kon Johnson er niet langer onmheen: de oorlog was een kostbare zaak geworden. Jaar na jaar was het gat in de begroting groter geworden, zonder dat de regering zich duidelijk verantwoordde in het Congres. De overheidsuitgaven werden gefinancierd uit leningen en dat veroorzaakte inflatie en een economische recessie dreigde. Voor belasingverhoging durfde Johnson niet aan te kloppen bij het Congres.

Het Vietnambeleid stortte in het verkieizingsjaar 1968 in elkaar. De Republikein Richard M. Nixon won de presidentsverkiezingen. Hij beloofde een 'eervolle vrede' in Vietnam. In de loop van 1969 kwam hij met zijn plan: terugtrekking van der Amerikaanse militairen en Vietnamisering van de oorlog.

Saigon end of the road

Tijdens de regeerperiode van Johnson en Nixon heeft het Congres het Vietnambeleid niet beslissend kunnen wijzigen. De duiven waren steeds in de minderheid. Senator Fulbright beschouwde de Senaat niet primair als een instrument om krachtig tegenspel te bieden aan het eigenmachtig optreden van de regering, maar eerder als een podium om poltieke menigsverschillen ter sprake te brengen. Mede daardoor heeft het Congres zijn wetgevende instrumenten ongebruikt gelaten. Een andere verklaring voor het falen van de duiven was het ontbreken van een alternatief. Alle duiven waren tegen de oorlog, maar de een bepleitte onmiddelijke terugtrekking, de ander een meer geleidelijke. Pas in Nixon nadagen (1972-1974) kwam daar verandering in.

Deel vraag 7: Welke sporen liet de oorlog in Vietnam na in de Amerikaanse samenleving en waarom maakte de oorlog zoveel indruk?

Inleiding

De Vietnamoorlog trok diepe sporen in de gezinnen van gesneuvelden of van soldaten die als krijgsgevangenen vastzaten. Niemand wist hoe lang het zou duren voordat de wonden zouden helen. Natuurlijk was het ook de vraag op welke termijn Vietnam zelf van de schade en de trauma's zou herstellen.

Het belang van dit onderwerp

Vietnam werd een traumatische ervaring voor de Verenigde Staten. Het machtigste land ter wereld bleek niet in staat een oorlog tegen het kleine Vietnam te winnen.

Overwinning Vietcong

Een grote fout van de beleidsmakers was geweest, dat zij geen rekening hadden gehouden met een exitstrategie voor het geval er iets fout ging. Bij toekomstige acties zou moeten blijken of de politici er iets van hadden geleerd.

Een trauma bleek het vooral voor de veteranen. Zij die thuiskwamen werden slecht opgevangen en kregen niet het onthaal waarop men hoopt als men van het slachtveld terugkeert. Veel soldaten waren ook getraumatiseerd door de wijze van oorlogvoeren.

7.1 Sporen in de binnenlandse politieke verhoudingen

In 1971 publiceerde de New York Times uitreksels uit een geheim rapport van het Pentagon. Het waren officiële documenten uit de periode 1952 tot 1965. Eeen voormalige medewerker van het ministerie, Daniel Ellsberg, had de documenten gecopieerd en aan de pers doorgespeeld. Hij was tot de conclusie gekomen dat 'er weinig hoop was dat de regeringspolitiek van binnenuit kon worden veranderd door president Nixon advies te geven'.

De Pentagon Papers sloegen in als een bom. Zij bevestigden wat critici van de oorlog al lang vermoeden. Kennedy had doelbewust de betrokkenheid bij Vietnam opgevoerd. Johnson had overhaast de Tonkinresolutie erdoor gedrukt die hem onbeperkte volmachten verleende. Daarmee had hij het Congres gemanipuleerd. In de Vietnamoorlog nam de president soms beslissingen op grond van selectieve waarnemingen, onvolledige informatie of onbewezen veronderstellingen. Generaal Westmorelands verzekeringen 'dat er licht was aan het einde van de tunnel' was voldoende. Johnson deed op zijn beurt alle mogeljke moeite om de waarheid voor het publiek verborgen te houden. Van protesterende burgers trok hij zich tot 1967-1968 bijzonder weinig aan. Tussen wat de regering beweerde en wat het publiek geloofde, gaapte een dikke kloof.

Geloofwaardigheidscrisis

Nixon was woedend over het uitlekken van de Pentagon Papers. Hij probeerde tevergeefs via het Hooggerechtshof de publicatie te verhinderen.

Uitspraak Hooggerechtshof pentagon papers Publicaties Pentagon Papers

Na de uitspraak van het Hooggerechtshof begonnen de kranten de Pentagon Papers af te drukken. Het vertrouwen van de burgers verdween nu door die publicaties helemaal. De publicatie van de Pentagon Papers kreeg nog een staartje. Het 'loodgietersteam' dat inbrak bij Elsburgs psychiater werd gesnapt toen het een inbraak pleegde in het verkiezingshoofdkwartier van de Democraten in het Watergebouw in Washington. Het Watergateschandaal zou er uiteindelijk toe leiden dat Nixon zou aftreden als president van de Verenigde Staten.

De onthullingen van Elsberg schetsten een onthullend beeld van de politieke leiding van Amerika. Het Congres kon niet langer passief blijven. Het weigerde nog kredieten voor de oorlog te verlenen. Maar het nam in 1973 de War Powers Act aan. Deze beperkte de bevoegdheden van de president om oorlog te voeren en verplichtte hem zo spoedig mogelijk met het Congres te beraadslagen, voordat hij troepen zou inzetten.

7.2 Sporen in de maatschappelijke verhoudingen.

In de binnenlandse verhoudingen speelde begin jaren zestig vooral het rassenvraagstuk een rol. Er was duidelijke sprake van rassenscheiding in de zuidelijke staten in de negentiende eeuw. In 1954 had het Hooggerechtshof segregatie in het onderwijs ongrondwettig verklaard. Dat betekende het startsein voor een hele reeks acties om scholen open te stellen voor zwarte leerlingen. Martin Luther King gaf daarbij leiding aan de Civil Rights Movement. Deze was geweldloos maar toch kwam het tot bloedige botsingen met inwoners van de zuidelijke staten die tegen gelijke rechten waren. Na een lange strijd werd in 1964 de Wet op de Burgerrechten aangenomen, die een einde maakte aan de apartheid. Toch was er onrust in het midden van de jaren zestig in de getto's van de steden. Radicale leiders riepen hun aanhangers op tot geweld, onder de leus Black Power. Er braken in 1968 in veel Amerikaanse steden onlusten uit. Zwarte leiders legden steeds vaker een verband tussen de Vietnamoorlog en de situatie van de zwarten. Zwarten waren oververtegenwoordigd in het leger. Twee procen van de officieren was echter maar zwart en vijftien tot twintig procent van de gesneuvelden was zwart terwijl ze slechts elf procent van de Amerikaanse bevolking uitmaakten.

Volgens veel zwarten waren zij en de Vietnamezen allebei slachtoffer van het Amerikaans imperialisme. Stokely Carmichael, een radicale leider, verklaarde: 'Als ik moet sterven, dan zal dat zijn in dit land zelf'.

De meeste zwarte jongeren die een oproep ontvingen deden gewoon dienst. Raciale spanningen bestonden, maar waarschijnlijk veel vaker was er sprake van toenadering tussen blanke en zwarte militairen. Vietnam had trouwens voor arme dienstplichtingen een bijkomend voordeel. De regering stelde studiebeurzen beschikbaar voor oud-soldaten. Veel zwarte jongeren kregen zo de kans om zich aan de armoede van het getto te ontworstelen.

Working class war

De vietnamoorlog bleek een working class war. Als voorbeeld daarvan kan dienen George W. Bush, die de oorlog in Vietnam ontvluchtte door zich te laten indelen bij de Nationale Garde. Verder kwamen veel linkse jongeren niet in Vietnam terecht omdat ze dienstweigerden ( 250.000), met als gevolg gevangenisstraf. In 1975 verleende president Ford de dienstweigeraars amnestie. Eeen miljoen dienstplichtingen beging overtredingen om er onder uit te komen, en 15 miljoen dienstplichtingen wisten op grond van studie, beroepsverplchtingen of een andere legale reden uitstel van militaire dienst te verkrijgen. Biil Clinton b.v ontrok zich aan de dienstplicht door naar Engeland te gaan.

Aan de andere kant was het zo dat Prisoners of War in de VS werden bejubeld, zoals b.v John McCain de tegenkandidaat van Obama bij de presidentsverkieizngen van 2008. Hij was als piloot neergestort boven Noord-Vietnam en had jarenlang onder erbarmelijke omstandigheden in krijgsgevangenschap verkeerd.

7.3 Een nationaal trauma

napalmbombardementen

De Verenigde Staten, het rijkste en machtigste land van de wereld. had een oorlog verloren. Voor het eerst in de geschiedenis. De VS had tot in de jaren zestig de naam voorvechter te zijn van de vrijheid. Generaties die de 1e en 2e Wereldorlog hadden meegemaakt zagen Amerikanen als strijders voor de vrijheid. In 1966-1967 voltrok zich echter een kentering in de publieke opinie. De pers onthulde details over napalm en ontbladeringsmiddelen. Het drama van My Lai trok vele twijfelaars over de streep.

Wat was de zin van deze vreselijke oorlog? Was dit de gerechtvaardigde strijd, waar de politici over spraken? Bij de Akkoorden van Parijs van 1973 had Amerika nog enigszins zijn gezicht kunnen redden en bleef de regering in Saigon voorlopig overeind. Maar toen in 1975 de Noord-Vietnamse troepen bijna zonder slag of stoot Saigon innamen, bleek dat de Amerikaanse strijd in Vietnam volkomen vergeefs was geweest waarin meer dan 58.000 Amerikaanse soldaten het leven hadden verloren en honderduizenden voor het leven verminkt werden.

Het Vietnamsyndroom

arlington cemetry

Arlington Cemetry

De veteranen kregen bij thuiskomst geen applaus, geen bloemen, geen parades. De oorlog werd eenvoudig doodgezwegen. Veteranen konden hun ervaringen nauwelijks verwerken, voelden zich vaak onbegrepen en niet in staat het oude leven weer op te pakken. De combinatie van psychosociale en fysieke klachten werd bekend als het Vietnamsyndroom.

Artsen getuigden dat het syndrom vooral acuut werd als de soldaten hadden gezien hoe vrouwen en kinderen werden gedood. Soms hadden ze er zelfs aan meegedaan en werden verteerd door schuldgevoelens. Verwerking van het rauma kwam in de jaren tachtig van de vorige eeuw op gang. Een van de vormen om het trauma te verwerken waren speelfilms. Sommige waren duidelijk tegen d eoorlog gericht zoals: Good Morning, Vietnam en Apocalypse Now. de smerige realiteit van het slagveld in films als: Hamburger Hill, Platoon. Born on the Fourth of July laat het verwerkingsproces van een invalide veteraan zien.

Een belangrijke blijk van erkenning van de veteranen kwam in 1982 met de onthulling van het Vietnam Veterans Memorial aan de Mall te Washinghton. Dit monument neemt sindsdien een centrale plaats in bij de herdenkingen. Het ontwerp bestaat uit een glanzende granieten muur van tientallen meters lengte. Hierin staan de namen gekerft van 58.902 gesneuvelden gerangschikt op sterfjaar.

Vietnam war memorial

7.4 Sporen in de internationale verhoudingen

Rond 1970 brak er een periode aan van relatieve detente tussen de VS en de SU. Dat werd bevorderd door de noodzaak tot wapenbeheersing en de Vietnamoorlog. De kostbare wapenwedloop had de economie van beide landen uitgeput. Brezjnev bleek bereid te onderhandelen omdat er sprake was van een wederzijds evenwicht.

- Zo kwam in 1972 het Eerste Salt-akkoord tot stand.

- Naast de vredesregeling voor Vietnam maar ook werd in 1971 de kwestie van de Chinese zetel in de VN-veiligheidsraad opgelost. De Voksrepubliek China nam de zetel over van Taiwan en een jaar later bracht Nixon een bezoek aan China.

- Verder gingen de kernmachten zich meer richtten op wapenbeheersing.

- In 1975 werden de slotakkoorden van Helsinki gesloten waarbij in ruil voor erkenning van de bestaande grenzen en machtsverhoudingen in Europa ging de Sovjet Unie en haar Oost-Europese satellietstaten akkord met een paragraaf waarin een vrije uitwisseling van personen en ideeën tussen oost en West werd afgesproken.

Het Amerikaanse Vietnambeleid was uitgelopen op een grote mislukking net als dat van de Fransen in de jaren vijftig. Amerika ging zich nu voorzichtiger opstellen in internationale conflicten die nog een open einde hadden. Daar kwam pas in de negentiger jaren van de vorige eeuw een einde aan. De oorlogen tegen het Irak van Saddam Hoessein en de 'kruistocht' tegen het terrorisme na de aanslagen van 11 september 2001 betekenden dat Amerika genezen was van zijn Vietnamsyndroom.

Andere gevolgen waren:

- Bij nieuwe conflicten werd voortaan de bewegingsvrijheid van de pers beperkt

- De Vietnamoorlog heeft het publiek in de westerse landen waakzamer gemaakt. Men stelt zich nu kritischer op dat bleek bijvoorbeeld toen George Bush en Tony Blair in het voorjaar van 2003 de noodzaak aangaven van een optreden tegen Saddam Hoessein. In veel landen zag men daar de noodzaak niet van in.