We hebben 272 gasten online

vragen en antwoorden parlementaire democratie in Nederland in de 19e en 20e eeuw Deel 2

Gepost in Gesloten vragen

Vragen en antwoorden parlementaire democratie in Nederland in de 19e en 20e eeuw Deel 2 

De afbrokkeling van het traditionele gezag(1945-1980)

Deelvraag: Waarom werd het regeren na de wederopbouwfase moeilijker?

2.1 De wederopbouwfase van de Nederlandse samenleving

1) Welke rol had koningin Wilhelmina voor zichzelf in gedachten na haar terugkomst in Nederland?

2) Graf de grondwet ruimte voor een leidinggevende taak van Wilhelmina?

3) Waarin raakte koningin Wilhelmina ook teleurgesteld?

4) Toch was er sprake van een 'doorbraak'. Beschrijf deze.

5) Waarom was de drempel toe te treden tot de PvdA voor christenen minder hoog?

6) Welke partijen sloten zich bij de PvdA aan?

7) Sloot de RKSP zich daarbij aan?

8) Waarom vormden de eerste naoorlogse verkiezingen een klap voor de vernieuwers van de Nederlandse samenleving

De Rooms-Rode coalitie

1) Wat is een formateur?

2) Wanneer slaagt een formateur in zijn/haar opdracht?

3) Wat is een informateur?

4) Wat is een parlementair kabinet?

5) Waarom spreken we van een coalitiekabinet?

6) Hoe noemen we de partijen die dan niet deelnemen aan zo'n coalitie?

7) Wat wordt in het regeerakkoord vastgelegd?

8) Twaalf jaar zou een Rooms-Rode coalitie regeren. Waarom noemen we dat een Rooms-Rode coalitie?

9) Wat was de belangrijkste taak van de regering na de Tweede Wereldoorlog?

10) Waardoor werd de wederopbouwfase gekenmerkt?

11) Wat is de Stichting van de arbeid?

12) Wat is de Sociaal Economische Raad?

13) Welke kwestie vroeg veel aandacht van de regering?

14) Welke partijen steunden de onafhankelijkheid van Indonesië?

15) Wanneer worden partijen Links of Rechts genoemd in de politiek?

16) Is de indeling Links of Rechts eigenlijk wel te maken?

17) Wanneer werd de onenigheid over Indonesië beëindigd?

18) Welk ander belangrijk aandachtspunt had de Rooms - Rode coalitie?

19) Wat verstaan we onder de Verzorgingsstaat?

20) Noem een paar sociale wetten die werden aangenomen.

21) Waar leidde de herstelde economie in de jaren vijftig van de twintigste eeuw toe?

22) Waardoor ontstond er spanning in de Rooms - Rode coalitie?

2.2 Ontzuiling en polarisatie

1) Wat is het bisschoppelijk Mandement?

2) Hoe reageerde de PvdA?

3) Heeft het Mandement resultaat gehad?

4) Wat was een van de belangrijkste redenen van de ontzuiling?

5) Wat verstaan we onder secularisering?

6) Noem nog een andere reden voor de ontzuiling.

7) waartoe heeft de ontzuiling ook geleid?

Nieuwe partijen

1) Welke partij werd in 1957 opgericht en waar stond die partij voor?

2) D'66 zorgde voor een opvallende vernieuwing in de politiek. Beschrijf dat.

3) Waardoor ontstond de Politieke Partij Radicalen (PPR)?

4) Ook binnen de PvdA was er sprake van verdeeldheid toon dat aan.

5) Nieuw Links binnen de PvdA leidde wel tot een uittreding van leden aan de rechterkant. Welke partij richtte deze mensen op?

6) Algemeen wordt de Nacht van Schmelzer als het keerpunt gezien in de Nederlandse politieke ontwikkelingen. Beschrijf de Nacht van Schmelzer en de gevolgen voor de Nederlandse politiek.

7) Wat verstaan we onder Dualisme en Monisme?

8) de nacht van Schmelzer betekende het einde van het Harmoniemodel? Licht dat toe.

9) Na de nacht van Schmelzer ontstond er Polarisatie in de politiek. Licht dat toe.

Antwoorden De afbrokkeling van het traditionele gezag(1945-1980)

1) Koningin Wilhelmina was ervan overtuigd dat ze ook na de oorlog een leidinggevende taak zou kunnen blijven vervullen in de Nederlandse samenleving.

2) Nee, de grondwet gaf geen ruimte voor een duidelijke grotere macht van het Staatshoofd. In Nederland hebben we immers een constitutionele parlementaire monarchie.

3) Wilhelmina raakte ook teleurgesteld door het feit dat de voor de oorlog bestaande verzuiling na de oorlog weer werd omarmt.

4) De 'doorbraak' : De SDAP hief zichzelf in 1946 op en richtte een nieuwe partij op. de Partij van de Arbeid (PvdA) die zich nadrukkelijk openstelde voor alle godsdienstige overtuigingen.

5) Die drempel was voor de christenen minder hoog doordat de PvdA een ruime opvatting van het begrip socialisme hanteerde. Hoewel de socialisten nog steeds vonden dat de belangrijkste productiemiddelen gemeenschapsbezit dienen te zijn, werd kapitaalbezit niet meer principieel afgewezen. Over klassenstrijd en revolutie werd niet langer gesproken.

6) Bij de PvdA sloten zich aan de Vrijzinnig Democratische Bond en de Christen Democratische Unie ( een kleine vooroorlogse progressief christelijke partij).

7) De RKSP sloot zich daar niet bij aan. De RKSP veranderde enkel van naam en werd de Katholieke Volks Partij (KVP).

8) de eerste naoorlogse verkiezingen vormden een klap voor de vernieuwers omdat de meeste gelovige kiezers hun zuil 'trouw' waren gebleven. De 'doorbraak' was mislukt. De grote massa van de bevolking wilde blijkbaar terug naar de vertrouwde vooroorlogse verhoudingen. de KVP won zelfs meer stemmen dan bij de verkiezingen van 1937.

De Rooms-Rode coalitie

1) Een formateur krijgt van het Staatshoofd de opdracht om een nieuwe regering te vormen.

2) Een formateur slaagt in zijn opdracht als hij/zij er in slaagt om een kabinet samen te stellen dat op voldoende steun (meerderheid) in de kamer kan rekenen.

3) Een informateur bereidt het werk van de formateur voor en zoekt uit welke partijen eventueel bereid zijn met elkaar samen te werken om te komen tot een parlementair kabinet.

4) Een parlementair kabinet is een kabinet dat kan rekenen op de steun van de meerderheid in de Tweede Kamer (75 + 1).

5) We spreken van een coalitiekabinet omdat in Nederland één partij nooit alleen een kabinet kan vormen. Men moet daarbij altijd samenwerken om tot een meerderheid te komen. Dit noemen we coalitievorming.

6) De partijen die dan niet deelnemen aan zo'n coalitie noemen we oppositiepartijen.

7) In een regeerakkoord worden de afspraken vastgelegd die de coalitiepartijen met elkaar voor de komende regeerperiode hebben gemaakt.

8) Met een Rooms - Rode coalitie wordt bedoeld de samenwerking tussen de KVP en de PvdA onder leiding van Beel en vanaf 1948 tot 1958 Willem Drees. Beide partijen wilden een vooruitstrevende sociaal-economische politiek voeren. Vanaf 1948 werd de coalitie qua partijen steeds aangevuld met de CHU of ARP of VVD(die was in 1948 opgericht).

9) De belangrijkste taak van de regering direct na de Tweede Wereldoorlog was de opbouw van het land.

10) De wederopbouwfase werd gekenmerkt door a) Een sterk overheidsingrijpen;b) Om de Nederlandse concurrentiepositie te bevorderen werden de lonen laag gehouden; c) De vakbonden stelden zich Coöperatief op.

11) De Stichting van de Arbeid is een overlegorgaan dat tijdens de oorlog was opgezet. daarbij ontmoeten werkgevers en werknemers elkaar om over arbeidszaken te praten zoals loon/vakanties/soc.wetgeveing.

12)De Sociaal Economische Raad is in 1950 opgericht en is een organisatie waarin de overheid, werkgevers en werknemers bijeenkomen om over allerlei zaken te overleggen. De SER bestaat uit 15 Kroonleden. 15 werkgeversleden en 15 werknemersleden. De SER is het belangrijkste adviesorgaan van de regering bij sociale en economische vraagstukken.

13) De dekolonisatie van Nederlands Indië vroeg veel aandacht en leidde tot grote verdeeldheid zowel tussen als binnen de partijen.

14) In grote lijnen kan gesteld worden dat de onafhankelijkheid van Indonesië gesteund werd door de linkse partijen zoals de PvdA en de Communistische Partij van Nederland (CPN opgericht in 1919), terwijl de rechtse partijen zoals de VVD, de ARP en de KVP tegen de onafhankelijkheid waren.

15) De partijen worden Links of progressief genoemd in de politiek als zij niet tevreden zijn over de bestaande samenleving en deze rechtvaardiger en socialer willen maken. De partijen worden Rechts of conservatief genoemd als ze de bestaande maatschappelijke orde met zijn verschillen in macht en inkomen willen handhaven.

16) De indeling Links of Rechts is echter soms moeilijk te maken omdat standpunten vaak een mengsel van beide zijn.

17) De onenigheid over Indonesië werd beëindigd toen Indonesië in december 1949 de soevereiniteit verwierf.

18) Het andere belangrijke aandachtspunt van de Rooms - Rode coalitie was de Verzorgingsstaat.

19) Onder de Verzorgingsstaat verstaan we een staat die zoveel mogelijk voor zijn inwoners zorgt. Om de zwakkeren in de samenleving te steunen en iedereen een menswaardig bestaan te bieden, werd een stelsel van sociale wetten ontworpen, de sociale zekerheid genoemd.

20) Sociale wetten die werden aangenomen was in 1952 de werkeloosheidsverzekering en in 1957 de Algemene Ouderdomswet (AOW). Elke bejaarde kreeg voortaan een uitkering.

21) De herstelde economie leidde er toe dat de verschillen tussen de KVP en de PvdA duidelijker naar voren traden. De PvdA bleef voorstander van een sterk overheidsingrijpen om zo te zorgen voor een gelijke welvaartsverdeling. De katholieken vertrouwden meer op de vrijere werking van de markt en wilden het particulier initiatief meer ruimte laten.

22) Er ontstond spanning in de Rooms - Rode coalitie omdat de PvdA voortdurend groeide en de KVP binnen de coalitie zwakker kwam te staan. Uiteindelijk kwam er in 1958 een einde aan de Rooms - Rode coalitie.

2.2 Antwoorden:Ontzuiling en polarisatie

1) Het bisschoppelijk Mandement is een herderlijk bisschoppelijk schrijven waarin de Nederlandse bisschoppen katholieken verboden om lid te zijn van het socialistische NVV (Nederlands Verbond van Vakverenigingen) en werd het katholieken sterk ontraden om op de PvdA te stemmen.

2) De PvdA reageerde woedend en beschouwde het mandement als een rechtstreekse aanval op de 'doorbraakgedachte'.

3) Het mandement van de bisschoppen had slechts tijdelijk enig effect. Op lange termijn bleek de afbrokkeling van de katholieke en de overige zuilen onomkeerbaar.

4) Een van de belangrijkste redenen van de ontzuiling was de ontkerkelijking. Door de stijgende welvaart en het hogere opleidingsniveau werden mensen steeds kritischer en minder bereid zich door de kerk te wet te laten voorschrijven.

5) Onder secularisering verstaan we de afname van de invloed van het geloof in de maatschappij.

6) Een andere reden voor de ontzuiling was dat de katholieken zich geen tweederangsburgers meer voelden en daardoor minder behoefte hadden zich in eigen kring terug te trekken.

7) De ontzuiling leidde ook tot de toename van het aantal zogenaamde 'zwevende kiezers', omdat de binding van bevolkingsgroepen aan één bepaalde partij was afgenomen.

Nieuwe partijen

1) De Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) wilde socialistischer zijn dan de PvdA en streefde met de leuze 'socialisme zonder atoombom' naar een algehele ontwapening van alle landen. was ook tegen de deelname van Nederland aan de NAVO.

2) D'66 werd door Hans van Mierlo opgericht in 1966 en vond dat het politieke bestel moest worden opgeblazen. in de politiek ging het niet langer om religieuze overtuigingen of ethische principes, maar om een praktische aanpak van problemen zoals werkeloosheid, milieuvervuiling. Behalve naar ontideologisering van de politiek streefde D'66 naar meer invloed van de bevolking op het bestuur. D'66 was voor invoering van het referendum en voor rechtstreekse verkiezing van de premier en de burgemeester.

3) De Politieke Partij Radicalen (PPR) werd in 1968 opgericht door een aantal mensen die zich hadden afgesplitst van de KVP. Ze vonden de KVP te conservatief.

4) Binnen de PvdA ontstond de groep Nieuw Links. Zij traden niet uit maar slaagden er in om de PvdA van binnen uit te veranderen en namen het bestuur van de partij over.

5) Door de opkomst van Nieuw Links binnen de PvdA vonden sommige socialisten dat men te ver ging. Zij verlieten de PvdA en stichten de Democratisch Socialisten '70 (DS '70).

6) Schmelzer was de fractievoorzitter van de KVP en als zodanig steunde hij het coalitiekabinet Cals waar ook de PvdA in was vertegenwoordigd en de ARP. De rechtervleugel binnen de KVP stond van het begin af aan kritisch tegenover de samenwerking in het kabinet Cals. Men vond de socialisten te verkwistend en te progressief. De tegenstellingen werden tijdens de begrotings besprekingen voor 1967 in oktober 1966 op de spits gedreven. De fractieleider Schmelzer van de KVP diende een motie in waarbij hij de socialistische minister van Financiën (Vondeling) vroeg om meer garanties voor een evenwichtige economische groei. (Een motie is een standpunt van een Kamerlid over het beleid van een minister). De motie van Schmelzer werd aangenomen met 75 stemmen voor en 62 stemmen tegen. Het kabinet Cals zag de motie als een motie van Afkeuring en diende daarop haar ontslag in bij de koningin. (het ging eigenlijk om een begrotingstekort van ongeveer 300 miljoen gulden dat in onze tijd wel erg klein lijkt gezien de huidige staatsschuld). Politiek was het niet gebruikelijk om een eigen coalitiekabinet zo tegemoet te treden. De verhoudingen tussen de KVP en de PvdA waren nu zo beschadigd dat de PvdA op een congres in 1969 zelfs een anti-KVP motie aannam.

7) Dualisme houdt in dat partijen in het parlement zich onafhankelijk opstellen van de regering die ze in principe steunen. Monisme houdt in dat de partijen in de 2e kamer juist nauw samenwerken met de regering.

8)Tot dan toe hadden de partijen samengewerkt volgens het harmoniemodel dat is een manier van politiek bedrijven waarbij alle partijen (bijvoorbeeld werkgevers en werknemers) zoveel mogelijk proberen in overleg in overleg en goede samenwerking conflicten te voorkomen. door de nacht van Schmelzer was daar nu in 1966 een einde aan gekomen.

9) Na de nacht van Schmelzer bleek het Harmoniemodel niet meer te werken. Daarvoor in de plaats ontstond er polarisatie. Dat wil zeggen dat er een verharding optrad van de politieke verhoudingen. Men scherpte de politieke tegenstellingen aan.