We hebben 208 gasten online

vragen en antwoorden parlementaire democratie in Nederland in de 19e en 20e eeuw Deel 3

Gepost in Gesloten vragen

Internetopdracht Romeinen in Nederland

Leerdoelen:

·         Leerlingen moeten bronnen verzamelen van internet

·         Leerlingen moeten informatie halen uit bronnen

·         Leerlingen moeten informatie noteren

Taakeisen:

Wat: Informatie verzamelen over Romeinse vondsten in Nederland.

Waarom: Romeinse invloeden in Nederland ontdekken.

Wie: Per tweetal.

Hoe: In één les informatie op internet zoeken over de resten van de Romeinse aanwezigheid in Nederland.

Instructie: Jullie hebben allemaal opdracht 18 gemaakt (stap 11) en daarbij kennis gemaakt met de Romeinse aanwezigheid in Nederland. Je hebt gezien hoe Nederland er in die tijd heeft uitgezien en waar de Romeinen zich vestigden.

·         Kies een van de plaatsen uit die al in de tijd van de Romeinen bestonden en zoek over die plaats extra informatie.

·         Je kunt informatie vinden op de volgende sites: www.blikopdewereld.nl (Onderdeel 6 De Romeinen en bij Hoofdstuk 5 achtergronden); www.archeon.nl ; www.limes.nl ; www.racam.nl (rijksdienst voor archeologie, rechts bovenaan kun je zoekopdracht geven, bijv. plaatsnaam); www.thermenmuseum.nl

·         Schrijf een kort verslag over de gevonden informatie en vermeld altijd de bron die je hebt gebruikt.

·         Maak deze opdracht in je map.

·         Geen beoordelingspunt, maar deze opdracht kan aan de orde komen in het proefwerk over dit hoofdstuk.

 

11-03-07 drs.J.W.Swaen www.blikopdewereld.nl

 

 ragen en antwoorden parlementaire democratie in Nederland in de 19e en 20e eeuw Deel 3

De Overheid treedt terug ( 1980-heden)

Deelvraag: Waardoor nam de rol van de overheid in de Nederlandse samenleving af?

3.1. het no-nonsens beleid van Lubbers

1)Waaruit was het CDA ontstaan?

2) Hoe was de economische situatie in Nederland bij het aantreden van het kabinet Lubbers I?

3) Waardoor kwam er een einde aan de Verzorgingsstaat?

4) Welk beleid voerde Lubbers?

5) Hoe gaf de terugtrekkende overheid daar gestalte aan?

6) Lubbers keerde terug naar het harmoniemodel. Leg dat eens uit.

7) Waren er dan geen protesten tegen het kabinet Lubbers I?

8) Waardoor stond de Tweede Kamer in de belangstelling tijdens deze periode?

9) Wat is een parlementaire enquete?

10) Wat is een kabinetscrisis?

11) Wat is een demissionair kabinet?

12) Wat voor aardverschuiving in de Nederlandse politiek vond in 1994 plaats?

13) Wat is het Poldermodel?

14) Noem de negatieve kanten van het Poldermodel.

15) Waaruit was Groen - Links ontstaan?

16) Beschrijf het ontstaan van de Europese Unie.

17) Noem de belangrijkste instellingen van de Europese Unie en omschrijf ze.

18) Wat is het beginsel van Subsidiariteit?

Antwoorden De Overheid treedt terug ( 1980-heden)

1) Het Christen Democratisch Appel (CDA) was ontstaan uit een samengaan van de partijen KVP, ARP en CHU. Sinds de nacht van Schmelzer (KVP had 50 zetels in het parlement) liep de keuze voor de confessionele partijen terug. Deze besloten vanaf 1980 als een partij verder te gaan.

2) Bij het aantreden van het kabinet Lubbers I was de economische situatie weinig rooskleurig. de werkeloosheid was gestegen tot over de 800.000, de inflatie had de 7% bereikt en de investeringen waren sterk teruggelopen. De uitgaven van de Sociale zekerheid waren enorm gestegen.

3) Er kwam een einde aan de Verzorgingsstaat omdat deze niet meer was te betalen. In 1955 werd door de Verzorgingsstaat beslag gelegd op een derde van het nationale inkomen. In 1981 bleek dat al twee derde te zijn.

4) Het kabinet Lubbers I voerde het no-nonsens beleid in en was vast besloten orde op zaken te stellen. Tijdens zijn bewind werd het oplopende begrotingstekort teruggebracht en werd op de sociale zekerheid bezuinigd.

5) De terugtrekkende overheid gaf daar inhoud aan door over te gaan tot privatiseren (het uit handen geven van overheidstaken) decentralisatie (het van een hogere naar een lagere overheid overgeven van bestuurstaken)en deregulering ( helderheid in de regelgeving aanbrengen door ofwel het aantal regels te verminderen ofwel complexe regels eenvoudiger en overzichtelijker te maken.

6) Sinds de jaren zestig van de 20e eeuw was er in Nederland niet meer sprake van een harmoniemodel maar van een conflictmodel. Premier Lubbers slaagde er echter in weer te komen tot compromissen en zodoende het harmoniemodel weer toe te passen.

7) Er waren wel degelijk protesten tegen het kabinet Lubbers I. De bezuinigingen op de Verzorgingsstaat leidden tot zeer felle protesten en ook tegen de plaatsing van kruisraketten protesteerde de bevolking massaal.

8) De Tweede Kamer hield in die tijd parlementaire enquêtes o.a. naar het RSV debacle. Er werd een onderzoek ingesteld naar de jarenlange vergeefse overheidssteun aan het scheepsbouwconcern Rijn-Schelde-Verolme (RSV) en naar de mislukte pogingen om een fraudebestendig paspoort te vervaardigen.

9) Een parlementaire enquête is een onderzoek van het parlement buiten de regering om. Het Parlement kan dan onder ede mensen laten getuigen om zo achter de waarheid te komen. Ook ministers kunnen zich daar niet aan onttrekken.

10) Een kabinetscrisis ontstaat wanneer een kabinet niet langer aan kan blijven en aan de koningin ontslag aanbiedt. Zo'n crisis kan ontstaan door conflicten binnen de regering maar ook door een botsing tussen de regering en het parlement. Het parlement kan die bijvoorbeeld door een motie van wantrouwen het kabinet naar huis sturen.

11) Een demissionair kabinet is een kabinet dat de lopende zaken waarneemt totdat er een nieuw kabinet gevormd is. In Nederland is het gebruikelijk dat er eerst verkiezingen worden gehouden waarna er een nieuw kabinet wordt geformeerd.

12) In 1994 vond er een aardverschuiving in de Nederlandse politiek plaats omdat voor het eerst een kabinet werd gevormd waar geen christen demoraten aan mee deden. Het CDA verloor de verkiezingen. Na de verkiezingen werd een paarse coalitie gevormd (Kok I) bestaande uit de PvdA, VVD en D66. Voor het eerst sinds 1917 waren de confessionelen niet vertegenwoordigd in een kabinet.

13) Het Poldermodel wordt ook wel overlegeconomie genoemd. Daarmee wordt bedoeld dan vakbonden, werkgeversorganisaties en de overheid gezamenlijk proberen een oplossing te vinden voor de sociaal-economische problemen. Door middel van overleg wordt geprobeerd om openlijke confrontaties te voorkomen en de arbeidsvrede te bewaren.

14) De Negatieve kanten van het Poldermodel: Het Poldermodel kan een gevaar vormen voor de democratie. De adviescommissies, ambtenaren en het bedrijfsleven zijn niet door de bevolking gekozen maar kunnen door hun aandeel in het overleg veel invloed uitoefenen op de besluitvorming. Daarnaast wordt door het steeds zoeken nar een compromis elk principieel debat ontlopen; het poldermodel leidt tot een óntideologisering van de politiek.

15) Groen-Links werd in 1989 opgericht toen de CPN, de PSP en de PPR besloten samen verder te gaan in een nieuwe partij. Naast deze partijen deed ook de kleine links georiënteerde Evangelische Volkspartij mee.(EVP).Deze partij is links van de PvdA te plaatsen.

16) De Europese Unie is uiteindelijk ontstaan uit :

a) De Europese Gemeenschap van Kolen en Staal opgericht in 1951; b)In 1957 werd de Europese Economische Gemeenschap (EEG)opgericht die streefde naar een gemeenschappelijke markt en een gezamenlijk economische beleid; c) Ook in 1957 werd de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie opgericht (Euratom) voor een gezamenlijk beheer van de kernenergie.

In 1967 besloot men tot een hechtere samenwerking tussen de drie gemeenschappen en spreken we van de Europese Gemeenschap. Oorspronkelijk waren er zes leden namelijk Duitsland, Frankrijk, Italië en de Benelux landen. In 1973 werd de Europese Gemeenschap uitgebreid met: Groot-Brittannië, Ierland en Denemarken. (Na de Duitse eenwording in 1990 sloot Oost-Duitsland zich ook aan )In 1981 kwam er Griekenland bij en in 1984 Spanje en Portugal.

Sinds 1991 spreken we sinds het Verdrag van Maastricht niet meer van de Europese Gemeenschap maar van de Europese Unie (EU).

Bij de Europese Gemeenschap sloten zich in 1994 aan: Zweden, Finland, Oostenrijk. In 2004 sloten de volgende landen zich ook aan: Polen, Tsjechië, Slowakije, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Slovenië, Malta en Cyprus.

17) de belangrijkste Europese instellingen zijn:

a) Raad van Ministers: bestaat uit de vakministers van de verschillende landen. De raad meent de belangrijkste besluiten binnen de Unie. dat gebeurt op basis van wetsvoorstellen die de Europese Commissie indient.

b) Europese commissie: is het dagelijks bestuur van de Unie en functioneert als een onafhankelijk orgaan. Als enige heeft het het recht van initiatief: mag wetten voorstellen aan het Europese Parlement. Verder heeft ze de uitvoerende macht.

c) Europees Parlement: de Europese commissie wordt gecontroleerd door het Europees Parlement dat om de vijf jaar wordt gekozen. Het parlement heeft echter alleen een adviserende functie. Dat moet op den duur natuurlijk veranderen. Men controleert de Raad van Ministers en de Europese commissie.

d) De Europese Raad: bestaat uit de regeringsleiders van de lidstaten. Deze Raad komt minimaal twee keer per jaar bijeen onder roulerend voorzitterschap.

e) Hof van Justitie: de Unie heeft zijn eigen hof van Justitie dat er op moet toezien dat de wetten van de Unie worden nageleefd. de Europese wetgeving staat boven de Nationale wetgeving. Nationale wetten die strijdig zijn met Europese wetten moeten worden aangepast.

18) Het beginsel van subsidiariteit betekent dat Europa zich niet mag bemoeien met zaken die beter nationaal, provinciaal of lokaal geregeld kunnen worden.