We hebben 154 gasten online

Vragen bij Hoofdstuk 4 Pruiken en revoluties

Gepost in Gesloten vragen

1) Waarom probeerde koning Lodewijk XVI van Frankrijk te vluchtten?

- In Frankrijk was sinds 1789 een revolutie aan de gang. Burgers waren in opstand gekomen tegen de koning en de standenmaatschappij.

2) Waar wilden de burgers een einde aan maken?

- Zij wilden dat er een einde kwam aan de voorrechten van de adel en geestelijkheid en eisten inspraak in het bestuur.

3) Wat is een standenmaatschappij?

- Een maatschappij waarin de bevolking is verdeeld in standen. de eerste stand de adel, de tweede stand de geestelijkheid en de derde stand de rest van de bevolking.

4.1 De pruikentijd

1) Waardoor kreeg de burgerij in de 18e eeuw steeds meer economische macht?

- Door de groeiende wereldhandel.

2) Hoe wordt de 18e eeuw ook wel genoemd?

- De eeuw van de Verlichting

3) Waardoor ging de Nederlandse voorsprong op economisch gebied verloren?

- a) Het aandeel van Nederland in de Euroepse handel nam af,

  b) De nijverheid raakte in verval,

  c) De VOC leed vanaf 1780 verlies

4) Hoe noemen we de 18e eeuw ook wel?

- De pruikentijd. De pruik was een statussymbool van de adel en de hogere burgerij.

5) Aan wie raakte Nederland zijn economische toppositie kwijt?

- Aan Engeland en Schotland die vanaf 1707 Groot-Brittannië vormden en aan Frankrijk.

6) Wat bleef in Frankrijk toch het belangrijkste middel van bestaan?

- de landbouw wan 85% van d ebevolking leefde op het platteland.

7) Waarom gingen veel boeren gebukt onder verplichtingen aan de lokale edelman?

- a) Ze moesten betalen voor de pacht van hun grond,

  b) een deel van de opbrengsten moesten ze afstaan,

  c) ze moesten herendiensten leveren,

  d) ze waren verplicht gebruik te maken van bijvoorbeeld zijn molen.

8) Waaruit bestond de derde Stand?

- De verschillen waren groot. Op het platteland bestond hij uit boeren en landarbeiders. In de steden uit fabrikanten en kooplieden, dokters en advocaten, maar ook uit eenvoudig volk zoals ambachtslieden, winkeliers en arbeiders.

9) Wat waren de voorrechten van de adel?

- a) eigen rechtspraak

  b) alleenrecht op hogere rechten in het leger en ambtenarij,

  c) op het platteland hadden ze heerlijke rechten

  d) waren vrijgesteld van belastingen.

10) wat waren de voorrechten van de geestelijkheid?

- a) eigen rechtspraak

  b) vrijgesteld van belastingen.

10) Wie brachten het meeste geld op voor de koning?

- De boeren en burgers.

11) Wat zijn indirecte belastingen?

- belasting die je betaalt bij aankoop van producten.

12) Waarom spreken we over absolute macht van de koning?

- Hij hoefde aan niemand verantwoording af te leggen.

13) Welk idee ontstond er in de 17e eeuw?

- Het idee dat mensen met de rede, het verstand, alles konden begrijpen en verklaren.

14) Hoe noemen we deze manier van denken?

- de Verlichting

15) Waarom waren de aanhangers van de Verlichting optimistisch?

- Ze dachten dat rationeel (door middel van het verstand) denken niet alleen zou leiden tot meer begrip van de mens en de maatschappij, maar ook tot een betere wereld en een beter leven.

16) Noem enkele voorbeelden waartoe de Verlichting leidde?

- Tot de afschaffing van het abolitionisme (de afschaffing van de slavernij) en leidde tot andere opvattingen over godsdienst.

17) Waar keerden de verlichte denkers zich tegen en waar pleitten ze voor?

- Tegen godsdienstig fanatisme en ze pleitten voor tolerantie.

18) Wat hield het deïsme in?

- Het idee dat God wel de wereld heeft geschapen, maar zich er niet meer met bemoeit.

19) Waaruit blijkt dat volgens de Verlichters alles logische oorzaken had?

- Rampen en tegenslagen werden voortaan niet meer egzien als een straf van God.

20) Geloofden alle Verlichters nog in een God?

- Nee, niet alle. Er waren ook Verlichters die niet meer in een God geloofden. de aanhangers van die leer noemen we atheïsten.

21) Welk mensbeeld had het christendom altijd gehad?

- een pessimistisch mensbeeld.

22) Wat stond daar nu tegenover?

- een optimistisch mensbeeld van de Verlichting. De mens moest gelukkig worden en kon dat met zijn verstand bereiken.

23) De verlichting leidde ook tot kritiek op de ongelijkheid van de standenmaatschappij. Toon dat aan!

- Het idee ontstond dat alle mensen gelijke rechten moesten hebben zoals vrijheid van godsdienst en meningsuiting.

24) Waar was het absolutisme op gebaseerd?

- Op de gedachte dat de koning zijn macht van God kreeg.

25) Welke mening had de Britse filosoof John Locke daarover?

- Volgens Locke kreeg de koning zijn macht van het volk. Bestuur door het hele volk was onmogelijk en daarom had het volk de macht aan de koning gegeven.

26) Wat mocht het volk volgens Locke doen als de koning zijn macht misbruikte of niet geschikt was?

- dan mocht het tegen de koning in opstand komen.

27) Waarom ontwierp Montesquieu de driemachtenleer (trias politica)?

- om machtsmisbruik te voorkomen.

28) Welke driedeling van de machten onderscheidde Montesquieu?

- De wetgevende macht door het parlement, de uitvoerende macht door de regering en de rechtelijke macht door rechters die volgens de wetten moesten recht spreken.

29) Wat was de mening van Jean Jacques Rousseau over de koning?

- Hij vond de koning overbodig. Er was alleen een volksvertegenwoordiging nodig die er voor zorgde dat de wil van het volk werd uitgevoerd.

30) Wa stelde verlichte filosofen tegenover de ongelijkheid van de standenmaatschappij en de onvrijheid van het absolutisme?

- De rechtsstaat. Daarin moest iedereen, ook de koning, zich aan de wet houden en hadden de burgers gelijke rechten.

31)Wat wilden Diderot en D´Alembert met de Encyclopédie bereiken?

- Zij wilden alle kennis ordenen en bekend maken bij het publiek. Zo zouden ze de onwetendheid en domheid bestrijden die de oorzaak van alle ellende was.

32) Waarom probeerde de Franse koning de verspreiding van de verlichte ideeën de voorkomen?

- Omdat hij deze als een bedreiging van zijn koningschap zag.

33) Waar werden veel boeken van Verlichters gedrukt?

- In Amsterdam.

34) Waar werden steeds meer burgers zich van bewust?

- Van de onredelijke ongelijkheid in de standenmaatschappij en van de onvrijheid onder het absolutisme.

35) Wat moest er volgens de burgers veranderen?

- Ze wilden meer vrijheid, minder privileges voor een kleine groep en meer democratie.

36) In dezer paragraaf werden een aantal Verlichters genoemd. Welke?

- Kant, Voltaire, Locke,  Rousseau, Montesquieu, Diderot en D\'Alembert.

37) Waaruit blijkt dat het vergaren van kennis en het doen van onderzoek populaire hobby\'s waren?

- Burgers vormden genootschappen om te luisteren naar voordrachten van wetenschappers en filosofen om te discussiëren over de maatschappij of om te kijken naar proeven en nieuwe uitvindingen.

4.3 Revolutie in Frankrijk

1) Waardoor was er in Frankrijk sprake van een onhoudbare toestand?

- Er was sprake van een lege schatkist.

2) Waardoor was die lege schatkist ontstaan?

- a) Het hof in Versailles kostte kapitalen,

  b) De uitgaven van koningin Marie-Antoinette

  c) De vele oorlogen die de Franse koningen sinds Lodewijk XIV hadden gevoerd.

  d) Er was steeds meer geld geleend.

3) Tot welke conclusie was Koning Lodewijk XVI gekomen?

- Dat de problemen allen maar konden worden opgelost als de adel en de geestelijkheid meer belasting gingen betalen.

4) Wanneer zouden de adel en de geestelijkheid bereid zijn meer belasting te betalen?

- Als ze meer invloed op het bestuur zouden krijgen.

5) Waartoe besloot Lodewijk vervolgens en welk orgaan riep hij bijeen?

- Afstand te doen van zijn absolute macht en riep daartoe voor het eerst in 175 jaar de Staten-Generaal bijeen.

6) Toon aan dat er grote ontevredenheid was in Frankrijk.

- a) Burgers stoorden zich aan de voorrechten van adel en geestelijkheid.

  b) Boeren klaagden over de hoge belastingen en hun verplichtingen aan de adellijke heren.

  c) Het gewone volk was kwaad over de hoge voedselprijzen.

7) Waarom waren de voedselprijzen zo hoog?

- Door de indirecte belastingen.

8) Waardoor werd de situatie nog ernstiger?

- De oogsten mislukten waardoor de prijzen nog verder stegen en mensen honger leden.

9) Hoe reageerde het gewone volk hierop?

- Er ontstonden voedselrellen waarbij in Parijs alleen al tientallen doden vielen.

10) Waarover ontstond bij het bijeenkomen van de Staten-Generaal al onenigheid?

- De eerste stand (geestelijkheid)  en de tweede stand(adel) wilden per stand stemmen. Dat was meteen een nadeel voor de derde stand.

11) Waartoe besloot uiteindelijk de derde stand?

- De derde stand riep zich in juni 1789 uit tot Grondwetgevende Vergadering.

12) Hoe reageerde de koning daarop?

- Deze liet de vergaderzaal sluiten.

13) Wat deed vervolgens de derde stand?

- Deze week uit naar een kaatsbaan. Daar zwoeren de aanwezigen dat ze pas uit elkaar zouden gaan als ze een grondwet hadden geschreven.

14) Wat bracht de lont in het kruidvat?

- de koning liet zijn leger oprukken waardoor er in Parijs rellen uitbraken. dat bereikte een hoogtepunt op 14 juli 1789 toen een woedende menigte de Bastille bestormde. De Franse Revolutie was daarmee begonnen.

15) Wie kwamen er massaal in opstand tegen de eerste en tweede stand?

- De boeren.

16) Hoe reageerden de eerste en tweede stand?

- Ze probeerden uit te wijken naar het buitenland.

17) Welke maatregelen nam de wetgevende Vergadering in Parijs?

- a) De privileges van de adel en de geestelijkheid werden afgeschaft.

  b) Men nam een Verklaring van de Rechten van de Mens en Burger aan waarin de idealen van de Verlichting waren vastgelegd zoals \'vrije en gelijke rechten\' en dat het volk de soevereiniteit bezat.

18) Wat gebeurde er met de koning en koningin?

- deze werden gedwongen Versailles te verlaten en in Parijs te gaan wonen. Hun poging om in juni 1791 te vluchtten mislukte.

19) Frankrijk werd een constitutionele monarchie. Wat hield dat in?

- De wetgevende macht kwam voortaan in handen te liggen van het parlement en de koning moest de wetten uitvoeren en zich houden aan de grondwet.

20) Wie mochten er echter alleen stemmen bij de parlementsverkiezingen in 1791?

- De rijke burgers.

21) Wie zou uiteindelijk de macht grijpen?

- De radicalen

22) Waarom verklaarde Frankrijk de oorlog aan Oostenrijk?

- In 1792 dacht de volksvertegenwoordiging dat Oostenrijk met behulp van gevluchte Franse edelen Frankrijk wilde binnenvallen om de standenstaat te herstellen.

23) Wie steunde Oostenrijk en waaruit bleek dat?

- Pruisische troepen trokken Frankrijk binnen en dreigden iedereen te doden die zich tegen de invasie verzetten.

24)Hoe reageerde het volk?

- Er ontstond een volkswoede waarbij honderden edelen en geestelijken, die verdacht werden met de vijand te heulen, werden afgeslacht en de koning werd gevangen genomen.

25) Wanneer werd het algemeen kiesrecht ingevoerd en de monarchie afgeschaft?

- In 1792.

26) Wat werd Frankrijk nu?

- Een Republiek.

27) Wat gebeurde er met de koning?

- deze werd door de volksvertegenwoordiging wegens landverraad ter dood veroordeeld en op 21 januari 1793 door middel van de guillotine onthoofd.

28) Wie kregen in 1793 de macht in handen?

- De radicale Jacobijnen onder leiding van Robespierre.

29) Waarom liep volgens de Jacobijnen de revolutie groot gevaar?

-  a) Van buiten werd ze bedreigd door de landen waarmee Frankrijk in oorlog was met Oostenrijk, Pruisen, Spanje, Engeland en Nederland.

   b) De revolutie werd volgens Robespierre ook van binnenuit ebdreigd door edelen, geestelijken en andere vijanden.

30) Wat stelden de Jacobijnen in september 1793 in?

- Een schrikbewind om de revolutie met terreur te redden.

31) Wat betekende dat in de dagelijkse praktijk?

- Vanaf dat moment was niemand zijn leven meer zeker. In tribunalen werden massale doodsvonnissen uitgesproken waarbij zo\'n 40.000 mensen het leven verloor waaronder koningin Marie-Antoinette.

32) Hoe liep het met Robespierre zelf af?

- Nadat hij zelfs zijn politieke vrienden van verraad en corruptie had beschuldigd en liet arresteren en terechtstellen was hij kort daarna zelf aan de beurt en kwam ook onder de guillotine terecht

33) Wie greep in 1799 uiteindelijk de macht?

Napoleon Bonaparte door middel van een staatsgreep.

4.4 Revolutie in Nederland

1) Hoe worden de burgers genoemd die ook in Nederland streefden naar grondrechten en politieke invloed?

- Patriotten.

2) Tegen wie keerde zich de schrijver van het pamflet  \'Aan het volk van Nederland\' zich en waarom?

- Tegen de regenten en vooral tegen de Prins van Oranje. De oranjes waren volgens hem heerszuchtig en behandelden het volk als erfelijk eigendom.

3) Waartoe riep de schrijver het volk op?

- Zich te bewapenen en in Opstand te komen.

4) Wie was de schrijver van het pamflet?

- Joan der van der Capellen tot den Pol.

5) Wat was er zo bijzonder aan het pamplet?

- Voor het eerst werd er gesproken over \'het Nederlandse Volk\'

6) Het pamflet werd het startsein voor een politieke beweging. Welke?

- de patriottenbeweging

7) Waarom heerste er aan het einde van de Tijd van pruiken en revoluties grote ontevredenheid onder de Nederlandse burgers?

- a) de economie was in verval,

  b) er was opnieuw een zeeoorlog uitgebroken met Engeland, waarbij de Nederlandse vloot ten onder ging.

  c) de Patriotten gaven stadhouder Willem V en de regenten de schuld.

8) Door wie werden de Patriotten beïnvloed?

- Door de Amerikaanse revolutie en door de verlichte ideeën over vrijheid, gelijkheid en democratie.

9) Hoe organiseerden de Patriotten zich?

- In sociëteiten en vrijkorpsen, verenigingen van gewapende burgers.

10) Hadden de Patriotten succes?

- In veel steden dwongen ze plaatsen af in het bestuur of namen ze zelfs het bestuur helemaal over.

11) Wie schoot stadhouder Willem V te hulp?

- Het Pruisische leger in 1787.

12) Wat deden de Patriotten toen?

- Ze vluchtten massaal naar Frankrijk en zouden uiteindelijk met het ´Bataafs legioen´ in 1795 terugkeren, bij de Franse invasie van de Republiek.

13) Wanneer ontstond de Bataafse Republiek?

- In 1795 trokken Franse troepen de Republiek binnen. Regenten droegen de macht over en Willem V vluchtte naar Engeland en de Staten-Generaal riep de Bataafse Republiek uit.

14) Welke veranderingen werden er ingevoerd?

- a) De verklaring van de Rechten van de Mens en Burger werden afgekondigd,

  b) De scheiding van Kerk en Staat werd doorgevoerd en de voorrechten van de gereformeerde Kerk afgeschaft.

  c) De Staten-Generaal hieven zichzelf op en organiseerden verkiezingen voor een Nationale Vergadering, die met algemeen mannenkiesrecht werd gekozen.

15) Wat was de belangrijkste taak van de eerste gekozen volksvertegenwoordiging in Nederland?

- Het opstellen van een nieuwe grondwet.

16) Nederland werd een eenheidsstaat. Leg dat eens uit.

- Er kwam een centrale regering en ministeries met ambtenaren waardoor Nederland veranderde van een unie van zelfstandige gewesten in een eenheidsstaat.

17) Waardoor werd die eenheidsstaat bevorderd?

- a) er kwamen Rijksbelastingen,

   b) Rijkswaterstaat werd ingevoerd,

   c) er kwam een nationale postdienst,

   d) er werden openbare scholen onder toezicht van de centrale overheid gesticht.

   e) er kwamen nationale spellingregels.

18) Hoe lang duurde de Franse Tijd?

- 1795-1813

19) Volgens de grondwet van 1798 was Nederland een democratie. Maar was dat wel zo?

- Eigenlijk niet want al in 1801 liet Napoleon daar een eind aan maken en in 1806 hief hij zelfs de Bataafse Republiek op en werd Nederland een koninkrijk en Napoleons broer Lodewijk werd koning tot 1810 toen Napoleon Nederland als een provincie van Frankrijk inlijfde.

20) Welke vernieuwingen werden doorgevoerd?

- a) Er kwamen nationale wetboeken,

  b) de burgerlijke stand werd ingevoerd,

 c) lokale maten en gewichten en munteenheden werden afgeschaft en in plaats daarvan werd het decimale stelsel ingevoerd.

4.5 Europa onder Napoleon

1) Waarin blonken Napoleons troepen uit?

- In vechtlust

2) Wat had de Franse regering ingevoerd?

- Militaire dienstplicht.

3) Waarom vochten de Franse militairen fanatieker?

- ze vochten niet alleen voor geld maar waren ook bereid te sterven voor hun vaderland en hun idealen.

4) Wanneer greep Napoleon de macht in Frankrijk?

- In 1799 door middel van een staatsgreep.

5) Wanneer slaagde Napoleon er in uiteindelijk vrede te sluiten in Europa?

- In 1802.

6) Was Napoleon dictator of democraat?

- Hij was een dictator maar deed of hij een democraat was.

7) Waarvoor gebruikte Napoleon de pers?

- Als een propagandamachine.

8) Wanneer maakte Napoleon een einde aan de Republiek en waardoor?

- Hij schafte in 1804 de Republiek af en maakte van Frankrijk een keizerrijk met zichzelf als keizer.

9) Welke hervormingen voerde Napoleon door?

- a) hij stelde een nieuw burgerlijk wetboek in, de Code Civil,

  b) hij stelde een nieuw wetboek van strafrecht in, de Code Pénal.

  c) hij hervormde het onderwijs

d) talent, opleiding en prestaties werden belangrijker dan afkomst.

10) Hield de vrede lang stand?

- Nee Napoleon voerde verschillende oorlogen en grote delen van Europa kwamen onder Frans bestuur en voerden allerlei verlichte ideeën door.

11) Wat leidde uiteindelijk tot de nederlaag van Napoleon?

- In 1812 maakte Napoleon een kapitale fout door Rusland binnen te vallen. Daar werd het Franse leger uiteindelijk tot de aftocht gedwongen door de intrede van de Russische winter en uiteindelijk bleef er slechts een klein deel over van het Franse leger.

12) Waar werd Napoleon\'s nieuwe leger in 1813 verslagen?

- In de slag bij Leipzig waardoor in 1814 door de geallieerden Parijs werd bezet en Napoleon werd verbannen naar Elba.

13) Wat was het definitieve einde van Napoleon?

Napoleon ontsnapte van Elba en greep opnieuw de macht in Parijs, maar werd in juni 1815 definitief verslagen bij Waterloo. Hij werd uiteindelijk verbannen naar Sint Helena, een Brits eilandje tussen Afrika en Zuid-Amerika waar hij in 1821 overleed.

4.6 De afschaffing van de slavernij

1) Welk land verbood als eerste de slavenhandel?

- Groot-Brittannië.

2) Waar beriepen veel voorstanders van de slavernij zich op?

-  a) ze beriepen zich op spreuken en verhalen in de Bijbel,

   b)  men beweerde op grond van uiterlijke verschillen dat zwarten een ´minderwaardig ras´ was en de blanken  ´een superieur ras´.

  c) men wees er op dat zwarte slaven al slaaf waren toen ze van Afrikaanse stamhoofden werden gekocht.

3) Wat was de mening van de tegenstanders van slavernij?

  - a) ook zij beriepen zich op de Bijbel en vonden de slavernij in strijd met de christelijke naastenliefde.

     b) volgens de Verlichting waren alle mensen gelijk

4) Welke beweging werd in Engeland in 1887 opgericht tegen de slavernij?

- De Society for the Abolition of the Slave Trade.

5) Welke argumenten gebruikten de abolitionisten tegen de slavernij?

- Morele argumenten maar ook dat gedwongen arbeid in een moderne economie helemaal niet efficiënt is.

6) Wanneer verbood Groot-Brittannië, de VS en Nederland de slavenhandel?

- Groot-Brittannië in 1807, de VS in 1808 en Nederland in 1814.

7) Wanneer werd de slavernij afgeschaft?

- In Groot-Brittannië in 1833, in de VS in 1865 als resultaat van de Burgeroorlog en in Nederland in 1863.