We hebben 218 gasten online

Vragen bij Hoofdstuk 2 Echt Klassiek! Feniks

Gepost in Gesloten vragen

 

Vragen bij  Hoofdstuk 2 Echt Klassiek! Feniks

tijdvak 2

 

1)     Waardoor ontstonden er in de achtste eeuw voor Christus problemen met de voedselvoorziening en hoe werden die opgelost?

2)     Wat was het directe gevolg van de nederlaag van de Perzen?

3)     Toon aan dat economische veranderingen de basis vormden voor de Atheense democratie.

4)     Democratie betekende voor de Atheners directe democratie. Wat betekende dat in de praktijk en kun je dat wel democratie noemen?

5)     Beschrijf de regeringsvorm van de poleis Sparta.

6)     Wat zijn Sofisten? Noem er twee

7)     Waren de Sofisten voor- of tegenstanders van de democratie? Verklaar je antwoord.

8)     Was Socrates een Sofist?

9)     Beschrijf de Peleponnesische oorlog? Wie won deze oorlog?

10)  Naast democratie zijn er nog andere regeringsvormen. Noem twee andere regeringsvormen en licht deze toe.

11)  Wat was het nieuwe van de  professionele artsenscholen?

12)  Hippocrates paste de natuurwetenschappelijke methode toe. Leg dat eens nader uit.

13)  Wanneer kwamen De Romeinen voor het eerst in aanraking met de Griekse cultuur?

14)  Bij al hun veroveringen kregen de Romeinen als buit ook veel slaven. Hoe kon het dat slaven ook de Griekse cultuur overbrachten?

15)  Wat verstaan we onder filhellenisme?

16)  Wat hadden de Romeinen in de beeldhouwkunst overgenomen van de Grieken?

17)  Beschrijf het verschil in tempelbouw tussen de Griekse en Romeinse tempels.

18)  Noem twee belangrijke verbeteringen in de Romeinse bouwkunst en geef aan waarom het verbeteringen waren.

19)  Op welke drie pijlers steunt de Europese cultuur:

20)  Waarin is de invloed van de klassieke cultuur terug te vinden?

21)  Waar was Cartago een kolonie van?

22)  Waardoor ontstond de eerste Punische Oorlog (264-241) wie won deze oorlog en wat verkreeg men?

 

23)  Hoe ontstond voor de Romeinen belangstelling voor Spanje?

23) Welke twee doelen hadden de Romeinen in Spanje?

24)Wie wist uiteindelijk de Carthagers in Spanje te verslaan?

25)  Wat betekende uiteindelijk de ondergang van de Cartagers?

26)  Door welke oorzaken verliep de romanisering in de derde en tweede eeuw v. Chr. in Spanje opvallend traag?

27)  Toon aan dat in de steden de invloed van de Grieks-Romeinse cultuur het beste was te zien.

28)  Wat deed Caesar na de vervulling van zijn consulschap?

29)  Waarom was de alleenheerschappij van Caesar in Rome ongehoord en waartoe leidde dat?

30)  Wie volgde Caesar op?

31)  Tot 49 na Christus streefden de Romeinse keizers een Elbe politiek? Wat is dat voor politiek en welke kwam er voor in de plaats?

32)  Wat is het limes-systeen?

33)  Tijdens keizer Marcus Aurelius (161-180) begon de druk van de Germaanse stammen op de limes weer toe te nemen. Noem daarvoor de redenen.

34)  De derde eeuw na Christus was een tijd van grote economische en politieke crisis. Toon dat aan.

35)  Wat moesten de Romeinse keizers  uiteindelijk toch aan de Germanen in 406 toestaan?

36)  Wanneer kwam er een einde aan het West Romeinse rijk? En wanneer een einde aan het Oost-Romeinse rijk?

37)  Wie voelden zich vooral aangesproken door het Christendom?

38)  Vanaf de derde eeuw werd het christendom steeds meer gezien als een bedreiging van de samenleving? Waarom?

 

39)  Wie hief uiteindelijk het verbod op het Christendom op, gaf het zelfs een voorkeurspositie en wanneer was dat?

40)Noem de vijf belangrijkste kenmerken van het tijdvak.