We hebben 239 gasten online

Begrippenlijst Hfst 1 deel 3 Geschiedeniswerkplaats

Gepost in Klas 1, 2 en 3

Begrippenlijst Deel 3 Geschiedeniswerkplaats 

Hoofdstuk 1 De Eerste Wereldoorlog 

 
   
Bolsjewieken Communisten.
Bureaucratie Ambtenarij, staat met veel ambtenaren en ambtelijke regels die de vrijheid verstikken.
Centralen Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en hun bondgenoten in de Eerste Wereldoorlog.
Communisten Revolutionaire socialisten, aanhangers van Lenin, die een maatschappij zonder privébezit van de productiemiddelen nastreven.
Deporteren Wegvoeren.
Doema Russisch Parlement.
Eenpartijstaat Staat met één partij, die alle macht heeft.
Februarirevolutie Democratische revolutie die in februari 1917 een eind maakte aan de monarchie in Rusland.
Geallieerden Bondgenoten in de twee wereldoorlogen (de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland/Sovjet-Unie met hun bondgenoten).
Geheime dienst Overheidsdienst die in het geheim werkt om de staatsveiligheid te bewaken.
Greenwichtijd De tijd van de sterrenwacht van Greenwich in Londen, die op de hele wereld als standaard voor de tijdzones gebruikt wordt.
Grote Oorlog De eerste Wereldoorlog.
La Belle Époque Het mooie tijdperk, de laatste 25 jaar voor de Eerste Wereldoorlog.
Loopgraaf Gang in de grond waarin soldaten beschermd zijn tegen de vijand.
Mandaadgebied Gebied dat in opdracht van de Volkenbond door een van de overwinnaars uit de Eerste Wereldoorlog werd beheerd.
Militarisme Verheerlijking van alles wat met het leger te maken heeft.
Mobilisatie Het gevechtsklaar maken van het leger voor de ooorlog.
Neutraliteitspolitiek Politiek om de neutraliteit te bewaren.
Oktoberrevolutie Staatsgreep waarbij de communisten in oktober 1917 in Rusland de macht grepen.
Oorlogsveteraan Iemand die in de oorlog gevochten heeft.
Oostfront Het oostelijk gebied waar gevochten wordt.
Op de Bon Alleen nog via een speciaal formulier in beperkte hoeveelheden te krijgen.
Premier Minister president, leider van de regering.
Rode Leger Het communistische leger in Rusland.
Schlieffenplan Het strijdplan waarmee Duitsland de Eerste Wereldoorlog begon.
Sovjets Raden van arbeiders en soldaten die fabrieken en legereenheden bestuurden.
Sovjet-Unie In 1922 gestichtte communistische staat waarin Rusland verenigd was met andere  delen van het voormalige tsarenrijk.
Staatsgreep Plotselinge gewelddadige overname van de staatsmacht
Tweefrontenoorlog Oorlog waarbij in twee gebieden tegelijk gevochten wordt.
Tijdzone Gebied met dezelfde tijd.
Volkenbond In 1919 opgerichtte Volkerenorganisatie.
Vooruitgangsgeloof Het idee dat het leven van de mensheid op den duur steeds beter wordt.
Vrede van Versailles Vredesverdrag dat de geallieerden in 1919 sloten met Duitsland.
Wapenwedloop Strijd om het sterkste bewapend te worden.
Wereldoorlog Oorlog waaraan een groot aantal landen van verschillende werelddelen meedoet.
Westfront Het westelijk gebied waar gevochten wordt.
Witte Leger Leger van aanhangers van de tsaar.
Zelfbeschikkingsrecht Recht van volkeren op een onafhankelijke staat.