We hebben 209 gasten online

Meerkeuzevragen VS vanaf 1870

Gepost in Meerkeuze vragen

Meerkeuzevragen VS vanaf 1870

1.Waarom wilden veel Europeanen begin 19e eeuw naar de VS?

 

a.om handel te drijven

b.om een boerderij te starten

c.om in de industrie te gaan werken

d.om cowboy te worden

 

 

 

2.Trusts zijn bedoeld om

 

a.concurrentie te beperken

b.een grotere productie te behalen

c.meer uitvindingen te krijgen

d.arbeidsvoorwaarden te verbeteren

 

 

 

3.“Meer democratie, een betere overheid, minder corruptie”…

Dit slaat op de:

a. AFL

b. republikeinse partij

c. slogan van Jane Adams

d. progressive movement

 

 

 

 

4.Het socialisme had in de VS weinig aanhang

a.Vanwege de late industrialisatie

b.Omdat het een land van zelfstandige boeren was

c.Omdat men armoede en uitbuiting als iets tijdelijks zag

d.Omdat men niets met Europa te maken wilde hebben

 

 

5.Wie hadden de meeste invloed op de centrale overheid in de VS aan het begin van de 20e eeuw?

 

 

a.de progressive movement

b.de zelfstandige boeren

c.de bosses in de steden

d.de zelfstandige ondernemers

 

 

6.De problemen in de Amerikaanse landbouw aan het begin van de jaren ’20 kwamen vooral door:

 

 

a.de overproductie en de enorme schulden

b.de concurrentie uit Azië

c.de enorme droogte

d.het gebrek aan overheidssteun

 

 

7.De presidenten in de jaren twintig: Harding en Coolidge

 

 

a.wilden de overheid meer invloed geven

b.wilden de omstandigheden voor het bedrijfsleven optimaal maken

c.waren aanhangers van de progressive movement

d.wilden de invloed van speculanten beperken

 

 

8.Samenvattend kun je zeggen dat het gebrek aan vertrouwen in de Amerikaanse economie in oktober 1929 ( begin econ. crisis) kwam door:

 

a.de overproductie

b.de problemen in de landbouw

c.de speculatie

d.de lage rente

 

 

9.De “works progress administration” regelde:

 

 

a.minimumlonen

b.sociale uitkeringen

c.werkverschaffingsprojecten

d.maximum werktijden

 

 

10.Roosevelt kreeg vooral verzet van :

 

 

a.grote ondernemingen

b.boeren

c.arbeiders

d.het congres

 

 

 

 

11.De Fair Deal kwam als nieuw beleid niet van de grond door:

 

 

a.het democratisch congres en de rassenkwestie

b.de wereldoorlog en het republikeinse congres

c.de babyboom en de rassenkwestie

d.het republikeinse congres en de koude oorlog

 

 

 

 

 

12Veel kritiek op de consumptiecultuur kwam in de jaren ’60 van de:

 

 

a.jongeren

b.negers

c.democraten

d.dienstplichtigen

 

 

13Wat is de goede volgorde:

 

a.Eisenhower – Kennedy – Johnson – Nixon

b.Truman – Eisenhower – Johnson – Kennedy

c.Eisenhower – Kennedy – Reagan – Nixon

d.Truman – Kennedy – Nixon – Johnson

 

 

 

 

14Stagflatie is een combinatie van

 

a.inkomensdaling en werkloosheidgroei

b.werkloosheidsgroei en deflatie

c.inflatie en neergang van de economie

d.oliecrisis en devaluatie

 

 

15 De meeste Indianen stierven vrij snel na de komst van de Europeanen door;

 

a.Indianenjachten

b.Onderlinge oorlogen

c.Europese ziekten

d.De kennismaking met een ongezonde levensstijl

 

 

16 Indentured servants waren

a.slavenb.indianen

c.contractarbeiders

d.nieuwe Europeanen

 

 

17 I Puriteinen kwamen alleen om godsdienstige redenenII De Puriteinen wisten de homogeniteit goed te bewaren

a.I en II zijn waar

b.I en II zijn onwaar

c.I = waar ; II is onwaar

d.I = onwaar ; II is waar

 

 

 

 

18New Amsterdam was een kosmopolitische gemeenschap d.w.z.

 

 

a.Er woonden mensen uit heel Amerika

b.Er was een uitgesproken homogene cultuur

c.Er woonden mensen met verschillende geloven en talen

d.Er was leefden m.n. puriteinen

 

 

 

 

19 Welke emigranten stonden bekend als notoire lastposten en volgden de frontier

 

 

a.De Duitser

sb.De Italianen

c.De Schotse Ieren

d.De Quakers

 

 

20Welke emigranten wilden hun eigen taal en cultuur behouden en trokken zich terug in geïsoleerde plattelandsgemeenschappen op het platteland

 

a.De Nederlanders

b.De Duitsers

c.De Ieren

d.De Schotse Ieren

 

 

21

I De strijd tegen de Engelse regering

II De etnische diversiteit

III De beperkte immigratie tijdens de periode van de Franse revolutie en de Napoleontische oorlogen.

Welke factor(en) droegen bij aan de homogenisering van de Amerikanen:

a.I en II

b.II en III

c.I en III

d.III

 

 

22 Wat was GEEN oorzaak van de toename van de emigratie naar de VS in de 19e eeuw?

 

a.De industriële revolutie in Europa

b.De omzetting van bouwland in weideland in Europa

c.De verdubbeling van de Europese bevolking

d.De groeiende handel tussen de VS en Engeland

 

 

 

 

23 De Ieren werden gediscrimineerd vanwege

 

a.hun armoede en hun dialect

b.hun dialect en hun gedrag

c.hun gedrag en hun geloof

d.hun geloof en hun armoede

 

 

 

24 De ‘geconfedereerden’ is een andere naam voor

 

a.een groep immigranten uit Engeland

b.de samenwerkende zuidelijke staten

c.Het noordelijk leger tijdens de Amerikaanse burgeroorlog

d.Een groep negers die streed voor gelijke rechten

 

 

 

25 In het dertiende amendement op de grondwet

 

 

a.werd de oorlog aan het zuiden verklaard

b.werd segregatie toegestaan

c.werd slavernij afgeschaft

d.werd de immigratie aan banden gelegd

 

 

 

26 De segregatie werd in 1896 mogelijk door:

 

a.een uitspraak van het Hooggerechtshof

b.een maatregel van Abraham Lincoln

c.een overwinning van het leger

d.het aannemen van een wet door het Amerikaanse congres

 

 

 

27 De ‘ nieuwe immigranten’ waren afkomstig uit

 

a.Noord- en West Europa

b.Zuid Europa

c.Zuid- en Oost Europa

d.Azië en Latijs Amerika

 

 

28 De Joodse immigranten kwamen vooral uit:

 

a.Italië

b.West-Europa

c.Palestina

d.Rusland

 

 

 

29 De meeste Italianen emigreerden vanwege:

a.de lage lonen door de industrialisatie

b.de progroms van de Italiaanse overheid

c.de overbevolking

d.de ontevredenheid over de situatie op het platteland

 

 

 

30 De volgende uitspraken gaan over etnische getto’s

I Alle etnische getto’s waren gruwelijke achterbuurten

II Ze hebben geen goede reputatie omdat zij de onwil tot assimilatie suggeren

a.I en II zijn waar

b.I en II zijn onwaar

c.I is waar; II is onwaar

d.I is onwaar; II is waar

 

 

 

31 Onder political machines verstaan we:

 

a.politieke apparaten die zorgden voor een minimale sociale zorg voor immigranten.

b.een aantal bedrijven in handen van bosses

c.een andere naam voor het stadsbestuur in grote steden

d.de woonkazernes in etnische getto’s

 

 

 

 

32 De eerste wereldoorlog was m.n. negatief voor de

 

 

a.Engelse immigranten

b.Italiaanse immigranten

c.Joodse immigranten

d.Duitse immigranten

 

 

33 De eerste beperkende wetgeving met betrekking tot de immigratie gold de:

 

a.Joden

b Chinezen

c. Russen

d. Italianen

 

 

34 De Johnson-Reed act ging uit van een:

 

a.stabilisering van de immigratie

b.algehele beperking van de immigratie

c.stopzetting van de immigratie uit Rusland

d.een quotaregeling op basis van het jaar 1890

 

 

 

35 Voor welke stroom immigranten had de Johnson-Reed act geen gevolgen

 

a.Russen

b.Mexicanen

c.Italianen

d.Polen

 

 

 

 

36 De NAACP vocht tegen rassenscheiding via de…………….weg.

 

 

a.politieke

b.juridische

c.gewelddadige

d.religieuze

 

 

37 Welke immigranten zijn vooral succesvol in de VS na aanname van de immigration and nationality act ? De immigranten afkomstig uit:

a.Noord- en West Europa

b.Latijns Amerika

c.Azië

d.Cuba

 

 

 

 

38 Gegeven:.1. Engeland en Duitsland 2Oost-Europa 3.Zuid Europa 4.West Europa

Wat is chronologisch gezien de afkomst van kolonisten in Amerika ?

a.1, 2,3,4

b.2,3,4,1

c.2,4,3,1

d.1,4,3,2

 

 

39 Gegeven:

1 stijgende sterftecijfers

2. dalende geboortecijfers

3snellere verbindingen

4verbetering van de economische omstandigheden

Wat was geen factor bij de afname van de emigrantenstroom uit West-Europaa.

a 1

b.2

c.3

d.4

 

 

 

 

 

40 Gegeven:

1.Italianen trokken naar de VS vanwege de wijnoorlog in Europa en de citrusteelt in de VS

2.Joden trokken naar de VS vanwege discriminatie en de progromsWelke beweringen zijn juist ?

a.1

b.2

c.beide

d.geen van beiden