We hebben 238 gasten online

Meerkeuzevragen gezin en Industriële revolutie in Engeland

Gepost in Meerkeuze vragen

Meerkeuzevragen gezin en Industriële revolutie in Engeland

1 Enclosure slaat op

a.openveldsysteem

b.gemeenschappelijk eigendom

c.omheining

d.huisnijverheid

2 Bij een standenmaatschappij wordt je plaats bepaald door

:a.de kerk

b.geboorte

c.rijkdom

d.het landbouwstelsel

3 Bij het ‘ongezonde leven’ begin 18e eeuw horen een aantal kenmerken.

Welke hoort er niet bij?

a.te weinig en slecht voedsel

b.te hard werken in de fabriek

c.ziekten zoals tyfus en dysenterie

d.de gezondheidszorg stond nog op een relatief laag peil

4 Wie beslisten in agrarische samenlevingen over het huwelijk?

a.de ouders

b.het dorp

c.de familie

d.de geliefden

5 Jongens en meisjes uit de arbeidersklasse en boerenstand trouwen in de 18e eeuw:

a.tussen 15 en 20 jaar

b.omstreeks 20 jaar

c.tussen 20 en 25 jaar

d.tussen 25 en 30 jaar

6 Wanneer ging men op het platteland op zoek naar een geschikte partner

a.in het voorjaar

b.tijdens het kerstfeest

c.tijdens de zaaitijd

d.tijdens de oogsttijd

7 Wanneer vonden de jongens op het platteland dat ze met seks konden beginnen

a.tijdens de jaarmarkt.

b.na het huwelijk

c.na kennismaking met de ouders

d.na de huwelijksbelofte

8 1 Een eed in bijzijn van getuigen 2. een kerkelijke inzegening 3. de aanwezigheid van ouders4. het hebben van geslachtsgemeenschap

Wanneer was het huwelijk in agrarische samenleving officieel

a.eerst 1 en dan 2

b.eerst 2 in combinatie met 3

c.eerst 2 en dan 4

d.eerst 1 en dan 4

9 T.a.v. een huwelijk in een agrarische samenleving. 1.De man was verplicht de schulden van de vrouw te betalen2.De macht mocht zijn vrouw en kinderen lijfstraffen geven

a.1 = waar ; 2 = onwaar

b.1 = onwaar ; 2 = waar

c.1 en 2 zijn beide waar

d.1 en 2 zijn beide onwaar

10 1 Volgens Elisabeth Badinter was moederliefde een natuurlijk instinct. 2 Volgens Philippe Ariès werden kinderen pas vrij laat in de

geschiedenis als aparte soort mensen beschouwd

a. 1 = waar ; 2 = onwaar

b. 1 = onwaar; 2 = waar

c. 1 en 2 zijn beide waar

d.1 en 2 zijn beide onwaar.

11 Grammar schools zijn:

a.staatsscholen

b.scholen opgericht door de kerk

c.scholen voor welgestelden

d.christelijke scholen voor de middenklasse

12 Er werden in een agrarische samenleving niet veel kinderen geboren. Dit kwam het minst door:

a.de lage huwelijksleeftijd

b.de kindersterfte

c.de geringe behoefte aan grote gezinnen

d.de geboortebeperking

13 In Engeland begon de Industriële revolutie omstreeks

a.1730

b.1780

c. 1800

d.1825

14 1. textielindustrie 2mijnbouw 3productie van staal 4huisnijverheid

Welke bedrijfstakken waren belangrijk voor het begin van de industriële revolutie

a.1 en 2

b.1, 2 en 3

c.1, 2 en 4

d.2, 3 en 4

15 Het gezin is een productie-eenheidDit slaat op een

:a.kerngezin

b.gezinseconomie

c.urbanisatieproces

d.gezinslooneconomie

16 Wat past het best bij ‘klassieke economie’:

a.Wet van vraag en aanbod

b.Belastingen

c.Overheidsvoorschriften

d.Sociale wetgeving

17 De arts Lister is bekend door zijn:

a.strijd tegen de cholera

b.ontsmetting van operatiekamers

c.ontdekking van bacteriën

d.inentingsprogramma 

18 1. Het christendom 2De hygiëne 3Het economisch liberalisme 4De middenstand 5De hogere klasse 6De arbeiders

 

Welke punten zijn typerend voor het ontstaan van de Victoriaanse tijd

a.1 en 3

b.2 en 6

c.3 en 5

d.1 en 4

19 De spectaculaire groei van de bevolking tussen 1750 en 1850 in Engeland en Wales is vooral te verklaren uit:

  1. het huwelijksvruchtbaarheidscijfer
  2. de verlaging van de huwelijksleeftijd
  3. de betere voedselvoorziening
  4. de daling van het sterftecijfer

20

1.Seksuele onthouding 2.eerlijker verdeling van de welvaart 3.verhoging van de huwelijksleeftijd

Wat past bij het denken van Malthus

a.1 en 2

b.1 en 3

c.2 en 3

d.alle 3

21 Na 1850 maakte de Engelse economie een nog grotere bloei doorDit kwam niet door:

a.nieuwe uitvindingen

b.vergroting van het Brits imperium

c.verhoging van de invoerrechten

d.efficiëntere organisatie van de landbouw

22 De periode tussen 1850 en 1920 was het begin van de Engelse:

  1. industriële revolutie
  2. bevolkingspolitiek
  3. verzorgingsstaat
  4. klassieke economie

23 In het ‘traditionele arbeidersgezin’.

  1. werkten man en vrouw samen
  2. was alcoholisme een groot probleem
  3. daalde het aantal kinderen
  4. werd gezelligheid vooral buitenshuis gezocht

24 De vrouwenbeweging bereikte tussen 1850 en 1920

  1. gelijkheid tussen man en vrouw wat betreft werk
  2. seks werd een zaak van overleg en wederzijds begrip
  3. meer politieke invloed voor vrouwen
  4. vrije verkoop van voorbehoedsmiddelen

25 1 Stijging van geboortecijfers 2Daling van geboortecijfers 3Stijging van sterftecijfers 4 Daling van sterftecijfers

Bij demografische transitie past

  1. 1 en 3
  2. 1 en 4
  3. 2 en 3
  4. 2 en 4

26

Henry Ashworth, een fabrikant, vertelt een parlementaire

commissie het volgende. Ongeveer twaalf jaar geleden konden wij een flink aantal families huisvesten in enkele nieuwe huizen; binnen een aantal maanden brak er een kwaadaardige ziekte uit die van huis tot huis ging, totdat wij werkelijk bezorgd werden over de veiligheid van de hele gemeenschap. We zijn een onderzoekgestart naar de staat van de huizen waar de ziekte het eerst uitbrak (...) en ontdekten dat door de ongemanierdheid en onverschilligheid voor een net leven de huizen zo smerigwaren, dat we niet lang gespaard zouden blijven van een nieuwe opleving van de ziekte als we geen maatregelen namen om de manieren van deze mensen te veranderen.Hoewel we geen inbreuk wilden maken op de privacy van onze werknemers (...) hebben we elk huis in ons bezit gecontroleerd of het schoon was en goed geventileerd, of er goede bedden en meubilair waren. Er was een groot verschil in nette en schone huizen van sommigen en de verwaarlozingvan andere huizen, zonder dat dat verwant was aan inkomen,en wij werden overtuigd van de noodzaak dat deze bezoeken nodig bleven om deze huizen permanent te verbeteren.Uit: E. Royston Pike, Human documents of the Industrial Revolution in Britain.

De schrijver ziet als oorzaak van de ellende

a.de lage inkomens

b.de gebrekkige staatscontrole

c.het ontbreken van kiesrecht voor arbeiders

d.het ontbreken van gevoel voor hygiëne bij veel arbeidersgezinnen4