We hebben 179 gasten online

Meerkeuze en Open vragen na 2e Wereldoorlog

Gepost in Meerkeuze vragen

Meerkeuze en Open vragen na de 2e Wereldoorlog

 

1 Welke zin is niet juist?

De VN (Verenigde Naties) zijn opgericht om:

a vrede in de wereld te handhaven.

b samen te werken bij het oplossen van problemen.

c aan de staten gelegenheid te bieden voor overleg.

d hetWesten te verdedigen tegen de SU 

2 Wat is geen grondrecht uit de Verklaring van de

Rechten van de Mens?

a Iedereen is vrij zijn mening te uiten.

b Alle mensen zijn vrij en gelijk.

c Iedereen heeft recht op inkomsten om in zijn levensonderhoud te voorzien.

d Iedereen heeft recht op eerlijke rechtspraak.

3 De Veiligheidsraad van de VN bestaat uit vertegenwoordigers van:

a vijftien staten.

b alle staten die lid van de VN zijn.

c tien staten.

d de VS, Rusland, China, Frankrijk en Groot-Brittannië.

4 Welke zin is onjuist?

HetWesten wantrouwde de SU omdat:

a de SU in 1919 de Komintern had opgericht.

b de SU in 1918 in Griekenland de communisten hielp aan de macht te komen.

c Stalin en Hitler in 1939 een niet-aanvalsverdrag sloten.

d Stalin en Hitler samen Polen veroverden.

5 Welke zin is onjuist?

Na de Tweede Wereldoorlog werd het wantrouwen

tussen de SU en hetWesten groter omdat:

a er vijandige invloedssferen ontstonden.

b er onenigheid ontstond over de toekomst van Duitsland.

c Oost-Europese staten tegen de wil van de SU de Marshallhulp aanvaardden.

d een burgeroorlog in Griekenland leidde tot de Trumanleer.

6 Welke zin is juist? In de Oost-Europese communistische

staten:

a was kritiek op de communistische partij toegestaan.

b was het marxisme-leninisme het uitgangspunt.

c werden de rechten van de mens als hoogste waarde gezien.

d waren geen verkiezingen.

7 In welke volksdemocratie maakte de SU niet met

geweld een einde aan de hervormingen?

a Polen

b DDR (Oost-Berlijn)

c Hongarije

d Tsjecho-Slowakije

8 Welke zin is onjuist?

a Joegoslavië werd in WO II bevrijd door de communistische verzetsbeweging.

b Tito voerde in Joegoslavië het communisme in.

c Stalin kon zijn wil niet opleggen aan Joegoslavië.

d Tito’s Joegoslavië sloot zich niet bij de SU maar bij hetWesten aan.

9 De belangrijkste oorzaak van de Koreaanse Oorlog was:

a de inval van het Zuid-Koreaanse leger in Noord- Korea.

b de verdeling van Korea in twee staten.

c de inval van het Noord-Koreaanse leger in Zuid-Korea.

d de hulp van China aan Noord-Korea.

10 De aanleiding voor de Koreaanse Oorlog was:

a de inval van het Zuid-Koreaanse leger in Noord-Korea.

b de hulp van de VN aan Zuid-Korea.

c de inval van het Noord-Koreaanse leger in Zuid-Korea.

d de verdeling van Korea in twee staten.

11 De belangrijkste oorzaak van de oorlog in Vietnam was:

a de hulp van de Verenigde Staten aan Zuid-Vietnam.

b de guerrillaoorlog die de Vietcong begon tegen de Zuid-Vietnamese regering.

c het uiteenvallen van Vietnam in een coomunistisch en een niet-communistisch deel.

d de inval van Noord-Vietnam in Zuid-Vietnam.

12 De aanleiding van de oorlog in Vietnam was:

a de hulp van de Verenigde Staten aan Zuid-Vietnam.

b de guerrillaoorlog die de Vietcong begon tegen de Zuid-Vietnamese regering.

c de hulp van de Sovjet-Unie aan Noord-Vietnam.

d de inval van Noord-Vietnam in Zuid-Vietnam.

13 Wat was een gevolg van de blokkade van West-Berlijn (1948-1949)?

a De VS trok met troepen naar het oosten om Berlijn te bevrijden.

b Tienduizenden Oost-Berlijners vluchtten naar West-Berlijn.

c Tussen de SU en de VS werd een ‘hot line’ aangelegd.

d De Navo werd opgericht.

Gesloten vragen - basisstof

14 Wat was een gevolg van de Cubacrisis?

a Het voorstel van de VS om een West-Duits leger op te richten werd aangenomen.

b De NAVO werd opgericht.

c De Bondsrepubliek werd toegelaten tot de NAVO

d Tussen de SU en de VS werd een ‘hot line’ aangelegd.

15 Welke zin is juist? De verhouding tussen de SU en hetWesten werd in de jaren 1988-1990 steeds beter doordat:

a de VS een einde maakten aan de kernwapenproductie.

b de communistische partij in geen staat in de wereld meer de macht had.

c Gorbatsjov toestond dat de DDR uit het Warschaupact trad.

d De SU er mee instemde dat vroegere Oostbloklanden lid werden van de NAVO.

16 Welke zin is onjuist? Een oorzaak van het einde van de Koude Oorlog was dat:

a de kernwapenwedloop zowel de SU als de VS veel geld kostte.

b er voor de SU meer kans was op hulp uit het Westen als de Koude Oorlog beëindigd was.

c Oost-Europa in welvaart steeds verder achterop raakte.

d Polen, Tsjechië en Hongarije lid werden van de NAVO.

17 Hieronder staan drie zinnen:

1 De oprichting van de EGKS in 1951 was onder andere nodig om meer wapens te kunnen produceren.

2 Door de oprichting van de EGKS werd buitensporige bewapening van één of meer leden voorkomen.

3 Frankrijk,West-Duitsland, Engeland, België, Luxemburg en Nederland werden lid van de EGKS.

Welke combinatie is juist?

a Zin 1 en 2 zijn juist en zin 3 is onjuist.

b Zin 1 is juist, zin 2 en 3 zijn onjuist.

c Zin 2 is juist, zin 1 en 3 zijn onjuist.

d Zin 1 en 3 zijn juist, zin 2 is onjuist.

18 Wat is de belangrijkste oorzaak van overproductie in de landbouw in de EU-landen?

a Er is teveel landbouwgrond in de landen van de EU.

b De garantieprijzen voor de landbouwproducten hebben de productie opgevoerd.

c Door de mechanisatie in de landbouw is de productie uitgebreid.

d De onderlinge concurrentie heeft de productie gestimuleerd.

19 Een voorbeeld van een staat met grote autonomie voor delen van de staat is:

a Frankrijk.

b Nederland.

c Zwitserland.

d Engeland.

20 Welke zin is onjuist?

De natie-staat verliest in Europa aan betekenis doordat:

a internationale organisaties de natie-staat van bovenaf inperken.

b in steeds meer staten steeds meer mensen Engels kunnen spreken.

c regionalisatie de natie-staat van onderop ondermijnt.

d steeds meer regeringen bereid zijn de belangen van Europa als geheel voorrang te verlenen boven de belangen van hun staat.

Combinatievragen

21 Plaats de juiste taak van de VN in het eerste rijtje bij de juiste organisatie in het tweede rijtje. Plaats dus het cijfer bij de juiste organisatie op het antwoordblad 1 = en dan de letetr van het alfabet

1 Behandeling van rechtszaken

 

a Internationaal Hof van Justitie

 

2 Verbetering van gezondheid en onderwijs voor

kinderen

 

b UNESCO

 

3 Hulp voor vluchtelingen

 

c UNICEF

 

4 Vechtende partijen uit elkaar houden

 

d FAO

 

5 Verbetering van samenwerking op gebied van

onderwijs,wetenschap en cultuur

 

e VN-troepen

 

6 Verbetering van de voedselproductie

 

f UNHCR

 

22 Welk begrip in het eerste rijtje heeft te maken met welke beschrijving in het tweede rijtje.

Antwoord op het antwoordblad. Plaats dus het cijfer bij de juiste letter van het alfabet.

1 Fundamentalisme

 

a Verklaring getekend door de Geallieerden,waarin ze zeiden naar een betere wereld te streven, waarin alle staten democratisch zouden zijn

 

2 IJzeren gordijn

 

b Radicale stroming binnen de islam, die koran en sharia zo strikt mogelijk willen toepassen en die iedere aanpassing aan hetWesten afwijzen

 

3 Stereotype

 

c Communistische opstandelingen in Cambodja

 

4 Marshallplan

 

d Beeld van een bepaalde bevolkingsgroep, dat

met de werkelijkheid weinig of niets te maken

heeft

 

5 Rode Khmer

 

e Een kale strook land met veel prikkeldraad en

wachttorens

 

6 Atlantisch Handvest

 

f Beleid van de VS na de Tweede Wereldoorlog om Europa financieel te steunen bij de opbouw van de economie

 

In de tijd plaatsen

23 Plaats onderstaande gebeurtenissen in de goede Tijdsvolgorde. Vul op het antwoordvel in

1= letter alfabet

a Val Berlijnse Muur

b Blokkade West-Berlijn

c Cubacrisis

d Praagse Lente

e Koreaanse Oorlog

24 Plaats onderstaande presidenten van de VS in de goede tijdsvolgorde van hun regeerperiodes. Vul op het antwoordvel in: 1 = letter alfabet

a Reagan

b Kennedy

c Nixon

d Eisenhower

e Johnson

25 Plaats onderstaande leiders van de SU in de goede tijdsvolgorde. Vul op het antwoordvel in: 1 =

a Gorbatsjov

b Stalin

c Chroesjtsjov

d Jeltsin

26 Staatsinrichting Europese Unie

In het eerste rijtje staan negen zinnen waarin rechten, taken en bevoegdheden van de instellingen van

de Europese Unie worden genoemd. In iedere zin ontbreekt een woord of ontbreken een paar woorden.

In het tweede rijtje staan de ontbrekende woorden. Maak je keuze door de juiste woorden in de zinnen te plaasten. Het getal 8 moet twee keer aangekruist worden. Dus op het antwoordvel a = enm dan het bewuste cijfer

  1. a.De stemgerechtigde bevolking van de lidstaten van de Europese Uniede parlementen van de lidstaten

1 kiest

b Het parlement _____ de regering van elke lidstaat.

 

2 vraagt advies

c De regering van elke lidstaat _____ in de Europese Raad.

 

3 geeftt advies

d De regering van elke lidstaat _____ in de Raad van Ministers.

4 doet voorstellen

e De Raad van Ministers _____ naar de Europese Commissie.

 

5 bepaalt beleidslijnen

f De Europese Commissie _____ aan de Raad van Ministers.

 

6 controleert op uitleg en toepassing EU-regels

g De Europese Raad _____ voor de Europese Commissie.

 

. 7 zendt besluiten

h De Europese Commissie _____ aan het Europees Parlement.

 

8 is vertegenwoordigd (2x)

i Het Europees Parlement _____ aan de Europese Commissie.

 

9 vormt

 

j het Hof van Justitie _____ .

 

 

Goed-foutvragen

27 Hieronder staan tien zinnen. Sommige zinnen zijn goed, andere zinnen zijn fout.

Vul op het antwoordvel een G (Goed) of een F (Fout) in. Dus a = G of F

a De Verenigde Naties werden opgericht in 1940.

b De Algemene Vergadering van de VN doet voorstellen aan de Veiligheidsraad.

c Alle leden van de Veiligheidsraad hebben vetorecht.

d De Economische en Sociale Raad van de VN werkt aan verbetering van de levensstandaard.

e Comecon is een verdrag voor militaire samenwerking tussen de SU en de volksdemocratieën.

f De Koude Oorlog eindigde in de jaren 1988-1991.

g Toen in 1990 Irak Koeweit veroverde, stonden Oost en West voor het eerst na WO II naast en niet

tegenover elkaar.

h In de EU-landen is de landbouwpolitiek een probleem.

i Op politiek gebied is ‘eenparigheid’ vereist in de EU.

j In de EU heeft het Europees Parlement de meeste macht.