We hebben 157 gasten online

Meerkeuzevragen Dekolonisatie en Koude Oorlog in Vietnam

Gepost in Meerkeuze vragen

Meerkeuzevragen  Dekolonisatie en Koude Oorlog in Vietnam

vietnam veteraan postzegel vietnam monumentvietnamoorlog helicopter

1 Vier gebeurtenissen:


1 De oprichting van de Volkenbond.
2 De machtsovername van de communisten in Rusland.
3 De oprichting van de Verenigde Naties (VN).
4 De Tweede Wereldoorlog breekt uit.

Welke chronologische volgorde is juist?

a)     2, 1, 4, 3

b)    3, 2, 4, 1

c)     1, 3, 2, 4

d)    4, 2, 1, 3

2) Hoe verklaar je dat de Volkenbond minder krachtdadig en succesvol was dan de Verenigde Naties?

    a) De Verenigde Staten beschouwden zich als leider van de Volkenbond; andere landen konden  

       daar niet mee leven.

   b) De wereldrevolutie van Lenin maakte een effectief optreden van Volkenbond onmogelijk.

   c) De Volkenbond had een veel te klein leger om effectief conflicten te bezweren

   d) De Verenigde Staten deden niet mee aan de Volkenbond; in de Verenigde Naties speelden ze een leidende rol.

3) Toch speelden ook de Verenigde Naties weinig klaar. Wat was daarvan de dieperliggende

    oorzaak?

a)     De permanente leden van de Veiligheidsraad hadden geen vetorecht

b)    De Veiligheidsraad telde teveel leden en was daardoor besluiteloos.

c)     De Tweede Wereldoorlog

d)    De Koude Oorlog.

4) Wat was zowel oorzaak als gevolg van de Koude Oorlog?

 a) De militaire nederlaag van Duitsland in 1945.

 b) De dood van president Roosevelt.

c) De Marshallhulp van de Verenigde Staten aan West-Europa.

d) De politiek van Vreedzame Coëxistentie

 

5) Welke landen lagen na 1945 binnen de invloedssfeer van de Sovjet-Unie?

 a) Griekenland, Roemenië en Polen.

 b) Bulgarije, Denemarken, Wit-Rusland.

 c) Tsjecho-Slowakije, Polen, Oost-Duitsland.

 d) Hongarije, Roemenië, Turkije.

 

6) Wat is een goed voorbeeld van de Amerikaanse containmentpolitiek?

 a) De Amerikaanse annexatie van West-Duitsland.

 b) De Amerikaanse steun aan Turkije.

 c) Het werpen van atoombommen op Japan.

 d) De schepping van het IJzeren Gordijn.

 

7) Ook de Sovjet-Unie voerde een soort containmentpolitiek. Waarmee zou je dat kunnen illustreren?
 

 a) Met het Russische streven naar een veiligheidscordon van 'bevriende' satellietstaten.

 b) Met het Russische streven naar een wereldrevolutie.

 c) Met de stichting van de communistische Volksrepubliek China in 1949.

 d) Met de militaire interventie van de Sovjet-Unie in Vietnam.

 

8) Vier oorzaken van de wapenwedloop. Welke is het meest INDIRECT?

 a) De overwinning van de Sovjet-Unie op Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

 b) De tactiek van 'wederzijdse afschrikking'.

 c) De atoombommen die in 1945 op Japan werden geworpen.

 d) De eerste geslaagde kernproef van de Sovjet-Unie in 1949.

 

9) Welke Aziatische landen waren kolonies van Frankrijk?

 a) Thailand en Birma.

 b) Korea en Cambodja.

 c) Laos en Cambodja.

 d) Laos en Maleisië.

 

10) Wat was de MINST belangrijke oorzaak van het dekolonisatieproces in Azië?
 

 a) Het nationalisme.

 b) De Tweede Wereldoorlog.

 c) De dood van Stalin in 1953.

 d) De Koude Oorlog.

 

11) Stalin had aanvankelijk weinig oog voor het dekolonisatieproces in Azië. Wat was daarvan een belangrijke oorzaak?

a)     Hij geloofde niet dat het communisme in het sterk agrarische Azië kans zou maken.

b)    Stalin was bang dat ingrijpen in Azië onvermijdelijk zou leiden tot een oorlog met China.

c)     Ook de Verenigde Staten bleven geheel afzijdig in Azië. Stalin zag daarom geen reden om in Azië in te grijpen.

d)    Als communist had hij geen principiële bezwaren tegen het kolonialisme.

12) Welke twee begrippen passen op grond van hun rol in de Koude Oorlog NIET bij elkaar?

 a) Soviet Design' - Korea Oorlog

 b) Cordon Sanitaire - Duitse deling

 c) Taiwankwestie - VN-Veiligheidsraad

 d) Stalin - Vreedzame Coëxistentie

 

13) Wanneer was Vietnam kolonie van Frankrijk?

 a) Van 1897 tot 1962.

 b) Van 1930 tot 1959.

 c) Van 1882 tot 1956.

 d) Van 1833 tot 1945.

 

14) Welk begrip past NIET goed bij het Franse kolonialisme in Vietnam?

 a) Racisme.

 b) Democratisering.

 c) Wingewest.

 d) Prestige.

 

15) Welk zin is JUIST?

 a) De Franse assimilatiepolitiek had in Vietnam geen enkel succes.

 b) Zo'n dertig procent van de Vietnamezen bekeerde zich tot het katholicisme.

 c) Hanoi werd het 'Parijs van het Oosten' genoemd.

 d) De verschillen tussen het noorden en het zuiden van Vietnam bestonden al vóór de komst van Fransen.

 

16) Nog voordat hij oorlog tegen ze voerde, voelde Ho Chi Minh zich bedrogen door de Amerikanen.

      Bij welke twee gelegenheden deed zich dat 'bedrog' voor?

a)     In 1930, bij de Vietnamese volksopstand tegen de Fransen; in 1941, bij de Vietnamese opstand tegen de Japanners.

b)    In 1939, bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog; in 1950, bij het uitbreken van de Korea-oorlog.

c)     In 1919, tijdens de vredesbesprekingen in Versailles; in 1954-1956, bij de uitvoering van de Geneefse Akkoorden.

d)    In 1914, bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog; in 1945, bij het uitroepen van de Vietnamese onafhankelijkheid.

17) Wat sprak Ho Chi Minh zo aan in het communisme van Lenin?

 a) De onafhankelijke, moedige positie die Lenin tegenover het grote China innam.

 b) Lenin's dominotheorie: als één kolonie onafhankelijk werd, dan zouden de anderen vanzelf volgen.

 c) Lenin's tactiek: een voorhoede van beroepsrevolutionairen moest de revolutie tot stand brengen.

 d) Het atheïsme van Lenin: Ho was een fel tegenstander van het boeddhisme in zijn land.

 

18) Hoe zou je de Vietminh willen typeren?

 a) Als een echte communistische partij, zoals de communistische partij in de Sovjet-Unie.

 b) Als een typisch Vietnamese ideologie, waarin plaats was voor communistische denkbeelden.

 c) Als Ho Chi Minh's persoonlijke leger, dat waakte over zijn veiligheid en zijn macht moest vergroten.

 d) Als een nationalistische beweging, waarin het communisme op de achtergrond een grote rol speelde.

 

19) Welk jaar zien de Vietnamese communisten als het jaar waarin Vietnam onafhankelijk werd van de  Fransen?

a)     1941

b)    1955

c)     1962

d)    1945

20) Vier verschijnselen:

1 Tweede Wereldoorlog.
2 nationalisme
3 communisme
4 imperialisme

Welke verschijnselen kun je beschouwen als oorzaak van de Vietnamese onafhankelijkheidsstrijd tegen de Fransen?

 a) Alleen 2 en 4

 b) Alleen 1, 2 en 4

 c) Alle vier.

 d) Alleen 1 en 2.

21) Vier gebeurtenissen:

1 slag bij Dien Bien Phu
2 Het ondertekenen van de Geneefse Akkoorden
3 oprichting Vietminh

Welke chronologische volgorde waarin de gebeurtenissen geplaatst zijn, is juist?

 a) 2, 3, 1

 b) 1, 2, 3

 c) 3, 1, 2

 d) 2, 1, 3

 

22) Welk begrip past het BEST bij het doel van de Zuid-Oost Aziatische Verdrags Organisatie

      (ZOAVO)?

a)     Dominotheorie.

b)    Westers nationalisme.

c)     Guerrillatactiek.

d)    Geneefse Akkoorden.

23) Om welk land gaat het hier?

1 Het land ondertekent de Geneefse Akkoorden niet.
2 In 1956 blokkeert het land nationale verkiezingen in Vietnam.
3 Het land was voor een deling van Vietnam langs de 17e breedtegraad.

a) Frankrijk.

b) Verenigde Staten.

c) Vietnam.

d) Sovjet-Unie.

24) Kenmerken van de opbouw van Zuid-Vietnam en Noord-Vietnam in omstreeks 1960:

1 Fundamentele herverdeling van het land.
2 Vervolging van tegenstanders
3 Volkstribunalen.
4 Planeconomie.
5 Hulp van buitenlandse mogendheden.

Welke kenmerken zijn zowel van toepassing op Zuid- als op Noord-Vietnam?

 a) 1, 2 en 5.

b) 2 en 5

c) 2, 3 en 4

d) 2 en 3

25) Wat is een juiste omschrijving van de Vietcong?

 a) De communistische partij van Zuid-Vietnam.

 b) De militaire tak van het nationaal bevrijdingsfront in Zuid-Vietnam

 c) De militaire tak van het volksbevrijdingsfront in Noord-Vietnam.

 d) De communistische partij van Noord-Vietnam.

 

26) Waarom hielden de Noord-Vietnamezen hun steun aan de Vietcong geheim?

 a) De Amerikanen zouden anders misschien besluiten te vertrekken en Zuid-Vietnam in chaos

     achterlaten.

 b) De Amerikanen zouden anders misschien besluiten hun militaire steun aan Zuid-Vietnam op te

     voeren.

 c) De Zuid-Vietnamese bevolking zou nooit willen samenwerken met communisten.

 d) De Zuid-Vietnamese bevolking zou nooit hulp uit Noord-Vietnam accepteren.

 

27) Waarmee maakte de Vietcong zich geliefd onder arme boeren in Zuid-Vietnam?

  a) De Vietcong maakte een eind aan de Boeddhistische overheersing op het platteland.

  b) De Vietcong bouwde versterkte dorpen voor de boeren waar zij veilig waren voor de Amerikanen.

  c) De Vietcong verdeelde in het gebied waar zij de baas was de landbouwgrond onder de kleine boeren.

 d) De Vietcong steunde het boeddhisme met het bouwen van tempels en het sturen van priesters.

 

28) Waarom wilden de meeste boeren niet vrijwillig naar de versterkte dorpen verhuizen?

 a) Zij wilden hun eigen vruchtbare grond niet verruilen voor de droge akkers van de agrovilles.

 b) Zij voelden zich veiliger onder de bescherming van de landheren van wie zij hun land pachtten.

 c) Zij waren als boeddhisten gebonden aan de grond waar hun voorouders hadden geleefd.

 d) Zij wilden hun eigen stenen huizen niet verruilen voor de armoedige bamboehutten in de versterkte dorpen.

 

29) De bezorgdheid van president Kennedy om Vietnam werd vergroot door de opstelling van Sovjetleider Chroesjtjov. Welke bewering daarover is JUIST?

 a) De Sovjet-Unie concurreerde met China als 'vriend van alle onderdrukte volken'. [

 b) De Sovjet-Unie ging samenwerken met China om Vietnam van het imperialisme te bevrijden.

 c) Chroesjtjov wilde Vietnam veroveren om zo een ijsvrije haven voor de Sovjet-Unie te verkrijgen.

 d) Chroesjtjov zag Ho Chi Minh als rivaal voor het leiderschap over de communistische wereld.

 

30) Kennedy kon zich niet voorstellen dat de Verenigde Staten zich net als Frankrijk op het Vietnamese verzet zouden stukbijten. Waarom niet?

 a) Noord-Vietnam was door jarenlang oorlogvoeren zo verzwakt dat het geen partij meer was.

 b) De VS waren de machtigste natie op aarde en hadden nog nooit een oorlog verloren.

 c) Frankrijk had een zwak leger dat op eigen kracht nog nooit een oorlog gewonnen had.

 d) De VS waren bij een grote meerderheid van de Vietnamezen juist erg populair.

 

31) Welke bewering over de rol van Amerikaanse adviseurs in Vietnam (omstreeks 1963) is JUIST?

 a) Op papier moesten zij meevechten met het Zuid-Vietnamese leger, in werkelijkheid hielden ze zich afzijdig.

 b) Kennedy trok steeds meer Amerikaanse soldaten terug en verving deze door adviseurs.

 c) Kennedy zag niets in de adviseurs en verving een groot aantal van hen door echte soldaten.

 d) Op papier moesten zij het Zuid-Vietnamese leger trainen en adviseren, in werkelijkheid vochten zij vaak gewoon mee.

 

32) In 1964 nam in Amerika de roep om een diplomatieke oplossing voor Vietnam toe. Welke ontwikkeling speelde daar GEEN rol in?

 a) Vietnam leek niet meer te redden, de Vietcong beheerste een groot deel van Zuid-Vietnam.

 b) Vietnam verkeerde in chaos: er was geen stabiele regering, straatgevechten en studentenprotesten werden steeds heftiger.

 c)  De Vietcong beloofden dat er voor een verenigd Vietnam eerlijke, vrije democratische verkiezingen zouden komen.

 d) Het Zuid-Vietnamese leger was zwak, Vietnamese officieren leken minder toegewijd dan de Amerikanen zelf.

 

33) Welk verband was er tussen de binnenlandse politiek van president Johnson en zijn Vietnampolitiek?

 a) Er was geen verband, al probeerden Johnsons politieke tegenstanders te doen geloven van wel.

 b) Johnsons 'oorlog tegen de armoede' zou niet te betalen zijn als de VS een groot leger naar Vietnam zou sturen.

 c) Johnson durfde niet met Noord-Vietnam te onderhandelen uit angst de steun van de Amerikaanse kiezers te verliezen.

 d) Johnson moest in eigen land met de communistische dreiging afrekenen, in Vietnam was dat eigenlijk hetzelfde.

 

34) Welke rol speelde het Tonkin-incident in de Vietnamoorlog?

 a) Het gaf de regering volledige vrijheid om een oorlog te beginnen zonder dat formeel de oorlog werd verklaard.

 b) Het was een 'katalysator' (versneller), want direct hierna stuurden de VS grondtroepen naar Vietnam.

 c) Door dit incident nam het vertrouwen van de Amerikanen in hun politieke leiders scherp af.

 d) Het liet zien dat Noord-Vietnam over hoogwaardige wapens beschikte. Dat weerhield de VS van een directe confrontatie.

 

35) Wat hield operatie 'Rolling Thunder' in?

 a) Het systematisch bombarderen van Zuid-Vietnam.

 b) Het sturen van tanks en grondtroepen naar Noord-Vietnam.

 c) Het sturen van tanks en grondtroepen naar Zuid-Vietnam.

 d) Het systematisch bombarderen van Noord-Vietnam.

 

36) De Amerikaanse generaals in Vietnam klaagden dat ze moesten vechten 'met de handen op de rug'. Waardoor kwam dat?

  a) Het Amerikaanse leger mocht geen voet in Noord-Vietnam zetten en moest bij bombardementen belangrijke vijandelijke aanvoerroutes ontzien.

 b) Het Amerikaanse leger had te weinig manschappen en moderne wapens om succesvol oorlog te kunnen voeren.

 c) De Amerikanen in Vietnam mochten alleen adviseren, het vechten moesten ze overlaten aan het Zuid-Vietnamese leger.

 d) De Amerikaanse soldaten hadden opdracht de vijand op te sporen en gevangen te nemen, er moesten zo min mogelijk Vietcong gedood worden.

 

37) Wat was kenmerkend voor de strijdwijze van generaal Vo Nguyen Giap?

 a) Snelle, korte verrassingsaanvallen vanuit de jungle.

 b) Het snel samentrekken van grote aantallen soldaten om in open veld slag te leveren.

 c) Het snel verplaatsen van kleine eenheden per helikopter en motorboot.

 d) Nooit zelf het vuur openen, maar de vijand naar mijnenvelden en giftige bamboepunten lokken.

 

38) Wat was kenmerkend voor de manier waarop het Amerikaanse leger de Vietcong bestreed?

 a) De Amerikaanse tactiek wijzigde voortdurend en was mede daardoor weinig succesvol.

 b) Nooit zelf het vuur openen, maar de vijand in hinderlaag lokken.

 c) Luchtaanvallen met napalm en Agent Orange, grondtroepen alleen in de grote steden.

 d) De vijand opsporen en dan zoveel mogelijk slachtoffers maken.

 

39) Welke rol speelde het Tet-offensief in de Vietnamoorlog?

  a) Het overtuigde Noord-Vietnam ervan dat de oorlog door onderhandelen beëindigd moest worden.

  b) Het overtuigde de Amerikaanse regering ervan dat de oorlog niet te winnen was.

  c) Het gaf de Amerikanen definitief een militair overwicht.

  d) Het gaf de Vietcong definitief een militair overwicht.

 

40) Wat veranderde er na 1965 in de berichtgeving over 'Vietnam' in de Amerikaanse media?

 a) De opstelling van journalisten werd minder patriottisch en meer kritisch.

 b) De belangstelling voor de oorlog in Vietnam nam zienderogen af.

 c) De opstelling van journalisten werd minder kritisch en meer patriottisch.

 d) Het leger ging steeds meer controle uitoefenen op het nieuws dat over Vietnam werd gebracht.

 

41) Waarom kwam er vanuit het Amerikaanse congres weinig verzet tegen het Vietnambeleid van president Johnson?

 a) In het nieuws dat uit Vietnam kwam wees niets erop dat er problemen waren.

 b) De Republikeinen hadden een overweldigende meerderheid en zij waren voorstanders van harde aanpak van Johnson.

 c) Congresleden waren bang voor het verwijt dat ze de Amerikaanse soldaten in Vietnam afvielen.

 d) Het Congres interesseerde zich nauwelijks voor buitenlandse politiek en liet dat aan de president over.

 

42) Verschillende ontwikkelingen deden het vertrouwen in de Vietnampolitiek van president Johnson afbrokkelen. Welke hoort daar NIET bij?

 a) De hoorzittingen van senator Fullbright zaaiden twijfel over het nut van de oorlog en de Amerikaanse 'winstkansen'.

 b) De 'live-beelden' van het Tet-offensief maakten pijnlijk duidelijk dat de situatie in Vietnam minder rooskleurig was dan de regering wilde doen geloven

 c) Door de vreedzame coëxistentie verdween na 1966 de angst voor uitbreiding van het communisme over de wereld.

 d) Na de hoorzittingen van Fullbright waren er eindelijk ook uit de volksvertegenwoordiging zelf kritische geluiden te horen.

 

43) Wat bedoelde president Nixon met 'eervolle vrede'?

 a) Dat de VS na terugtrekking van zijn troepen alle tanks en vliegtuigen zou achterlaten voor het Zuid-Vietnamese leger.

 b) Dat vrede sluiten met Noord-Vietnam onmogelijk was, want communisten waren geen eervolle lieden.

 c) Dat de wereld in geen geval mocht denken dat de VS de oorlog verloren hadden en het vredesakkoord een vrij Zuid een nobel Amerikaans gebaar was.

 d) Dat de Vietcong de kans kreeg zich met wapens en al naar Noord-Vietnam terug te trekken.

 

44) Wat hielde Nixons politiek van Vietnamisering in?

 a) Toenemende controle van de regering op de berichtgeving vanuit Vietnam.

 b) Het sturen van steeds meer Amerikaanse soldaten en het verkleinen van de rol van het Zuid-Vietnamese leger.

 c) Terugtrekken van Amerikaanse soldaten uit Zuid-Vietnam en het Zuid-Vietnamese leger versterken.

 d) Het beperken van het slagveld tot Vietnam en niet langer doordringen in Cambodja en Laos.

 

45) Nixon probeerde op verschillende manieren een 'eervolle vrede' af te dwingen. Welke hoort er NIET bij?

a) Geheime onderhandelingen tussen de Amerikaanse en Noord-Vietnamese regering.

b) Het opvoeren van het aantal Amerikaanse soldaten op de grond in Zuid-Vietnam.

c) Driehoeksdiplomatie met de Sovjet-Unie en China om Noord-Vietnam onder druk te zetten.

d) Massale bombardementen op Noord-Vietnam, inclusief burgerdoelen.

 

46) Wat hield de driehoeksdiplomatie van Nixon en Kissinger in?

 a) Voortdurende onderhandelingen tussen Washington, Peking en Moskou.

 b) Onderhandelen met de Sovjet-Unie, China en Noord-Vietnam en deze tegen elkaar uitspelen.

 c) Het gelijktijdig aanvallen van Noord-Vietnam, Laos en Cambodja.

 d) Onderhandelen met Noord-Vietnam, Zuid-Vietnam en China en deze nader tot elkaar brengen.

 

47) Jarenlang onderhandelden de VS en Noord-Vietnam in het geheim over een vredesakkoord. Waarom kwam dat juist in oktober 1972 tot stand?

 a) In de zomer van 1972 hadden de Amerikanen grote militaire successen geboekt.

 b) De Zuid-Vietnamese president Thieu wilde de verkiezingen van december 1972 in met een vredesakkoord.

 c) Nixon wilde de presidentsverkiezingen van november 1972 in met een vredesakkoord.

 d) In de zomer van 1972 had Noord-Vietnam grote militaire successen geboekt.

 

48) Rond kerstmis 1972 vonden de zwaarste bombardementen uit de Vietnamoorlog plaats. Wat was het doel van die bombardementen?

 a) China laten zien dat het Amerikaanse leger nergens voor terugdeinsde.

 b) Noord-Vietnam zo verzwakken dat honderdduizenden Amerikaanse soldaten naar huis konden.

 c) Tegemoetkomen aan de wereldwijde kritiek op het Vietnambeleid van de VS.

 d) Noord-Vietnam terug naar de onderhandelingstafel krijgen.

 

49) Een Aziatische leider blikt terug op zijn bekering tot het communisme. Op de plaats XXX moet een naam worden ingevuld:
Direct na de Eerste Wereldoorlog werkte ik als loontrekker in Parijs, namelijk als tekenaar van Chinese antiquiteiten. In die tijd verspreidde ik vaak pamfletten om de misdaden van het kolonialisme bekend te maken. Ik stond aan de kant van de Oktoberrevolutie, gedreven door een spontane sympathie. De thesen van XXX veroorzaakten een grote beroering en geestdrift in mij. Ik kreeg een groot vertrouwen en ik begon de problemen duidelijk te zien. Mijn vreugde was zo groot, dat ik op mijn kamer de tranen niet kon bedwingen. Alleen in mijn kamer riep ik alsof ik tegenover een grote menigte stond: 'Landgenoten, onderdrukten, ongelukkigen, nu hebben we wat we nodig hadden, dit is de weg naar onze bevrijding.' Sindsdien had ik een onbegrensd vertrouwen in XXX en de Derde Internationale.

Wie was deze leider en over wie heeft hij het?

a) Gandhi die het over Marx heeft.

b) Mao die het over Lenin heeft.

c) Soekarno die het over Stalin heeft.

d) Ho Chi Minh die het over Lenin heeft.

 

50) In 1948 richtte Ho Chi Minh zich tot zijn volk met de volgende woorden:
Dankzij de op één doel gerichte eenheid van onze landgenoten en strijders hebben wij glorierijke overwinningen behaald. Strijders moeten wedijveren in het doden van vijanden, het buitmaken van geweren en kanonnen en in het vergaren van vele wapenfeiten. Landgenoten moeten wedijveren in het verhogen van de productie, in het bestrijden van honger en onwetendheid en in het helpen doden van buitenlandse indringers. Kaders moeten wedijveren in het beoefenen van vlijt, spaarzaamheid, integriteit en rechtschapenheid, hun zwakheden herzien en hun deugden ontwikkelen. Van dag tot dag wordt onze eenheid groter en wordt ons leger beter uitgerust en sterker; de vijand is ten ondergang gedoemd, wij zijn zeker van succes. Wij zullen deze langdurige verzetsstrijd winnen!

Hoe komt Ho Chi Minh in deze toespraak naar voren?

a) Vooral als een socialist.

b) Vooral als een communist.

c) Vooral als een militarist.

d) Vooral als een nationalist.

 

51) Aantallen Amerikaanse militairen in Vietnam, 1959-1969.


JAAR

AANTAL

1959

760

1960

900

1961

3205

1962

11300

1963

16300

1964

23300

1965

184300

1966

385300

1967

485600

1968

536100

1969

475200

Welke uitspraak wordt door deze gegevens bevestigd?

a)     Onder president Johnson was het aantal Amerikaanse militairen in Vietnam verhoudingsgewijs laag.

b)    Onder president Kennedy werd het aantal militairen in Vietnam meer dan verdrievoudigd.

c)     In 1969 was het aantal gesneuvelde Amerikaanse soldaten het hoogst.

d)    Vóór het presidentschap van Kennedy waren er geen Amerikaanse militairen in Vietnam.

52) Militairen die Ngo Dinh Diem ten val brachten, zonden tijdens de staatsgreep het volgende radiobericht uit:
Soldaten van het leger, van de veiligheidsdienst, van de burgerwacht en van de volksmilitie. De regering van Ngo Dinh Diem, die misbruik van haar macht maakte, is alleen op persoonlijk voordeel uit geweest en heeft de belangen van het vaderland verwaarloosd. Het leger is in actie gekomen. Het is nu de plicht van u allen om één te zijn. De revolutie zal zeker met succes worden bekroond.

De militairen rechtvaardigen de staatsgreep door te wijzen op het gedrag van de regering-Diem. Wie zou(den) zich in deze rechtvaardiging kunnen vinden?

 

a) Alleen de Amerikaanse regering.

b) Alleen Noord-Vietnamese burgers.

c) Noord-Vietnamese burgers, Zuid-Vietnamese burgers en de Amerikaanse regering.

d) Alleen Zuid-Vietnamese burgers.

 

53) Welke bewering is juist?
foto: fotocollectie Nationaal Archief

a) De monnikverbrandingen verzwakten de positie van de Vietcong.

b) De monnikverbrandingen waren een indirect gevolg van de Amerikaanse interventie in Vietnam.

c) De monnikverbrandingen waren zinloze acties.

d) De monnikverbrandingen hadden geen gevolgen voor Ngo Dinh Diem.

 

54) Een Amerikaanse journalist van het weekblad The Nation schreef in 1965:
Ik verkies de term 'maternalisme' voor het Amerikaanse beleid in landen als Vietnam, omdat het mij doet denken aan een verhaal over een olifant die in de jungle op een patrijs stapt en haar doodt. Wanneer ze de verweesde kuikens van de patrijs ziet, springen de tranen in haar lieve olifantenogen. 'Och, ik heb ook moederlijke instincten', zegt de olifant. Ze keert zich tot de kuikens en gaat op ze zitten.

Wat bedoelt de journalist met deze vergelijking?

a) De Amerikanen vernietigen willens en wetens Noord-Vietnam

b) De Amerikanen hebben niets te zoeken in Vietnam.

c) De Amerikanen voeren een hopeloze guerrillaoorlog in Vietnam.

d) De Amerikanen vechten tegen het communisme en vernietigen daarbij ook de Vietnamese bevolking zelf.

55) Parijs, 8 december 1972. Kissinger ontmoet in het geheim Le Duc Tho, onderhandelaar namens Noord-Vietnam.
foto: fotocollectie Nationaal Archief

Deze foto is in het geheim gemaakt. In het openbaar zou Kissinger zich waarschijnlijk minder hartelijk gedragen. Met welk aspect van Nixons Vietnambeleid heeft dat te maken?

a) 'Kerstbombardementen'.

b) 'Eervolle vrede'.

c) Het bombarderen van Cambodja.

d) 'Vietnamisering'.

 

56) Gesneuvelde soldaten tijdens het Tet-offensief, januari-februari 1968:


PARTIJ

AANTAL

Noord-Vietnam

45.000

Zuid-Vietnam

2.788

Verenigde Staten

1.536

TOTAAL

49.324


Vier uitspraken:
1 Het hoge aantal Noord-Vietnamese slachtoffers bewijst dat het Tet-offensief niets heeft opgeleverd.
2 De gegevens tonen aan dat de Amerikanen tijdens het Tet-offensief een klinkende overwinning behaalden.
3 De gegevens tonen aan dat de Amerikanen het Zuid-Vietnamese leger de eerste klappen lieten opvangen.
4 De gegevens bewijzen dat voor de Noord-Vietnamese legerleiding mensenlevens niet telden.

Welke uitspraken zijn juist?

a)     Geen van de vier

b)    Uitspraak 1 en 4.

c)     Alle vier.

d)    Uitspraak 2 en 3.

57) Op 12 november 1972 publiceerde het Amerikaanse weekblad Time voor het eerst in zijn vijftigjarig bestaan een hoofdartikel, waarin de redactie de president aanried om af te treden:
Richard Nixon en de natie zijn het tragische punt gepasseerd waarna een terug niet meer mogelijk is. Het ziet er thans naar uit dat de president zijn functie zal moeten opgeven; zijn morele gezag, het vertrouwen van het grootste deel van het land, en daardoor zijn vermogen om doelmatig te regeren hebben een onherstelbaar verlies geleden. Het Witte Huis is doortrokken van een atmosfeer van vijandige amoraliteit; een amoraliteit die bijna verheven is tot een geloofsbelijdenis. Een meedogenloze vastbeslotenheid om zoveel mogelijk hiervan voor het publiek en voor degenen die de zaak in onderzoek hebben, te verbergen.
Het Witte Huis wordt beschuldigd van zaken als misleiding en geheimhouding. Wat is daar GEEN voorbeeld van?

a) Watergate

b) Pentagon Papers.

c) Tet-offensief.

d) Tonkin-incident.

 

58) De historicus Van Rossem (1991) over de Vietnamoorlog:
Richard Nixon en zijn intelligente, publiciteitsbewuste adviseur in veiligheidszaken Henry Kissinger, hadden bij hun aantreden in januari 1969 het voornemen de Amerikaanse buitenlandse politiek te ontdoen van de tekortkomingen die tot het echec in Vietnam hadden geleid. Dat zij daar slechts zeer ten dele in geslaagd zijn, was het gevolg van het feit dat zijzelf, veel meer dan zij wilden doen geloven, gevangen zaten in de ideologische vooronderstellingen die ze wilden bestrijden.

Van Rossem spreekt over de 'ideologische vooronderstellingen' waarin Nixon en Kissinger gevangen zaten en die hebben geleid tot de Amerikaanse interventie in Vietnam. Welke vooronderstelling zou hij bedoelen?

a) Dat het communisme uit was op wereldheerschappij en elk teken van 'zwakte' van de VS verstrekkende gevolgen zou hebben.

b) Dat de Amerikaanse president alleen populair kon worden als hij als legeraanvoerder in de publiciteit trad.

c) Dat de Amerikaanse buitenlandse politiek te weinig voorstelde als zij zich beperkte tot Europa en de Sovjet-Unie.

d) Dat VS de wapenwedloop niet kon volhouden als zij het armoedeprobleem in eigen land wilden oplossen.

 

59) Amerikaanse marinier in actie, 2 februari 1968. Op de helm van deze Amerikaanse marinier staat: 'In God we trust' (Wij vertrouwen op God).
foto: fotocollectie Nationaal Archief

Welke uitspraak kun je met deze bron onderbouwen?

a) Het Amerikaanse leger drong zijn soldaten het christelijk geloof op.

b) De VS voerden de Vietnamoorlog uit naam van het christelijk geloof.

c) Voor deze soldaat was het doden van mensen en het geloof in God kennelijk verenigbaar.

d) Het Amerikaanse leger probeerde op deze manier het vertrouwen van de Vietnamese bevolking te winnen.

 

60) De historicus M. van Rossem over de Vietnamoorlog (1991):
Nadat de Amerikanen in de Mekongdelta eens een stadje met de grond gelijk hadden gemaakt omdat zich daar een Vietcong-eenheid zou bevinden, zei de bevelvoerende Amerikaanse officier tegen een geschokte journalist: 'It became necessary to destroy the town, to save it.' De Amerikanen hebben Zuid-Vietnam verwoest en het ten slotte niet eens weten te redden.

Vier gebeurtenissen:
1) de 'kerstbombardementen' van 1972
2) 30 april 1975: de val van Saigon
3) februari 1965: Johnson geeft opdracht tot operatie Rolling Thunder
4) januari 1972: ondertekening Parijse Vredesakkoorden

Welke gebeurtenissen zou Van Rossem kunnen gebruiken om zijn laatste uitspraak te onderbouwen?
 a) 1, 2 en 3

 b) 3 en 4

 c) 2 en 3

 d) 1 en 3
 
 

Antwoorden ED 4 meerkeuze Dekolonisatie en Koude Oorlog in Vietnam

 

1)   A

2)   D

3)   D

4)   C

5)   C

6)   B

7)   A

8)   A

9)   C

10)              C

11)              A

12)              D

13)              C

14)              D

15)              D

16)              C

17)              C

18)              D

19)              D

20)              C

21)              C

22)              A

23)              B

24)              B

25)              B

26)              B

27)              C

28)              C

29)              A

30)              B

31)              D

32)              C

33)              B

34)              A

35)              D

36)              A

37)              A

38)              D

39)              B

40)              A

41)              C

42)              C

43)              C

44)              C

45)              B

46)              B

47)              C

48)              D

49)              D

50)              D

51)              B

52)              C

53)              B

54)              D

55)              B

56)              A

57)              C

58)              A

59)              C

60)              C