We hebben 209 gasten online

Bijlage 5: Immigratie in Nederland, een verrijking of verarming?

Gepost in Praktische opdrachten

Bijlage 5

Interview met de moeder van Sarah Taidouch

Omdat we wat meer te weten wilden komen over het proces van integratie, hebben we de moeder van een oud-klasgenootje van ons, Sarah, geïnterviewd. Haar ouders kwamen oorspronkelijk uit Marokko. Het leek ons erg interessant om iemand uit de eigen omgeving te interviewen en zo meer te weten te komen over hen en hun verblijf in Nederland. Naima Taidouch is op elf jarige leeftijd naar Nederland gekomen. Haar opa werkte in Nederland als gastarbeider. Hij liet zijn hele gezin overkomen. Toen Naima in Nederland kwam, hadden haar vader en moeder hebben een verblijfsvergunning bij de gemeente aangevraagd. Toen ze zestien jaar was, kreeg ze die. De mensen die werkten kregen een gele kaart en Naima, als kind, kreeg een blauwe kaart. Tegenwoordig is de methode anders, het is nu moeilijker om een verblijfsvergunning te komen dan vroeger. Sarah, de dochter van Naima, heeft de vanaf haar twaalfde een verblijfsvergunning. Ze is nu bezig om een Marokkaanse nationaliteit aan te vragen.

Toen Naima naar Nederland kwam hoefde ze geen inburgeringcursus te volgen. Nu moet ze die alsnog doen. Ze vindt het wel leuk om te doen en ze vindt het ook een goed initiatief van Nederland. Als mensen naar een ander land willen komen, moeten ze daar ook iets voor doen. Ze liet ons een map zien met allerlei opdrachten die ze moet doen. Als oefening moet ze allerlei papieren invullen voor de belastingdienst, politie en de bank. De map was erg dik en ze vertelde dan ook dat ze er veel voor moest doen. Vroeger was het zo, trouwen en naar Nederland, maar nu moet je allerlei dingen doen, als je naar Nederland wilt komen. Naima vindt dat wel goed. Naima kon zich goed aanpassen aan de Nederlandse normen en waarden. Ze heeft haar kinderen ook zo goed mogelijk proberen op te voeden naar de Nederlandse normen en waarden. Ze vindt het zeer belangrijk dat immigranten goed Nederlands kunnen spreken, anders kun je niet goed communiceren met mensen. Haar vader spreekt redelijk Nederlands, maar haar moeder niet. Haar moeder heeft niet de kans gehad om naar school te gaan in Nederland. Boodschappen doen kan haar moeder wel, maar verder niet zoveel. Doordat ze de taal niet beheerst, kan ze veel dingen niet doen.

Naima voelt zich zowel in Nederland als in Marokko niet echt thuis. Zowel in Nederland als in Marokko beschouwen ze haar als een buitenlander. Als je in Marokko komt en ze weten dat je eigenlijk in Europa woont, dan kijken ze toch anders naar je. Sarah vertelde dat ze ooit naar Marokko was gegaan en toen ze iets wilde kopen, werd de prijs expres verhoogd. Ze zagen aan haar dat ze niet van daar kwam en ze moest meteen meer betalen. Naima kent de Marokkaanse taal erg goed, maar Sarah al wat minder. Het doet Naima best pijn dat ze in haar eigen land ook als buitenlander wordt gezien. In Nederland vindt ze dat minder erg. In Marokko zou zij en haar gezin het eigenlijk veel beter hebben. In Marokko hoeven ze minder belasting te betalen, is het goedkoper om grond te kopen en huizen bouwen is er ook niet duur. De oom van Sarah woont nog steeds in Marokko en hij heeft daar ook een eigen huis. Sarah vertelde dat de huizen daar allerlei verschillende kleuren hebben, bijvoorbeeld aan de voorkant rood (dat was om het huis tegen de regen te beschermen) en aan de achterkant geel. Naima vertelde dat sommige Nederlanders wel respect voor haar tonen en sommige niet. Ze probeert zich zoveel aan te passen aan de Nederlandse cultuur. Als ze toch ooit last heeft van discriminatie negeert ze het gewoon. Sarah vertelde dat ze wanneer ze in de Jumbo komt, vaak last heeft van discriminatie. Telkens als Sarah met haar (Marokkaanse) vrienden de winkel binnengaat wordt ze aangekeken. Bij de Jumbo werkt één medewerkster die hun steeds in de gaten houdt of ze niet iets stelen of kapotmaken. Sarah probeert dit net als haar moeder te negeren, maar dat vindt ze niet altijd even gemakkelijk.Naima is anders dan haar zussen. Zij en haar zussen zijn niet streng opgevoed. Naima draagt een hoofddoek en haar zussen niet. Toen ze met haar man trouwde heeft ze hiervoor gekozen en nu wil ze het nog steeds. Als haar zus bij haar op bezoek is geweest, vragen de buren zich vaak af waarom Naima wel een hoofddoek draagt en haar zus niet. Ze verteld hen dat het een gewoonte voor haar is die ze graag wil blijven behouden. In Marokko zelf draagt ook niet iedereen een hoofddoek. Marokko is wat dat betreft net zoals Nederland een erg modern land. In Marokko, vooral in de steden, zul je ook veel mensen zien die ‘gewone’ kleding aan hebben. Ook denken veel Nederlanders dat alle Marokkanen Burka’s dragen. Dit is ook niet zo, vertelde Naima. Over het algemeen wonen er meer soennieten (minder streng gelovige moslims) in Marokko dan Sjiieten (streng gelovige moslims). In landen als Irak en Iran zul je dat wel veel meer tegenkomen, maar in Marokko valt dit echt mee.

Naima vindt dat de regels in Nederland voor buitenlanders steeds strenger worden. Ze snapt het wel. Vroeger was het gemakkelijk, maar nu wordt het steeds moeilijker. Ze vindt het wel vervelend dat de regels snel en veel veranderen. Ze moet iedere keer veel papierwerk invullen. Soms worden de regels veranderd, zonder dat ze dat weet. Toen ze Sarah kreeg, hoefde Naima pas een verblijfsvergunning aan te vragen toen Sarah twaalf jaar was. Op een gegeven moment is deze regel veranderd en moest dit bij de geboorte al. Toen het broertje van Sarah geboren werd, had ze dat ook moeten doen. Dat had ze niet gedaan en toen kwam ze erachter dat het wel moest. Met veel moeite hebben ze uiteindelijk een verblijfsvergunning voor hem gekregen en daarmee hebben zij en haar man voorkomen dat hun zoon naar Marokko werd gestuurd.

Naima zou het wel begrijpen als de immigratie beperkt moet worden in Nederland. Als een land eenmaal vol is, moet je er niet nog meer mensen bij gaan proppen. Als er geen plaats en geld meer is, houdt het op. Ze vindt dat er eigenlijk alleen nog maar mensen toe mogen worden gelaten die echt opvang nodig hebben. Ze snapt het wel als iemand verliefd is op iemand uit een ander land en deze persoon over wil laten komen, maar er zijn genoeg leuke jongens en meisjes in Nederland. Sarah zou nooit met iemand willen trouwen uit Marokko. Dat zou niet werken, ze is heel anders opgevoed. Bovendien heeft Sarah waarschijnlijk een hele andere mentaliteit dan een Marokkaanse jongen. Naima vertelt dat het bij de moslims nog niet echt door is gedrongen dat vrouwen ook kunnen werken. In de steden wel, maar op het platteland niet. Sarah zelf weet zeker dat ze nooit fulltime thuis voor de kinderen zou willen zorgen en het huishouden zou willen doen. Ze gaat niet voor niets 7 jaar naar het VWO. Naima vertelde dat uithuwelijken ook bijna niet meer voorkomt in Marokko. Het komt alleen nog maar voor als de vader bang is dat de dochter het verkeerde pad op gaat, of als de dochter in het verleden verkeerde dingen heeft gedaan. Vroeger kwam het ook nog wel eens ooit voor dat vrouwen uitgehuwelijkt werden aan een Nederlandse man, zodat ze in Nederland kon gaan wonen. Nu is dat niet meer zo. Naima vertelde dat ook bij de moslims geldt dat je past met iemand trouwt als je er ook echt van houdt. Naima vindt het ook niet goed dat meisjes worden uitgehuwelijkt. Ze vindt niet dat je iemand mag dwingen om te trouwen met een bepaalde persoon.

Naima vindt het erg belangrijk dat ze haar eigen cultuur kan behouden met haar eigen normen en waarden en tradities. Toch vindt ze dat moeilijk in een land als Nederland. In Nederland zijn minder feesten en geloofsrituelen dan in Marokko voor moslims. Veel dingen worden wel gevierd, zoals de Ramadan, maar het voelt minder ‘echt’ dan in Marokko. Daar wordt het feest veel uitbundiger gevierd. Ze vindt het erg jammer dat dat niet in Nederland gebeurd. Sarah doet wel zoveel mogelijk mee met de islamitische feesten, omdat ze eraan gewend is. Ze vindt het ook leuk vertelde ze. Maar ook Sarah vindt het jammer dat hier de feesten maar ‘magertjes’ gevierd worden. Als er in Marokko een trouwfeest is, rijden alle gasten in een stoet auto’s achter de bruidsauto aan. Hierbij toeteren ze de hele weg. Sarah vindt dat erg gaaf om te zien. Hier in Nederland is het verboden vertelde ze. Je mag hier niet ‘zomaar’ tijdens het rijden toeteren. Dat vindt ze erg jammer. Ook zouden in Marokko alle auto’s stoppen om de stoet voor te laten, hier in Nederland moet je gewoon stoppen en komen er tussen de stoet allerlei andere auto’s te rijden. Naima denkt dat de islamitische feesten onder de jongere moslims in Nederland misschien ooit wel afgeschaft zullen worden.

Naima vindt dat vrijheid van meningsuiting er belangrijk is. Ook Theo van Gogh en Geert Wilders mogen dingen zeggen, ook over haar geloof, zolang ze maar niet kwetsend zijn. Sommige dingen die hij zegt over buitenlanders doen haar pijn. Een moord vindt ze te ver gaan. Naima was opgelucht toen bleek dat Pim Fortuyn door een Nederlander werd vermoord. Toen Theo van Gogh werd vermoord bleek het wel een moslim te zijn. Opeens werden de familie van Naima en alle andere moslims daarop aangekeken, alsof ze allemaal terroristen waren. Ze vond het niet leuk. Door één iemand, werd een hele groep zo aangekeken.

Naima vindt dat iedereen zijn of haar eigen geloof mag hebben. Als ze iets moet doen wat verplicht is voor de wet en wat tegenstrijdig is met haar geloof zou ze dat ook doen, maar niemand mag het geloof van haar afpakken. Sommige mensen gaan daarin te ver, zoals Geert Wilders. Hij kweekt gewoon haat tegen vreemdelingen. Als ze zou mogen stemmen zou ze daarom zeker niet op hem stemmen. Naima heeft zich verder niet echt verdiept in de verkiezingen, omdat ze nog niet mag stemmen. Voor nu als ze zou moeten kiezen, zou ze voor de PvdA gaan, omdat deze partij voor de arbeiders opkomt. Ze ziet nog wel, zolang Geert Wilders niet aan de macht komt, komt alles goed.

Zie verder bijlage 6 Bijlage 6: Immigratie in Nederland, een verrijking of verarming?