We hebben 214 gasten online

Bijlage 6: Immigratie in Nederland, een verrijking of verarming?

Gepost in Praktische opdrachten

Bijlage 6

Verslag inburgeringcursus ROC

In hoofdstuk 5 hebben we besproken hoe je als immigrant de Nederlandse nationaliteit kunt verkrijgen. Theoretisch weten we nu veel, maar we wilden het voor de duidelijkheid ook in de praktijk zien. Daarom zijn we op 13 januari 2010 naar een inburgeringcursus geweest bij het ROC ter AA in Deurne. We wilden bekijken wat een inburgeringcursus eigenlijk inhield, hoe de lessen in zijn werk gaan, hoeveel cursisten er komen en wat de functie van een dergelijk cursus is.

Toen we binnenkwamen werden we hartelijk ontvangen door José van Erp en haar collega’s. Als eerste viel ons op dat er veel leraren waren en weinig cursisten. Monny, een collega van José, vertelde dat het een behoorlijk individuele cursus was en niet net zoals op een middelbare school waarbij je met 25 mensen in een klas zit. Het is belangrijk voor immigranten dat ze de aandacht krijgen die ze nodig hebben, zodat ze vooruit kunnen in hun leerproces. Iedere leraar geeft één onderdeel van de cursus. Als de immigranten de cursus volbracht hebben, moeten ze een examen afleggen. Als ze dit niet halen moeten ze een ontheffing aanvragen. De immigranten worden dan onderzocht naar mogelijke belemmeringen, bijvoorbeeld een stoornis of trauma en daarom niet kunnen leren. Als ze deze ontheffing niet aanvragen moeten ze ieder jaar een terugkomende boete betalen. Ze worden nog niet terug gestuurd naar hun land van herkomst, maar dat kan in de toekomst anders worden. Monny is het hier niet mee eens en ze hoopt dat de regels niet strenger worden, maar dit is een politieke beslissing. Als mensen als Geert Wilders in de regering zouden komen, kan het voor deze immigranten moeilijker worden, vreest ze.

We kregen allerlei papieren van José en ze legde ons uit wat het allemaal inhield. We kregen een lijst van CP’s (Cruciale Praktijksituaties) waarvan de immigranten er 30 gedaan moeten hebben als bewijs voor in hun portfolio. Het maken van een portfolio is een onderdeel van het praktijkexamen. Ook zijn de CP’s van belang voor het onderdeel Digitale Praktijktoets bij het centraal examen. Daarnaast kregen we een schematisch overzicht van wat het inburgeringexamen inhield. De gemeente bepaald voor de immigranten welk profiel ze moeten doen. Er zijn 4 profielen: Werk, OGO, Ondernemerschap en Maatschappelijke participatie. De immigranten in de cursus hadden het profiel Werk of het profiel OGO. In beide profielen zit het onderdeel burgerschap en werk zoeken. Daarna wordt het gesplitst in Werk hebben en OGO. Om voor deze onderdelen bewijzen te kunnen verzamelen moeten de immigranten stage lopen in bijvoorbeeld een winkel, een bedrijf of een buurthuis. De meeste immigranten krijgen het profiel Werk omdat ze immers in de toekomst moeten gaan werken om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Immigranten die al een werkende man of vrouw in Nederland hebben kunnen het profiel OGO krijgen.

We hebben deelgenomen aan de spreeklessen en wij zijn naar 3 onderdelen geweest: Alfabetisering voor beginners, Alfabetisering voor gevorderden en de les CP burgerschap. José vertelde dat er immigranten naar de cursus kwamen die geen woord Nederlands spraken. Daarom leren ze op deze cursus ook het lezen, spreken, luisteren en schrijven van de Nederlandse taal. Dit moeten de immigranten op niveau A2 beheersen om hun examen te kunnen halen.

Alfabetisering voor beginners

Als eerste mochten we een kijkje gaan nemen bij ‘Alfabetisering voor beginners’. De lerares, Marie-José, en twee cursisten (normaal waren het er drie) zaten om een tafel. Één van de leerlingen die erbij zat kwam uit Marokko en was nu 7 maanden in Nederland. De andere leerling kwam uit Irak. Marie-José legde ons uit wat ze ging doen. Ze praat heel langzaam Nederlands, zodat de cursisten ook kunnen proberen om het te volgen. De cursisten gaan vier keer per week naar school. Marie-José geeft les in verschillende onderdelen van de Nederlandse taal: spreken, lezen en schrijven. Marie-José behandelde verschillende onderdelen:- Dialoog: de lerares vraagt iets en de cursist moet antwoorden (Met vragen als: Wie ben jij? Waar kom jij vandaan? Hoe oud ben jij? Enz.)- Luisteren: het woord wat de lerares het laatst of het eerste opnoemt moet de cursist na zeggen. - Woordenschat: de cursisten krijgen plaatjes en moeten erbij zeggen wat het is (en met het juiste lidwoord erbij). Daarnaast wijst Marie-José lichaamsdelen aan en die moeten de leerlingen kunnen benoemen.- Voorzetsels oefenen: de cursisten kregen een plaatje en daarbij moesten ze zeggen of het poppetje op, in, onder, naast, achter de pan stond. Dit onderdeel van de inburgeringscursus was eigenlijk net een soort groep drie: de immigranten moeten vanaf niveau 0 de Nederlandse taal leren en uiteindelijk uitkomen op niveau A2.

Alfabetisering voor gevorderden 

Als tweede mochten we het onderdeel ‘Alfabetisering voor gevorderden’ bijwonen. De klas bestond uit 5 leerlingen. Ook hierbij behandelde de lerares Christien verschillende onderdelen:Woordenschat: de lerares vroeg een aantal woorden en de leerlingen moesten vertellen of ze wisten wat het woord betekende. Daarnaast kregen ze plaatjes en die moesten ze in het Nederlands benoemen. Ook moesten ze dingen kunnen vertellen - Spreken: de immigranten moesten proberen de eu-klank te herkennen. Ook moesten ze proberen zinnen te vormen en vragen te stellen als: Wie ben jij? Waar woon jij? Hoe oud bent u? Iedere cursist moest daarvan een voorbeeld geven. - Rollenspel: als laatste deden de immigranten een rollenspel waarbij ze een situatie nabootsen die ze in het echt ook tegen kunnen komen.Alle immigranten hadden hun eigen accent en konden nog niet echt lopende zinnen formuleren. De immigranten moeten wel naar school en willen dat ook graag. Het is belangrijk voor henzelf, voor hun werk (want daar moeten ze natuurlijk heel veel Nederlands praten), voor de boodschappen en allerlei andere dingen. Voordat de immigranten naar huis gingen kregen ze nog huiswerk op.

De inburgeringscursus

Als laatste hebben we de les CP burgerschap bij mogen wonen. We moesten ons eerst even voorstellen aan de immigranten en vertellen wat we hier kwamen doen. De lerares, José, vertelde dat de meeste die in deze zaal zitten vluchtelingen zijn, maar sommige die er bij zitten zijn gewoon in Nederland omdat ze er willen wonen. Vandaag waren de immigranten bezig met het onderdeel betalingsverkeer. Dit onderdeel gaat over zaken als: hoe open je een bankrekening? Hoe blokkeer ik mijn bankrekening? Hoe moet ik geld opnemen? Hoe moet ik mijn rekeningen betalen? (Bijna) alle cursisten hadden hun huiswerk gedaan. José bespreekt de opdrachten die de immigranten gemaakt hebben en ze legt de woorden uit die ze niet begrijpen uit de tekst.

Als laatste deden ze nog een rollenspel, waarbij iedere cursist kritiekpunten kreeg waar ze op moesten letten bij degenen die het rollenspel uitvoerden. Twee cursisten speelde een situatie na van iemand die bij de gemeente zijn rijbewijs moest laten verlengen. Aan het einde van het spel werden ze beoordeeld.
Om zelf eens te ervaren en te kijken hoe moeilijk een inburgeringsexamen is, hebben we er zelf een gemaakt. Het examen bestond uit zestig vragen. Uiteindelijk hadden we er nog wel 49 van goed, maar toch was het best moeilijk. Er zaten ook veel ‘onnuttige’ vragen bij als: ‘Hoeveel procent van de Nederlandse vrouwen heeft een betaalde baan?’ en ‘Hoe moet de fietsverlichting vastzitten aan je fiets?’.

De eerste vraag was voor ons een gokje, maar de tweede vraag wisten we wel. We vinden niet dat dit soort dingen echt belangrijk zijn om te weten over de Nederlandse samenleving. Monny vertelde ons ook dat veel Nederlanders zelf niet in staat zijn om het examen voldoende te maken. 

Zie verder bijlage 7 Bijlage 7: Immigratie in Nederland, een verrijking of verarming?