We hebben 211 gasten online

Bijlage 7: Immigratie in Nederland, een verrijking of verarming?

Gepost in Praktische opdrachten

Bijlage 7

Onderzoek in een bedrijf

Interview met Rien van den Berg

Omdat we te weten wilden komen hoe buitenlandse werknemers in een bedrijf zijn opgenomen, qua functioneren etc., en wat het belang is van deze personen hebben we een interview gehouden met de buurman van Ires. Rien van den Berg heeft een pluimveebedrijf met mestkuikens. Hij heeft al vele jaren 2 Polen en 2 mensen uit Oekraïne in dienst. Het leek ons interessant om naar aanleiding van Hoofdstuk 3 te bekijken hoe het in de praktijk te werk gaat. We hebben een interview gehouden en dit is het resultaat.

De vraag die centraal stond in het interview was onze hoofdvraag: ‘Is immigratie een verrijking of een verarming voor de Nederlandse samenleving?’

We vroegen hem waarom hij buitenlandse arbeiders in dienst had en niet alleen autochtone Nederlanders. Rien vertelde ons dat het erg moeilijk is om autochtone mensen te vinden die in de agrarische sector willen werken. Nederlandse mensen zijn meestal niet gemotiveerd om in deze sector te werken. Ze willen de ‘handen niet vuil maken’ en hebben er ‘geen zin’ in. Rien is bang dat over een aantal jaren nog weinig bedrijven over zijn die werkzaam zijn in de agrarische sector. Als er geen buitenlanders aangetrokken worden om te komen werken op de agrarische bedrijven, pluimveebedrijven, rundveebedrijven en alle andere sectoren die hierbij zijn betrokken in Nederland, is er over een aantal jaar niets meer over. We hebben de buitenlandse arbeiders hard nodig om de economie draaiende te houden. Deze mensen zijn vaak wel bereid om het werk te doen, omdat in het land van herkomst weinig werk is en de lonen laag zijn.

Wat vroegen ons af of hij zijn bedrijf wel draaiende kon houden als er geen buitenlandse arbeidskrachten zouden zijn. Rien antwoordde dat het dan moeilijk zou worden, omdat autochtone Nederlanders niet gemotiveerd zijn om te werken in de sector waarin hij opereert. Er zijn geen slachterijen meer in Nederland en ook de laadploegen bestaan voor het grootste deel uit buitenlandse werknemers. De kuikens die bij Rien worden grootgebracht worden geslacht in Duitsland. 25 jaar geleden heeft Rien een advertentie in de krant gezet met de mededeling dat ze naar werknemers zochten. Een aantal sollicitanten boden zich aan, maar bij nader inzien, bleken ze niet geschikt. Ze wisten niet wat het vak inhield, waren totaal niet geïnteresseerd en wisten niet hoe ze het werk aan moesten gaan pakken. En met mensen werken die niet geïnteresseerd zijn in hun werk is niets te beginnen. Het zou dus moeilijk worden om het bedrijf draaiende te houden, buitenlandse arbeiders zijn nodig omdat autochtone Nederlanders het werk niet willen doen.

Op de vraag of zijn werknemers goed geïntegreerd zijn in de Nederlandse samenleving had Rien ons veel te vertellen. Hij vindt dat zijn werknemers over het algemeen goed geïntegreerd zijn in de Nederlandse samenleving. Ze beheersen redelijk de Nederlandse taal.

Niet helemaal, maar net genoeg. Toen zijn werknemers hierheen kwamen spraken ze geen woord Nederlands. Ze kwamen hierheen met de gedachte om te werken en geld te verdienen. Ze wilden wel Nederlands leren. Rien en zijn vrouw Jo sporen hun werknemers dan ook aan om een cursus in de Nederlandse taal te gaan volgen. De werknemers hebben in het begin van hun verblijf in Nederland ongeveer 20 privé lessen gekregen. Hiervan hebben ze veel geleerd, maar nog niet genoeg. Na deze privé lessen is Jo naar de gemeente gegaan en heeft de werknemers aangemeld bij het gemeentefonds. Dit fonds regelde de aanmelding bij ROC ter Aa, waar de werknemers een inburgeringcursus konden volgen. Volgens Rien is dit allemaal maar half geregeld, omdat je alles zelf moet doen. De gemeente regelt niet automatisch dat iedere nieuwe ‘Nederlander’ de mogelijk krijgt dat hij/zij een cursus kan gaan volgen. Je moet zelf het initiatief nemen om deel te nemen aan een cursus.

Alles verloopt erg langzaam. Je moet lang wachten op het antwoord en goedkeuring om verder te gaan en om te beginnen aan een cursus. Hoe langer de werknemers van Rien in Nederland verblijven, hoe beter ze de Nederlandse taal gaan beheersen. Het is een langzaam proces, maar wel een nuttig proces. Zijn werknemers hebben iedere dag te maken met de Nederlandse samenleving. De werknemers bij Rien hebben een bedrijfswoning gekregen waarin ze mogen wonen. De kinderen van zijn werknemers gaan gewoon naar school in de Zeilberg, de vrouwen doen boodschappen en winkelen in Deurne. Het is belangrijk dat ze weten hoe alles verloopt hier in Nederland. Een voordeel van de huisvestiging is dat ze niet steeds terug hoeven naar het land van herkomst, hierdoor blijven ze goed gemotiveerd om te werken. Rien kan over het algemeen goed communiceren met zijn werknemers. Ook al begrijpen ze hem niet altijd goed er is soms miscommunicatie. Soms zeggen zijn werknemers dat ze hem begrepen hebben, maar dan is het tegenovergestelde waar. Soms hebben ze niet door wat een woord betekend. Het is dan ook lastig als je ervan uitgaat dat ze het hebben begrepen, maar dat het eigenlijk niet zo is. Het is belangrijk dan Rien in de buurt blijft, vooral in het begin, om fouten en problemen te voorkomen. Sommige werknemers geven het aan als ze het niet begrijpen, sommigen zeggen het niet omdat ze zich schamen en dan ontstaan er problemen. Het is belangrijk dat hij oplet bij de handelingen die ze verrichten.

We vroegen Rien of hij liever zou samenwerken met autochtone of met allochtone Nederlanders als ze beide even productief zouden zijn en voor hetzelfde loon zouden werken. Hij antwoordde ons dat hij liever met autochtone Nederlanders zou werken als deze gemotiveerd zouden zijn. De problemen van miscommunicatie zouden dan niet vaak voorkomen. Maar om Nederlanders gemotiveerd te krijgen zou de economie terug moeten gaan naar 20 tot 30 jaar geleden toen alle jongens van 17 jaar actief waren in de agrarische sector. Maar helaas is dat niet de werkelijkheid. In Polen en andere landen is dat nog wel zo.

De jongeren die nu nog geïnteresseerd zijn in de agrarische sector zijn vrijwel allemaal geboren op een boerderij. De vader van deze jongens heeft een bedrijf met dieren of een loonbedrijf. Maar op ten duur zullen deze bedrijven uit gaan sterven., denkt Rien.

Als de grenzen gesloten zullen worden wordt het moeilijk om werknemers te vinden die deel willen nemen aan het arbeidsproces waar de buitenlandse werknemers zich mee bezig hielden. Het zou mogelijk zijn dat veel agrarische bedrijven naar het buitenland zouden gaan vertrekken, om hun bedrijf draaiende te houden. Als de buitenlandse arbeiders niet naar het Nederland mogen komen, gaan de bedrijven wel naar het buitenland toe. Rien wil nog niet naar het buitenland. Als het zo ver zou komen dat de grenzen moeten sluiten, gaat hij een andere oplossing zoeken. Rien is van mening dat immigranten een bijdrage leveren aan de welvaart in Nederland. Ze zijn goed gemotiveerd en zonder hen zou er geen productie kunnen plaatsvinden. Mensen in Nederland willen het ‘vuile werk’ niet doen. Nu er crisis is, zou het mogelijk kunnen zijn dat mensen in Nederland hun grenzen gaan verleggen. Het zou zomaar kunnen dat ze, nu er weinig werk is, wel in de agrarische sector willen gaan werken. In deze sector is werk genoeg.

Op onze hoofdvraag of immigratie en verrijking of verarming is voor de Nederlandse samenleving, antwoordde hij ons dat hij immigratie een verrijking vindt. Maar immigratie is in de ogen van Rien uit de verkeerde noodzaak geboren. Er was vroeger een tekort aan arbeiders. Ze moesten vroeger mensen uit andere landen naar Nederland halen, om de economie draaiende te houden. Rien vergeleek dit met profvoetballers. Nederlandse voetbalbonden halen voetballers uit andere landen, omdat er in Nederland een tekort is aan profspelers. Het is een selectieprocedure. Vraag en aanbod moeten op elkaar worden afgestemd. De moraal van zijn verhaal is voor ons duidelijk. We moeten wel mensen hierheen halen om te komen werken, zonder hen gaat de productie niet door. We hebben ze nodig. Rien wilde ons nog graag iets extra’s vertellen. Zoals in het bovenstaande verslag al eerder is vermeld is het een probleem om mensen te verkrijgen op de arbeidsmarkt die geïnteresseerd zijn in de agrarische sector. Vandaar dat kennismigratie opgang is gekomen. Kennismigratie houdt in dat buitenlanders worden aangetrokken met kennis van zaken die een bepaald brutoloon verdienen. Er worden in Nederland geen andere eisen de kennismigranten gesteld. De eerste 30% van het inkomen dat deze mensen verdienen is belastingvrij voor 10 jaar. Rien vond dit een rare regeling. Nederland zit al verlegen met het geld en dan laten ze mensen die geluk hebben om hier te mogen werken, minder belasting betalen. Wat Rien wel handig vond aan de Europese regels is: dat iedereen in Europa nu nog vrij de grens over mag om te werken in een ander land van Europa. Binnen de EU hoef je allen je paspoort te laten zien. Rien is eindverantwoordelijk voor zijn werknemers. Bij een controle van de UWV moet Rien papieren laten zien dat zijn werknemers legaal zijn. Het is wel eens voorgekomen dat een pluimveehouder een laadploeg had ingehuurd die later allemaal uit illegale werknemers bleek te bestaan. Bij een controle van de UWV werden deze mensen opgepakt. De pluimveehouder was eindverantwoordelijk en moest per opgepakte illegale werknemer 8000 euro betalen ( er waren in totaal 25 werknemers illegaal, dus dat was een aardige som van 200000 euro.) Dit is erg onterecht want de pluimveehouder wist van tevoren niet dat hij illegalen had ingehuurd.

Rien moet altijd de paspoorten van de mensen controleren die bij hem komen laden, maar je kunt als leek niet zien of een paspoort echt is of nep. Het is dus moeilijk om illegalen te onderscheiden van legalen. Centrale wetgeving in Nederland is heel belangrijk, omdat we een klein land zijn. Nederland laat zich te vaak de les lezen. Het is daarom belangrijk dat we het immigratieproces tijd geven en er tijd aan besteden.

 Zie verder bronvermelding per deeltijdonderwerp Bronvermelding per deelonderwerp Immigratie in Nederland, een verrijking of verarming?