We hebben 188 gasten online

De Theocratie van Iran Inleiding en Hoofdstuk 1 en 2

Gepost in Praktische opdrachten

Theocratie in Iran

Inleiding

Iran en het Westen, Perzië tegenover de Grieks-Romeinse beschaving, een moslimland tegenover de globaliserende wereld. Twee verschillende werelden die al heel lang met elkaar te maken hebben en die een erg wisselende verhouding kennen. De relatie is nooit perfect geweest, noch heeft het geleid tot oorlog. Het blijft een weegschaal die beide kanten uit kan slaan.

Beide werelden proberen elkaar steeds weer uitte dagen. Zo kwam in 2007 de film '300' uit. In Iran waren de reacties woedend, kranten kopte: 'Hollywood verklaart de oorlog aan Iran', ook zou het bedoeld zijn om de Iraanse beschaving te vernederen. De film speelt zich af in het jaar 480 v. Chr. waar het idyllische rustige Sparta wordt verstoord door de Perzen. De Perzische koning Xerxes wil de Griekse steden binnen vallen om 'rede en rechtvaardigheid te vernietigen'. De Spartaanse koning Leonidas probeert hem met 300 soldaten tegen te houden. De Spartanen worden door de filmindustrie afgebeeld als knappe, blanke, gespierde mannen. De Perzen hebben een Afrikaans uiterlijk en lijken op duistere Al-Qaidastrijders. De film wordt gezien als een weergave van de botsing tussen de beschavingen, die afgebeeld wordt in de oudheid. Het klassieke Griekenland wordt in '300' neergezet als de bakermat van de westerse beschaving die bedreigd wordt door het Oosten. Honderden jaren later staan nu het Westen en de islamitische wereld tegenover elkaar.

Wat heeft zich in al die jaren voorgedaan en wat heeft dat voor invloed gehad op deze verhouding? Denk aan de Islamitische Revolutie of de Irak-Iranoorlog, maar ook de industrialisatie en het opkomend terrorisme in het Westen. En hoe gaat deze relatie zich ontwikkelen in de toekomst? Kunnen we Iran als een serieuze bedreiging gaan beschouwen, of zal er een goede band ontstaan die ook voor andere landen in het Midden-Oosten van belang kan zijn?

In de volgende hoofdstukken zal ik me concentreren op het beschrijven van de kenmerken en de relatie tussen deze werelden aan de hand van mijn hoofdvraag: Hoe verloopt de verhouding tussen de Westerse wereld en Iran in de loop van de geschiedenis? Uiteindelijk zal ik een conclusie trekken aan de hand van de door mij beschreven feiten en uit de conclusies die ik naar eigen mening zal trekken uit mijn deelvragen.

Hoofdstuk 1 De Iraanse geschiedenis

Het Perzische Rijk ontstond toen Cyrus de Grote in 550 v. Chr. koning van de Perzen werd, het huidige Iran. Hij veroverde een groot grondgebied en stichtte de Achaemenidische dynastie. Het oude Perzische Rijk groeide uit tot één van de grootste beschavingen in de geschiedenis. Veel Iraniërs verwijzen graag naar de macht en rijkdom uit die periode om het slechte imago van hun land in het Westen te verbeteren.

Had de komst van de Islam invloed op de verhoudingen met het Westen?

§ 1.1 Voor de Islam

Om haar imperium uit te breiden en in stand te houden voerde Perzië veel oorlog. Het klassieke Griekenland, wat wordt gezien als de bakermat van de westerse beschaving, en het Oosten hadden geregeld conflicten. Je kunt stellen dat in de oudheid de Griekse stadsteden en het Perzische Rijk tegenover elkaar stonden en nu het Westen en de islamitische wereld. Op het gebied van religie verschilde de twee machten toen ook van elkaar, maar dit was niet de reden voor hun botsing. De Grieken hadden een democratisch stelsel, de Perzen daarentegen volgden de leer van Zarathoestra, het mazdeïsme (of Zoroastrisme). Alexander de Grote veroverde in 330 v. Chr. de Achaemenidische dynastie, het machtige rijk stortte in en werd volledig onderworpen aan de Griekse kolonisatie.

§ 1.2 De opkomst van de Islam

Toen een islamitisch Arabisch leger een inval deed in Perzië begon vanaf 637 na Chr. de islam de plaats van het mazdeïsme in te nemen. Rond de steden Mekka en Medina kwam een nieuw handelscentrum op. De invloed van het christendom en Jodendom nam toe doordat het contact met verre streken groeide, het oude geloof van de bedoeïen ging ten onder. Het gevoel van wegvallende zekerheden en chaos nam door deze veranderingen toe en werd versterkt door de oorlogen en sociale onrust die heerste in het Sassanidische en Byzantijnse Rijk. Profeet Mohammed profiteerde van deze situatie en probeerde samenhang te brengen. Zijn boodschap sprak armen en handelaren aan en de Islam kreeg veel aanhangers. Aboe Bakr volgde hem na zijn dood op, hij veroverde heel het Arabisch eiland en stichtte het Islamitische Rijk (Kalifaat). Hoewel de meeste Iraniërs eerst trouw bleven aan het mazdeïsme werd in de eeuwen daarna 95% Islamitisch. Het land werd echter niet Arabisch, het ontwikkelde een eigen karakter binnen de Islamitische wereld op het gebied van politiek en cultuur.

§ 1.3 Iran en de sjiieten

Na het overlijden van de profeet Mohammed in 632 na Chr. splitste de islam zich in twee richtingen: de soennieten en de sjiieten. Iran volgde, in tegenstelling tot zijn buurlanden, de sjiititsche richting. Zij erkenden de macht van Ali, de neef en schoonzoon van Mohammed. Vanaf de 16e eeuw was dit de officiële religie van Iran. Het westen voelde zich bedreigd door deze nieuwe grote religie en probeerde het ten val te brengen. Als een van de weinige landen wist Iran in de eeuwen die daarop volgde onafhankelijk te blijven van Westerse landen, mede dankzij het sjiitische geloof, maar ook omdat men een eigen taal sprak en het land nooit door de Ottomaanse Turken werd veroverd.

Conclusie

De verschillen tussen Oost en West in de geschiedenis zijn goed zichtbaar. De westerse beschaving steunt op de joods-christelijke traditie en de Verlichting, het Oosten daarentegen op het despotisme en de islam. Dit staat al eeuwen garant voor problemen. Vanaf de stichting van het Perzische Rijk tot de opkomst van de Islamitische Republiek heeft Iran te maken met nationale en internationale veranderingen en conflicten die niet alleen veroorzaakt worden door de islam. Het westen was uit op gebiedsuitbreiding en enorme welvaart, dit was in het Oosten te vinden. Hierdoor ging het Oosten zich tegen hen afzetten, religie werd gebruikt om de onvrede over het westen te uitten. De islam op zich was dus een goed middel om de verhoudingen tussen Oost en West te beïnvloeden, maar is naar mijn mening nooit de kern van alle problemen geweest.

Hoofdstuk 2 Iran onder de sjah

De heersers van Iran worden aangeduid met de benaming 'sjah'. Hij was een keizer of koning. Perzië heeft tientallen sjahs gekend, maar de laatste sjah was Mohammed Reza Pahlawi, de zoon van Reza Sjah Pahlawi.

Hoe maakten Westerse machten gebruik van de sjah om hun macht in Iran te vergroten?

§ 2.1 Reza Sjah Pahlawi

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef Iran neutraal, toch maakte vier mogendheden het land tot slagveld. Doordat de centrale regering verzwakt was ontstonden er allerlei revolutionaire en democratische bewegingen. De Communistische Partij van Iran werd opgericht, zij konden voorkomen dat Iran gekolonialiseerd werd door Engeland. Echter konden ze de sterke regering niet verslaan en er ontstond chaos. Reza Khan stond op om orde te brengen. Hij pleegde in 1921 een staatsgreep en in 1925 liet hij zich tot koning kronen. Zijn dynastie noemde hij Pahlawi. Reza (Khan) Sjah wist snel alle macht in handen te krijgen en de beginselen van een autoritaire staat te leggen: sterk leger, grote bureaucratie, belastingssysteem en loyale bondgenoten. Zijn doel was: het land van bovenaf moderniseren. De economie groeide snel, maar wel ten koste van de vrijheid en sociale rechtvaardigheid. De bevolking was ontevreden.

§ 2.2 Mohammed Mossadeq

Het begin van de WOII onderbrak het moderniseringsproject van Reza Sjah. Iran raakte opnieuw betrokken bij een oorlog. De Geallieerden dwongen in 1941 Reza Sjah tot aftreden, hij werd opgevolgd door zijn zoon Mohammed Reza. De oppositie profiteerde hiervan. Zij streefde naar nationale onafhankelijkheid en een eerlijk aandeel in de olie-inkomsten.

 Sinds de oprichting van de Anglo-Persfan Oil Company, was er een oneerlijke verdeling van de opbrengsten. Engeland profiteerde namelijk erg van de oliewinst in Iran. Mohammed Mossadeq wilde hier verandering in brengen, hij richtte het Nationale Front op om de buitenlandse invloeden en binnenlandse autocratie aan te vechten. Engeland probeerde met hulp van de sjah en zijn bondgenoten via manipulaties in het parlement zich hiertegen te verzetten.

Mossadeq werd in 1951 premier. In 1952 werd hij gedwongen af te treden, er ontstonden hevige opstanden en de sjah gaf toe. Een aantal officieren begonnen met steun van de Engelse inlichtingendiensten en de CIA een staatsgreep voor te bereiden. Bondgenoten van Mossadeq in het parlement, het leger en de bureaucratie werden omgekocht Op 16 augustus 1953 slaan de coupplegers toe, maar omdat hun plannen waren uitgelekt ontstonden er massale demonstraties om de democratische regering te steunen. Mossadeq vertrouwde de VS, die hem overtuigde dat buitenlanders bedreigd werden en eiste dat hij een eind moest maken aan de demonstraties. Dat deed hij, waardoor verwarring ontstond bij zijn aanhangers, de coupplegers zich reorganiseerde en een nieuwe poging waagde. Nu slaagden ze er wel in een staatsgreep door te voeren. De sjah keerde terug en het Nationale Front werd verboden. Mossadeq maakte de grote fout om niet de bevolking te mobiliseren met een oproep tot demonstraties en stakingen, maar vertrouwde de VS, terwijl zij samen met Engeland bij de staatsgreep betrokken waren.

§ 2.3 Mohammed Reza Pahlawi

Nu de sjah (Mohammed Reza) weer aan de macht was, door de VS, maakte hij van Iran een militaire basis voor hen aan de grens met de SU en ontwikkelde goede banden met Israël. Ook op economisch gebied hadden de VS en andere bondgenoten voordeel van de staatsgreep, er werd een internationaal olieconsortium opgericht. In ruil voor zijn loyaliteit aan het Westen kreeg de sjah veel financiële en militaire steun van de VS. De sjah vestigde een dictatuur, maar door de economische crisis en de oplopende inflatie kon hij protesten niet meer voorkomen. Ayatollah Khomeiny leidde de oppositie, hij beschuldigde de sjah ervan Iran aan het Amerikaanse imperialisme uit te leveren en de Israëlische onderdrukking van de Palestijnen te steunen. Na de protesten brak er een periode van rust aan. De sjah reorganiseerde de SAVAK en vergrootte zijn macht. Hij voerde hervormingen door, bekend als de `Witte Revolutie', en had een groot programma gestart om Iran snel te industrialiseren. De Iraanse economie groeide snel. Uiteindelijk werd de sjah in 1979 na veel stakingen en rellen gedwongen afstand te doen van zijn troon en het land te ontvluchten.

Conclusie

Westerse machten hebben dus altijd de sjah gesteund in strijd tegen de acties van de oppositie, met in hun achterhoofd de enorme winst die te behalen viel in de Iraanse olie-industrie en het imperialisme. Hiervoor werden vieze spelletjes gespeeld. Vertrouwen werd gewekt en vervolgens meteen geschonden, mensen werden omgekocht en gemanipuleerd, inlichtingdiensten ingezet en staatsgrepen voorbereid. De sjah liet alles toe om zijn eigen macht te behouden, maar in feiten was ook die macht overgegaan op de Westerse landen die in Iran huishielden. Ze hadden hem in zijn greep, waardoor hun macht in Iran groeide en ze konden doen wat ze wilde.

 

Zie voor hoofdstuk 3 en 4 De Theocratie van Iran Hoofdstuk 3 en 4