We hebben 204 gasten online

De Theocratie van Iran Hoofdstuk 3 en 4

Gepost in Praktische opdrachten

Theocratie in Iran

Hoofdstuk 3 De Islamitische Revolutie

Toen de sjah in 1979 van zijn troon werd gestoten door de bevolking keerde Khomeiny terug uit ballingschap. Op 30 maart 1979 werd er een referendum gehouden waarin de bevolking koos voor de stichting van de Islamitische Republiek. In december van dat jaar werd de nieuwe islamitische grondwet van Iran aangenomen. Ayatollah Khomeiny werd in 1981 gekozen tot president, het land was nog erg instabiel met verschillende groeperingen die streden om de macht. De eerste taak was om Iran te reorganiseren volgens de islamitische beginselen, deze periode noemen we de Islamitische Revolutie.

Veroorzaakte de Islamitische Revolutie veranderingen in de relaties met het buitenland?

§ 3.1 De nieuwe Islamitische Republiek

Het was erg moeilijk om een grondwet op te stellen voor de Islamitische Republiek Iran. Nog nooit eerder had een staat een regering gehad die gebaseerd was op de islamitische beginselen. De religieuze elementen in de grondwet zorgden ervoor dat Iran bestuurd werd volgens deze beginselen. Khomeiny werd de hoogste leider, hij had de belangrijkste religieuze functie en de hoogste autoriteit in alle andere zaken. Toen hij nog in ballingschap zat sprak hij: `7k moet de islam en de natie Iran dienen en ik ben het verplicht om mijn heilige en geestelijke taak te vervullen''. Hij stelde ook nieuwe religieuze raden en commissies in. Toch was Iran na de Islamitische Revolutie democratischer dan veel andere landen in het Midden-Oosten. De islam was de hoogste macht en de opperste leider had altijd het laatste woord, maar veel zaken werden in het parlement beslist. Vrouwen hadden kiesrecht en sommigen waren zelfs lid van het parlement. Joden, christenen en de mazdeïsten kregen 268 zetels in het parlement om te verdelen.

Het nieuwe systeem van besturen hield in:

• De Iraniërs besloten dat de verantwoordelijkheid voor het land lag bij God, en niet bij de bevolking. De regering was een afgevaardigd orgaan van God op aarde.

• De Islamitische Revolutie moest worden geëxporteerd naar andere moslimlanden.

• De steun voor de Islamitische Republiek was afkomstig van de geestelijken, de mensen op het platteland en de arbeiders in Teheran.

• De Republiek controleerde streng de gedragingen van de burgers.

§ 3.2 De Islamitische Republiek en de buitenwereld

De Islamitische Republiek Iran werd al gauw erkend als een officieel land. Voor de revolutie hadden de sjah en de Verenigde Staten een erg goede band. De revolutionairen waren om die reden niet erg blij met de VS. Khomeiny had een grote hekel aan hen, maar in de eerste maanden van de Islamitische republiek uitte Iran weinig kritiek. De nieuwe regering verbrak uiteindelijk het militaire verdrag dat de sjah met de Amerikanen gesloten had. Desondanks dacht president Carter dat de banden met Iran in tact konden blijven gehouden. Buiten de VS had Iran ook culturele en economische banden met Europa, die wilden ze graag behouden. De Arabische staten rond de Arabische Golf werden opgeschrikt door de revolutie in Iran. Het was een machtige en bedreigende staat en hun doel om de islamitische revolutie naar andere moslimlanden over te brengen zorgde voor een gevaarlijke spanning. In het Midden-Oosten zorgde de Iraanse revolutie ervoor dat de banden tussen Israël en Iran werden verbroken, nu ging het Palestina steunen.

Conclusie

Door de val van de sjah en de stichting van de Islamitische Republiek, met zijn nieuwe regering en grondwet veranderde er voor het ene land meer dan voor het andere. De grootste verandering was voor de Verenigde Staten, zij verloren een trouwe bondgenoot, namelijk de sjah. Hij verschafte de VS veel voordelen in Iran en andersom. Toen Khomeiny het militaire verdrag verbrak hoopte ze nog dat hun band zou blijven, maar dat verliep anders. Voor Europa veranderde er weinig, zij behielden de goede band met Iran. Uiteindelijk hebben ook de Arabische Staten niet veel last gehad van de Islamitische Revolutie, er was slechts even een dreiging. In het Midden-Oosten was het echter een verschil van dag en nacht. In plaats van Israël te steunen, ging Iran over op het steunen van de vijand, Palestina. je kunt dus concluderen dat de Islamitische Revolutie duidelijk zijn sporen heeft achtergelaten.

Hoofdstuk 4 Oorlog tussen Iran en Irak

Al snel ontstonden er voor de Islamitische Republiek conflicten met het buurland Irak. Het liep uit op een oorlog, deze begon in september 1980 toen Iraakse troepen het zuidwesten van Iran binnenvielen. De oorlog zou acht jaar duren.

Wie steunde het Westen in de oorlog en wat had dit tot gevolg? § 4.1 De langste oorlog

In 1979 waren er niet alleen in Iran regimeveranderingen, maar ook in het westelijke buurland Irak. Hier had Saddam Hoessein de macht overgenomen. Hij zag de chaos die in Iran heerste na de revolutie als een goede kans om een reeks van langlopende conflicten op te lossen en het machtsbalans met het buurland te veranderen. Irak startte om verschillende redenen een oorlog:

• Het wilde meer gebruik maken van de Sjat el-Arab rivier, die in het zuiden de grens tussen beide landen markeert.

• Irak claimde de aan het land grenzende Iraanse olierijke provincie Khuzestan.

• Saddam Hoessein vreesde dat Iran de Iraakse sjiitische bevolking, meer dan de helft van de totale bevolking van Irak, zou opstoken om in opstand te komen.

Hoessein dacht ook dat de Iraanse strijdkrachten, opgebouwd door de sjah en bewapend en getraind door de Amerikanen, misschien niet voor Khomeiny wilde vechten. Op 22 september 1980 viel hij het land binnen, maar Iran vocht terug en wist snel grondgebied in Irak te veroveren. Hoewel het Iraakse leger professioneel, goed getraind en sterk bewapend was raakte het al snel in moeilijkheden. Iran had het voor elkaar gekregen een groot volksleger te vormen. In de Iraanse sji'itische cultuur, waar martelaren geëerd werden, waren de mensen bereid om naar het front te gaan om te vechten en te sterven. Daarnaast haatte het Iraanse religieuze leiderschap het Iraakse regime, dat zij als de vijand van de islam beschouwden.

Iraanse vrijwilligers aan hetfront uiten hun woede aan de Irakezen

Het Westen hield vol dat ze neutraal was, maar in de realiteit klopte dit niet. In de oorlog werd Irak gesteund door de Verenigde Staten. Verder waren de VS en Europa bereid om de andere kant op te kijken als Hoessein chemische wapens inzette. De gijzelingscrisis in 1979 had ervoor gezorgd dat Iran als een bedreiging voor het Westen werd gezien. Bovendien was de VS bang dat Iran gebieden en oliebronnen in de oliestaten in de Golfregio zouden veroveren.

§ 4.2 Het einde van de oorlog

De oorlog tussen Irak en Iran was lang en wreed. Na een Iraanse aanval op de belangrijke Iraakse stad Basra sloegen de Irakezen terug en de Iraniërs werden teruggedrongen van het Iraakse grondgebied. Beide partijen vuurden langeafstandsraketten af op steden en brachten elkaars schepen tot zinken. Desondanks had geen van beide partijen in 1988 een grote winst behaald. De verliezen in de oorlog waren groot, het aantal doden wordt geschat tussen de 500.000 en 1 miljoen. De kosten voor de economieën waren ook verschrikkelijk, de olie-industrie werd in beide landen zwaar getroffen. Iran kon op deze manier geen olie verkopen aan het buitenland, waardoor het snel geld tekort kwam.

In 1988 vroeg Hoessein om een wapenstilstand. Op 20 juli 1988 werd er door middel van een VN-resolutie een wapenstilstand besloten, een maand later eindigde de oorlog. In 1990 werd de relatie tussen Irak en Iran weer hersteld.

Conclusie

Tijdens de oorlog tussen Irak en Iran bleef het Westen, naar eigen zeggen, buiten beeld. In feite was dit niet zo. Het Westen steunde de vijand. Hierdoor verslechterden de betrekkingen tussen Oost en West, de Iraanse vijandigheid ten opzichte van de VS werd alleen maar erger. Toch is de steun niet ' verrassend. Iran had bijvoorbeeld door de gijzelingsactie en het verbreken van het militaire verdrag de banden met de VS al sterk verslechterd. Het zou behoorlijk vreemd zijn geweest als ze na die gebeurtenissen Iran steun zouden betuigen, tenzij ze de relatie wilde herstellen. Het gevolg was dat de onvrede en angst tussen beide landen sterk groeide na 1988.

Zie voor Hoofdstuk 5 en 6 De Theocratie van Iran Hoofdstuk 5 en 6