We hebben 141 gasten online

De Theocratie van Iran Hoofdstuk 5 en 6

Gepost in Praktische opdrachten

Theocratie in Iran

Hoofdstuk 5 Iran en de Verenigde Staten

De relatie Iran-VS is door de eeuwen heen sterk veranderd. In de tijd van de sjah had de VS een trouwe bondgenoot aan Iran en profiteerde daar ook goed van. Met de komst van de revolutionairen brokkelde deze band af en ontstond er een vijandige houding ten opzichte van Iran. Deze werd door verschillende gebeurtenissen steeds groter.

Hebben deze gebeurtenissen bijgedragen aan het beëindigen van het bondgenootschap tussen Iran en de VS?

§ 5.1 De bezetting van de Amerikaanse ambassade

Op 4 november 1979 bezette een menigte van demonstranten de Amerikaanse ambassade in Teheran, alle hoop op een goede relatie tussen Iran en de Verenigde Staten ging verloren. De groep die de ambassade bezette noemde zichzelf een groepering van revolutionaire studenten. Ze protesteerden tegen de beslissing van de Amerikanen om de sjah naar de VS te laten reizen zodat hij behandeld kon worden in een Amerikaans ziekenhuis, en eisten dat de Amerikanen de sjah uit zouden leveren zodat zij hem konden berechten. Bovendien wilden ze ervoor zorgen dat de relaties tussen hun islamitische leiders en de VS slechter zouden worden. Khomeiny wist van tevoren niets van de gijzeling, maar sprak later zijn goedkeuring uit over de aanval door in een toespraak"De Amerikanen kunnen niets doen!'n te roepen. De Amerikaanse diplomaat Harold Saunders beschreef hoe de Amerikanen hierop reageerden: 'de Amerikaanse reactie was verontwaardigd, door de fanatieke Iraanse gezichten die dagelijks op elk televisiescherm hun dreigende haat toonden'. De bevolking was woedend en voor het eerst gebruikten de VS sancties tegen Iran om de gijzelaars vrij te krijgen. Uiteindelijk werden de gijzelaars 444 dagen vastgehouden. Khomeiny ging een persoonlijke strijd aan met president Carter, hij zou de gijzelaars pas vrijlaten als president Reagan, Carters opvolger, zijn plaats in had genomen.

§ 5.2 1987: Botsing tussen Iran en de Verenigde Staten

Iran en de VS raakten opnieuw met elkaar in conflict in de Perzische Golf, toen de Amerikaanse marine probeerde om neutrale schepen te beschermen tegen de Iraanse strijdkrachten. In oktober 1987 werden de sancties opgevoerd, president Reagan besloot alle import uit Iran stop te zetten. Volgens de VS had Iran geweigerd om te voldoen aan een resolutie van de Veiligheidsraad van de VN, waarin werd opgeroepen om de oorlog tussen Irak en Iran te beëindigen. Ook beschuldigden ze Iran ervan het internationale terrorisme te steunen. Er waren verschillende redenen voor de botsing tussen Iran en de VS:

Amerikaanse diplomaten worden gegijzeld in de Amerikaanse ambassade in Teheran

• De VS bekritiseerde de mensenrechtensituatie in Iran.

• Het land had kritiek over de rol Iran speelde in het conflict tussen Israël en Palestina.

• Iran vormde een bedreiging voor de olietoevoer van de VS vanuit de Golf, waar Iran zijn marine aan het uitbreiden was.

• VS geloofden dat Iran massavernietigingswapens probeerde te ontwikkelen.

§ 5.3 De "As van het Kwaad"

Op 11 september 2001 vlogen twee passagiersvliegtuigen in de wolkenkrabbers van het World Trade Center in New York. Een ander vliegtuig stortte neer op het Pentagon in Washington en een vierde vliegtuig heeft zijn doel nooit bereikt. De houding van de VS ten opzichte van het Midden-Oosten veranderde drastisch. De fundamentalistische islamitische terroristenleider Osama bin Laden was verantwoordelijk voor de aanslagen. Al snel vielen de Amerikanen zijn bases in Afghanistan aan. President George W. Bush verklaarde de oorlog aan krachten in het Midden-Oosten die zich vijandig opstelde tegenover de VS, de 'Strijd tegen de Terreur'. In zijn State of the Union toespraak in 2002 zei Bush dat drie staten deel uitmaakten van de 'As van het

Kwaad': Irak, Iran en Noord-Korea. Iran en de VS waren al sinds 1979 met elkaar in conflict. Bush leek zich vooral te richten op de dreiging van het Iraanse nucleaire programma, en het vermoeden dat het land atoomwapens zou gaan maken. Bovendien zou Iran banden hebben met terroristen. Door zijn toespraak werd de vijandelijke politiek t.o.v. Iran verder opgevoerd. Iran werd als kwaadaardig beschouwd.

§ 5.4 Iran, de VS en atoomwapens

Al lange tijd voor de Islamitische Revolutie ontwikkelt Iran nucleaire technologieën. Dit is een belangrijke reden geworden voor het conflict tussen de VS en Iran. Na de revolutie werd besloten om het nucleaire programma voort te zetten, wat leidde tot de vrees dat het land atoomwapens zou gaan ontwikkelen. Iran wil graag energie opwekken door middel van nucleaire technieken, waarbij uranium wordt gebruikt Dit leidt tot grote internationale aandacht. Veel landen eiste regelmatige controles van de IAEA. Iran was bereid om de inspecteurs tot de nucleaire locaties toe te laten en begon een reeks van onderhandelingen met 3 EU-landen (ENG, DU, FRA) en de VS. Hun eis was 'stoppen met alle activiteiten voor uraniumverrijking'. Iran was het hier niet mee eens maar stopte toch. In de tussentijd werden echter de spanningen tussen Iran en het Westen steeds groter en de onderhandelingen verliepen moeizamer. Het gevaar van oorlog hing in de lucht en in de media verschenen aanwijzingen dat de Amerikaanse regering zich militair voorbereidde.

De wortels van het conflict tussen de VS en Iran gaan veel verder terug dan het begin van het nucleaire programma. In 1979 verloor de VS met de sjah een belangrijk bondgenoot in de regio. Sindsdien heeft de Islamitische Republiek zich onafhankelijk van de VS opgesteld. De enorme oliereserves spelen niet alleen een belangrijke rol als de brandstof voor de Amerikaanse economie, maar de controle daarop verschaft de VS een strategisch voordeel t.o.v. economische concurrenten zoals Europa en China. Iran neemt in de regio een bijzondere plaats in: het heeft de op een na grootste oliereserves in de wereld, bovendien is het van grote geopolitieke waarde door zijn lange kust aan de Perzische Golf en zijn ligging aan de olierijke Kaspische Zee (RUS) 

Conclusie

Van de goede band die de sjah met de Verenigde Staten had is weinig overgebleven nadat hij is afgetreden. De revolutionairen zagen het land als grote vijand en wilden zo snel mogelijk al het onderling contact stopzetten. Met de gijzeling van de ambassade hebben ze een erg grote stap daartoe gezet. Het is niet bevorderlijk geweest voor de onderlinge relatie dat Khomeiny de VS in de steek liet en de actie van de revolutionairen steunde, maar aangezien hij ook schoon genoeg had van de Amerikanen is het een logische reactie. Tijdens de Irak-Iranoorlog verslechterde de situatie nog verder, vooral door het grote wantrouwen van de VS ten opzichte van Iran. Wanneer de Amerikanen zich meer beziggehouden hadden met de onderlinge banden na de gijzelingsactie juist te versterken, hadden ze nu misschien hun oude voorrechten terug op het gebied van bijvoorbeeld handel. Echter gebeurt de laatste jaren het tegenovergestelde. Door Iran in 'het As van het Kwaad' te plaatsen en hen te verdenken van het ontwikkelen van een nucleair programma verloopt de relatie moeizaam. De kloof tussen oost en west lijkt groter dan ooit. Het westen voelt zich bedreigd en het oosten zich beschuldigd. Er zullen goede afspraken moeten worden gemaakt tussen beide landen om in de toekomst een vreedzamere, vertrouwelijke relatie op te bouwen en het vertrouwen terug te winnen.

Hoofdstuk 6 Iran en Europa

Iran had een goede relatie met een aantal Europese landen, dit komt vooral voort uit de tijd van de sjah en daarvoor. De landen in de Europese Unie maakten zich deels net zoveel zorgen als de Verenigde Staten, maar besloten met andere middelen veranderingen af te dwingen.

Waarin verschilde de aanpak van de Europeanen met die van de Amerikanen om Iran te beïnvloeden?

De Europese regeringen keken toe hoe de Verenigde Staten en Iran continu conflicten met elkaar hadden. Ze wisten dat de gijzelingscrisis en de confrontatie tussen de VS en Iran voor grote problemen tussen beide landen hadden gezorgd. Maar de meeste Europese landen vonden dat ze weinig te maken hadden met die conflicten en hielden zich afzijdig. De Europese Unie legde Iran geen sancties op, zoals de VS had gedaan. Zij wilden geen problemen met Iran en probeerde de betrekkingen met het land zo min mogelijk aan te tasten. Vooral Duitsland wilde voorkomen dat de relatie met Iran werd aangetast, Groot-Brittannië en Frankrijk steunden de Duitsers hierin.

De leiders van de Europese landen wisten dat er gematigde groeperingen in Iran waren, die probeerden meer macht te krijgen. Deze groeperingen wilden een andere, minder agressieve houding aannemen tegenover de binnenlandse en buitenlandse machten. In plaats van sancties op te leggen besloten de Europese leiders om samen te gaan werken met de Iraniërs, de gematigden welteverstaan. Hun doel was om hen te ondersteunen en aan te moedigen en op die manier Iran van binnenuit te veranderen.

In 1997 trad Rafsanjani af en kwam Khatami aan de macht in Iran. De Europese staten hoopten dat zij nu een kans hadden om een betere band met Iran op te bouwen, maar in feite werd de kloof tussen Oost en West steeds groter.

Conclusie

Waar de Amerikanen het liefst de relatie met Iran op alle mogelijke manieren probeerde te verslechteren, wilde Europa op een vreedzamere manier veranderingen doorvoeren in het land. Je kunt stellen dat Amerika graag van buitenaf dingen probeerde te veranderen. Ze beschuldigde Iran van tientallen kwesties, blokkeerde de import en door Iran in het 'As van het Kwaad' te plaatsen wilde ze het beeld van het land veranderen ten opzichte van de rest van de wereld. Maar op deze manier hadden de Iraniërs zich afgekeerd van het Amerikaanse volk en zagen ze de VS als hun grootste vijand. Europa echter speelde een slimmer spel, door het land van binnenuit te beïnvloeden. Zij zorgden ervoor dat ze de juiste bevolkingsgroepen in Iran steunden en op die manier hun ideeën door konden voeren. Uiteindelijk hebben beide aanpakken weinig opgeleverd, Iran duidde geen inspraak en verzette zich steeds meer tegen de grootmachten. Zo zou de bevolking zien dat Iran tegen het Westen durft op te staan en groeide het vertrouwen in het eigen land.

Zie voor hoofdstuk 7 en Conclusie: De Theocratie in Iran Hoofdstuk 7 en Conclusie