We hebben 203 gasten online

PO De WIC en de slavenhandel

Gepost in Praktische opdrachten

 

klas 2 PO over de WIC en de slavenhandel

wic

 

Leerdoelen : ll. moeten kennis vergaren over de West Indische Compagnie en kunnen aantonen wat de WIC te maken had met slavenhandel en slavernij

ll. moeten de gegevens verwerken in een verslag

Taakeisen:

Wat: - Informatie over WIC selecteren en verzamelen mbv video, leerboek leestekst

Waarom: -WIC is economisch belangrijk geweest voor de Nederlandse Republiek in de 17e en

18e eeuw, maar tevens vormde het door haar betrokkenheid met de slavenhandel een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Nederland

- Oefenen in het maken van een klein verslag

Hoe: - In drie lessen (en evt. thuis) met tweetal een verslag maken waaruit blijkt dat de info door de leerlingen is verwerkt (netjes geschreven)

Beoordeling : Verzorging verslag (titelblad, reflectie, lay-out, netheid,

eigen woorden) 15 pnt

Beantwoording van de vragen 35 pt

(Maximale score bedraagt 50 pnt)

(Deze score verdubbelen en vervolgens delen door 10 is je score !)

Het punt telt mee als een SO

Inleveren : - aan einde 3e les

Instructie

Verslag maken over de WIC en slavenhandel. Het verslag bestaat uit :

1 Een titelblad : - titel van verslag, namen van ll, datum, en een passende afbeelding/tekening

2 Antwoorden formuleren op de vragen van de zes thema’s (zie taakblad)

3 reflectie : (wat vindt je van deze taak en wat heb je ervan geleerd, wat ging goed en wat ging niet zo goed e.d.

Informatie

Informatieve tekst over WIC en slavenhandel

Videoserie over slavernij in Suriname

 

De West Indische Compagnie en de Slavenhandel

 

Inleiding

Ruim 500.000 Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen zijn door de Nederlanders als slaaf naar de Amerikaanse koloniën overgebracht. Meer dan de helft van deze slaven werden verscheept door de West-Indische Compagnie (WIC), die daarmee de belangrijkste Nederlandse organisatie was die zich met de slavenhandel bezig hield. Maar hoe verliep een slavenreis nu eigenlijk?
Aan de hand van één van de slavenreizen van de WIC met haar schip ‘De Nieuwe Post’ wordt hiervan een beeld geschetst. Van de planning van de reis door de WIC tot en met het verblijf en de verkoop van de slaven op Curaçao en de opstand van enkele van hen.
Er zijn authentieke teksten opgenomen en ook enkele fragmenten uit de autobiografie van de slaaf Equiano, die als kind omstreeks het midden van de achttiende eeuw de reis naar de Nieuwe Wereld maakte met een Engels slavenschip.

De West-Indische Compagnie

De Tweede of Nieuwe West-Indische Compagnie was evenals haar in 1674 failliet gegane voorgangster, de in 1621 opgerichte Eerste WIC, georganiseerd in vijf kamers: Amsterdam, de Maze (Rotterdam), Zeeland, het Noorderkwartier (Hoorn en Enkhuizen) en Stad en Lande (Groningen).
De vijf kamers vaardigden gezamenlijk volgens een vaste verdeelsleutel negen vertegenwoordigers af die samen met een afgevaardigde van de Staten-Generaal het hoogste bestuurscollege, de Heren Tien, vormden.
De tien bewindhebbers kwamen in de regel slechts eenmaal per jaar bijeen en stelden dan voor ieder van de vijf kamers het aantal uitredingen (scheepsreizen) vast, de zogenaamde 'toerbeurten'. Deze betroffen zowel slavenreizen als andere handelsmissies.

wic plaatsen

Kaart van de WIC nederzettingen rond de AtlantischeOceaan (1640-1650)

Er werd daarbij precies bepaald welke waarde de mee te nemen handelsgoederen (het cargasoen) zouden hebben, hoeveel slaven dienden te worden ingekocht, waar dit op de Afrikaanse kust moest gebeuren en uiteindelijk waar in Amerika het slaventransport (het armasoen) moest worden afgeleverd.
De slavenhandel vormde een belangrijke activiteit van de WIC. Bijna de helft van het totale aantal schepen dat de Compagnie tussen 1674 en 1740 uitreedde was bestemd voor slaventransport. Tot 1730 bezat de WIC in de Republiek het monopolie op de slavenhandel. Particuliere schepen die dit monopolie ontdoken, zogenaamde "lorrendraaiers", werden wanneer zij werden betrapt opgebracht en met hun lading verbeurd verklaard..

De slavenhandel van de WIC

De slavenvaart was een onderdeel van de zogenaamde driehoekshandel. Koopvaarders voeren van Europa naar Afrika, de eerste zijde van de driehoek, waar meegebrachte Europese producten werden geruild tegen slaven. De reis met slaven van Afrika naar een bestemming in Amerika vormde de tweede zijde van de driehoek, die in het Engels als de "middle passage" (middenpassage) wordt aangeduid. De terugreis naar Europa van het schip, nu geladen met tropische producten, vormde de laatste zijde van de driehoek. De slavenvaart was in de eerste plaats handel en eventueel menselijke leed was van ondergeschikt belang.

D.H. Gallandat rechtvaardigde in zijn handboek voor slavenhandelaren het bedrijf als volgt:

"Alleenlijk zal ik hier aanmerken, dat ‘er vele bedryven plaats hebben, welke ongeoorloofd zouden schynen, indien ‘er geen byzonder voordeel in te vinden was. Getuige zy hier van de Slavenhandel, dien men alleen al door het voordeel, ‘t welke dezelve aan de kooplieden toebrengt, van onwettigheid kan vryspreken."

De aankoop van de slaven

De WIC kocht slaven in verschillende gebieden op de Afrikaanse kust. De belangrijkste waren: de Goudkust, de daaraan grenzende Slavenkust en het gebied ten noorden van de monding van Kongo dat werd aangeduid als Loango-Angola. De WIC had in de twee eerstgenoemde gebieden vestigingen in de vorm van forten of handelsposten.

De hoofdvestiging was in Elmina. Vanuit de forten en handelsposten werden de slaven ingekocht via Afrikaanse makelaars. Dit gebeurde ook wanneer er geen slavenschepen lagen te wachten.
In afwachting van hun transport werden de slaven opgesloten. In Elmina was een kerker die enkele honderden personen kon herbergen. Op andere plaatsen werd de menselijke koopwaar opgesloten in 'tronken', door palissaden omgeven terreinen.
Waar de Compagnie geen vestiging had, zoals in Loango-Angola, werden de slaven vanaf de schepen ingekocht.

Voor het transport van de slaven werden gewone koopvaarders gebruikt die tijdelijk werden aangepast voor het vervoer van grote aantallen mensen.

De grootte van de ingezette schepen varieerde al naar gelang de bestemming in Amerika. De grootste schepen, die tot 500 of 600 slaven aan boord hadden, werden ingezet in de slavenvaart op Curaçao.
Onder de overloop (het laagste dek) werd een 'diep verdeck' of 'koebrug' geconstrueerd. Zowel op de overloop als op de koebrug werden slaven ondergebracht.
Het ruim was niet voor menselijk vervoer maar alleen voor de voorraden water, voedsel, brandhout en eventuele verdere lading.
De WIC maakte gebruik van zowel eigen schepen als van gehuurde vaartuigen. De grootte van de ingezette schepen varieerde al naar gelang de bestemming in Amerika. De scheepstypen gebruikt in de vaart op Curaçao waren fluiten, pinassen en fregatten, schepen met een lengte van 100 tot 120 voet (28 tot 34 m) en een bemanning van 45 tot 60 koppen.

De schepen voeren langs de kust totdat een makelaar van slaven op het strand verscheen. Het kon weken of zelfs maanden duren voordat een armasoen compleet was en de oversteek van de Atlantische Oceaan kon worden aangevangen.
De aangeboden slaven bestonden vooral uit in oorlogen tussen Afrikaanse staten gemaakte krijgsgevangenen, maar het konden ook mensen zijn die als slaaf geboren waren of die door een misdaad of schuld in slavernij waren gekomen.
Daarnaast konden zij het slachtoffer zijn van georganiseerde slavenraids in het binnenland. Nadat de slaven waren aangekocht door de WIC, werden zij gebrandmerkt en geregistreerd.

Het leven aan boord van een slavenschip

De schippers van de slavenschepen van de Compagnie ontvingen instructies hoe zij hun levende lading dienden te behandelen. Nauwkeurige bepalingen waren opgesteld over onder meer het te verstrekken voedsel, de medische zorg, hygiëne aan boord en het gelegenheid geven aan de slaven tot regelmatige lichaamsbeweging.
Er dienden zelfs trommels te worden meegenomen om de slaven tot dansen te kunnen aanzetten.
Het verblijf van de slaven aan boord duurde maanden, soms wel langer dan een half jaar. De omstandigheden waren benauwd, de sanitaire voorzieningen primitief en velen werden ziek. Gemiddeld stierf 16 tot 17% van de slaven tijdens de reis. De voornaamste doodsoorzaken waren dysenterie, pokken. tuberculose en scheurbuik

Naar mate er gedurende het verblijf aan de Afrikaanse kust meer en meer slaven aan boord werden gebracht moeten de omstandigheden steeds benauwder zijn geworden. De slaven lagen in rijen naast elkaar en boven elkaar op van planken getimmerde "beddings". De ruimte was zo beperkt dat zitten nauwelijks mogelijk was. De atmosfeer kon op sommige schepen door gebrek aan ventilatiemogelijkheden soms letterlijk verstikkend zijn.

Er waren sanitaire voorzieningen aan dek in de vorm van getimmerde "gemakken" en in de kwartieren benedendeks stonden emmers of tonnen. De stank in de "slaavegaten", zoals de ruimten waar de slaven verbleven veelal werden aangeduid, moet verschrikkelijk zijn geweest.
Het is gezien de omstandigheden aan boord niet verwonderlijk dat op vrijwel alle schepen de slaven ernstig te lijden hadden van infectieziekten, met name dysenterie. De 'loop' of 'rode loop', zoals deze ziekte werd aangeduid, maakte de meeste slachtoffers.
De haard van de besmetting kan heel goed in het op de Afrikaanse kust ingenomen drinkwater hebben gezeten. Bovendien bedierf het water gedurende de reis door verrotting van dode insecten en ander organisch materiaal dat in de vaten terecht was gekomen.

Door de voortdurende deining zullen velen zeeziek zijn geweest. Diarree, braken en hevige transpiratie in de bedompte kwartieren benedendeks veroorzaakten enorm vochtverlies terwijl de slaven gemiddeld niet meer dan ongeveer een liter water per etmaal kregen. Het water werd tweemaal per dag verstrekt bij een maaltijd die bestond uit gort of paardebonen met spek, palmolie en pepers.

Uitdroging moet een belangrijke, maar niet onderkende doodsoorzaak zijn geweest.
(Er werd aantekening gehouden van de slaven die tijdens de reis overleden.
De angst onder de slaven door alles wat zij meemaakten en ook voor alles wat zij vreesden dat hun nog zou overkomen, was enorm.

Bij de bemanning bestond er tegelijkertijd een voortdurende angst voor opstand, hetgeen weer kon leiden tot hard en wreed optreden. En gestelde regels over het optreden van de bemanning tegenover de slaven konden hen uiteindelijk niet volledig vrijwaren van willekeur, mishandeling en incidenteel ook verkrachting.

Separatie/Verkoop

Na aankomst op Curaçao werden de slaven "gesepareerd", een selectieprocedure waarbij de oude of gebrekkige slaven (de manquerons) en de zieken werden gescheiden van de jonge, gezonde slaven of piezas de India


Vervolgens ontvingen alle slaven van het transport een zelfde brandmerk, een volgnummer of een letter, waarmee hun lot (verkoop of overlijden) in de administratie kon worden gevolgd. De manquerons en de zieken werden daarna zo snel mogelijk openbaar per opbod verkocht. De piezas de India werden meestal afgevoerd naar een van de plantages van de WIC in afwachting van hun verkoping. Voor hen werd een vaste prijs gerekend.

De separatie werd uitgevoerd door een commissie waarin meestal zowel Compagnies dienaren als particuliere kooplieden waren vertegenwoordigd.
Bij de brandmerking werden aanvankelijk nummers gebruikt, maar nadat nummer '100' was bereikt stapte men over op de letters van het alfabet. Daarbij werden alle letters gebruikt met uitzondering van de 'U' en de 'J' om verwarring met de 'V' en de 'I' te voorkomen.

Er waren twee redenen om tot een snelle verkoop van de zieken en manquerons over te gaan: de kans op verliezen door verslechtering van de gezondheidstoestand en sterfte moest zo klein mogelijk worden gehouden en de onderhoudskosten dienden zoveel mogelijk te worden beperkt.

Het aantal zieken, manquerons en piezas verschilde sterk van armasoen tot armasoen. Gemiddeld was ongeveer een derde ziek of manqueron en tweederde pieza.
De prijs voor een volwassen zieke of manqueron bedroeg gemiddeld 55 tot 60 pesos op (1 peso = 2 gulden) en voor een kind werd gemiddeld ongeveer 45 pesos betaald.
Maar de prijzen konden enorm variëren al naar gelang de vraag en de conditie van de aangeboden slaven.

De piezas werden niet bij opbod verkocht, maar tegen een vastgestelde prijs. Deze bedroeg voor een volwassen man of vrouw 100 pesos, later verhoogd tot 108 pesos. Kinderen kostten naar gelang hun leeftijd 1/3 of 2/3 van een volwassene.
De piezas konden in afwachting van kopers op verschillende plaatsen worden ondergebracht: achter fort Amsterdam of op een of meer van de plantages van de WIC rond Willemstad, vanouds veelal op plantage Hato


Leven op de plantages

Op de plantages konden de slaven enigszins van de reis herstellen, al werden zij daar ook aan het werk gezet. Om hun conditie op peil te brengen kregen zij wel vlees en vers fruit, maar het standaard voedsel bestond voornamelijk uit "kleine maïs" (Sorghum).
Een medicinae doctor en diverse chirurgijns waren door de Compagnie met de medische zorg van de slaven belast. Daarnaast waren ook de vaste slaven van de WIC onontbeerlijk bij de opvang en verzorging van de nieuwkomers.
Op haar plantages op Curaçao en ook op Bonaire had de WIC begin achttiende eeuw totaal zo'n 500 tot 600 vaste slaven tewerkgesteld bij de verbouw van kleine maïs en het hoeden van vee. Dit was van groot belang voor de voedselvoorziening van de slaven die als "handelsvoorraad"op het eiland verbleven.

Een regelmatig terugkerend probleem was echter dat de regentijd vaak te laat inzette of dat er te weinig regen viel. Een slechte oogst of een misoogst was dan het gevolg, terwijl ook veel vee door de droogte omkwam.
Dan moest regionaal voedsel worden ingekocht of met grote spoed vanuit de Republiek worden aangevoerd. Vlees en vers fruit werd gedurende de eerste tijd na aankomst wel aan de slaven verstrekt, maar het is de vraag of dit ook het geval was wanneer zij onverhoopt langer in ‘depot’ verbleven door gebrek aan vraag.
De kosten van onderhoud mochten niet te hoog oplopen. Aan slechts enkele van de vaste slaven van de WIC werd regelmatig vlees gegeven. De meesten ontvingen niet meer dan een rantsoen kleine maïs.

Sedert de zeventiende eeuw had de WIC een universitair geschoold arts, een medicinae doctor, op Curaçao in dienst. Daarnaast stonden er een aantal chirurgijns op de loonlijst. Deze uitgebreide medische staf was er in de eerste plaats voor de negotieslaven (de slaven die voor de handel waren bestemd).
Er was een vaste chirurgijn gestationeerd op plantage Hato, waar ook een aparte ziekenbarak was. Er waren ook enkele slaven van de Compagnie door de chirurgijns opgeleid om medische handelingen te kunnen verrichten.
Tenslotte waren er ook vier slaven, twee oorspronkelijk afkomstig van de kust van Guinee en twee uit het Loango-Angola gebied, die niets anders deden dan zich met de opvang van en het toezicht op de nieuw aangekomen slaven bezig houden. Aan hun diensten werd veel belang gehecht door de Compagnie

Slaven in opstand


Het was zeker niet zo dat de slaven onder alle omstandigheden hun situatie maar lijdelijk accepteerden: zij liepen weg, saboteerden werkzaamheden of gingen over tot gewelddadig verzet.
In het jaar 1716 kwamen Maria, Agathia, Aka, Apary, Catabary, Cocra, Gesa, Jantje, Meihouw, Ocla, Sae en Tromp in opstand. Op 9 november 1716 werden deze slaven buiten Willemstad onder het fort Schrikkenburg gebracht, om daar op gruwelijke wijze te worden terechtgesteld.
Zij waren schuldig bevonden aan het smeden van een komplot om een algehele opstand op Curaçao te ontketenen en aan de moord op enkele Compagnies dienaren. De mannen waren precies 11 maanden eerder door de WIC vanuit Afrika aangevoerd met het schip de ‘Nieuwe Post’ om op de Curaçaose slavenmarkt te worden verhandeld.

 

Taakblad (let op : voor vraag 9 en 16 kun je 4 punten verdienen !)

I WIC

1 Wat voor soort onderneming was de WIC?

2. Hoe lang heeft de WIC bestaan ?

3 Hoe kwam de WIC aan het kapitaal om haar activiteiten uit te voeren?

4 In welke werelddelen was de WIC actief ?

5 Maak een lijst van vijf verschillende beroepen waar de WIC werk voor

zorgde

II WIC en de slavenhandel

6 Waaruit blijkt dat de slavenhandel van de WIC belangrijk was?

7 Wat betekende het dat de WIC het monopolie had op de slavenhandel?

8. Leg uit of dat betekende dat ook alleen de Hollanders aan slavenhandel deden

9. Leg uit wat de driehoekshandel inhield (4 pnnt !)

10 Leg uit of slavernij voor de Afrikanen iets nieuws was voordat de blanken kwamen Video

11 Wat veranderde er wel door de komst van de blanken? Video

12 Noteer drie gebieden in Afrika waar men de slaven kocht

13 Hoe heette de hoofdvestiging van de WIC in Afrika?

14 De WIC kocht de slaven van zogenaamde slavenmakelaars.

Hoe kwamen deze makelaars aan die slaven ? Video

15 Noem 4 manieren waarop men slaaf kon worden. Video/tekst

III WIC en de slavenschepenl

16 Beschrijf het leven aan boord van een slavenschip. (4 pnnt

!) Video/tekst

17 Waar was de behandeling van de slaven aan boord op gebaseerd? Video/tekst

(waar ging het de kapitein vooral om)

18 Hoeveel slaven stierven er gemiddeld tijdens een reis Video/tekst

en hoe kwam het dat er zoveel slaven stierven?

IV WIC en de verkoop van slaven

19 Op wat voor manier werden de slaven verkocht Video/tekst

en waar lijkt dat eigenlijk wel wat op?

20 Waar letten de kopers van de slaven vooral op voordat zij een slaaf kochten? Video/tekst

21 Waarom moesten de zieke slaven zo snel mogelijk verkocht worden.?

V WIC en de plantages

22 Op welke twee eilanden had de WIC eigen plantages?

23 Slaven die in Suriname op de plantages terechtkwamen waren soms in Afrika

ook al slaaf geweest. Toch was het leven in Suriname als slaaf meestal heel

anders.

Noem minstens twee belangrijke verschillen

VI Verzet en afschaffing van de slavernij

24. Wat deden sommige slaven die zich niet in hun ellendige lot wilden berusten

(noem drie dingen)?

25 Geef een voorbeeld van een slavenopstand.(land en jaartal)

26 Slaven probeerden regelmatig om weg te lopen van de plantages. Video

Waarom lukte dat in Suriname vaak beter dan op de eilanden van de Antillen?

27 Waarom sloten de Hollanders in Suriname vrede met de Marron ? Video

28 Wanneer schafte Nederland de slavernij af ?

29 Waarom staat er in je boek dat de slavernij “eindelijk”werd

afgeschaft?