We hebben 140 gasten online

PO Geschiedenis van de Twintigste Eeuw

Gepost in Praktische opdrachten

 prime minster israel

Praktische opdracht geschiedenis van de twintigste eeuw Inhoudsopgave:

Handleiding bij praktische opdracht geschiedenis 5 VWO

Onderwerpen praktische opdracht geschiedenis 5 VWO

Structuurbegrippen in het geschiedenisonderwijs

Logboek praktische opdracht geschiedenis van de twintigste eeuw

Beoordelingsmodel praktische opdracht geschiedenis van de twintigste eeuw

 

  ho shi min

mao

soekarno



 

HANDLEIDING BIJ PRAKTISCHE OPDRACHT GESCHIEDENIS 5 VWO

Een onderdeel van het schoolexamen geschiedenis van 5 VWO is de Praktische Opdracht. Uit de verstrekte gegevens heb je kunnen lezen dat deze praktische opdracht een waardering geeft van 20. Dus evenveel als een te maken proefwerk van een hoofdstuk van de methode Feniks Je dient aan de volgende aandacht te besteden:

1) Het is de bedoeling dat je een keuze maakt uit de onderwerpen waarover je de praktische opdracht wilt maken. Er wordt een lijst toegevoegd van onderwerpen waaruit je een keus kunt maken. Zorg dus dat je snel bent. Wie het eerst komt heeft de eerste keus.

2) Na goedkeuring door de docent kies je een vraagstelling die je wilt beantwoorden. Maak daarbij gebruik van de toegevoegde lijst: Structuurbegrippen in het geschiedenisonderwijs. Deze vraagstelling dient altijd te worden goedgekeurd door de docent.

3) Tegelijk met de praktische opdracht hou je een dossier bij van informatie die je verzamelt, informatie die je kopieert, uittreksels die je maakt en internetgegevens die je raadpleegt. Dit dossier zal ook worden beoordeeld.

4) Van begin tot het einde hou je een logboek bij waarin je alle werkzaamheden met betrekking tot je historisch onderzoek dient te noteren.

5) Na goedkeuring van je onderwerp en vraagstelling door de docent ga je aan het werk en zoekt naar bronnen die je voor je onderwerp kunt gebruiken. Zie voor Bron de toegevoegde lijst: Structuurbegrippen in het geschiedenisonderwijs.

6) Vervolgens schrijf je een antwoord op de door jou gekozen vraagstelling aan de hand van het bronnen materiaal. Let daarbij op de onderdelen die door de docent beoordeeld zullen worden. Zie daarvoor het toegevoegde beoordelingsmodel Praktische Opdracht voor Geschiedenis.

7) De praktische opdracht zelf dient uit ongeveer 10 pagina’s te bestaan. Kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit. 8) Houd je aan het door de docent gemaakte tijdpad. Bij bijzondere omstandigheden neem je altijd contact op met de docent. 9) Tijdpad praktische opdracht

TIJDPAD    
WEEK 40 UITREIKING MATERIAAL PRAKTISCHE OPDRACHT GESCHIEDENIS 20E EEUW DOOR DOCENT
WEEK 42 GOEDKEURING GEKOZEN ONDERWERP VERANTWOORDELIJKHEID LEERLING
WEEK 42 GOEDKEURING VRAAGSTELLING EN TE GEBRUIKEN BRONMATERIAAL VERANTWOORDELIJKHEID LEERLING
WEEK 43 TOT EN MET 47 MAKEN VAN SAMENVATTINGEN VERANTWOORDELIJKHEID LEERLING
WEEK 47 TOT EN MET WEEK 4 SCHRIJVEN PRAKTISCHE OPDRACHT VERANTWOORDELIJKHEID LEERLING
WEEK 5 INLEVEREN PRAKTISCHE OPDRACHT VERANTWOORDELIJKHEID LEERLING

ONDERWERPEN PRAKTISCHE OPDRACHT GESCHIEDENIS 5 VWO

1)     Russisch-Japanse 1904-1005

2)     Revolutie van 1905 in Rusland.

3)     Revolutie van 1911 in China.

4)     Boerenoorlog in 1902

5)     Entente Cordiale in 1905

6)     Bloedige zondag in St Petersburg 1905

7)     Het ontstaan van de  Triple Entente in 1907

8)     Bosnische crisis in 1908

9)     Balkanoorlogen 1912-1913   

10) Spoorwegstaking in Nederland 1903   

11) Marokkocrisis 1911   

12) Moord op de kroonprins van Oostenrijk Hongarije te Sarajewo 1914

13) Het von Schlieffenplan

14) Slag aan de Marne 1914

15) Slag bij Verdun 1916

16) Slag bij de Somme 1916

17) De onbeperkte duikbotenoorlog

18) De feb/maart revolutie Rusland 1917

19) De okt/nov revolutie Rusland 1917

20) Terugkeer Lenin naar Rusland 1917

21) Moord op Raspoetin

22) De ‘voorlopige’regering Kerenski maart 1917 – oktober 1917

23) De vrede van Brest-Litowsk maart 1918

24) De tweede slag aan de Marne.

25) Deelname V.S. aan de Eerste Wereldoorlog

26) Duitse novemberrevolutie 1918

27) Veertien punten plan van Wilson

28) Dictaat van Versailles

29) Cordon sanitair

30) Ineenstorting Turkse Rijk

31) De Volkenbond

32) De Russische burgeroorlog 1918-1920

33) Het Marxistisch - Leninisme.

34) De Nep Politiek 1921-1928

35) De strijd om de macht tussen Stalin en Trotski

36) De collectivisatie van de landbouw in de Sovjet Unie

37) Gosplan en de vijfjarenplanning

38) Boecharin en Stalin.

39) De moord op Kirov

40) De terreur van Stalin

41) De Goelag archipel

42) Kunst en partijpolitiek in de Sovjet Unie

43) Fascisme en Volksfronttactiek

44) ‘The roaring twenties’

45) De drooglegging

46) The great red scare: de angst voor links in de V.S.

47) De beurskrach van 1929

48) F.D.Roosevelt en de New Deal

49) Isolationisme V.S. in het Interbellum

50) De aanval op Pearl Harbour

51) Het Atlantic Charter

52) Einde Chinese Keizerrijk 1911/1912

53) Soen Jat Sen en zijn invloed op China

54) De Warlords

55) De Lange Mars

56) Eerste en tweede Eenheidsfront in China

57) Japan en China

58) Mao en het Maoisme

59) Tsjiang Kai-sjek en de strijd tegen het communisme

60) De Chinese Burgeroorlog 1945-1949

61) De Grote Sprong Voorwaarts

62) De Culturele Revolutie

63) De Bende van Vier

64) Communistisch China en Nationalistisch China

65) Opkomst Fascisme in Italië

66) Mussolini en ‘Mare Nostrum’

67) De mars naar Rome

68) De moord op Matteotti

69) De Romeinse kwestie

70) De invoering van het corporatief stelsel in Italië

71) Italië en Abessinië

72) Mussolini en Oostenrijk

73) De as Rome-Berlijn

74) Italië en de verovering van Albanië

75) De Spaanse Burgeroorlog

76) De Internationale Brigades

77) Franco en het fascisme

78) Guernica

79) De Republiek van Weimar

80) Spartacus opstand

81) Erfüllungspolitiek

82) Kapp-Putsch

83) Verdrag van Rapallo

84) Bezetting Duitse Ruhrgebied in 1923

85) Verdrag van Locarno

86) Het Briand-Kellogpact

87) De machtigingswet in de Weimar Republiek

88) Hitler en het Nationaal-Socialisme

89) Rijkskanslier von Papen en zijn rol in 1933

90) De machtsovername van Hitler in 1933

91) De Reichstag brand

92) De nationaal-socialistisch gelijkschakeling

93) De Neurenburger wetten

94) Intocht in het Rijnland

95) De Anschluss

96) De conferentie Van Munchen 1938

97) De Reichskristallnacht

98) Bezetting Tsjecho-Slowakije maart 1939

99) Von Ribbentrop - Molotov pact 1939

98) Fins - Russische oorlog

90) De revolutiepoging van Troelstra

100) De nacht van Kersten

101) De Muiterij op de Zeven Provinciën

102) Colijn en de gouden standaard

103) De invloed van de Blitzkrieg

104) The ‘Phony War’

105) Ontstaan West Front 1940

106) Vichy Frankrijk

107) Het ‘wonder’ van Duinkerken

108) Seys Inquart en Nederland

109) De Battle of Brittain

110) Operatie Barbarossa

111) De slag bij El Alamein

112) De slag bij Stalingrad

113) Geallieerde aanval op Italië

114) Bevrijding Mussolini

115) Conferentie van Teheran 1943

116) Operatie Overlord

117) De aanslag van Von Stauffenberg

118) Het Ardennenoffensief

119) Monty en de slag om Arnhem

120) Conferentie van Jalta

121) Conferentie van Potsdam

122) Duitsland en de Koude Oorlog

123) Ontstaan Volksdemocratieën

124) De Wannsee Conferentie

125) Himmler en de SS

126) De stoottroepen van de SA

127) De nacht van de Lange Messen

128) Collaboratie en Nederlanders

129) De Nederlandse en het Nationaal Socialisme

130) Anton Mussert

131) Rost van Tonningen

132) De Nederlandse regering in Londen tijdens de Tweede Wereldoorlog

133) De Nederlandse Unie

134) De Binnenlandse Strijdkrachten

135) De Februaristaking

136) De april - mei staking van 1943

137) Dolle Dinsdag

138) Hongerwinter

139) Japan en Ned-Indië

140) Slag in de Java zee

141) Soekarno en de Japanners

142) Truman en de atoombom

143) Onvoorwaardelijke overgave Japan

144) Conferentie van San Francisco

145) De communistische staatsgreep in Tsjecho-Slowakije 1948

146) De blokkade van Berlijn

147) De Griekse Burgeroorlog

148) De Trumandoctrine

149) Het Marshallpla

150) Oprichting OESO

151) Oprichting NATO

152) De Korea oorlog

153) Het McCarthyisme

154) Oprichting Warschaupact

155) Oostenrijk en de Geallieerden

156) De Hongaarse Opstand

157) De Suezcrisis

158) Het Twintigste Partijcongres in de Sovjet Unie159) Chroesjtsjow en de Russische landbouwpolitiek

160) Vreedzame Coëxistentie

161) De Spoetnik

162 Breznjew en de akkoorden van Helsinki

163) Breznjew doctrine

164) Praagse Lente

165) Solidarinoz

166) Ost Politiek

167) Salt akkoorden

168) Cuba crisis

169) Bouw Berlijnse muur

170) Rusland en Afghanistan

171) Praagse herfst

172) De val Van Ceaucescu

173) Gorbatsjov

174) 40 jaar DDR

175) Glasnost en Perestrojka

176) Reaganomics

177) Einde van de Sovjet Unie

178) Kohl’s Tien Punten Plan

179) De Duitse eenwording

180) Dien Bien Phoe

181) Conferentie van Genevé

182) Golf van Tonkin Incident

183) Het Tet Offensief

184) De Parijse akkoorden

185) De Viet Cong

186) Ho Tsji Min

187) Kerstbombardementen

188) Viëtnamisering van de oorlog

189) Agent Orange

190) Cambodja en de Rode Kmer

191) Dominotheorie

192) Pentagonpapers

193) Communistische staatsgreep in Indonesië

194) Soekarno

195) Politionele acties

196) De Verenigde Staten van Indonesië

197) Containment politiek

198) Roll Back policy

199) New Frontier

200) J.F.Kennedy’s presidentschap

201) R.M.Nixon en Watergate

202) Iran contra schandaal

203) Militaire Staatsgreep in Chili

204) De V.S.en de eigen achtertuin

205) Little Rock

206) Busboycot Montgomery

207) Mars op Washington

208) M.L.King

209) Supply Side Economy

210) Evil Empire

211) De V.S. en Iran

212) De Theocratie van Iran

213) Nasser en het Arabisch Socialisme

214) Sadat en Israel

215) De Camp David akkoorden

216) De junioorlog van 1967

217) De Yom Kippoer oorlog van okt 1973

218) De Arabische wereld en het ‘oliewapen’

219) Jasser Arafat

220) Sykes Picot verdrag

221) Balfourdeclaration

222) Israel 1948

223) Intifadah

224) Nelson Mandela

225) Uiteenvallen Joegoslavië

STRUCTUURBEGRIPPEN IN HET GESCHIEDENISONDERWIJS

A: BRON EN VRAAGSTELLING

1. BRON Een bron kan een reconstructie geven van het verleden. We maken een onderscheid tussen ongeschreven en geschreven bronnen. Ongeschreven bronnen zijn alle overblijfselen en geschreven bronnen worden alle door de mens geschreven bronnen gerekend Daarnaast wordt er onderscheidt gemaakt tussen primaire bronnen en secundaire bronnen. Primaire bronnen zijn bronnen uit de eerste hand en die een bepaalde gebeurtenis zo direct mogelijk weergeven. Secundaire bronnen zijn bronnen uit de tweede hand. Daarnaast wordt er nog onderscheid gemaakt tussen bewust en onbewust vastgelegde bronnen. Bewust zijn die bronnen waarbij de maker er van uit ging dat deze een bron van informatie zou zijn.

2. VRAAGSTELLING Naast bronnen spelen vraagstellingen een belangrijke rol in het historisch onderzoek.

Er zijn verschillende soorten vragen:

q De beschrijvende vraag: dit soort vragen richt zich voornamelijk op kenmerken ( en relaties tussen) bepaalde verschijnselen;

q De verklarende vraag: bij dit soort vragen gaat het om het ontstaan en de ontwikkeling van kenmerken van ( en relaties tussen) bepaalde verschijnselen;

q De voorspellende vraag: deze vraag richt zich op de ontwikkeling van kenmerken van ( en relaties tussen) verschijnselen in de toekomst;

q De probleemoplossende vraag: door middel van probleemoplossende vragen worden de verschillen tussen de bestaande en de gewenste situatie in het daglicht gesteld en gezocht naar een eventuele oplossing;

q De evaluatieve vraag: deze vragen gaan in op de waardering van kenmerken van ( en relaties tussen) bepaalde kenmerken

Naast deze vraagstellingen kennen we ook nog de HYPOTHESE: Dat is een onbewezen stelling vooraf formuleren.

B: VERANDERING, CONTINUITEIT EN DISCONTINUITEIT

De geschiedenis zit vol van veranderingen of discontinuïteit. Deze veranderingen kunnen geleidelijk of schoksgewijs optreden. Tegenover vele veranderingen staat dat er ook veel niet of nauwelijks verandert. Dit wordt in de geschiedschrijving continuïteit genoemd.

C: OORZAKEN EN GEVOLGEN

Historische verschijnselen of gebeurtenissen staan vrijwel nooit op zich, maar zijn het gevolg van eerdere gebeurtenissen of ontwikkelingen. Bovendien zijn ze vaak zelf de oorzaak van andere gebeurtenissen. Historische verschijnselen zijn nooit te verklaren uit een enkele oorzaak maar uit een complex van oorzaken. Oorzaken zijn dus vermoedelijke redenen waarom iets is gebeurd. Men kan de oorzaken ook indelen in politieke, economische, sociale en culturele oorzaken. Gevolgen kunnen worden ingedeeld in directe gevolgen: gevolgen op korte termijn; en in indirecte gevolgen: gevolgen op langere termijn. Gevolgen kunnen ook worden ingedeeld in bedoelde en onbedoelde gevolgen

D: INLEVING EN STANDPLAATSGEBONDENHEID

Het denken en doen van een persoon wordt voor een groot deel bepaald door zijn persoon en zijn omstandigheden. Dit noemt men standplaatsgebondenheid Met inleving bedoelen we de eigen ideeën en opvattingen uitschakelen en zich proberen te verplaatsen in de gedachtenwereld van die tijd of periode.

F: FEIT EN OBJECTIVITEIT Een feit ‘ staat vast’, hoe je het ook wendt of keert. Een feit is als zodanig objectief. Een mening daarentegen staat niet vast en is subjectief. Over een mening zijn bij wijze van spreken, de meningen verdeeld.

E: INTERPRETATIE Iedere reconstructie van het verleden is niet meer dan een interpretatie van het bronnenmateriaal dat is overgeleverd. Het verleden zelf bestaat immers niet meer. Door middel van probleem- of vraagstellingen proberen we een bepaalde samenhang te creëren en verbanden te leggen tussen verschillende bronnen. Een interpretatie hangt nauw samen met iemands standplaatsgebondenheid. Men gaat uit van de eigen gedachtewereld als men selecteert, formuleert en bronnen interpreteert. Men kan dus met hetzelfde bronnenmateriaal tot een andere conclusie komen. Voorbeeld: zowel de Joden als de Arabieren vinden dat Palestina op historische gronden hen toekomt, vandaar dat het conflict zo moeilijk is op te lossen.

LOGBOEK PRAKTISCHE OPDRACHT GESCHIEDENIS 20E EEUW
ONDERDEEL Activiteiten Paraaf docent Datum Bestede tijd Totaal tijd
Keuze onderwerp          
Vraagstelling praktische opdracht          
Te gebruiken bronmateriaal          
Maken van samenvattingen          
Het schrijven van het werkstuk          
Beoordelingsmodel Praktische Opdracht
Docent: drs J.W.Swaen
Leerling: Klas: Eindcijfer:
Presentatievaardigheid slecht Onvol-doende Vol- doende Goed Zeer goed
Heeft de leerling het logboek voldoende uitgewerkt 1 2 3 4 5
Heeft de leerling het dossier voldoende uitgewerkt 1 2 3 4 5
Heeft de leerling eigen woordgebruik toegepast 1 2 3 4 5
Zijn spelling en interpunctie correct 1 2 3 4 5
Is het gebruik van het begrippenkader consistent 1 2 3 4 5
           
Vakinhoudelijke vaardigheden          
Toont de leerling voldoende historisch besef 1 2 3 4 5
Heeft de leerling de vraagstelling juist uitgewerkt 1 2 3 4 5
Beheerst de leerling de begrippen continuiteit en verandering 1 2 3 4 5
Formuleert de leerling zijn of haar beeld rekening houdend met de standplaatsgebondenheid 1 2 3 4 5
Heeft de leerling de bronnen goed geïnterpreteerd 1 2 3 4 5
Heeft de leerling oorzaak en gevolg goed onderscheiden 1 2 3 4 5
Heeft de leerling onderscheid gemaakt tussen subjectiviteit en objectiviteit 1 2 3 4 5
Heeft de uitwerking voldoende diepgang/niveau 1 2 3 4 5
Beoordeling 1= slecht het aspect is niet aanwezig, of zeer gebrekkig uitgewerkt 2= onvoldoende het aspect is weliswaar aanwezig, maar summier uitgewerkt 3= voldoende het aspect is aanwezig en redelijk uitgewerkt 4= goed het aspect is aanwezig en naar tevredenheid uitgewerkt 5= zeer goed het aspect is aanwezig en naar volle tevredenheid uitgewerkt Minimale score is 13 Maximale score is 65 Cesuur is 38,
Aantal punten Cijfer Aantal punten Cijfer Aantal punten Cijfer Aantal punten Cijfer Aantal punten Cijfer    
13 1.0 23 2.7 33 4.5 43 6.2 53 7.9 63 9.7
14 1.2 24 2.9 34 4.6 44 6.4 54 8.1 64 9.8
15 1.3 25 3.1 35 4.8 45 6.5 55 8.3 65 10.0
16 1.5 26 3.3 36 5.0 46 6.7 56 8.4    
17 1.7 27 3.4 37 5.2 47 6.9 57 8.6    
18 1.9 28 3.6 38 5.3 48 7.1 58 8.8    
19 2.0 29 3.8 39 5.5 49 7.2 59 9.0    
20 2.2 30 3.9 40 5.7 50 7.4 60 9.1    
21 2.4 31 4.1 41 5.8 51 7.6 61 9.3    
22 2.6 32 4.3 42 6.0 52 7.8 62 9.5