We hebben 292 gasten online

PO Staatsinrichting klas 3

Gepost in Praktische opdrachten

Deze taak moet gemaakt worden in ca. 10 lessen door een tweetal leerlingen

Algemeen : Je werkt samen in een tweetal. Samen ben je verantwoordelijk voor het eindproduct. Als je vindt dat je partner niet goed zijn best doet dan moet je dit zo snel mogelijk zeggen tegen je leraar.  Je krijgt een eindcijfer waarin ook de onderlinge samenwerking meetelt. 

Tijd: Je krijgt ca.  5 weken voor deze taak.  Inleverdatum:

Taak:

De taak bestaat uit een aantal verplichte (onderstreepte) en een aantal keuzeopdrachten. Het eindwerkstuk is een uitgetypt verslag waarbij je uitgebreid de mogelijkheid krijgt om dmv extra werk een hoger punt te behalen.

-          Je behandelt alle verplichte vragen.

-          Van  de keuzeopdrachten maak je er 4 .

      Deze 4 keuzeopdrachten horen bij 4 van de 7 onderwerpen ( a t/m g)

Punten:

Basisscore: 10 punten

Verplichte opdrachten: 66 punten

Er zijn 22 verplichte opdrachten: per opdracht kun je max. 3 punten verdienen.

      -    0 punten: antwoord ontbreekt of is zeer onder de maat

-          1 punt is onvoldoende

-          2 punten is voldoende. Je hebt precies de vraag beantwoord)

-          3 punten is goed. ( Je hebt je extra verdiept in de vraag en zo mogelijk meer bronnen voor geraadpleegd bijv. internet, handboeken, kranten etc.)

Keuzeopdrachten: 16 punten

Jullie moeten 4 keuzeopdrachten  maken. Hiervoor kan je telkens 4 punten behalen

      -    0 punten: je hebt een keuzeopdracht niet of zeer onder de maat gemaakt.

-          1 punt : onvoldoende

-          2 punten: redelijk, maar er werd meer verwacht

-          3 punten: voldoende

-          4 punten: goed ( je hebt meer gedaan dan verwacht !)

Verzorging van het geheel : 6 punten

Voldoende:   2 punten

Goed:           4 punten

Uitstekend : 6 punten

Op tijd inleveren: 2 punten: op de afgesproken dag. Elke dag later gaat er een punt af

( 3 schooldagen te laat is dus –1)

Fraude: het blijkt duidelijk dat je info hebt overgenomen van een andere leerling uit een andere derde klas. Hiervoor wordt een evenredige aftrek van punten gegeven.

Totaal aantal punten : 5 = groepseindcijfer: Dit wordt over de 2 leerlingen verdeeld. Indien men goed heeft samengewerkt krijgt ieder groepslid de helft van het aantal punten. Indien niet goed is samengewerkt worden de punten anders verdeeld.

Opdrachten:

   A.  Politieke stromingen

1    Welke 3 politieke stromingen zijn er in Nederland.   Leg uit in welke opzichten  ze van elkaar verschillen.

2    Welke partijen uit de Tweede Kamer horen bij deze hoofdstromingen. Leg uit waarom .

3    Kies een politieke partij uit en geef een overzicht van de belangrijkste         
      programmapunten van deze partij. Knip bovendien artikelen uit over hoe  

      de partij de laatste tijd in het nieuws is gekomen.

B.  Gemeentebestuur

4    Leg uit hoe het gemeentebestuur in elkaar zit. Welke organen en welke personen zijn erbij betrokken. Wat zijn hun taken en hoe lang zitten zij in het bestuur.

5    Leg uit hoe in dit gaat in je eigen  gemeente. Zoek tevens uit welke partijen en welke personen betrokken zijn bij het gemeentebestuur.

6    Zoek tenminste 3 zaken waar het (bij 2 onderzochte) gemeentebestuur zich de laatste tijd mee heeft bezig gehouden. Zoek hier krantenartikelen over.

7    Schrijf een verslag over een bezoek aan een gemeenteraadsvergadering.

8    Hou een interview met een gemeenteraadslid of een wethouder over zijn taak.

C.  De regering regeert

9    Hoe komt in Nederland een regering tot stand. (kernwoorden : verkiezingen, kabinetsformatie,koningin,regeerakkoord)

10  Waarom noem je ons land een constitutionele monarchie en welke rol speelt de koningin ?

11  Zoek uit uit welke partijen onze regering bestaat en welke ministers en 

      staatssecretarissen deze partijen leveren. Vermeld de namen met 

     ministerie.

12  Hoe machtig is de regering? ( Let hierbij op de macht van het parlement, de ambtenaren, media, actie en belangengroepen)

13  Geef een beknopt overzicht van de geschiedenis van de constitutionele  

      monarchie waarbij je aandacht besteedt aan de volgende

      jaartallen:1814,1815,1818,1917 en een overzichtje maakt van de 

      verschillende vorsten die ons land hebben bestuurd.

14  De laatste jaren woedt er een discussie over de macht van onze koning(in).

      Zoek hierover informatie op en maak een kort verslag.

15  Maak een kort verslag over de plannen van de regering op Prinsjesdag. Bespreek ook hoe de politieke partijen hierop hebben gereageerd.

       D .  Het parlement controleert.

16  Leg zo uitgebreid mogelijk uit wat de/het verschil(len) zijn tussen de Eerste en de Tweede Kamer.

17  Welke fracties zitten er momenteel in de Tweede Kamer, hoe groot zijn ze en hoe heet de fractievoorzitter. Welke zijn regeringspartij en welke zijn oppositiepartij.

18  Op welke manier controleert de volksvertegenwoordiging? M.a.w. welke rechten heeft ze ?

19  Kies een regeringspartij en leg uit waarom het eens is met het regeringsbeleid.

20  Kies een oppositiepartij en leg uit waarom het oneens is met het regeringsbeleid.

    E.  Rechtspraak

21  Waarom is onze rechtspraak onafhankelijk is en moet zijn?

22  Wat is strafrechtspraak. Leg uit welke partijen erbij betrokken zijn ?

23  Wat is burgerlijke rechtspraak. Leg uit welke partijen erbij betrokken zijn.

24  Welke rechtbanken zijn er in Nederland en waar houden zij zich mee bezig ?

25  Verzamel over tenminste 3 strafprocedures  artikelen  en maak erover

      een korte samenvatting met uitleg.

    F.  Overheidsfinanciën

26  Leg het verschil uit tussen een nachtwakersstaat en een verzorgingsstaat.

27  Hoe is de verzorgingsstaat ontstaan.

28  Welke betekenis heeft prinsjesdag voor de overheidsfinanciën

29  Zoek over de laatste rijksbegroting uit welke accenten het zittende kabinet wil leggen als het gaat om overheidsfinanciën.

    G.  Europese Unie

30  Hoe is de Europese Unie stapsgewijs ontstaan?

31  Welke landen maken op dit moment deel uit van de Europese Unie ?

En welk van die landen heeft momenteel de Euro?

32  Hoe zit het bestuur van de Europese Unie in elkaar ?

Leg daarbij de taak uit van de Europese commissie en die van de Raad van Ministers en van de Europese Raad (Eurotop)

33  Wat zijn de taken van het Europese parlement ?

34  Welke informatie weet je te vinden over de komende uitbreiding van de Europese Unie?