We hebben 199 gasten online

Deel 5b De geschiedenis van Rusland en de Sovjet/Unie

Gepost in Rusland

kaart rusland

Deel 5a en 5b Stalins Rusland 1928/1953

Deel 5b De geschiedenis van Rusland en de Sovjet-Unie

De weg naar de Tweede Wereldoorlog

Eind 1936 sluiten Duitsland en Japan het Anti-CominternPact (Italië wordt een jaar later het derde lid). Moskou voelt zich opeens in het westen en oosten bedreigd en versterkt zijn pogingen om aansluiting te vinden bij het anti-Duitse kamp. Minister van buitenlandse zaken Maksim Litvinov tracht de contacten met de Westerse machten te verstevigen, maar met weinig succes. Moskou staat bijvoorbeeld alleen in zijn steun aan de republikeinen in de Spaanse burgeroorlog, die uiteindelijk worden verslagen door de fascisten van Franco. In 1938 gooien Engeland en Frankrijk nogmaals, en nu nog veel harder, de deur voor de Sovjetunie dicht. Vooral Londen denkt met een beleid van appeasement (tegemoetkomen aan een aantal territoriale eisen van Hitler) de Duitse dreiging te kunnen bezweren. In het najaar van 1938 gaan Frankrijk en Engeland in München(zie foto met van links naar rechts Mussolini, Hitler, Goering, en Hess ) akkoord met de Duitse annexatie van Tsjechisch Sudetenland, zonder Moskou daarin te kennen. Opnieuw dreigt voor Stalin een gevaarlijk isolement.

Een halfjaar later lijft Hitler geheel Tsjechoslowakije in. Het beleid van appeasement is mislukt. Nogmaals richten Londen en Parijs hun blik op Moskou. Maar de Engelse en Franse achterdocht jegens de communisten staat vruchtbare gesprekken in de weg. Moskou doet weinig om die achterdocht weg te nemen, door nadrukkelijk aanspraak te maken op de Baltische landen als invloedssfeer. Ondertussen begint Stalin in het geheim onderhandelingen met Berlijn, die wel resultaat opleveren. Op 23 augustus 1939 ontploft een diplomatieke bom: tot ontzetting van de Westerse machten sluiten Hitler en Stalin een non-agressie pact, het Molotov - Ribbentrop Pact, genoemd naar de twee ministers van buitenlandse zaken die hun handtekening zetten (Vjatsjeslav Molotov was de opvolger van de jood Litvinov, die Stalin had vervangen om de gesprekken met het anti-semitische Duitsland te vergemakkelijken).

Het geheime onderdeel van het Ribbentrop/Molotvpact

Waarom omarmt Stalin met het Molotov- Ribbentrop Pact de man, die de vernietiging van het communistische Rusland als een van de belangrijkste punten op zijn agenda heeft staan? Het antwoord is niet moeilijk. Stalin hoopt dat Hitler zich nu eerst tegen Engeland en Frankrijk zal keren. Hij voorziet een uitputtingsslag, waarbij hij zelf de rol van lachende derde kan spelen. Zolang Hitler zijn handen vol heeft aan het Westfront, kan Stalin bovendien het Rode Leger versterken. Een derde aantrekkelijk onderdeel van het pact is een territoriale afspraak tussen de twee dictators. In een geheim protocol worden Finland, Estland en Letland (een maand later ook Litouwen) tot Russische invloedssfeer verklaard. Ook krijgt Moskou een deel van Polen. Daarnaast krijgt Stalin van Hitler de vrije hand in het Roemeense Bessarabië.

Paniek in het Kremlin

Hitler verspilt na de tekening van het pact met Stalin weinig tijd. Op 1 september 1939 trekken zijn legers Polen binnen en bezetten het deel dat aan Duitsland in het geheime protocol is toegekend. Engeland en Frankrijk verklaren Hitler daarop de oorlog. De Polen worden onder de voet gelopen, waarna Stalin zich haast om zijn deel van de buit in bezit te krijgen. Het Rode Leger trekt op 17 september Polen binnen en bezet het oostelijk deel. Zware diplomatieke druk, ondersteund door de samentrekking van troepen aan de grens, volstaat om de Baltische landen in te lijven. Die inlijving wordt het jaar daarop geformaliseerd, wanneer Estland, Letland en Litouwen 'vrijwillig' als sovjetrepublieken toetreden tot de Sovjetunie. Ook bij Bessarabië kan Stalin volstaan met diplomatieke druk. Finland weet daarentegen van geen wijken. Het Rode Leger kan pas na een maandenlange strijd het land zijn wil opleggen. Finland moet onder meer zijn oostelijke provincies en de stad Vyborg afstaan.

In het voorjaar van 1940 overrompelen de Duitse troepen West-Europa. Het succes van deze Blitzkrieg is voor Stalin een onaangename verrassing. Hitler kan opeens veel strijdkrachten vrijmaken en zijn aandacht richten op het Oosten. Stalin verkeert nog lange tijd in de veronderstelling dat er met zijn gevaarlijke partner kan worden overlegd, maar op 22 juni 1941 gebeurt het onvermijdelijke. In de zogeheten Operatie Barbarossa vallen ongeveer tweehonderd Duitse divisies de Sovjetunie binnen. Roemenië en Finland sluiten zich bij de Duitsers aan, later gevolgd door de Slovaken en de Hongaren.

Europa in 1942

europa 1942

legenda europa 1942

De invasie veroorzaakt paniek in het Kremlin. Het Rode Leger, dat tijdens de zuiveringen van zijn meest bekwame maarschalken, generaals en commandanten is beroofd, wordt totaal verrast. Stalin heeft herhaaldelijk rapporten over een op handen zijnde Duitse inval als 'provocaties' van tafel geveegd. De troepen aan de grens worden onder de voet gelopen. In de eerste dagen worden meer dan duizend Russische vliegtuigen, die zonder bescherming of camouflage aan de grond staan, buiten gevecht gesteld. Stalin krijgt een zenuwinzinking en trekt zich, zo luidt het althans uit verschillende bronnen, dagenlang terug in zijn zomerhuis buiten Moskou. De Duitse dreiging krijgt een extra dimensie door het gedrag van verschillende volken in de grensstreken van het rijk. In de Oekraïne, Wit-Rusland en de Baltische landen, maar ook in sommige delen van Rusland, wordt de agressor door velen als bevrijder begroet. Boeren hopen dat de kolchozen zullen worden ontbonden. Anderen hopen dat de komst van de 'beschaafde' Duitsers een einde zal maken aan de terreur van Stalin.

De Duitse opmars

De Duitsers rukken op in drie richtingen. Half juli wordt in het centrum, op bijna driekwart van de route naar Moskou, Smolensk ingenomen. Een maand later naderen de Duitsers in het noorden Leningrad en is in het zuiden de inname van Kiev nog slechts een kwestie van tijd. Hitler heeft aanvankelijk vooral zijn zinnen gezet op de verovering van de Oekraïnse industrie en de oliebronnen van de Kaspische Zee. Een beslissende doorbraak in het centrum en het noorden blijft daardoor uit. In september slaan de Duitsers een beleg om Leningrad. In het centrum verliest het leger door de invallende herfst aan snelheid en scherpte. In de winter is men Moskou tot op enkele kilometers genaderd. Op oorlog voeren in een Russische winter zijn de Duitsers echter niet voorbereid.

europas siegIn het Kremlin komt men na de chaotische eerste dagen tot bezinning. Om een efficiënt bestuur mogelijk te maken wordt een Staatscomité voor Defensie opgericht, waaraan het leger en alle staats- en partijorganen ondergeschikt zijn. Stalin staat aan het hoofd, lid zijn onder anderen Molotov, Lavrenti Berija (hoofd van de geheime politie, opvolger van Jezjov) en de politbureauleden Lazar Kaganovitsj en Anastas Mikojan. Stalin neemt ook het opperbevel van het leger op zich. In november (de Duitse troepen naderen Moskou) wordt op het Rode Plein met een parade de revolutie van 1917 herdacht. De meeste troepen marcheren rechtstreeks door naar het front. In een toespraak brengt Stalin Russische helden als Alexander Nevski en Dimitri Donskoj in herinnering. Ook zegt hij: "Als de Duitsers een vernietigingsoorlog willen, kunnen ze die krijgen. Onze taak is nu... de vernietiging van elke Duitser, die ons land is komen bezetten... geen genade voor de Duitse indringers. Dood aan de Duitse indringers !"

Stalin roept niet op tot een klassenstrijd, maar tot een nationale strijd. In dat kader passen ook zijn concessies aan de kerk. Stalin beseft dat de geestelijke leiders goede bondgenoten kunnen zijn bij zijn pogingen het volk tot grote daden aan te sporen. De vrijheid van godsdienst wordt hersteld en de grootste atheïstische krant houdt op te verschijnen. In kerkdiensten wordt gebeden voor het Sovjet-leger en voor Stalin. Kerken houden inzamelingen voor tankbataljons. Twee jaar later wordt de metropoliet van Moskou, Sergej, door Stalin ontvangen en tot patriarch benoemd. Deze post was na de dood van Tichon (1925) onvervuld gebleven. Er worden weer seminaries geopend en een departement voor kerkzaken wordt ondergebracht bij de raad voor volkscommissarissen om de betrekkingen tussen de staat en de kerk in goede banen te leiden. Tegen het einde van de oorlog heeft de Russisch-Orthodoxe Kerk weer een plaats gekregen in de Sovjet-maatschappij. Wankel is die plaats overigens wel. Aan het einde van de jaren vijftig, onder partijleider Chroesjtsjov, worden felle anti-religieuze campagnes op touw gezet en moeten veel kerken en kloosters hun poorten weer sluiten.

De kansen keren

Onder leiding van maarschalk Grigori Zjoekov brengt het Sovjet-leger de Duitsers in een drie maanden durende veldslag vlak voor Moskou tot staan. Wie vanaf het Moskouse vliegveld Sjeremetevo naar de hoofdstad rijdt, kan zien hoe dicht de Wehrmacht zijn doel was genaderd. Op de plek waar het Rode Leger standhield, op een steenworp afstand van de huidige buitenwijken, staat een gedeelte van een anti-tankwal als gedenkteken.

nederlaag stalingradDe tegenslag bij Moskou verhindert de Duitsers niet in het zuiden ver door te stoten. In 1942 brengen zij de kust van de Zwarte Zee, de Oekràine met het Donetsbekken en delen van de Kaukasus onder hun controle. Maar in september stuiten hun troepen bij Stalingrad op hardnekkig verzet. Er volgt een verwoed, vijf maanden durend gevecht, waarin om elk huis wordt gestreden en waaruit de Russische verdedigers, opnieuw onder leiding van maarschalk Zjoekov, uiteindelijk als overwinnaars naar voren komen. De zege van het Rode Leger in de Slag om Stalingrad betekent het keerpunt in de Tweede Wereldoorlog. Foto: Duitse krijgsgevangenen na de nederlaag van Stalingrad.

Inmiddels produceert de Russische industrie, grotendeels geëvacueerd naar gebieden achter de Oeral, op grote schaal tanks, vliegtuigen en andere oorlogsmiddelen. De gevolgen blijven niet uit. In de zomer van 1943 boeken de Russische troepen in een massale tankslag bij Koersk opnieuw een belangrijk succes. Het initiatief is nu volledig aan het Rode Leger.

Het is moeilijk in het kort een beschrijving te geven van de ontberingen die de Sovjet -bevolking in de oorlogsjaren moet doorstaan. De ellende in België en Nederland tijdens de Duitse bezetting valt erbij in het niet. Het lot van Leningrad maakt dat misschien duidelijk. Van augustus 1941 tot januari 1944 (negenhonderd dagen) wordt de stad door de Duitsers belegerd. Al snel ontstaat er een nijpend voedseltekort. Terwijl de stad voortdurend wordt beschoten, daalt in de eerste winter de temperatuur tot veertig graden onder nul. De waterleiding vriest kapot, de energiecentrales werken niet meer en de huizen worden niet meer verwarmd. Alleen al in december 1941 komen 53.000 mensen om. In de tweede winter van het beleg is de voedselvoorziening iets beter, dankzij een weg over het ijs van het Ladoga Meer ten oosten van de stad. Maar de honger, de koude en de Duitse beschietingen blijven hun tol eisen. Aan het einde van het beleg hebben 650.000 inwoners en verdedigers van de stad het leven verloren. De meeste van hen liggen in massagraven op de Piskarjovski begraafplaats. Op een monument staat daar: "...Wij kunnen elke dappere naam niet noemen, zo velen liggen onder het eeuwige graniet, maar weet, als u kijkt naar deze stenen, dat niemand wordt vergeten, niets is vergeten."

Het Rode Leger in Oost-Europa

rode leger in oost europalegenda rode leger oost europa

In 1944 zijn de Duitsers definitief op de terugtocht. In juni openen de geallieerden met de invasie in Normandië een tweede front. In september capituleren Finland en Roemenië. De Wehrmacht vecht in het oosten nog fanatiek terug en richt in de gebieden die het verlaat enorme verwoestingen aan, maar de Russische opmars door de Oekraïne, de Baltische landen en de Balkan is niet meer te stuiten. Stalin legt al spoedig zijn kaarten op tafel. In de zomer van 1944 installeert hij in de stad Lublin, in het bevrijde deel van Polen, een Poolse regering die naar Moskous pijpen danst. In het nog niet bevrijde Warschau komt het Poolse verzet, dat anti-communistisch en anti-Russisch is, in opstand tegen de Duitse bezetters. Het Rode Leger, dat inmiddels tot vlakbij Warschau is genaderd, weigert de opstandelingen in de stad te hulp te komen. Britse en Amerikaanse vliegtuigen krijgen geen toestemming om wapens en voedsel te droppen. Na een felle strijd wordt de opstand door de Duitsers neergeslagen. Wanneer het Rode Leger in januari 1945 Warschau inneemt, is van het anti-communistische verzet niets meer over. De vorming van een tweede machtscentrum, dat niet naar Moskous pijpen danst, is voorkomen. Oost-Europa, zo redeneert Stalin, moet ondergeschikt worden gemaakt aan Moskou om als buffer te dienen voor de Sovjetunie.

In april stoten de Russen door naar Berlijn. Na harde gevechten wordt ook die stad ingenomen. De Duitsers capituleren op 8 mei. Vier jaar eerder stond het Sovjet-rijk op instorten, nu staat het Rode Leger op de Balkan en in het hart van Europa. Die nadrukkelijke aanwezigheid legt de kiem voor een tweestrijd tussen Oost en West om de invloed in Europa. Die strijd, die op zijn felst is in de jaren van de Koude Oorlog, zal duren tot 1989.

De tol van de zege op Duitsland is hoog. Twintig miljoen Sovjet-burgers verliezen het leven. De materiële schade is niet te becijferen. De herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog (de Russen spreken over de Grote Vaderlandse Oorlog) worden nog elke dag, via de media en het onderwijs, nadrukkelijk levend gehouden. Daarbij gaat het om meer dan herdenking van de doden. Telkens wordt benadrukt dat de Sovjetunie de zwaarste beproeving uit zijn geschiedenis heeft doorstaan dankzij de krachtige en gecentraliseerde leiding van de communistische partij. Het Sovjet-bewind hanteert tot op heden de overwinning op de nazi's als een belangrijke rechtvaardiging voor de wijze waarop het land wordt geregeerd.

Diplomatie in de oorlogsjaren

De Sovjetunie heeft in de oorlog Frankrijk, Engeland en de Verenigde Staten als bondgenoten. In dit bondgenootschap doen zich al vóór de Duitse capitulatie spanningen voor. Deze hebben deels betrekking op de oorlogsvoering (waar en waneer moeten de Westerse geallieerden het tweede front openen ?) en deels op de situatie na 1945 : hoe zullen de grenzen worden getrokken in de naoorlogse wereld? Dergelijke vraagstukken zijn natuurlijk symptomen van een veel dieperliggende tegenstelling: die tussen de parlementaire democratie van het Westen en het dictatoriale stelsel van Stalins Sovjetunie.

In de herfst van 1943 komen de Engelse premier Winston Churchill, de Amerikaanse president Franklin Roosevelt en Stalin voor een conferentie bijeen in Teheran. De harmonie blijft er nog bewaard, maar wel weet Stalin een belangrijke concessie te bedingen: territoriale afspraken over Polen en Duitsland zullen nog enige tijd worden uitgesteld. Stalin krijgt aldus de gelegenheid om zijn onderhandelingspositie door een opmars van het Rode Leger te versterken.

jalta op de krimIn februari 1945 komen de drie oorlogsleiders in Jalta op de Krim nogmaals bijeen. De Russische legers hebben inmiddels de grenzen van hun Europese buurlanden overschreden en de Westerse geallieerden zijn vanaf de andere kant begonnen met hun opmars richting Berlijn. Opnieuw blijft de harmonie bewaard, maar opnieuw bedingt Stalin belangrijke concessies, in ruil waarvoor hij belooft Japan (bondgenoot van Duitsland) binnen drie maanden de oorlog te verklaren.

Het Pools gebied dat door het Molotov-Ribbentrop Pact aan Moskou was toegewezen, blijft Russisch (Polen mag na de oorlog als compensatie voor dit verlies in het oosten, Duits grondgebied in het westen annexeren). Verder krijgt Rusland Fins Karelië, Roemeens Bessarabië en Duits grondgebied langs de Baltische kust, waaronder de haven Königsberg (het huidige Kaliningrad). In het Verre Oosten mag Stalin rekenen op Zuid-Sachalin en de Koerillen. Moskou laat tenslotte vastleggen dat in de Veiligheidsraad van de spoedig op te richten Verenigde Naties het vetorecht zal worden geïntroduceerd.

In theorie erkennen de drie geallieerden ook nog het zelfbeschikkingsrecht van alle volkeren en vrije verkiezingen. In de praktijk zijn de Westerse leiders akkoord dat in de Oost Europese landen geen regimes aan de macht komen die de Sovjetunie vijandig gezind zijn. Amerikanen en Britten hopen dat Stalin die vrije verkiezingen zal toelaten, maar Churchill bijvoorbeeld maakt zich weinig illusies. De Westerse geallieerden hebben geen andere keuze want het Rode Leger is al de feitelijke baas in die landen. In mei 1945 capituleert Duitsland onvoorwaardelijk.

De oorlogsverklaring aan Japan blijft zonder veel gevolgen. Uitgebreide gevechten vinden niet meer plaats. Op 14 augustus capituleert Japan, nadat de Verenigde Staten een atoombom op Nagasaki en Hirosjima hebben gegooid. De Tweede Wereldoorlog is voorbij.

Iedereen kent de zware offers van de Sovjetunie. In 1946 zeggen de Sovjets dat zij zeven miljoen mensen hebben verloren, maar sommige historici ramen het aantal doden op 14 tot 20 miljoen mensen, de helft burgers, de helft militairen. Tijdens de oorlog hebben zowel Duitsers als Sovjets de tactiek van verschroeide aarde toegepast zodat ongeveer een vierde van de rijkdom van de Sovjetunie is vernietigd.

Overal kijkt men uit naar de nieuwe Russische politiek want de vooroorlogse gesloten maatschappij lijkt door de oorlog wat opener geworden. Heel veel Westerse missies zijn op bezoek gekomen, er waren veel contacten tussen geallieerde en Sovjet-soldaten, miljoenen Russische soldaten zijn buiten hun grenzen gelegerd. De Westerse waarnemers houden geen rekening met het ideologisch kader van de Sovjetunie, met de persoonlijkheid van JozefStalin. De Sovjetunie wordt geen liberale Westerse staat. De Sovjets nemen gewoon de vooroorlogse draad weer op.

De Koude Oorlog

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog staan Oost en West tegenover elkaar langs een lijn die dwars door Duitsland en Oostenrijk loopt. Stalins troepen beheersen het gehele oostelijke deel van Europa, uitgezonderd Finland, Joegoslavië en Griekenland. In juni 1945 vindt in Potsdam de laatste conferentie van de bondgenoten plaats. Stalin vindt nu de Engelse premier Clement Attlee en de Amerikaanse president Harry Truman tegenover zich. Attlee en Truman bezien de aanwezigheid van het Rode Leger in Oost-Europa met grote argwaan. Zij missen echter de middelen (en wat betreft Hongarije en Roemenië, oud-bondgenoten van de Duitsers, ook de wil) om Moskous invloed terug te dringen. In Potsdam wordt Duitsland voorlopig opgedeeld in vier bezettingszones (het vierde deel is voor Frankrijk). Berlijn wordt onderworpen aan een gezamenlijk geallieerd bestuur. Definitieve afspraken worden verschoven naar een vredesverdrag, dat echter nooit tot stand komt. De 'kwestie-Duitsland' is daarmee geboren.

Tussen 1945-48 worden de Oost Europese landen waar het Rode Leger heer en meester is, één voor één omgevormd tot satellietstaten van Moskou. De regeringen van deze staten dienen in hun binnen- en buitenlands beleid de bevelen van de Sovjetunie op te volgen. In Roemenië, Bulgarije en Hongarije keren naar de Sovjetunie gevluchte communisten terug en nemen de macht in handen. Dat gebeurt altijd op dezelfde manier. Fascisten en zogezegde reactionairen worden buiten de politiek gesloten. Socialisten, boerenpartijen en communisten vormen zogenaamde eenheidsfronten waarna de niet-communisten onder het toeziend oog van het Rode Leger vrij snel alle macht aan de communisten moeten overdragen.

In Polen, waar haast geen Poolse communisten zijn, is het zoeken naar handlangers. In Joegoslavië en Albanië hebben de communisten het verzet grotendeels geleid tegen de Duitsers en de plaatselijke communistische partijen nemen het bewind in handen. Zowel Enver Hoxa in Albanië als Josep Tito in Joegoslavië laten duizenden mensen vermoorden, zowel verzetslui als collaborateurs met de Duitsers. Ze vestigen beide een echt Stalinistisch bewind.

In heel Oost-Europa ontsnappen alleen Finland en Griekenland aan de communisten. Finland, omdat Stalin waarschijnlijk Zweden niet in het Westerse kamp wil duwen, Griekenland omdat afgesproken is met de Britten dat dit land binnen Westerse invloedssferen blijft. De Griekse communisten proberen wel te overwinnen in een bloedige burgeroorlog maar Stalin weigert hen te steunen tegen de andere Grieken, die volop Britse en Amerikaanse hulp krijgen.

Nog geen jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog is het duidelijk dat de oude vooroorlogse tegenstellingen weer even erg zijn opgelaaid. Het is gelukkig geen warme maar wel een koude oorlog. De gewezen Britse premier Churchill neemt al in 1946 in een toespraak de uitdrukking 'het ijzeren gordijn' in de mond wanneer hij spreekt over de grens die voortaan in het midden van het verscheurde Europa bestaat. Dat is enigszins schijnheilig omdat Stalin zich eigenlijk vrij keurig aan de afspraken houdt. Hij laat Griekenland in Westerse handen en trekt in 1946 de Sovjet-troepen terug uit het noorden van Perzië, het huidige Iran. Toch denkt men in West-Europa en in Amerika dat Stalin uit is op de wereldheerschappij; temeer omdat dank zij het oorlogsprestige in West-Europa sterke communistische partijen zijn ontstaan die bijvoorbeeld in Frankrijk en in België in de regering zetelen.

In 1948 laait de spanning bijzonder hoog op. Tsjechoslowakije heeft een sterke communistische partij die in 1946 zelfs 38% van de stemmen haalt en de eerste minister levert. De populariteit van de communisten daalt echter en zij wachten geen nieuwe verkiezingen af. In februari 1948 plegen zij een staatsgreep en slepen het altijd op West-Europa gerichte land het Oostblok binnen. Washington en Moskou staan in deze jaren als kemphanen tegenover elkaar. Rond enkele landen, waar de afbakening van de invloedssferen nog niet geheel vastligt, doen zich scherpe conflicten voor. In Turkije en Griekenland dringen de Verenigde Staten de communistische invloed ook terug door een uitgebreid economisch en militair hulpprogramma. In dezelfde rede waarin president Truman dit programma aankondigt (maart 1947), zegt hij steun toe aan alle kleinere landen die zich bedreigd voelen door de expansie van Moskou. Dit uitgangspunt van de Amerikaanse buitenlandse politiek staat bekend als de Truman-doctrine. Enige maanden later volgt het Marshall Plan. Washington is bang dat de economische chaos (Europa herstelt maar langzaam van de oorlog) een vruchtbare voedingsbodem zal zijn voor communistische ideeën. De Europese landen, zo wil Amerika, moeten gezamenlijk een plan opstellen voor hun herstel, waarbij Washington zal zorgen voor de nodige financiële steun. De Sovjetunie vreest een groeiende invloed van Amerika in Europa en wijst het plan af. Op instructie van Moskou doen de kleine landen van het Sovjetblok hetzelfde. De West Europese landen gaan wel in op het voorstel van Washington. De verdeling van Europa wordt hierdoor nog verscherpt.

europa verdeeld in machtsblokken

legenda machtsblokken in europa

In de daaropvolgende twee jaar krijgt de splitsing van Europa in een Oost- en een Westblok definitief zijn beslag. In 1948 tracht Stalin tevergeefs Westerse concessies in Duitsland af te dwingen door een blokkade van West-Berlijn (de stad ligt midden in de Russische bezettingszone). De Westerse geallieerden, die de blokkade door een luchtbrug omzeilen, laten zich echter niet uit de stad verdrijven en na bijna een jaar haalt Stalin hier bakzeil. In mei 1949 wordt in de westelijke bezettingszone de Bondsrepubliek Duitsland opgericht. Moskou antwoordt in oktober door in de oostelijke zone de onafhankelijkheid van de DDR, de Duitse Democratische Republiek, af te kondigen. In 1949 volgt als tegenhanger van het Marshall Plan de oprichting van de Comecon (Raad voor Wederzijdse Economische Bijstand), die moet gaan zorgen voor de economische integratie van Oost-Europa, uiteraard onder de strakke leiding van Moskou. In hetzelfde jaar richt een aantal Westerse landen de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) op (wanneer in 1955 de Bondsrepubliek tot deze alliantie toetreedt, vormt Moskou het Warschau Pact).

China, Joegoslavië en Korea

Ook in het Verre Oosten neemt de macht van Moskou aanzienlijk toe. Zuid Sachalin en de Koerillen, die Stalin verwerft als oorlogsbuit op Japan, zijn al genoemd. Vier jaar na de oorlog krijgt Stalin in deze regio in het China van Mao Tse-toeng een machtige bondgenoot (althans in de ogen van het Westen, de relaties tussen Moskou en Peking zijn nooit echt hartelijk geweest). Onder Mao's leiding verdrijven de Chinese communisten in 1949 de door Amerika gesteunde nationalisten van Tsjang Kai-sjek. Het jaar daarop sluiten China en de Sovjetunie een bijstandsverdrag.

Tegenover deze nieuwe bondgenoot in het Oosten staat voor Moskou het verlies van Joegoslavië in Europa. In dat land zijn onder leiding van maarschalk Josip Tito de communisten op eigen kracht aan de macht gekomen. De trotse Tito weigert zijn zelfstandigheid op te geven en bedingt een steeds grotere onafhankelijkheid van Moskou. In 1948 komt het tot een openlijke breuk. Stalin waagt zich niet aan een gewapend conflict (de Joegoslavische partisanen hebben in de strijd tegen Duitsland een geduchte reputatie opgebouwd). Wel wordt het land op last van Stalin door alle communisten ter wereld verketterd en verstoten. De eenheid binnen de communistische 'familie' wordt daarmee voor het eerst doorbroken.

Stalin reageert op nog andere wijze om die ketterijen in de toekomst te vermijden. In de satellietlanden worden alle communistische leiders opgepakt die tijdens de oorlog in het verzet tegen de Duitsers stonden. Ze worden in schijnprocessen ter dood veroordeeld of voor jaren achter de tralies opgesloten. Alleen de communisten die tijdens de oorlog in Moskou zaten en die volledig uit Stalins hand eten, mogen in schijn hun land leiden. In de Oostbloklanden wordt de grote vooroorlogse Sovjet-zuivering nagebootst.

koreaoorlogDe naoorlogse Koude Oorlog is vooral een strijd om economische en politieke invloed, die zonder wapens wordt uitgevochten. Er is één belangrijke uitzondering: de oorlog in Korea. Deze voormalige vazalstaat van het verslagen Japan is in de nasleep van de wereldoorlog langs de 38e breedtegraad verdeeld in een communistisch Noord-Korea en een autoritair geregeerd, Westers gezind Zuid-Korea. Op 25 juni stuurt Noord-Korea (op eigen initiatief of daartoe aangezet door de Sovjetunie) zijn troepen de grens over om het land onder eigen vlag te verenigen. De Verenigde Staten zenden troepen naar het zuiden om de opmars van de communisten tegen te gaan. China stuurt troepen naar het noorden, Moskou zendt materiaal. Een escalatie van het conflict blijft uit, misschien omdat Moskou inmiddels ook een atoombom bezit. De twee supermachten zijn daardoor elkaars gijzelaar geworden. Langdurige onderhandelingen leiden uiteindelijk in 1953 tot een vredesverdrag, waarbij het noorden en het zuiden opnieuw worden gescheiden, zonder dat één van beide partijen iets heeft gewonnen.

Wederopbouw

In de Sovjetunie zelf staan de jaren na de Tweede Wereldoorlog tot aan Stalins dood (1953) in het teken van de wederopbouw. De ijzeren greep van de achterdochtige dictator op de maatschappij verslapt daarbij geen moment. De Sovjetbevolking, sinds het begin van de eeuw geteisterd door onpeilbare rampspoed, krijgt nog altijd geen kans om tot rust te komen.

In 1946 wordt het 4e vijfjarenplan in gang gezet. Net als in de vroegere plannen ligt de nadruk op de zware industrie, elektrificatie en de versterking van de defensie. Waterkrachtcentrales en kanalen vormen belangrijke onderdelen. Tijdens de oorlog zijn talrijke industrieën uit het bedreigde westelijk deel van het land naar het oosten geëvacueerd. De nieuwe industrie-centra, in de Oeral, Siberië en Centraal Azië, vormen de basis van het nieuwe plan. Om de wederopbouw te versnellen worden veel machines, soms ook complete fabrieken, uit de ondergeschikt gemaakte Oost Europese landen naar de Sovjetunie overgebracht.

In het eerste naoorlogse jaar verklaart Stalin een situatie te wensen, waarin de Sovjetunie op eigen kracht voldoende produceert om welke tegenslag dan ook het hoofd te kunnen bieden. Zover is het aan het einde van het 4e vijfjarenplan nog lang niet, maar de resultaten zijn zeker indrukwekkend. De productie van staal, kolen en ijzer verdubbelt bijna, hetzelfde geldt voor elektriciteit en olie. De consumptiegoederen blijven, net zoals voor de oorlog, nog een sluitpost op de begroting. Tot ver in de jaren vijftig heerst er een grote schaarste aan producten zoals kleding, schoenen en meubilair. De bouw van huizen krijgt meer aandacht, maar lang niet voldoende om de schrijnende woningnood op te lossen. In haar memoires beschrijft de beroemde operazangeres Galina Vysjnevskaja 'haar' Moskouse woning in het begin van de jaren vijftig: "Vóór de Revolutie was het een comfortabel zevenkamer appartement geweest, maar nu krioelde het van de mensen en de wandluizen. In elke kamer huisde een complete familie, soms twee... Natuurlijk gebruikte iedereen de enige toilet en de enige badkamer... 's Morgens stond je in de rij om je te wassen en je tanden te poetsen. Rijen, rijen... In de keuken waren vier fornuizen en zeven keukentafels en in de hoek een plank aan de muur waarop een oude vrouw sliep. Daaronder was een kast, waarin twee mensen lagen."

De landbouwproductie blijft laag. De kolchozen moeten verplichte hoeveelheden graan aan de staat leveren tegen zeer lage prijzen. De boeren hebben recht op een eigen koe en een klein lapje privé-grond voor eigen gebruik, maar kolchozvoorzitters krijgen de opdracht geen voer, werktuigen of zaadgoed van de kolchoz ter beschikking te stellen. In de Oekraïne doet zich na de oorlog weer een hongersnood voor. Een oplossing wordt gezocht in de samenvoeging van kolchozen. Maar de vergroting van de bedrijven leidt voorlopig niet tot een grotere efficiëntie.

De dood van Stalin

De wederopbouw van het land wordt met harde hand geleid. Nog steeds heerst een situatie van volledige rechteloosheid, want het leger van dwangarbeiders wordt dankzij de oorlog voortdurend ververst. Honderdduizenden Russische soldaten en burgers worden van de Duitse gevangenkampen rechtstreeks op transport gezet naar Stalins werkkampen, zogezegd voor straf omdat ze in de oorlog de overgave boven de dood verkozen. Stalin laat zelfs een paar Sovjet-volkeren verhuizen. Sommige Krim-Tataren en Wolga-Duitsers hebben tijdens de oorlog met de Duitsers gecollaboreerd. Als straf worden beide volkeren in hun geheel naar werkkampen en Siberië verbannen. En tenslotte deporteert het Rode Leger nog ontelbare Oost Europeanen naar de Sovjetunie om daar gedwongen te werken. Voor Hongarije alleen al wordt het aantal dwangarbeiders op 350.000 geraamd. Net zoals voor de oorlog gaat de industrialisering gepaard met een culturele en intellectuele repressie.

zjdanovBerucht wordt Stalins vertrouweling Andrej Zjdanov, die als een ware 'cultuurpaus' toeziet op de ideologische zuiverheid van alle culturele werken. Alles dient optimistisch te zijn van toon en in het teken te staan van de verheerlijking van Stalin en het Russische volk. De andere volkeren van de Sovjetunie worden afgeschilderd als jongere, en dus mindere broeders. Dit Russisch nationalisme, volledig in strijd met het marxistische principe van internationale arbeiders solidariteit, wordt aangevuld met een van bovenaf aangewakkerde angst voor buitenlanders. Buitenlandse reizen of huwelijken met buitenlanders worden verboden, eenvoudige contacten zijn al strafbaar. Radiozenders worden gestoord en nieuws van elders dringt niet door. De bevolking bevindt zich in een vrijwel volledig isolement.

Het Russisch chauvinisme en de afwijzing van alles wat 'vreemd' is, vertoont gaandeweg steeds meer anti-semitische trekken. In de pers worden 'ontwortelde kosmopolieten' aangevallen. Lastercampagnes worden op touw gezet tegen joodse schrijvers en geleerden. Velen verliezen hun baan. Het anti-semitisme krijgt een climax in het dokterscomplot. In januari 1953 worden negen vooraanstaande dokters, onder wie zes joden, gearresteerd. Zij zouden de dood van Zjdanov (overleden in 1948) op hun geweten hebben en plannen hebben om andere leiders uit de weg te ruimen. Ook worden zij beschuldigd van terrorisme en spionage voor Amerika. De geheime politie wordt een gebrek aan waakzaamheid verweten. Alles doet denken aan de jaren 1936-38 en een nieuwe zuivering lijkt nabij.

Maar voor het zover komt, overlijdt Jozef Stalin op 4 maart op 72-jarige leeftijd aan een beroerte. Getuigenissen schetsen een beklemmend beeld van de dagen daarna. De bevolking wacht af, nauwelijks opgelucht, maar vooral bang voor nieuwe verschrikkingen

Een nieuw tijdperkberia

De dood van Stalin betekent het einde van een donker tijdperk. Bijna onmiddellijk is er sprake van enige ontspanning. De aanklacht tegen de joodse dokters wordt geschrapt, de macht van de geheime politie wordt beknot (de chef Beria - zie foto- wordt geëxecuteerd) en een amnestieverlening aan politieke gevangenen komt op gang. Die ontspanning (in vergelijking met het Stalin-tijdperk) wordt een permanent kenmerk van het leven in de Sovjetunie. Het land wordt niet meer geregeerd door willekeurige terreur.

Zie verder Deel 6a De geschiedenis van Rusland en de Sovjet-Unie