We hebben 164 gasten online

Recensie 'Ons feilbare denken' Daniel Kahneman

Gepost in Recensies

Ons feilbare denken Daniel Kahneman

Als historicus ben ik mij maar al te goed ervan bewust dat Beeldvorming een zeer belangrijk gegeven is. Hoe gaan we met bronnenmateriaal om en hoe wordt dit geïnterpreteerd. Wanneer zijn we in onze conclusies objectief of subjectief. In de geschiedschrijving gebruiken we de term 'standplaatsgebondenheid' waarmee we willen aangeven dat ieder mens altijd wordt beïnvloed door de cultuur waaruit hij voortkomt en deel van uitmaakt. Kahneman (emeritus hoogleraar psychologie aan Princeton University en hoogleraar Public Affairs aan de Woodrow Wilson School of Public and International Affairs) geeft in zijn boek 'Ons feilbare denken' een overzicht van al de jaren onderzoek en wetenschap, waarin hij het traditionele rationele beslissingsmodel ter discussie stelt. Het is een tot nadenken stemmend boek. Hij laat ons zien - op een zeer heldere manier aan de hand van de werking van twee systemen bedacht door de psychologen Keith Stanovich en Richard West en door hen Systeem 1 en Systeem 2 genoemd -  en aan de hand van tal van voorbeelden, hoe ons geheugen tot gevolgtrekkingen komt.

Systeem 1 werkt automatisch en snel, met weinig of geen inspanning en geen gevoel van controle, Systeem 2 omvat bewuste aandacht voor de mentale inspanningen, die worden verricht, waaronder ingewikkelde berekeningen. De werking van Systeem 2 wordt vaak gekoppeld aan de subjectieve ervaring van handelingsvermogen, keuze en concentratie. De scheiding van taken tussen Systeem 1 en Systeem 2 is uitermate efficiënt: te leveren inspanningen worden geminimaliseerd en de prestaties geoptimaliseerd. Maar juist Systeem 1 kent echter vele vooringenoomheden, of biases - systematische fouten die worden gemaakt in specifieke situaties. Systeem 1 beantwoordt soms vragen die minder complex zijn dan de vragen die worden gesteld en heeft weinig kaas gegeten van logica en statistiek. Een andere beperking van Systeem 1 is dat het niet kan worden uitgeschakeld. Een van de taken van Systeem 2 is om impulsen van Systeem 1 te onderdrukken. Met andere woorden, Systeem 2 is verantwoordelijk voor onze zelfbeheersing. 

Ons denken voortdurend in twijfel trekken is vermoeiend en Systeem 2 is veel te traag en te inefficiënt om in routineuze beslissingen als substituut voor Systeem 1 te dienen. Het best wat we volgens Kahnemann kunnen doen is compromissen sluiten: leren situaties te herkennen waarin fouten zich kunnen voordoen en ons best doen om fouten te voorkomen wanneer veel op het spel staat. Een thema van zijn boek is dat het over het algemeen gemakkelijker is om fouten van anderen te herkennen dan die van ons zelf. Een terugkerend thema in het boek is dat veel mensen te veel zelfvertrouwen hebben en te veel geloof hechten aan hun eigen intuïtie. De suggestie is dat alle mensen denken dat een bepaalde conclusie waar is, ze ook argumenten die de conclusie ondersteunen, valide achten, zelfs als ze niet valide zijn.  

Associatief denken vindt vooral op de achtergrond plaats, verborgen voor ons bewuste ik. Wederkerige verbanden zijn gemeengoed in het associatieve netwerk. Eenvoudige, veelvoorkomende gebaren kunnen ook onbewust invloed hebben op gedachten en gevoelens. In de jaren tachtig ontdekten psychologen dat blootstelling aan een woord leidt tot directe en meetbare veranderingen in het gemak waarmee gerelateerde woorden in de gedachten van een respondent opkomen. Dit wordt 'Priming' genoemd. Priming kan diverse vormen aannemen. Een andere belangrijke ontwikkeling in onze kennis over het geheugen was de ontdekking dat Priming niet voorbehouden is aan concepten en woorden. Een en ander speelt zich uiteraard in ons onderbewuste af, maar het is zo dat onze acties en emoties door gebeurtenissen kunnen worden voorbereid. Het opmerkelijke fenomeen, het beïnvloeden van gedrag door een idee, wordt ook wel 'ideomotoreffect' genoemd. Dit ideomotoreffect werkt ook omgekeerd. Wederkerige verbanden zijn gemeengoed in het associatieve netwerk. Eenvoudige, veelvoorkomend gebaren kunnen ook onbewust invloed hebben op gedachten en gevoelens.  Priming heeft invloed op elk aspect van ons leven. 

Conclusie: 'De wereld is een stuk minder logisch dan je zou denken. Samenhang is slechts het resultaat van de manier waarop onze gedachten werken'. Waardoor Systeem 1 de oorsprong is van veel systematische fouten in de intuïtie. 

Het woord illusie doet denken aan optische illusie. Visie is echter niet het enige domein van illusie: ook het geheugen kan misleiden, net als denken in het algemeen. Een goede manier om mensen van onwaarheden te overtuigen is frequente herhaling, omdat bekendheid niet goed van waarheid kan worden onderscheiden. Maar alleen psychologen hebben ontdekt dat je niet het volledige feit of idee hoeft te herhalen om de suggestie van waarheid te wekken.

Als we ons niet op ons gemak voelen of verdrietig zijn, verliezen we het contact met onze intuïtie. Goed humeur, intuïtie, creativiteit, lichtgevoeligheid en een hoge afhankelijkheid van Systeem 1 vormen een cluster. Aan de andere kant zijn verdriet, oplettendheid, wantrouwen, een analytische insteek en extra inspanning aan elkaar gerelateerd. Een goed humeur drukt Systeem 2 naar de achtergrond.

De voornaamste functie van Systeem 1 is om een model van de persoonlijke belevingswereld te onderhouden en bij te werken. Dit model wordt opgebouwd uit associaties tussen ideeën, gebeurtenissen, handelingen en ontwikkelingen die met enige regelmaat plaatsvinden, tegelijkertijd of binnen een redelijk kort tijdsbestek. Naarmate deze associaties sterker worden, zullen ze de structuur van de gebeurtenissen in het leven gaan vertegenwoordigen en zowel de interpretatie van het heden als uw toekomstverwachtingen bepalen. 

Verrassingen maken een essentieel onderdeel uit van ons mentale leven. Verassingen komen in twee vormen. Sommige zijn actief en bewust. Maar er is ook een andere (grotere) categorie van gebeurtenissen die men passief verwacht; men wacht er niet bewust op, maar men zal niet verrast zijn als ze toch plaats vinden. Dat zijn gebeurtenissen die normaal zijn, hoewel niet voldoende waarschijnlijk om actief te worden verwacht.

De werking van causale intuïtie is een belangrijk thema in het boek, omdat mensen geneigd zijn causaal te denken wanneer statistische redenatie passend en noodzakelijk is. Statistisch denken trekt conclusies uit individuele gevallen, op basis van de eigenschappen van categorieën en verzamelingen. Helaas beschikt Systeem 1 niet over het vermogen om op dergelijke wijze te redeneren: mensen kunnen leren om statistisch te denken, maar slechts weinigen beschikken over de noodzakelijke training. Het Systeem en het brein zijn verzinsels; de reden dat Kahneman ze gebruikt, is dat ze passen in de wijze waarop mensen over oorzaken denken. 

In tegenstelling tot de aanbevelingen van wetenschapsfilosofen, die menen dat hypothesen getoetst moeten worden door te proberen ze te weerleggen, zijn mensen (en wetenschappers) vaak op zoek naar gegevens die stroken met hun heersende opvattingen. 

De neiging om alles van iemand te waarderen (of te verafschuwen), inclusief aspecten die men nog niet heeft ervaren, staat bekend als het 'halo-effect'. Het halo-effect is een goede naam voor de vooringenomenheid of bias, die zo'n grote rol speelt in het vormen van onze gedachten over mensen en situaties. Het halo-effect is een van de manieren waarop het door Systeem 1 gegenereerde wereldbeeld eenvoudiger en samenhangender wordt gemaakt dan het werkelijk is. 

De volgorde waarin we iemands persoonseigenschappen ervaren, is vaak willekeurig. Toch is deze volgorde belangrijk, aangezien het halo-effect de eerste indruk zwaarder laat meewegen, soms tot het punt waarop alle overige informatie niet langer relevant lijkt. 

Om de beste informatie uit meerdere aanwijzingen te destilleren moet men er altijd voor zorgen dat de aanwijzingen niet-gecorreleerd zijn. Getuigen die in strafzaken informatie uitwisselen, zullen hu verhalen onbewust op elkaar afstemmen, zodat de totale informatieve waarde minder wordt. 

Het principe van onafhankelijk oordelen (en niet-gecorreleerde fouten) is direct toepasbaar in vergaderingen. De standaardmethode in een open discussie legt te veel nadruk op degenen die assertief zijn en het voortouw nemen, waarna anderen zich naar hun mening schikken.

Een belangrijk kenmerk van het associatieve brein is dat het alleen geactiveerde  ideeën vertegenwoordigt. Informatie die niet uit het geheugen wordt opgehaald (zelfs niet onbewust), kan net zo goed niet bestaan. Systeem 1 blinkt uit in het verzinnen van het best mogelijke verhaal op basis van geactiveerde ideeën, maar kan geen informatie gebruiken die niet voorhanden is. De succesmaatstaf voor Systeem 1 is de samenhang van het geproduceerde verhaal.

 De combinatie van het verhalen verzinnende Systeem 1 en het luie Systeem 2 impliceert dat Systeem 2 veel intuïtieve overtuigingen accepteert, die een nauwe weerspiegeling vormen van de door Systeem 1 gegenereerde indrukken. Systeem 2 is in staat om beschikbare informatie systematischer en zorgvuldiger te benaderen. Toch zal Systeem 1 ook zorgvuldiger beslissingen beïnvloeden.

Snel conclusies trekken op basis van beperkte informatie is zo belangrijk voor ons begrip van intuïtief denken, en neemt zo'n belangrijke plaats in in het boek, dat Kahneman een nogal ongemakkelijk acroniem gebruikt: WYSIATI: What You See Is Alle There Is'. Er is niet meer dan datgene wat men ziet.  Systeem 1 is relatief ongevoelig voor zowel de kwaliteit en kwantiteit van de informatie die onze indrukken en ingevingen verzorgt. 

Het is de consistentie van de informatie die een verhaal goed maakt, niet de volledigheid. WYSATI faciliteert de creatie van samenhang en de ervaring van het cognitieve gemak dat ons een bepaald feit als waar doet aannemen. 

 Kahneman verklaart vervolgens een lange en afwisselende lijst van vooringenomenheden en keuzen:

# Overmoed: Vaak houden individuen er geen rekening mee dat er in hun verhaal informatie kan ontbreken. Bovendien is ons associatieve brein geneigd een samenhangend patroon van geactiveerde ideeën te gebruiken en worden twijfels en dubbelzinnigheden onderdrukt.

# Het Framing-effect: Verschillende manieren om dezelfde informatie te presenteren leiden vaak tot verschillende gevoelens.

# Het negeren van de a-priorikans: Wat men ziet, is alles dat er is.

 Oordelen

Systeem 2 kan vragen beantwoorden of stellen; in beide gevallen wordt geprobeerd om een antwoord te bedenken. Systeem 1 werkt anders. Dat houdt voortdurend in de gaten wat er zich binnen en buiten ons brein afspeelt en beoordeelt voortdurend diverse aspecten van een situatie, zonder er specifiek de aandacht op te vestigen of anderszins inspanningen te verrichten. Deze basisevaluaties spelen een belangrijke rol in onze intuïtie, aangezien ze gemakkelijk de plaatst van lastiger vragen kunnen innemen. Twee andere kenmerken van Systeem 1 werken het substitutieproces in de hand. Het ene kenmerk is ons vermogen om bepaalde waarden naar andere dimensies over te zetten. Daarnaast is er nog het 'mentale hagelschot' - de intentie van Systeem 2 om een bepaalde vraag te beantwoorden of een bepaald kenmerk van een situatie te beoordelen activeert weer andere mentale processen, waaronder basisevaluaties. 

'Mensen als aantrekkelijk beoordelen is geen basisevaluatie. We doen dit automatisch, of we nu willen of niet, en het beïnvloedt ons'

'Er zijn gebieden in onze hersenen die dominantie afleiden aan de hand van de vorm van een gezicht. Hij ziet er geschikt uit voor een leidinggevende rol'

Een voorbeeld van een mentaal hagelschot: 'Hij kreeg de vraag voorgelegd of hij vond dat het bedrijf de financiën op orde had, maar hij kon maar niet negeren dat hij de producten van het bedrijf zo goed vond'. 

 Antwoord hebben op....

Een opvallend kenmerk van onze hersenen is dat we zelden helemaal geen antwoord hebben. Of we het nu uitspreken of niet, we hebben altijd wel een antwoord op vragen die we helemaal niet begrijpen en vertrouwen hierbij op aanwijzingen die we niet kunnen verklaren noch verdedigen.

Wat we hebben ontdekt is dat mensen waarschijnlijkheden moeten inschatten, ze eigenlijk iets anders inschatten en vervolgens het idee krijgen dat ze waarschijnlijkheid hebben ingeschat. Systeem 1 doet dat vaak als het geconfronteerd wordt met een lastige doelvraag, mits het antwoord op een gerelateerde en gemakkelijkere heuristische vraag sneller kan worden geformuleerd. Het vervangen van de ene door de andere vraag is een goede strategie voor lastige vraagstukken. Het mentale hagelschot vergemakkelijkt het vinden van snelle antwoorden op lastige vragen zonder het luie Systeem 2 overmatig te belasten.

 De dominantie van conclusies over argumenten komt in het geval van emoties het duidelijkst naar voren. De dominantie van bepaalde conclusies betekent niet dat men onwrikbaar is en niet openstaat voor informatie en argumenten. Zelfkritiek is een van de functies van Systeem 2. In de context van attitude gedraagt Systeem 2 zich echter meer als verdediger van de emoties van Systeem 1 dan als een criticus van die emoties - eerder als goedprater dan als politieagent.

In de zoektocht naar informatie en argumenten is Systeem 2 vooral gebonden aan informatie die consistent is met heersende opvattingen en is weinig geïnteresseerd in het in twijfel trekken van het een en ander. Een actief, op samenhang gericht Systeem 1 draagt oplossingen aan bij een gedwee Systeem 2.

De persoonlijkheid van het fictieve Systeem 1:

# genereert indrukken, gevoelens en neigingen; deze veranderen, mits goedgekeurd door Systeem 2, in overtuigingen, attitudes en intenties;

# werkt automatisch en snel, zonder al te veel moeite, en zonder welbewuste controle;

# kan geprogrammeerd worden door Systeem 2 om zich extra te concentreren wanneer er een patroon wordt waargenomen (zoeken);

# genereert na voldoende training relevante reacties en accurate ingevingen;

# creëert een samenhangend patroon van geactiveerde ideeën in het associatieve geheugen;

# koppelt een gevoel van cognitief gemak aan illusies van waarheid, aangename gevoelens en minder oplettendheid;

# onderscheidt het verrassende van het gebruikelijke;

# leidt oorzaken en intenties af en verzint ze;

# negeert dubbelzinnigheid en onderdrukt twijfel;

# is geneigd om te beloven en te bevestigen;

# overdrijft emotionele consistentie (halo-effect);

# is gericht op bestaande aanwijzingen en negeert niet-aanwezige aanwijzingen (WYSIATI);

# genereert een beperkte set elementaire inschattingen;

# vertegenwoordigt sets aan de hand van normen en prototypen en integreert niet;

# past intensiteitsschalen op elkaar af (bijvoorbeeld grootte aan volume);

# betekent meer dan bedoeld (mentaal hagelschot);

# vervangt soms een lastige vraag door een gemakkelijkere (heuristiek);

# is gevoeliger voor verandering dan voor statussen (prospect-theorie);

# geeft te veel gewicht aan kleine kansen;

# vertoont afnemende gevoeligheid voor kwantiteit (psychofysica);

# reageert sterker op verlies dan op winst (verlies-aversie);

# genereert strakke en losstaande kaders voor vraagstukken.

Wet van de kleine getallen

Er bestaat een moeizame relatie tussen ons brein en statistiek. Systeem 1 is zeer vaardig in een bepaalde manier van denken - het identificeert causale verbanden tussen dingen, automatisch en zonder enige moeite, en soms zelfs als het verband onlogisch is.

Een willekeurige gebeurtenis laat zich per definitie niet goed verklaren, maar verzamelingen van willekeurige gebeurtenissen gedragen zich wel volgens bepaalde patronen. 

Waarnemingen geheel veroorzaakt door een bepaald aspect van de onderzoeksmethode worden door onderzoekers Artefacten genoemd.  'Weten' is geen kwestie van zwart-wit. 

We zijn geneigd de consistentie en samenhang van wat we zien te overdrijven. Algemeen gezegd wordt er een beeld van de realiteit geschapen dat eenvoudigweg te overtuigend overkomt. Het associatieve mechanisme is op zoek naar oorzaken. In plaats van zich te richten op hoe een gegeven gebeurtenis is ontstaan, relateert de statistische zienswijze de gebeurtenis aan wat er had kunnen gebeuren. Onze voorliefde voor causaal denken maakt ons ontvankelijk voor grove fouten in de beoordeling van de willekeurigheid van echt willekeurige gebeurtenissen.

Willekeurige processen produceren talloze reeksen die mensen ervan overtuigen dat de processen niet willekeurig zijn. Het is duidelijk waarom uitgaan van causaliteit evolutionair voordeel bood; het is onderdeel van onze overgeërfde waakzaamheid.

Voor de leek lijkt willekeurigheid op regelmaat of de neiging tot clustervorming. De illusie van patronen beïnvloed alle aspecten van ons leven.. We tonen ons maar al te vaak bereid om het idee te verwerpen dat het leven om ons heen hoofdzakelijk op willekeur berust.

 Ontwikkelingen in de cognitieve psychologie hebben duidelijk gemaakt dat de wet van de kleine getallen onderdeel is van twee grote verhalen over de werking van onze hersenen.

# Het overdreven vertrouwen in kleine steekproeven is slecht één voorbeeld van een grotere illusie - we besteden meer aandacht aan de inhoud van boodschappen dan aan hun betrouwbaarheid en blijven zitten met een wereldbeeld dat eenvoudiger en samenhangender is dan door de feiten gerechtvaardigd wordt. Snel conclusies trekken is veiliger in onze verbeelding dan in de echte wereld.

# Statistieken lijken te smeken om causale verklaringen, maar lenen zich er niet voor. Veel feiten zijn toe te schrijven aan toeval, waaronder steekproeffeiten. Causale verklaringen voor willekeurige gebeurtenissen zijn uiteindelijk altijd fout.

Referentieniveaus 

Referentieniveaus worden gebruikt wanneer mensen een bepaalde waarde voor een onbekende hoeveelheid overwegen voordat ze die hoeveelheid daadwerkelijk inschatten. Wat er gebeurt , is een van de meest betrouwbare fenomenen in de experimentele psychologie: de schatting blijft in de buurt van de overwogen waarde. Voor elke waarde die men in overweging moet nemen als mogelijke oplossing voor een inschattingsvraagstuk, zal een referentieniveau worden gebruikt. Iemands oordeel wordt beïnvloed door een overduidelijk niet-gerelateerde waarde. Er zijn twee verschillende mechanismen die het effect teweegbrengen - één voor elk systeem. Er is een vorm van referentie die plaatsvindt in een weloverwogen proces van aanpassing, een functie van Systeem 2, en een vorm van referentie die als primingeffect plaatsvindt, een automatisch proces van Systeem 1.

 Aanpassing is een weloverwogen poging om redenen te vinden om af te wijken van het referentieniveau. Een belangrijke ontdekking in het onderzoek naar referentie-niveaus is echter dat niveaus die overduidelijk willekeurig zijn gekozen, even effectief zijn als daadwerkelijk informatieve niveaus. Referentieniveaus zijn overal, of ze nu worden veroorzaakt door priming of door onvoldoende aanpassing. De psychologische mechanismen die de effecten teweegbrengen, maken ons veel ontvankelijker voor suggestie dan we zouden willen. En uiteraard zijn er mensen die bereid en in staat zijn misbruik te maken van deze ontvankelijkheid. 

Over het algemeen kan de strategie van het 'tegenovergestelde denken' een goede verdediging zijn tegen het referentie-effect, aangezien dit vooringenomen gedachten die het effect veroorzaken, neutraliseert. Referentie is het resultaat van associatieve activering. De boodschap van het priming-onderzoek is dat onze gedachten en gedrag, meer nog dan we weten of zouden willen, door de huidige omgeving worden beïnvloed. Referentie-effecten veroorzaken een ongemakkelijk gevoel, men weet niet precies hoe men beïnvloed wordt en beperkt in het denken, omdat men niet precies weet wat men bij een ander referentieniveau had bedacht. 

 

 

 wordt vervolgd

 

Titel: Ons feilbare denken

Auteur: Daniel Kahneman

Uitgeverij: Businesscontact ISBN 9789047000600 € 19,90